21 501-18
Sociale Raad

nr. 84
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 4 november 1998

Bijgaand doe ik u, conform mijn toezegging tijdens het Algemeen Overleg van 15 oktober jl., de volgende informatie toekomen.

1. Heeft het thema «deeltijdarbeid» in het Sociaal Actieprogramma een plaats gekregen? Hoe verhoudt zich dat tot de thematiek rond arbeid en zorg? Wat wil Nederland op dit gebied?

Het Sociaal Actieprogramma rept niet van nieuwe initiatieven met betrekking tot de bevordering van deeltijdarbeid.

Het kabinet vindt dat op dit moment ook niet nodig, omdat de lidstaten bezig zijn met de implementatie van de EU-richtlijn Deeltijdarbeid (die de Sociale Raad in december 1997 heeft aanvaard) in hun nationale regelgeving. Die implementatie moet in januari 2000 voltooid zijn.

Zoals bekend is ons land binnen de EU koploper op het terrein van deeltijdarbeid, zowel wat betreft vrouwen als mannen. Andere lidstaten kennen veel lagere percentages deeltijdwerkers, bovendien wordt in een aantal landen bij de bevordering van arbeidsparticipatie van vrouwen ook niet vanzelfsprekend aan het thema «deeltijd» gedacht.

Bij de implementatie van de EU-richtlijn gaat het in hoofdzaak om twee dingen: gelijke behandeling van deeltijders en voltijders en om bevordering van deeltijdarbeid. Tenslotte besteden ook de werkgelegenheidsrichtsnoeren aandacht aan de bevordering van deeltijdarbeid.

Wat betreft de gelijke behandeling voldoet onze bestaande wetgeving al aan de richtlijneisen. Wat betreft de bevordering van deeltijdarbeid zal ons land ruimschoots aan de richtlijneisen voldoen, wanneer de in het Regeerakkoord aangekondigde introductie van een wettelijk recht op aanpassing van de arbeidsduur door het parlement is aanvaard (het kabinet heeft 23 oktober jl. ingestemd met toezending van dit wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State).

2. Voor het overzicht van de WIG in andere lidstaten, moge ik u naar bijlage 1 verwijzen1. Dit overzicht is reeds gepubliceerd in de Sociale Nota 1999.

3. De notitie over het richtlijnvoorstel over de rol van werknemers in de Europese Vennootschap zal u tegelijk met het verslag van de Sociale Raad van 27 oktober worden toegezonden.

4. Op uw vragen over het terugbrengen van EU-regelgeving op Arbo-terrein zal separate nota worden toegezonden door Staatssecretaris Hoogervorst, zoals door hem toegezegd bij de plenaire behandeling van de Arbeidsomstandighedenwet 1998.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

K. G. de Vries


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven