21 501-18
Sociale Raad

nr. 99
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 27 april 1999

De Europese Commissie heeft een richtlijn voorgesteld die de lidstaten in staat stelt gedurende drie jaar te experimenteren met een verlaagd BTW-tarief op arbeidsintensieve diensten. Op 4 maart jl. zijn in het Algemeen Overleg met de Algemene Commissie voor Europese Zaken en de Vaste Kamer Commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid vragen gesteld over deze richtlijn (21 501–18, nr. 97). In reactie hierop is de Tweede Kamer nadere informatie (in april) toegezegd over de mogelijkheid het experiment uit te breiden naar persoonlijke dienst-verlening (dienstenwinkels): één van de vier aandachtsgebieden van de Subsidieregeling Dagindeling. Deze brief gaat hier nader op in.

BTW-richtlijn

In december 1998 heeft Nederland een aantal arbeidsintensieve diensten aangemeld voor een mogelijke deelname aan een experiment met een verlaagd BTW-tarief, namelijk: de schoen- en kledingherstellersbranche, de kappersbranche, de fietsenreparatiebranche en de glazenwassers- en schoonmaakbranche (voorzover het werkzaamheden aan woningen betreft).

Mede op basis van de door de lidstaten aangemelde diensten heeft de Europese Commissie, 17 februari jl., een voorstel ingediend voor een richtlijn, op grond waarvan EU-lidstaten deel kunnen nemen aan een experiment (van 1 januari 2000 tot 31 december 2002) met verlaagd BTW-tarief. Lidstaten die aan dit experiment wensen deel te nemen, dienen voor 1 september 1999 aan de Commissie te laten weten welke diensten zij in aanmerking willen laten komen voor het experiment en haar van alle benodigde informatie te voorzien. Voor deelname aan het experiment gelden de volgende voorwaarden:

1. de diensten zijn arbeidsintensief;

2. worden rechtstreeks geleverd aan de eindgebruiker;

3. hebben een plaatsgebonden karakter;

4. het experiment leidt niet tot een verstoring van de concurrentieverhoudingen;

5. en mag het functioneren van de interne markt niet verstoren.

Persoonlijke dienstverlening (dienstenwinkels)

Persoonlijke dienstverlening is één van de vier aandachtsgebieden van de Subsidieregeling Dagindeling. Het gaat bij deze vorm van dienstverlening om diensten ten behoeve van particulieren in en om het huis, zoals: boodschappenservice, schoonmaakwerk, kinderopvang, tuinieren, schilderen, kleine klusjes in en om het huis etc.. Het voordeel van persoonlijke dienstverlening is dat de consument ervan de mogelijkheid wordt geboden arbeid- en zorgtaken beter te combineren.

Met betrekking tot de vraag of het experiment met verlaagd BTW-tarief kan worden uitgebreid naar persoonlijke dienstverlening is relevant dat persoonlijke dienstverlening bestaat uit een zeer uitgebreid scala van diensten. Het aanmelden van al deze diensten voor het experiment ligt niet voor de hand. Wel kan bij de bepaling van de voor het experiment aan te melden diensten een aantal diensten worden betrokken die in de sfeer van persoonlijke dienstverlening liggen en aan de voorwaarden van de richtlijn voldoen. Aan welke diensten in dit verband zou kunnen worden gedacht, kan op dit moment niet worden aangegeven. Nederland heeft namelijk nog geen beslissingen genomen over welke diensten voor het experiment zullen worden aangemeld. Momenteel wordt daarentegen wel gewerkt aan een inventarisatie van mogelijk aan te melden diensten. Bij de uiteindelijke afweging zal onder meer het onderzoeksrapport van het EIM, getiteld «De werkgelegenheidseffecten van een BTW-verlaging op arbeidsintensieve diensten», worden betrokken. Tevens zal moeten worden bezien hoe een en ander in het budgettaire kader kan worden ingepast.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

K. G. de Vries

Naar boven