Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1997-1998 | 21501-18 nr. 79 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1997-1998 | 21501-18 nr. 79 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 24 april 1998
Bijgaand doe ik u toekomen het verslag van de vergadering van de Sociale Raad van 7 april jl.
De eerstvolgende bijeenkomst van de Sociale Raad zal een gecombineerde vergadering zijn met de Ministers van Onderwijs en zal plaatsvinden op 4 juni a.s. in Luxemburg.
Verslag Sociale Raad van 7 april 1998
De Raad vergaderde kort en besluitvaardig. Aangenomen werden de uitbreiding van de richtlijn deeltijd tot het VK, de richtlijn chemische agentia in tweede lezing en raadsconclusies over asbest. Naar aanleiding van de discussie over werkgelegenheid werd besloten aan dit onderwerp – en dan meer in het bijzonder de Nationale Actieplannen voor Werkgelegenheid – bijzondere aandacht te besteden, vermoedelijk tijdens de Sociale Raad van 4 juni a.s.
Verder is stilgestaan bij de ontwikkelingen in het dossier informatie en consultatie van werknemers in de Europese Vennootschap.
Tijdens de lunch is terug geblikt op de informele sociale raad van 12 en 13 maart jl.
Dit agendapunt werd vanuit twee verschillende invalshoeken behandeld.
In de eerste plaats deed het Voorzitterschap verslag van de voortgang die tot nog toe is geboekt met de Nationale Actieplannen voor Werkgelegenheid. Duidelijk werd dat deze niet allemaal voor de door het Voorzitterschap gestelde deadline van 15 april zouden worden aangeboden, maar van ernstige overschrijding zal naar het zich laat aanzien evenmin sprake zijn. Dit stelt het voorzitterschap en de Europese Commissie in staat om ten behoeve van de Europese Raad van Cardiff een synthesedocument en een eerste analyse van de nationale uitwerking van de 19 werkgelegenheidsrichtsnoeren te produceren. Ten behoeve van de Europese Raad van Wenen zal dan, op basis van nadere informatie van de lidstaten, een beoordeling van de huidige richtsnoeren en een eerste aanzet tot actualisering kunnen worden gegeven.
Door vrijwel alle bewindslieden werd erop aangedrongen de Sociale Raad een uitgesproken rol in het verdere traject te blijven geven. Het voorzitterschap trok hieruit de conclusie dat extra aandacht voor het onderwerp werkgelegenheid op zijn plaats is, en dat dus in de aanloop naar de Europese Raad van Cardiff op de agenda van de Sociale Raad (extra) ruimte moet worden gevonden voor bespreking van de voortgang met betrekking tot de werkgelegenheidsrichtsnoeren. Hoe daaraan vorm zal worden gegeven (in de vorm van een extra bijeenkomst van de Sociale Raad of door middel van verlenging van de Sociale/Onderwijsraad van 4 juni a.s.) is nog niet duidelijk.
In de tweede plaats nam de Sociale Raad kennis van het werkprogramma voor 1998 van het Employment and Labour Market Committee. Dit Comité zal zich in de komende maanden vooral wijden aan de follow up van de Speciale Europese Raad over Werkgelegenheid in Luxemburg en aan de meer inhoudelijke beoordeling van de Nationale Actie Plannen. Het ELMC heeft hierover regelmatig contact met het EPC en met vertegenwoordigers van Europese sociale partners. 2
2. Rol werknemers in de Europese Vennootschap
Aan de hand van een document van het Britse voorzitterschap werd gesproken over de vormgeving van de rol van werknemers in de Europese Vennootschap. Meer in het bijzonder werd gesproken over de wijze waarop een nieuw informatie/consultatie- dan wel medezeggenschapsregime zich zou moeten verhouden tot reeds bestaande (nationale) voorschriften in de lidstaten, over de referentie-voorschriften die moeten gelden als er geen resultaat wordt bereikt in de bijzondere onderhandelingsgroep en over de besluitvorming in die bijzondere onderhandelingsgroep.
Voor Nederland staat in dit dossier centraal dat de bijzondere onderhandelingsgroep in alle situaties een voldoende stevige onderhandelingspositie dient te hebben en dat de bijzondere onderhandelingsgroep voldoende representatief dient te zijn. In verband daarmee is op de Raad door Nederland naar voren gebracht dat de referentievoorschriften inzake informatie en consultatie nog aanscherping behoeven; dat in de referentievoorschriften inzake medezeggenschap bepaald dient te worden dat het medezeggenschapsmodel zal gelden waar de Europese Vennootschap de meeste werknemers heeft. Dat een situatie kan ontstaan waarin helemaal wordt afgezien van medezeggenschap is voor Nederland niet acceptabel.
Consensus bestaat reeds over de volgende punten:
– vrije onderhandelingen tussen het management en werknemers staan voorop;
– werknemers zullen worden vertegenwoordigd in een Bijzondere Onderhandelingsgroep (BOG);
– indien de vrije onderhandelingen niet tot resultaten leiden zullen referentievoorschriften van kracht worden;
– inzake informatie en raadpleging wordt in grote lijnen het «Euro-OR model» gevolgd.
Met betrekking tot medezeggenschap stelt het voorzitterschap het zgn «voor/na-model» voor, opdat rekening gehouden wordt met de (nationale) situaties vóór de totstandkoming van de Europese Vennootschap. Ook voor de vergelijking tussen verschillende bestaande medezeggenschapssystemen wordt een voorstel gedaan, waarin aan het «zwaarste» bestaande model de voorrang wordt gegeven.
De meeste delegaties konden zich vinden in de algemene lijn van de benadering door het Voorzitterschap, zij het dat er allerwegen nog kritische kanttekeningen werden geplaatst bij onderdelen van het pakket. De belangrijkste knelpunten blijven de keuze van het medezeggenschapsmodel en de invulling van de referentievoorschriften. De Voorzitter concludeerde dat er voldoende draagvlak bestond voor het verder brengen van het dossier en sprak de hoop uit dat op de Raad van 4 juni verdere voortgang zou kunnen worden geboekt.
3. Uitbreiding van de werkingssfeer van de richtlijn inzake deeltijdarbeid tot het VK
Het richtlijnvoorstel waarbij de werkingssfeer van de richtlijn deeltijd wordt uitgebreid tot het VK werd unaniem aanvaard.
4. Raadsconclusies over de bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan asbest
De door het Britse voorzitterschap opgestelde conclusies werden door alle delegaties onderschreven. Door Nederland werd een verklaring afgelegd over het belang van een verbod op het gebruik van asbest, iets waarover in de Raadsconclusies de benodigde unanimiteit niet kon worden verkregen (bijgevoegd). Deze verklaring werd door 11 lidstaten onderschreven. Drie andere (zuidelijke) lidstaten legden verklaringen af waarin werd gewezen op het belang van onderzoek naar (de carcinogene eigenschappen van) vervangende stoffen alvorens over te gaan tot een verbod op het gebruik van asbest.
5. Richtlijn chemische agentia
Zonder debat werd de richtlijn met betrekking tot de bescherming van werknemers tegen de blootstelling aan chemische agentia op het werk in tweede lezing door de raad goedgekeurd.
6. Herziening van Verordening 1408/71 (sociale zekerheid migrerende werknemers)
Het Voorzitterschap volstond bij dit agendapunt met een korte toelichting op het document dat ten behoeve van de vergadering van de Raad was opgesteld.
De noodzaak van wijziging van Verordening 1408 wordt in het document beargumenteerd vanuit het feit dat een aantal omgevingsfactoren verandert:
– er zijn in de lidstaten belangrijke veranderingen in de organisatie en financiering van sociale zekerheidssystemen;
– er zijn veranderingen in werkpatronen en arbeidsmarktstructuren;
– de toekomstige uitbreiding van de EU.
Aanpassen, vereenvoudigen en moderniseren van de verordening moet plaatsvinden, zonder het huidige acquis aan te tasten. Verder wordt aangegeven dat – gezien de complexe regelgeving terzake – de Verordening niet in alle opzichten kan worden vereenvoudigd. Alle betrokken partijen (lidstaten, Europees parlement en sociale partners) dienen te worden betrokken bij een dialoog over de herziening.
De Voorzitter riep met name de Europese Commissie op om nota te nemen van het document en met voorstellen te komen. Er vond geen discussie plaats.
Commissaris Flynn gaf een korte toelichting op de volgende onderwerpen:
– het actieplan tegen racisme en xenofobie. Dit actieplan vloeit voort uit het Europees Jaar tegen het racisme (1997). In het kader van het actieplan presenteert de Commissie voorstellen op verschillende terreinen, nl
– de mogelijkheid van initiatieven op basis van het nieuwe artikel 13 (non-discriminatie) in het Verdrag van Amsterdam;
– «mainstreaming» van aandacht voor de strijd tegen racisme en xenofobie in (bestaande) communautaire programma's;
– de ontwikkeling van (transnationale) pilotprojecten in de strijd tegen racisme, bij voorbeeld in de sport;
– versterkte aandacht voor voorlichting en bewustwording.
– het ontwerp-interimrapport van de groep Gyllenhammer over de economische en sociale implicaties van industriële herstructureringen. De groep is ingesteld naar aanleiding van de speciale Werkgelegenheidstop van Luxemburg (21 en 22 november 1997) en heeft de opdracht aanbevelingen op te stellen voor nieuwe maatregelen of instrumenten met betrekking tot werkgelegenheid, concurrentie en economische groei.
Ook onderzoekt de groep de bijdrage van de sociale dialoog en de gevolgen van overheidsbeleid (zoals bijvoorbeeld structuurfondsen en staatssteun) op succesvolle aanpassing aan industriële verandering. Het interimrapport zal worden aangeboden aan de Europese Raad van Cardiff; het eindrapport zal aan de Europese Raad van Wenen voorliggen.
– de voortgang in de sociale dialoog. Momenteel wordt in het kader van de sociale dialoog gesproken over de uitbreiding van de richtlijn inzake arbeidstijden naar de tot nu toe van deze richtlijn uitgesloten sectoren. Het gaat daarbij vooral om de vervoersector.
– het voorstel voor een tweede wijziging van de richtlijn inzake kankerverwekkende stoffen. De Commissie heeft onlangs een voorstel ingediend om deze richtlijn aan te vullen met bescherming tegen de risico's van mutagene stoffen (via DNA-molecule erfelijke veranderingen), die waarschijnlijk kankerverwekkend zijn. Ook wordt de richtlijn verduidelijkt met betrekking tot twee houtstofsoorten (eiken en beuken) en worden grenswaarden van vinylchloridemonomeer (VCM) en asbest opgenomen.
– de nieuwe voorstellen inzake de structuurfondsen in het kader van Agenda 2000. Commissaris Flynn onderstreepte nog eens het belang van doelstelling 3 (horizontale werkgelegenheidsdoelstelling), ook in relatie tot de Nationale Actieplannen voor Werkgelegenheid, en de strategische rol van het Europees Sociaal Fonds.
Nederland stemt volledig in met de conclusies van de Raad, maar is van mening dat een verbod op het gebruik van asbest op lange termijn de doeltreffendste maatregel zou zijn om de gezondheid van werknemers tegen het risico van blootstelling aan asbest te beschermen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-18-79.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.