Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1997-1998 | 21501-18 nr. 73 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1997-1998 | 21501-18 nr. 73 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 11 november 1997
Bijgaand doe ik u het verslag van de Sociale Raad van 6 november jl. toekomen.
VERSLAG SOCIALE RAAD VAN 6 NOVEMBER 1997
De Sociale Raad van 6 november stond geheel in het teken van de voorbereiding van de Werkgelegenheidstop van 21 november a.s., evenals de Ecofinraad van 5 november.
Op de agenda van de Sociale Raad stond de bespreking van de werkgelegenheidsrichtsnoeren zoals voorgesteld door de Europese Commissie in bijgevoegd document. Voorzitter Juncker, die ook de Ecofin de dag tevoren had geleid, spitste de discussie toe op de methodiek van de op te stellen richtsnoeren. De Ecofin had zich immers reeds gebogen over de financiële aspecten van de implementatie van werkgelegenheidsrichtsnoeren.
De discussie in de Raad werd op instigatie van de voorzitter gevoerd aan de hand van de zogenaamde vier-pijler-indeling. Dit betreft de vier zwaartepunten van beleid zoals door de Commissie geformuleerd in haar voorstellen: ondernemerschap, «employability», «adaptability» en gelijke kansen. Rondom deze vier thema's zijn de negentien richtsnoeren in het Commissievoorstel gegroepeerd.
Van Nederlandse zijde is de noodzaak benadrukt te komen tot concrete afspraken om niet langer te blijven steken in verbale intenties. Voor een beperkt aantal probleemvelden bestaat in de Nederlandse visie de wenselijkheid op Unieniveau richtinggevende afspraken te maken, die moeten leiden tot nationale taakstellingen. Gelijke doelstellingen voor alle Lidstaten creëren immers een ongelijkheid van kansen op haalbaarheid, gegeven de verschillen in uitgangssituaties en mogelijkheden. Elke Lidstaat zou in een Nationaal Actieprogramma, een term die door de voorzitter werd geïntroduceerd, zich moeten committeren aan een aantal duidelijk verifieerbare doelstellingen waarvan de trendmatige ontwikkelingen in jaarlijkse vervolgrapportages gevolgd en tussen de Lidstaten op Unie-niveau besproken kunnen worden.
De door Nederland gesuggereerde aanpak om op Unieniveau de richting af te spreken en voorts nationaal de doelstelling nader te bepalen, vond bijval van meerdere Lidstaten. De Lidstaten die ieder aan de andere kant van het spectrum leken te staan, dat wil zeggen of geheel tégen de door de Commissie voorgestelde lijn van richtsnoeren, of juist voor de Commissie-aanpak, leken met de voorgestelde gecombineerde methode te kunnen instemmen. Ook de voorzitter bepleitte de nationale invulling van Europese afspraken via Nationale Actieplannen die op Unieniveau gevolgd en beoordeeld worden. In deze, bij Commissie en Raad in te dienen, plannen committeren Lidstaten zich aan het behalen van een doelstelling. Indien nodig kan de Raad aanbevelingen richten aan Lidstaten die de richtsnoeren niet of niet juist implementeren.
Nadat de delegaties bovengenoemde opmerkingen van meer algemene aard over de methode hadden opgebracht, spitste de discussie zich toe op de drie door de Commissie voorgestelde EU-brede richtsnoeren met betrekking tot employability, te weten:
1. elke werkloze jongere binnen zes maanden een nieuwe start aanbieden in de vorm van een baan, een opleiding, omscholing, het opdoen van werkervaring of andere maatregelen ter bevordering van de arbeidsinzetbaarheid;
2. elke volwassen werkloze binnen één jaar een nieuwe start bieden;
3. binnen vijf jaar het huidige EU-gemiddelde met betrekking tot het aantal werklozen dat een opleiding krijgt aangeboden verhogen van 10% naar meer dan 25%.
De voorzitter spitste de discussie toe op de combinatie van nationale actieplannen, met nationaal te formuleren doelstellingen, en een multilateraal bewakingssysteem. Nederland steunde dit voorstel van het voorzitterschap en onderstreepte het belang van een trendmatige formulering van Europees-brede richtsnoeren inzake de aanpak van jeugdwerkloosheid, langdurige werkloosheid en het percentage werklozen dat een opleiding krijgt aangeboden. De kwantitatieve invulling van de richtsnoeren op Europees niveau, zoals door de Commissie voorgesteld, zou zo eerder als uitkomst van een structureel volgehouden beleidsinspanning moeten worden gezien.
In het kader van de pijler over de modernisering van de arbeidsorganisatie en stimulering van het aanpassingsvermogen van ondernemingen, stelde de voorzitter voor om een algemene formulering te kiezen ten aanzien van arbeidsduur, die vervolgens nader wordt uitgewerkt in de nationale actieplannen. De Lidstaten hebben vervolgens de vrijheid om inhoud en vorm van de richtsnoeren zelf in te vullen. Dit kan bijvoorbeeld maatregelen op het terrein van arbeidstijdverkorting, positieve flexibilisering van de arbeidstijd, overwerk of en/of deeltijdarbeid betreffen. Hierbij behouden de Lidstaten de vrijheid om eventuele maatregelen door middel van wettelijke kaders danwel geheel via de sociale partners of een combinatie van beide te laten doorvoeren.
De door de voorzitter bepleite aanpak van nationale actieplannen inzake de aanpasbaarheid van arbeidstijden kon, nadat verhelderd was dat de Lidstaten vrijheid behouden bij de nadere invulling van de richtsnoer, op de instemming van de meeste Lidstaten rekenen.
Met betrekking tot de laatste pijler inzake gelijke kansen werd door verschillende delegaties gewezen op het belang van gelijke kansen voor vrouwen en mannen in het kader van de Europese werkgelegenheidsstrategie. Tevens werd, conform het Commissievoorstel, de noodzaak onderstreept van mainstreaming in alle communautaire beleid.
Met betrekking tot de rol van de sociale partners bij de uitvoering van werkgelegenheidsrichtsnoeren wees Commissaris Flynn op de Sociale Dialoog Top van 13 november a.s., waarbij hij de sociale partners zal oproepen om tot concrete actie in het kader van de werkgelegenheidsstrategie over te gaan.
Het voorzitterschap heeft geen conclusies geformuleerd na de Ecofin en Sociale Raad, aangezien de Jumboraad van 17 november a.s. (gecombineerde bijeenkomst van Ecofin en Sociale Raad) uiteindelijk de voorbereiding moet leveren voor de Werkgelegenheidstop. Ten aanzien van de formulering van werkgelegenheidsrichtsnoeren zal het voorzitterschap zich nader beraden in de aanloop naar de Jumboraad.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-18-73.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.