21 501-18
Sociale Raad

nr. 70
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 29 september 1997

Bijgaand doe ik u, mede met het oog op het Algemeen Overleg op 2 oktober a.s., de geannoteerde agenda toekomen voor de Sociale Raad op 7 oktober a.s. in Luxemburg.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. P. W. Melkert

Geannoteerde agenda van de Sociale Raad van 7 oktober 1997

De volgende onderwerpen zullen op de Sociale Raad aan de orde komen:

1. Gestructureerde dialoog met LMOE

Het is de eerste keer dat de Europese Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kader van de gestructureerde dialoog met de Midden- en Oosteuropese landen hun collega's uit die landen (LMOE) ontmoeten.

Door het Voorzitterschap zijn twee onderwerpen geagendeerd:

– De rol van sociale partners in Midden- en Oosteuropese landen bij herstructureringsprocessen;

– De implementatie van het acquis van de Europese Unie op sociaal terrein.

Zeker nu de uitbreiding van de Europese Unie meer concrete vormen gaat aannemen verwelkomt Nederland de aanvang van deze dialoog op sociaal terrein. Door deze dialoog kan worden bewerkstelligd dat ook sociale onderwerpen nadrukkelijker in beeld worden gebracht bij het uitbreidingsproces. Het is noodzakelijk dat de sociale aspecten in dit proces de plaats krijgen die ze verdienen.

2. Voorbereiding werkgelegenheidstop 21 november

Op 21 november a.s. zal door het Luxemburgs voorzitterschap een bijzondere zitting van de Europese Raad worden gehouden die helemaal op werkgelegenheid gericht zal zijn.

Door het voorzitterschap zal informatie gegeven worden over de voorbereidingen van deze top.

Een kleine groep van deskundigen, waaronder de heren Delors en Reich, is ingeschakeld voor de voorbereiding, maar ook de Sociale Raad en de Ecofin Raad alsmede de (Europese) sociale partners, zullen bij de voorbereiding worden betrokken. Met de agendering van dit punt voor de Sociale Raad wordt de eerste stap in dit proces gezet. Op de vooravond van de Sociale Raad vindt een overleg plaats over de Top tussen de leden van de Raad en de Europese sociale partners.

Het Luxemburgse voorzitterschap streeft naar een Top met zo concreet mogelijke resultaten. Dit streven wordt door Nederland van harte ondersteund.

Om de lidstaten naar behoren inbreng te laten leveren in die concrete resultaten is de lidstaten gevraagd hun «beste praktijken» op het terrein van werkgelegenheidsbeleid aan het voorzitterschap te rapporteren.

Door Nederland is op dit verzoek gereageerd met verwijzing naar de naar verhouding meest succesvolle elementen van het Nederlandse beleid van de laatste tijd, waarin overigens het belang van een adequate «policy mix» wordt onderstreept. In het bijzonder is de aandacht gevestigd op het belang van een gezond macro-economisch kader, van de bevordering van de groeidynamiek, van een verbeterde werking van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid en van een actief bemiddelings- en scholingsbeleid, aangevuld met specifiek arbeidsmarktbeleid, dat in Nederland is gericht op de onderkant van de arbeidsmarkt en langdurig werklozen.

De inhoud van de Werkgelegenheidstop is voorts in hoge mate bepaald door hetgeen daarover tijdens de Europese Raad van Amsterdam is besloten. Zo zal de in de resolutie over groei en werkgelegenheid opgenomen oproep tot onderzoek van de mogelijkheden, die in het kader van de Europese Investeringsbank (EIB) bestaan, onderwerp van gesprek zijn.

Daarnaast zal het inmiddels gebruikelijke Single Report inzake werkgelegenheid van Commissie, Sociale Raad en Ecofin Raad aan de Top voorliggen, aangevuld met de ontwerp werkgelegenheidsrichtsnoeren, die de Commissie, zoals bepaald in het werkgelegenheidshoofdstuk in het Verdrag van Amsterdam, dient voor te leggen. Daarmee wordt invulling gegeven aan de oproep van de Europese Raad van Amsterdam om de bepalingen van de werkgelegenheidstitel onmiddellijk van kracht te laten worden.

3. Werkprogramma van het werkgelegenheids- en arbeidsmarktcomité (ELC)

Door de voorzitter van het ELC zal er een presentatie worden gegeven van het herziene werkprogramma voor de tweede helft van 1997. De prioriteiten voor 1997 gelden nog steeds. Het rooster van de werkzaamheden dient te worden aangepast in het licht van de resultaten van de Top van Amsterdam en de informele Raad van Echternach.

De volgende onderwerpen zullen de komende periode behandeld worden door het ELC:

– Follow-up van de Top van Amsterdam:

– de IGC en de nieuwe titel over werkgelegenheid;

– Top over werkgelegenheid onder Luxemburgs voorzitterschap:

– gezamenlijk werkgelegenheidsverslag;

– richtsnoeren voor werkgelegenheidsbeleid;

– follow-up van het werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid in de vorm van meerjarenprogramma's;

– uitwisseling van informatie;

– Betrekkingen met andere organen:

– EPC en mogelijkheden voor samenwerking;

– Sociale partners.

4. Ontwerpbesluit voor activiteiten op het terrein van analyse, onderzoek en samenwerking op het terrein van werkgelegenheid en arbeidsmarkt (Essen programma)

Na de totstandkoming van het Verdrag van Amsterdam en het daarin opgenomen werkgelegenheidshoofdstuk, heeft de Europese Commissie een gewijzigd voorstel ingediend voor een besluit van de Raad met betrekking tot onderzoek, analyse en samenwerking op het gebied van werkgelegenheid en de arbeidsmarkt. Met dit voorstel herneemt de Europese Commissie in een andere vorm een initiatief van enkele jaren geleden, toen zij een voorstel voor een Europees programma over deze materie indiende, en plaatst het in het kader van het werkgelegenheids-hoofdstuk. Het oorspronkelijke voorstel was destijds voor Nederland acceptabel, maar stuitte in de Raad op blijvend verzet van Duitsland, dat het om principiële redenen afwees wegens het ontbreken van een adequate rechtsgrondslag.

De op basis van dit besluit in gang te zetten activiteiten zijn met name gericht op de uitwisseling van informatie en het verrichten van (langere termijn) onderzoek.

Nederland kan akkoord gaan met dit voorstel, maar heeft nog wel – net als een aantal andere lidstaten – kanttekeningen bij de hoogte van het voorgestelde budget.

5. Richtlijn Informatie en consultatie van werknemers in het kader van het Statuut van de Europese Vennootschap

Door het Luxemburgs voorzitterschap is een compromistekst voor een richtlijn gepresenteerd over het onderdeel «informatie, raadpleging en medezeggenschap van de werknemers» van de voorstellen betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE). Dit compromis is grotendeels gebaseerd op het rapport van de Groep Davignon, dat april jl. beschikbaar kwam. Het eindrapport is ter kennisneming bijgevoegd.1

Het Luxemburgs voorstel is in feite een «vertaling» van de hoofdlijnen van het rapport Davignon in regelgeving (richtlijn). Het voorstel lijkt in zijn benaderingswijze in grote lijnen op de Euro-OR richtlijn. Het verschil met de Euro-OR richtlijn zit voornamelijk in de minimumvoorschriften in de bijlage (referentievoorschriften). Deze referentievoorschriften bevatten ook bepalingen over de invloed van werknemers op de samenstelling van het bestuurs- of toezichthoudend orgaan.

Het voorstel behandelt uitsluitend de informatie, raadpleging en medezeggenschap bij die Europese vennootschappen die zijn ontstaan als resultaat van een (grensoverschrijdende) fusie of de vorming van een gezamenlijke holding of gemeenschappelijke-dochter-onderneming.

Het voorzitterschap wil met dit initiatief een politieke consensus over de voornaamste knelpunten van het dossier bewerkstelligen en daarmee de reeds jaren durende impasse met betrekking tot het statuut van de SE te doorbreken.

Het voorzitterschap zal mededeling doen van de stand van zaken van de besprekingen in de Groep Sociale Vraagstukken. Daarnaast zal aan de hand van enkele vragen van het voorzitterschap een oriënterend debat plaatsvinden, om richting te kunnen geven aan de verdere besprekingen in de raadswerkgroep.

De vragen hebben betrekking op de omvang van de autonomie en de onderhandelingsvrijheid van partijen in de aanloop naar de vast te stellen informatie- en consultatiestructuur.

Nederland ondersteunt het initiatief om dit dossier uit de impasse te krijgen en staat positief ten opzichte van de hoofdlijn van het voorstel.

6. Richtlijn deeltijdarbeid

Door de Commissie zal een presentatie worden gegeven van het voorstel voor een richtlijn over deeltijdarbeid dat is gebaseerd op de raamovereenkomst die door de sociale partners is bereikt.

Dit voorstel is gebaseerd op het Protocol betreffende de sociale politiek.

Daarnaast zal het voorzitterschap de stand van zaken van de werkzaamheden in de raadswerkgroep aangeven.

De raamovereenkomst die door de sociale partners (UNICE, CEEP en EVV) is gesloten heeft twee doelen:

1) het opheffen van discriminatie van deeltijdwerkers en verbetering van de kwaliteit van de deeltijdarbeid;

2) bevorderen van de ontwikkeling van deeltijdarbeid op vrijwillige basis en bijdragen tot een flexibele organisatie van de arbeidstijden die tegemoet komt aan de wensen van werknemers en werkgevers.

Het beginsel van non-discriminatie is van toepassing op de arbeidsvoorwaarden. Sociale zekerheidsaspecten zijn uitgesloten. Om objectieve redenen en onder voorwaarden kunnen deeltijdwerkers die slechts incidenteel werkzaamheden verrichten uitgesloten worden van de werking van de richtlijn.

Met de inhoud van het voorstel kan door Nederland worden ingestemd. Nederland voldoet al aan de toekomstige verplichtingen die uit de richtlijn zullen voortvloeien.

7. Wijziging Verordening Europese Stichting voor opleiding

Door de Commissie is een wijziging ingediend voor een Verordening (EEG) nr. 1360/90 tot oprichting van een Europese stichting voor opleiding. Dit voorstel is gebaseerd op artikel 235 van het Verdrag.

In deze tweede wijziging van de Verordening wordt een uitbreiding van het werkterrein van de stichting met 11 MEDA (Middellandse Zee) landen geregeld. Deze uitbreiding brengt geen verhoging van de begroting met zich mee.

De Europese stichting voor beroepsopleiding was oorspronkelijk bedoeld om de landen in Midden- en Oost Europa te helpen bij hun pogingen hun stelsels voor beroepsopleiding te herstructureren. Deze landen blijven uiteraard belangrijke doellanden van de Stichting.

Nederland kan met de uitbreiding van het werkterrein instemmen.

8. Aanbeveling Parkeerkaart gehandicapten

Naar aanleiding van het advies van het Europees Parlement heeft de Europese Commissie bij de Raad een gewijzigd voorstel voor een aanbeveling ingediend inzake een parkeerkaart voor mensen met een handicap. Dit voorstel is gebaseerd op artikel 75 van het Verdrag.

De bedoeling van deze aanbeveling is dat mensen met een handicap in de gehele Gemeenschap gebruik kunnen maken van de faciliteiten die door de parkeerkaart, volgens Europees model, voor mensen met een handicap wordt geboden, overeenkomstig de nationale regels die gelden in de lidstaat waar betrokkenen zich bevinden.

Nederland kan instemmen met deze aanbeveling.

9. Witboek Arbeidstijden uitgesloten sectoren

Door de Commissie zal een presentatie worden gegeven van het Witboek over de van richtlijn 93/104/EEG inzake de arbeidstijd uitgesloten sectoren en activiteiten.

Het doel van het witboek is om ervoor te zorgen de beste oplossing te vinden om de veiligheid en de gezondheid van de werkenden te regelen, in verband met de arbeidstijden. Het gaat daarbij om die groepen die momenteel zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn arbeidstijden (93/104/EEG). Deze uitgesloten sectoren en activiteiten zijn weg-, lucht-, zee- en spoorwegvervoer, de binnenvaart, de zeevisserij, andere activiteiten op zee, alsmede de activiteiten van artsen in opleiding.

Het witboek is ook aan de sociale partners aangeboden ter advisering. Daarnaast kunnen anderen voor 31 oktober op de voorstellen van de Commissie reageren.

Het witboek bevat drie delen. Het eerste deel geeft een beschrijving van de actuele situatie. Het tweede deel belicht de mogelijke oplossingen. In het derde deel van het witboek geeft de Commissie vier verschillende opties om te komen tot nadere regelgeving voor de uitgesloten sectoren en activiteiten.

Dit witboek is mede opgesteld naar aanleiding van een informele consultatieronde bij de sociale partners over een werkdocument van de Commissie.

In beginsel kan Nederland instemmen met de wijze van aanpak zoals aangegeven in het Witboek. Concrete besluitvorming is overigens pas aan de orde wanneer de Commissie voorstellen die uit het Witboek voortvloeien zal indienen. Naar het zich nu laat aanzien zullen dergelijke Europese maatregelen wel gevolgen kunnen hebben voor de in Nederland geldende Arbeidstijdenwet. Wat die gevolgen in concreto zullen zijn is pas duidelijk wanneer voorstellen zullen worden ingediend. Elk voorstel zal dan op zijn merites moeten worden beoordeeld.


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven