21 501-18
Sociale Raad

nr. 83
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 13 oktober 1998

Bijgaand treft u aan, zoals aangegeven in mijn brief van 12 oktober jl. (21 501-18, nr. 82), de annotaties bij de nieuwe agendapunten van de Sociale Raad van 27 oktober a.s.

Deze annotaties betreffen de volgende onderwerpen:

– Besluit van de Raad m.b.t. de vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma inzake beroepsopleiding «Leonardo da Vinci»;

– Uitbreiding werkingssfeer Verordeningen 1408/71 en 574/72 tot studenten;

– Richtlijnvoorstel inzake veiligheid en gezondheid van werknemers die werken in een explosieve omgeving.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

K. G. de Vries

Aanvulling geannoteerde agenda van de Sociale Raad van 27 oktober 1998

1. Besluit van de Raad m.b.t. de vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma inzake beroepsopleiding «Leonardo da Vinci»

Het voorzitterschap zal op de Raad informatie geven over de stand van zaken van de besprekingen in de speciale adhoc-werkgroep Leonardo. Het Oostenrijkse voorzitterschap heeft ervoor gekozen om de definitieve besluitvorming inzake Leonardo plaats te laten vinden in de Onderwijsraad.

De Commissie heeft een voorstel gedaan ter voortzetting van het huidige Leonardo-programma. De doelstellingen van het nieuwe programma zijn:

– het verbeteren van de sociale- en arbeidsmarktintegratie van jonge mensen;

– het vergroten en ontwikkelen van (beroeps)vaardigheden;

– het aanmoedigen van processen om mensen weer in het werkproces op te nemen.

Om deze doelstellingen te verwezenlijken zijn er zes actielijnen in het programma gedefinieerd. Deze actielijnen zijn:

– fysieke mobiliteit;

– virtuele mobiliteit, in het bijzonder het ontwikkelen van educatief materiaal;

– het versterken van innovatie door transnationale pilot-projecten;

– het ontwikkelen van «netwerken» op Europees niveau;

– het versterken van taalvaardigheden;

– vergelijking van systemen.

Nederland is het inhoudelijk in grote lijnen eens met het doel en de opzet van dit programma. Het is bovendien in lijn met het huidige programma. Door middel van pilot-projecten, mobiliteit, onderzoek e.d. wordt de kwaliteit van het beroepsonderwijs en de voortgezette beroepsopleiding bevorderd. Het draagt bij aan de verbetering van de intrede van jongeren en werkzoekenden op de arbeidsmarkt, het bevordert levenslang leren en het vergroot de employability van werknemers.

2. Uitbreiding werkingssfeer Verordeningen 1408/71/EEG en 574/72/EEG tot studenten

Op de Sociale Raad zal door het voorzitterschap een toelichting worden gegeven op de stand van zaken van de besprekingen in de Raadswerkgroep inzake dit voorstel.

Verordening 1408/71/EEG regelt de coördinatie van opgebouwde sociale zekerheidsrechten en bepaalt welk nationaal sociale zekerheidsstelsel van toepassing is op migrerende werknemers en zelfstandigen. Sinds enkele jaren wordt gesproken over uitbreiding van de werkingssfeer van de Verordening naar ambtenaren, studenten en andere verzekerde personen. Met name onder het Nederlandse voorzitterschap in 1997 is hieraan aandacht besteed. Vanwege diverse technische problemen is besloten tot opsplitsing van het voorstel. In juni 1998 heeft de Raad het voorstel tot uitbreiding van de werkingssfeer naar ambtenaren aanvaard. Vervolgens bleken er in september nog steeds fundamentele technische vragen open te staan ten aanzien van de uitbreiding naar overige personen.

Derhalve is vervolgens in september besloten om het voorstel opnieuw te splitsen en het gedeelte dat betrekking heeft op overige personen terug te verwijzen naar de Administratieve Commissie. De Commissie heeft vervolgens een apart voorstel ingediend met betrekking tot de uitbreiding van de werkingssfeer van verordening 1408/71/EEG met studenten.

Het voorliggende voorstel bevat onder meer bepalingen op grond waarvan een student, afkomstig uit de ene Lidstaat en studerend in een andere Lidstaat, in dat laatste land alléén verzekerd is voor het onderdeel van de sociale zekerheid waarvoor hij niet meer verzekerd is in het land van herkomst. Hiermee wordt voorkomen dat de student in twee landen tegelijk verzekerd is. Vanwege grote problemen van de Scandinavische landen met het van toepassing zijn van het hoofdstuk pensioenen op studenten, heeft het voorzitterschap voorgesteld dit hoofdstuk niet van toepassing te laten zijn op studenten. De overweging daarbij is dat studenten nog in een overgangsperiode van hun leven zitten en derhalve niet per se een volledig dekkende sociale zekerheid hoeven te hebben.

Nederland kan het Commissievoorstel in algemene zin ondersteunen en heeft geen specifieke problemen. De besprekingen in de Raadswerkgroep worden vervolgd.

3. Richtlijnvoorstel inzake veiligheid en gezondheid van werknemers die werken in een explosieve omgeving

Door het Oostenrijkse voorzitterschap zal de stand van zaken worden bericht over de besprekingen in de raadswerkgroep over een voorstel van een richtlijn van de Raad betreffende minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en de veiligheid van de werknemers die door het werken in een explosieve omgeving gevaar kunnen lopen.

De inhoud van het voorstel is kort samengevat het volgende:

a. vaststelling – zoals in artikel 118 A van het verdrag wordt bepaald – van de minimumvoorschriften voor de gezondheidsbescherming en de veiligheid van de werknemers die door explosieve omgevingen gevaar kunnen lopen;

b. vaststelling van specifieke voorschriften ter verbetering van de gezondheidsbescherming en de veiligheid van de werknemers die door explosieve omgevingen gevaar kunnen lopen, met strikte inachtneming van de door de kaderrichtlijn (89/391/EEG) vastgestelde beginselen;

c. oprichting van een passend kader voor de explosieveiligheid voor de industrie in het algemeen, zoals dat voor de winningsindustrieën reeds bestaat (richtlijnen 92/91/EEG en 92/104/EEG).

Naar boven