21 501-18
Sociale Raad

nr. 92
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 11 december 1998

Mede namens de Ministers van Economische Zaken en van Financiën bied ik u het verslag aan van de Sociale Raad van 1 en 2 december jl. Een gedeelte van de Sociale Raad vond plaats in combinatie met de Ecofin-Raad.

Op de Sociale Raad werden politieke akkoorden bereikt over vier dossiers: «kankerverwekkende stoffen», «het werken in een explosieve omgeving», de «uitbreiding van Verordening 1408 (coördinatie sociale zekerheid) tot studenten» en «Europass». Voorts werd op de Sociale Raad gesproken over de follow-up van de Wereldvrouwenconferentie.

Over de rol van de werknemers in een Europese Vennootschap kon uiteindelijk toch geen politiek akkoord worden bereikt, omdat één lidstaat niet bereid bleek hieraan mee te werken.

Op de gecombineerde Sociale Raad/Ecofin-Raad werd het «Gezamenlijk Verslag Werkgelegenheid 1998» vastgesteld. Tevens werd een politiek akkoord bereikt over de werkgelegenheidsrichtsnoeren 1999. In die nieuwe richtsnoeren is ook een richtsnoer voor verlaging van het BTW-tarief op arbeidsintensieve diensten opgenomen.

Overeenkomstig mijn toezegging in het Algemeen Overleg van 26 november, is ter kennisname het PES-document «The new European way» bijgevoegd1. Verder is in het verslag ook de door uw Kamer gevraagde informatie over «Europass» en «arbeidstijden uitgesloten sectoren» opgenomen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

K. G. de Vries

VERSLAG SOCIALE RAAD VAN 1 EN 2 DECEMBER 1998 EN GECOMBINEERDE SOCIALE RAAD/ECOFIN VAN 1 DECEMBER

Werkgelegenheidsbeleid

Met betrekking tot het werkgelegenheidsbeleid is de discussie gevoerd aan de hand van een document van het voorzitterschap, waarin – mede naar aanleiding van de discussie in de Raad van 27 oktober – een aantal compromis-voorstellen is opgenomen over de werkgelegenheidsrichtsnoeren 1999.

Dit voorzitterschapsdocument bevat enkele wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijke richtsnoer-voorstellen van de Europese Commissie, die de Tweede Kamer op 28 oktober jl. (IZ/BSB/98/2339) heeft ontvangen:

– Het document bevat een inleidende paragraaf over de macro-economische ontwikkelingen in relatie tot het werkgelegenheidsbeleid, alsmede een paragraaf over de (nieuwe) procedures met betrekking tot de actieplannen.

– Onder elke pijler van de richtsnoeren is een passage opgenomen over de wijze van «mainstreaming» van het gelijkekansenbeleid binnen die pijler.

– In de voorstellen van het voorzitterschap is een richtsnoer opgenomen om te onderzoeken of het raadzaam is om de BTW op arbeidsintensieve diensten – voor zover niet onderhevig aan grensoverschrijdende concurrentie – te verlagen (= richtsnoer 15).

De discussie in de Sociale Raad richtte zich vooral op de «mainstreaming» van de gelijke kansen en op de BTW-verlaging van arbeidsintensieve diensten.

Besloten werd om een afzonderlijke, nieuwe, richtsnoer op te nemen over het «mainstreamen» van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen. De Sociale Raad achtte de effectiviteit van een afzonderlijke richtsnoer veel groter dan het opnemen van verspreide passages, die bovendien niet de status van een richtsnoer hebben.

Voorts werd besloten om de passage over oudere werknemers in richtsnoer 4 positief te formuleren en om het Employment & Labour market Committee (ELC) te vragen om het begrip «levenslang leren» nauwkeurig te omschrijven.

Met betrekking tot de BTW-verlaging op arbeidsintensieve diensten waren er nog twee lidstaten die zich verzetten tegen het opnemen van deze richtsnoer. Besloten werd de discussie hierover door te schuiven naar de gezamenlijke Sociale/Ecofin-Raad.

Nederland gaf aan tevreden te zijn dat het pleidooi van onder meer Nederland voor een BTW-richtsnoer gehoor had gekregen in het voorzitterschapsdocument en pleitte voor handhaving van de richtsnoer. Voorts onderstreepte Nederland de noodzaak om meer aandacht te besteden aan de langdurig werklozen (de «stock»), bij voorkeur door hiervoor een aparte richtsnoer op te nemen. Onder verwijzing naar de recente kabinetsnota over sluitende aanpak, gaf Nederland aan dat het voornemens is om ook de «stock» beter te bereiken. Op verzoek van Nederland is afgesproken dat het ELC onderzoek zal verrichten naar deze groep langdurig werklozen.

Gecombineerde Sociale Raad/Ecofin

Op de aan de Sociale Raad aansluitende gecombineerde Sociale Raad/Ecofin-Raad werd vervolgens, zonder nadere discussie, het «Gezamenlijk Verslag Werkgelegenheid 1998» vastgesteld. Dit verslag is op 28 oktober naar de Tweede Kamer gestuurd.

Na een toelichting van de voorzitters van ELC en EPC wijdde de «Jumboraad» zich vervolgens aan de nieuwe werkgelegenheidsrichtsnoeren. Opnieuw bleek dat de lidstaten zich in hoge mate konden vinden in het voorzitterschapsdocument over de nieuwe werkgelegenheidsrichtsnoeren.

Van Nederlandse zijde werd wederom gepleit voor het behoud van de richtsnoer inzake de lagere BTW voor arbeidsintensieve diensten.

Nederland toonde zich verheugd over de toevoeging van een apart richtsnoer over de dienstensector. Het oorspronkelijk Commissie voorstel voor dit richtsnoer was echter aanzienlijk krachtiger dan het voorliggende vooriztterschapsdocument, daar het stelde dat belemmeringen voor de ontwikkeling van de dienstensector, in de breedste zin des woords, moeten worden weggenomen. Nederland prefereerde op dit punt derhalve een terugkeer naar het oorspronkelijke Commissie voorstel.

Verder werd er door Nederland op gewezen dat de macro-economische inleiding van het voorzitterschapsdocument wellicht iets te optimistisch was geformuleerd, in het licht van de recente internationaal-economische ontwikkelingen. Ook enkele andere lidstaten wezen hierop, maar dat leidde uiteindelijk niet tot aanpassingen.

Behoudens één tekstuele verduidelijking konden alle lidstaten zich uiteindelijk vinden in het voorzitterschapsdocument over de nieuwe richtsnoeren.

Het voorzitterschap constateerde dat een politiek akkoord was bereikt over de tekst van de nieuwe werkgelegenheidsrichtsnoeren. Richtsnoeren waarin nu ook het richtsnoer betreffende de BTW-verlaging voor arbeidsintensieve diensten is opgenomen, omdat er geen pogingen meer werden ondernomen om dit richtsnoer te schrappen.

De tekst van dit politiek akkoord zal aan de Europese Raad van Wenen worden overgebracht.

De «Jumbo-Raad» werd afgesloten met een korte toelichting van de voorzitter van de Europese Investerings Bank, over de voortgang van het «Amsterdam Special Action Plan» (ASAP). Hierover vond geen verdere discussie plaats.

Ontwerp-richtlijn betreffende de rol van de werknemers in de Europese Vennootschap

De Sociale Raad van 2 december besteedde langdurig aandacht aan dit al lang slepende dossier. De discussie richtte zich primair op het meest gevoelige hangijzer: namelijk de zogenoemde drempel-percentages in situaties van vermindering van participatie-rechten en in situaties dat moet worden teruggevallen op de referentie-voorschriften.

Na een «openingsbod» van het voorzitterschap om voor fusies een percentage van 20 procent te hanteren, bleek binnen de Raad bereidheid aanwezig om hierover een compromis te sluiten. Op grond daarvan stelde het voorzitterschap uiteindelijk een percentage van 25 procent voor, om een aantal lidstaten tegemoet te komen. Ondanks de grote compromis-bereidheid bij 14 lidstaten en enkele bilaterale besprekingen van het voorzitterschap om een akkoord te bereiken, leidde dit uiteindelijk niet tot een doorbraak, omdat één lidstaat bleef vasthouden aan het percentage van 50.

Duitsland gaf te kennen dat het tijdens het aanstaande Duitse voorzitterschap alles in het werk zal stellen om een politieke overeenkomst te bereiken, gegeven het belang van dit dossier en de gebleken compromisbereidheid bij 14 lidstaten.

Wijziging van richtlijn 90/394/EEG ter bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene agentia (kankerverwekkende stoffen) op het werk

Over dit dossier werd nagenoeg zonder discussie een politiek akkoord bereikt.

Als onderdeel van dit akkoord hebben alle lidstaten een verklaring afgelegd dat de in de richtlijn neergelegde grenswaarde van houtstof (5 mg/m3) een voorlopige is, die zo spoedig mogelijk moet worden herzien, op basis van de nieuwste wetenschappelijke gegevens.

Het Coreper zal nu zorg dragen voor de verdere afhandeling van deze richtlijn, zodat de gewijzigde richtlijn in een volgende Raad formeel kan worden aangenomen (A-punt).

Gewijzigd voorstel voor een richtlijn betreffende minimum- voorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescher- ming van de werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen

Met betrekking tot dit dossier kon na een aantal kleine aanpassingen (onder meer m.b.t. werkkleding, de omgang met bestaande apparatuur en het waarschuwingsbord dat attendeert dat werknemers zich in explosieve omgeving bevinden) ook op dit dossier een politiek akkoord worden bereikt.

Coreper zal nu zorg dragen voor de verdere afhandeling van deze richtlijn, zodat de gewijzigde richtlijn in een volgende Raad formeel kan worden aangenomen (A-punt).

Wijziging van verordening 1408/71 (toepassing sociale zekerheidsregelingen op werknemers, zelfstandigen en hun gezinsleden, die zich binnen de EU verplaatsen): uitbreiding tot studenten

Zonder veel discussie werd over de uitbreiding van deze verordening een politiek akkoord bereikt. De Sociale Raad stemde ermee in om dit akkoord niet opnieuw aan het Europees Parlement voor te leggen.

Coreper zal nu zorg dragen voor de verdere afhandeling van deze verordening, zodat de gewijzigde verordening in een volgende Raad formeel kan worden aangenomen (A-punt).

«Europass»: wijziging van een beschikking inzake de bevordering van Europese opleidingstrajecten in alternerende opleidingen, w.o. het leerlingwezen

Na het intrekken van de laatste voorbehouden op dit dossier – dat beoogt de mobiliteit in het leerlingwezen binnen de Europese Unie te bevorderen – kon hierover een politiek akkoord worden bereikt.

Coreper zal nu zorg dragen voor de verdere afhandeling van deze beschikking, zodat de gewijzigde beschikking in een volgende Raad formeel kan worden aangenomen (A-punt).

Gevraagde informatie inzake Europass

Tijdens het Algemeen Overleg op 26 november heeft de Tweede Kamer gevraagd hoe de Nederlandse jongeren zullen profiteren van de nieuwe regeling voor Europass.

De beschikking zoals nu door de Sociale Raad is geaccordeerd, biedt leerlingen en studenten in het leerlingwezen of beroepsonderwijs de mogelijkheid om tijdens hun opleiding een periode in een andere lidstaat door te brengen: het zogenaamde «Europese opleidingstraject». De regeling gaat uit van het principe van vrijwilligheid. De voor de afzonderlijke opleidingen verantwoordelijke instanties, d.w.z. de Regionale Opleidingscentra (ROC's), de Landelijke organen van het beroepsonderwijs en de bedrijven waar de beroepspraktijkvorming wordt verzorgd, moeten besluiten dat deze zogenaamde «Europese opleidingstrajecten» er komen. Hiervoor is samenwerking met onderwijsinstanties in andere Europese lidstaten essentieel. Een en ander vergt dus nog vrij ingewikkelde besluitvorming, omdat dit per Europees opleidingstraject voorbereid zal moeten gaan worden. Dit zal het komend jaar georganiseerd worden; de regeling voor Europass is vanaf 1 januari 2000 van toepassing. De Nederlandse regering zal zich ervoor inzetten dat zoveel mogelijk jongeren ervan kunnen profiteren.

Tussentijds verslag over het EU-actieprogramma «veiligheid, hygiëne en gezondheidsbescherming op het werk (1996–2000)»

Na een korte inleiding door de Europese Commissie, bleek geen der lidstaten behoefte te hebben om op het verslag in te gaan.

Follow-up wereldvrouwenconferentie Beijing (verslag van de voorzitterschap)

Na een kort verslag van een op 23 en 24 november jl. in Madrid gehouden voortgangs-conferentie, voerden diverse lidstaten het woord. Daaruit bleek veel instemming met het verslag en de ondernomen activiteiten. De meeste lidstaten onderstreepten de uitgangspunten van onder meer «mainstreaming», het gebruik maken van indicatoren, bench-marking, monitoring en het stellen van streefcijfers om te komen tot een gelijke deelname van vrouwen en mannen.

Tweede fase van het communautaire actieprogramma voor beroepsopleidingen «Leonardo da Vinci»

Het voorzitterschap gaf te kennen te verwachten dat op de Onderwijsraad van 4 december een politiek akkoord kan worden bereikt over dit dossier, ondanks dat er nog enkele punten openstaan (met name over de omvang van het budget).

Diversen

Het voorzitterschap memoreerde kort de gehouden conferentie over de sociale dialoog (Wenen, 9 en 10 november jl.). De Europese Commissie maakte voorts melding van recente Commissie-besluiten tot vaststelling van voorstellen over «informatie en consultatie van werknemers op nationaal niveau», over de «arbeidstijden voor de van richtlijn 93/104/EG uitgesloten sectoren» en over een Commissie-mededeling over de «nieuwe organisatie van het werk».

Gevraagde informatie over arbeidstijden uitgesloten sectoren

Van de richtlijn over de arbeidstijden (93/104/EG) van werknemers is een aantal sectoren uitgesloten. Dit betreft voornamelijk de «mobiele» werknemers in diverse sectoren. Deze sectoren, genoemd in artikel 1, lid 3, betreffen het weg-, lucht-, zee- en spoorwegvervoer, de binnenvaart, de zeevisserij, andere activiteiten op zee, alsmede de activiteiten van artsen in opleiding. Deze van de richtlijn uitgesloten sectoren zijn overigens in Nederland allemaal geregeld, met uitzondering van de zeevisserij.

Om ook voor deze sectoren op Europees niveau voorstellen te doen heeft de Europese Commissie in 1997 een Witboek opgesteld. Op dit Witboek hebben alle betrokkenen commentaar kunnen geven. Ook bestond de mogelijkheid dat de sociale partners in de diverse sectoren via het Sociaal Protocol zelf tot afspraken komen.

Uit de op 2 december door de Commissie verstrekte informatie over de stand van zaken van de consultatie van de sociale partners (Sociaal Protocol), blijkt dat de Commissie op basis van een aantal overeenkomsten tussen de sociale partners een aantal richtlijn-voorstellen heeft gemaakt. Overigens konden in de transportsector de sociale partners geen overeenstemming bereiken.

Een eerste pakket van richtlijn-voorstellen is nu door de Commissie gepubliceerd. Deze voorstellen over werk- en rusttijden van mobiele werknemers hebben betrekking op de transportsector, visserij, off-shore-activiteiten en artsen in opleiding. Op termijn zal de Commissie ook komen met voorstellen komen voor mobiele werknemers in de luchtvaart (beperking van de vluchtlengte), de binnenvaart (rusttijden en beperking van vaartijden) en de zeevisserij (rust- en werktijden).


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven