21 501-18
Sociale Raad

nr. 67
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 2 juni 1997

Bijgaand doe ik u, mede met het oog op het Algemeen Overleg op 5 juni a.s., de geannoteerde agenda toekomen voor de Sociale Raad op 12 juni a.s. in Luxemburg.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. P. W. Melkert

Geannoteerde agenda van de Sociale Raad van 12 juni 1997

De volgende onderwerpen zullen op de Sociale Raad aan de orde komen:

1. Richtlijn carcinogene agentia

Het gemeenschappelijk standpunt is door de Raad aangenomen op 2 december 1996. Het betreft nu de behandeling in tweede ronde van een voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn van de Raad betreffende de bescherming van werknemers tegen gevaren in verband met de blootstelling aan carcinogene stoffen op het werk. Naar aanleiding van de tweede lezing door het Europees Parlement wordt door de Europese Commissie een wijziging van de implementatietermijn voorgesteld. Deze is nu gesteld op uiterlijk 31 december 1998.

Nederland en de andere Lid-Staten kunnen hiermee akkoord gaan.

2. Verordening 1408/71

Het betreft de definitieve aanvaarding van diverse jaarlijkse wijzigingen voor 1996 van de Verordening 1408/76 over de toepassing van sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede hun gezinsleden. De belangrijkste elementen zijn:

– de personele werkingssfeer wordt uitgebreid tot gezinsleden en nagelaten betrekkingen van ambtenaren, voor zover zij zijn verzekerd in het algemene stelsel;

– een regeling die tegemoet komt aan de behoefte aan medische zorg van studenten, die wegens hun studie gedurende langere tijd buiten het land verblijven waar zij verzekerd of zijn medeverzekerd in het algemene stelsel;

– een rechtsgrondslag wordt gelegd voor de werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de gegevensuitwisseling tussen de Lid-Staten langs elektronische weg.

Over dit voorstel werd op 2 december 1996 reeds een gemeenschappelijk standpunt bereikt. Het is de bedoeling dat op de Sociale Raad van 2 juni a.s. tot een definitief besluit wordt gekomen.

3. Bewijslast

Dit betreft een voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn van de Raad betreffende de verdeling van de bewijslast op het gebied van gelijke beloning voor en de gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Het voorstel is gebaseerd op het Sociaal Protocol.

De Commissie beoogt met dit voorstel een grotere doeltreffendheid van de door de lidstaten getroffen maatregelen ter implementatie van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Het richtlijnvoorstel bepaalt dat de bewijslast over de eiser en de gedaagde verdeeld moet worden; de eiser moet aannemelijk maken dat er van sekse-discriminatie sprake is, waarna de gedaagde moet bewijzen dat hij niet gediscrimineerd heeft, of dat hij daarvoor geen objectieve redenen heeft.

Op de Sociale Raad van 17 april bleek besluitvorming niet mogelijk, onder andere omdat het advies van het EP nog niet beschikbaar was.

De Commissie is met een gewijzigd voorstel gekomen naar aanleiding van het inmiddels verschenen EP-advies.

Nederland kan instemmen met de tekst van het richtlijnvoorstel.

Het is de bedoeling dat op de Sociale Raad van 12 juni een gemeenschappelijk standpunt wordt bereikt.

4. Chemische agentia

Het betreft de behandeling op raadsniveau van een voorstel van de Europese Commissie voor een bijzondere richtlijn van de Raad betreffende de blootstelling aan chemische stoffen op de werkplek.

Het voorstel heeft tot doel werknemers te beschermen tegen de risico's van blootstelling aan alle chemische stoffen. Het voorstel heeft ook betrekking op die chemische stoffen die theoretisch ongevaarlijk zijn, maar op de een of andere manier op andere stoffen kunnen reageren en zo een gevaar kunnen opleveren.

Een belangrijk aspect van het voorstel betreft de harmonisatie van grenswaarden bij blootstelling aan chemische agentia bij het uitoefenen van het beroep.

Het ligt in de bedoeling dat over het dossier, dat al geruime tijd in bespreking is, op de Sociale Raad een politiek akkoord zal worden bereikt.

Nederland kan akkoord gaan.

Het voorstel betreft onder andere een codificatie van vijf bestaande richtlijnen op chemisch gebied en zorgt op deze manier voor een modernisering en vermindering van het aantal nationale regels. Dit heeft overigens niet tot gevolg dat het huidige beschermingsniveau wordt verlaagd.

Op Europees niveau wordt met dit voorstel de risico-inventarisatie geharmoniseerd en in het algemeen het grenswaarden beleid in de EU op een hoger beschermingsniveau gebracht, dan tot nu toe het geval was.

5. Gezamenlijk interim-rapport 1997 over werkgelegenheid (1997)

De voorbereiding van het interim-rapport vindt plaats in het kader van het ELC en het EPC, in overleg met de Europese Commissie. Het overleg over dit rapport is nog gaande. Na bespreking in de Ecofin en de Sociale Raad zal het rapport worden aangeboden aan de Europese Raad van Amsterdam.

Het gezamenlijk interim-rapport 1997 over werkgelegenheid aan de Europese Raad van Amsterdam vormt de opstap naar het jaarlijkse «Joint Report» aan de Europese Raad van december a.s. (in Luxemburg).

In het december-rapport zal worden gerapporteerd over de implementatie van de geïntegreerde strategie. In het Interim-rapport zal naar het zich laat aanzien het belang van de volgende zaken worden onderstreept :

– De Lidstaten worden opgeroepen het op stabiliteit gerichte macro-economisch beleid voort te zetten en het arbeidsmarktbeleid te moderniseren en activeren. Hierin past ook het werkgelegenheidsvriendelijker maken van belastingstelsels door verlaging van de lastendruk (in het bijzonder op arbeid);

– Bedrijven worden opgeroepen de betere macro-economische voorwaarden te gebruiken, door winst om te zetten in investeringen en nieuwe banen alsmede te investeren in mensen;

– Sociale partners worden opgeroepen loonmatiging te continueren en overeenkomsten te sluiten waarin verschillen in niveaus van productiviteit worden gereflecteerd door verschillen in loon;

– Lokale overheden worden opgeroepen om samenwerking tussen lokale actoren te bevorderen door middel van territoriale werkgelegenheidspacten, in lijn met de ideeën van het Vertrouwenspact.

6. Follow-up Frans memorandum inzake een Europees sociaal model

Door het voorzitterschap wordt elk half jaar een update gemaakt van de onderwerpen die in het Franse memorandum werden aangesneden. Dit memorandum werd gepubliceerd in 1995; de Franse regering wilde op deze manier een bijdrage leveren aan de discussie over de sociale dimensie van Europa.

Nu zal een notitie met de stand van zaken (derde herziening) van het voorzitterschap ter kennisneming voorliggen.

7. Mededeling van de Commissie «modernisering en verbetering van de sociale bescherming in de Europese Unie»

Over de door de Europese Commissie uitgebrachte mededeling zal een oriënterend debat plaatsvinden aan de hand van een aantal vragen die door het voorzitterschap opgesteld zijn.

De Commissie constateert in de mededeling dat de door de overheid gefinancierde sociale beschermingssystemen het grootste deel vormen van de uitgaven aan sociale voorzieningen, gezondheidszorg en pensioenen. Deze systemen hebben een fundamentele rol gespeeld in herverdeling van inkomen en sociale cohesie en in het handhaven van politieke stabiliteit en economische vooruitgang.

De door het voorzitterschap opgestelde vragen hebben met name betrekking op de wenselijkheid van en ruimte voor een benadering die sociale bescherming waardeert als een productieve factor en op de Europese dimensie bij het zoeken naar oplossingen voor de gemeenschappelijke uitdagingen van de Lid-Staten.

8. Rapport Davignon

Het rapport «European systems of worker involvement» van de groep- Davignon, die in december 1996 door de Commissie was ingesteld, is begin mei gepubliceerd. Deze groep had tot taak te adviseren over de doorbreking van de impasse rond de medezeggenschapsaspecten van werknemers ten aanzien van de besluitvorming in zogenaamde Europese Vennootschappen. De goedkeuring van een Europese verordening hieromtrent, die het statuut moet regelen van deze nieuwe optionele rechtsvorm wordt al een groot aantal jaren geblokkeerd door de fundamentele verschillen tussen de Lid-Staten op het punt van de medezeggenschap.

Op de Interne Marktraad van 21 mei jl. is dit rapport kort besproken in het kader van het dossier «Europese Vennootschappen». Hier is toen afgesproken te wachten met de verdere behandeling op wat door de Sociale Raad over dit onderwerp wordt besloten.

Kort samengevat stelt de groep-Davignon voor om in een onderhandelingsproces het management en de werknemersvertegenwoordiging van toekomstige Europese vennootschappen te laten beslissen hoe de werk- nemers betrokken moeten worden bij de voor hen relevante grensoverschrijdende beslissingen.

Indien deze onderhandelingen niet tot een akkoord leiden, dan stelt de groep-Davignon een aantal referentie-regels voor die als vangnet moeten dienen. Deze referentie-regels hebben betrekking op de deelname van werknemers en de transnationale dimensie van informatie en consultatie van werknemers in de Europese vennootschap.

Er zal op de Sociale Raad geen bespreking van het rapport zelf plaatsvinden. Het voorzitterschap legt de Raad ontwerp-conclusies voor over de noodzaak tot het vinden van een oplossing van de problemen met betrekking tot informatie en consultatie/medezeggenschap in het kader van de totstandkoming van de Europese vennootschap, waarbij het rapport Davignon als een goed vertrekpunt wordt aangemerkt. Op basis hiervan wordt de Europese Commissie gevraagd spoedig met voorstellen voor regelgeving te komen.

9. Informatie en consultatie van werknemers op gemeenschapsniveau

9.1 Voorstel informatie en consultatie

Commissaris Flynn zal aankondigen dat er op korte termijn een voorstel over de informatie en consultatie van werknemers op nationaal niveau ter bespreking in het kader van de Sociale Dialoog verstuurd zal worden.

9.2 Industriële herstructurering

Onder dit agendapunt zullen het voorzitterschap en de Commissie verslag uitbrengen van de voortgang die er is geboekt met betrekking tot de door de Renault voorgenomen sluiting van de vestiging in Vilvoorde (België) op gang gebrachte discussie over informatie en consultatie van werknemers bij herstructureringsprocessen. Op 15 april jl. zijn hierover besprekingen gevoerd onder leiding van het Nederlandse voorzitterschap met de sociale partners en de Europese Commissie. Toen is gebleken dat er een brede steun bestond voor het initiatief van het voorzitterschap en dat de sociale partners hebben afgesproken op korte termijn bij elkaar te komen om een gemeenschappelijke oriëntatie met betrekking tot de tijdigheid van informatie en consultatie van werknemers te ontwikkelen.

Voor de conclusies van deze bijeenkomst verwijs ik naar de bijlage van het verslag van de Sociale Raad van 17 april jl. dat ik u op 22 mei jl. heb doen toekomen.

De sociale partners hebben nu in het kader van de sociale dialoog de formulering van bedoelde gemeenschappelijke oriëntatie in voorbereiding.

Op 6 juni a.s. zal het resultaat hiervan aan de orde zijn op de reguliere Sociale Dialoog Top in Den Haag, onder leiding van Commissievoorzitter Santer in aanwezigheid van het Nederlands voorzitterschap. De uitkomst hiervan zal aan de Sociale Raad worden gepresenteerd.

10. Sociale Dialoog

10.1 Deeltijdarbeid

Commissaris Flynn zal mededeling doen over het akkoord dat sociale partners in het kader van de Sociale Dialoog hebben bereikt en dat naar verwachting op 6 juni a.s. op de Sociale Dialoog Top zal worden bevestigd.

10.2 Conferentie «The future of the Social Dialogue at Community level»

De Commissie zal verslag uitbrengen van de Sociale Dialoog Conferentie die op 28 april jl. in Nederland is gehouden en door de SER in samenwerking met de Europese Commissie is georganiseerd.

De conferentie vormde de afronding van de discussie over de mededeling van de Europese Commissie «De ontwikkeling van de sociale dialoog op gemeenschapsniveau».

De discussie ging vooral over de verbetering van de werking van instituties van de sociale dialoog. Deze moeten efficiënter en doelgerichter gaan werken en beter op elkaar worden afgestemd, om zo een actieve rol van sociale partners bij de vormgeving van het Europese sociale beleid beter tot ontwikkeling te laten komen.

In het najaar zal de Europese Commissie met een vervolgmededeling over dit onderwerp komen.

11. Diversen

11.1 ESF

Door de Commissie zal verslag worden gedaan over de budgettaire stand van zaken en de voortgang van de projecten in het kader van het ESF voor 1997. Over deze stand van zaken hebben de Lid-Staten een rapportage uitgebracht aan de Commissie.

11.2 Toegang tot voortgezette beroepsopleiding in de Unie

Door de Europese commissaris mevrouw Cresson zal een toelichting op het rapport «de toegang tot voortgezette beroepsopleiding voor alle werkenden in de Unie» worden gegeven.

Naar boven