Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 21501-18 nr. 57 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1996-1997 | 21501-18 nr. 57 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 9 oktober 1996
Bijgaand doe ik u toekomen het verslag van de vergadering van de Sociale Raad van 24 september jl.
De eerstvolgende bijeenkomst van de Sociale Raad zal – onder Iers voorzitterschap – plaatsvinden op 2 december a.s. in Brussel.
VERSLAG SOCIALE RAAD 24 SEPTEMBER 1996
De drie belangrijkste onderwerpen op deze Sociale Raad waren:
– de vaststelling van het gemeenschappelijk standpunt over de wijziging van richtlijn 90/394/EEG inzake kankerverwekkende stoffen;
– het debat rond het instellingsbesluit voor een Comité inzake werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid;
– de definitieve aanvaarding van de richtlijn inzake detachering van werknemers.
Op de agenda stonden de volgende onderwerpen:
De richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ter beschikkingstelling van werknemers met het oog op het verlenen van diensten (detachering) werd definitief aanvaard. Dit kan worden gezien als een mijlpaal op het gebied van het arbeidsrecht.
De doelstelling van deze richtlijn is in het kort:
– verduidelijking van de betekenis van artikel 7 van het Verdrag van Rome inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen; artikel 7 betreft de toepassing van bijzonder dwingend recht van het werkland;
– het voorkomen van sociale dumping;
– het realiseren van gelijke behandeling van werknemers in dienst van buitenlandse werkgevers.
De inhoud van de richtlijn is in het kort:
– Deze richtlijn is van toepassing op buitenlandse bedrijven, die op het grondgebied van een andere lidstaat een werknemer gedurende een bepaalde periode tewerkstelt en dit niet de staat is waar de werknemer gewoonlijk werkt. Hieronder vallen ook detachering binnen het concernverband en grensoverschrijdende uitzendarbeid.
– De lidstaten zien erop toe dat de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden worden gegarandeerd, die in de lidstaat waar het werk wordt uitgevoerd, in wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en/of in algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomsten, zijn neergelegd.
– Uitgesloten van het toepassingsgebied de richtlijn zijn werknemers die werkzaamheden verrichten op het grondgebied van twee of meer lidstaten en die deel uitmaken van het rijdend of varend personeel van een onderneming. Het betreft hier personen- en goederenvervoer per spoor, over de weg, door de lucht of over de binnenwateren. Dezelfde uitzondering geldt voor het mobiele personeel van een pers-, radio- of televisie- dan wel een amusementsbedrijf op het grondgebied van een andere lidstaat.
– In voorkomende gevallen mag de lidstaat zelf, of op verzoek van de sociale partners, overeenkomen dat de bepalingen ten aanzien van het minimumloon, in de lidstaat waar de werknemer gewoonlijk werkzaam is, mogen worden toegepast. De duur van de tewerkstelling mag echter niet meer bedragen dan één maand, te berekenen over een referentie periode van één jaar.
2. Aanbeveling van de Raad betreffende de evenwichtige deelname van mannen en vrouwen aan de besluitvorming
De aanbeveling beoogt een evenwichtige de deelname van vrouwen en mannen aan de besluitvorming te bevorderen. In de aanbeveling wordt de lidstaten gevraagd voor een strategie te kiezen ter bevordering van evenwichtige deelname van mannen en vrouwen op alle besluitvormingsniveaus en daartoe passende (wettelijke, bestuursrechtelijke of aansporende) maatregelen te nemen, gericht op beeldvorming in schoolboeken en -programma's, in reclame en media, op voorlichtingscampagnes, op politieke, economische en maatschappelijke besluitvormingsprocessen en op bewustmaking van sociale partners, politieke partijen, verenigingen, NGO's alsmede de media.
Het parlementaire voorbehoud van het VK werd niet opgeheven. Hierdoor kon formeel nog geen besluitvorming plaatsvinden. De verwachting is dat in oktober het Britse parlement een besluit zal nemen zodat het onderwerp als A-punt in december op de agenda zal kunnen staan.
3. Resolutie van de Raad betreffende de gelijke kansen voor mannen en vrouwen en de Europese Structuurfondsen
Kort samengevat de Raad dringt er bij de Commissie en de Lid-Staten op aan dat ze krachtig en vastberaden moeten blijven streven naar integratie van het beginsel van gelijke kansen voor mannen en vrouwen in de acties van de Structuurfondsen.
De Raad doet verder een beroep op de Lid-Staten om de Structuurfondsen te gebruiken voor acties die een positieve bijdrage kunnen leveren, de programma's van de verschillende Structuurfondsen beter op elkaar af te stemmen en te onderzoeken of de programma's opnieuw kunnen worden georiënteerd om in te spelen op de prioriteiten van de Europese Raden van Essen, Cannes en Madrid.
Het parlementaire voorbehoud van het VK werd ook hier niet opgeheven. Hierdoor kon formeel nog geen besluitvorming plaatsvinden. De verwachting is dat ook in oktober het Britse parlement een besluit zal nemen zodat het onderwerp eveneens als A-punt in december op de agenda zal kunnen staan.
4. Besluit van de Raad tot instelling van een comité voor werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid (LMC)
De Voorzitter gaf in haar inleiding aan dat op dit dossier nog veel werk zal moeten worden verricht om het te kunnen afronden. Het Europees Parlement moet ook nog zijn advies geven.
Tijdens de Raad vond om een politieke uitwisseling van gedachten plaats waarmee naar het zich vooralsnog laat aanzien de nodige voortgang werd geboekt.
Het ligt in de bedoeling van het voorzitterschap om dit onderwerp voor besluitvorming te agenderen voor de komende Sociale Raad van 2 december a.s.
Commissaris Flynn gaf aan veel waarde te hechten aan een snelle invoering van dit Comité als tegenhanger van «Economic Policy Commission» (EPC), dat de Ecofin ondersteunt.
Alle delegaties konden op hoofdlijnen instemmen met de voortgang die bereikt is met dit ontwerp-besluit, en algemeen werd de verwachting uitgesproken dit dossier op de volgende Sociale Raad op 2 december a.s. af te ronden.
Een aantal vroeg aandacht voor de specifieke relaties die het Arbeidsmarkt Comité moet krijgen met sociale partners.
Nederland pleitte ervoor te voorkomen dat de relatie een procedureel onnodig ingewikkelde vorm zou krijgen. Van Nederlandse zijde werd ook het belang benadrukt van het te ontwikkelen systeem van werkgelegenheidsindicatoren als een van de wezenlijke instrumenten voor het Arbeidsmarkt Comité om bij te dragen aan de totstandkoming van een gecoördineerde Europese werkgelegenheidsstrategie.
Het Voorzitterschap concludeerde op grond van de uitspraken van de Lid-Staten dat er een politieke wil tot besluitvorming aanwezig is. Dit zal verder in COREPER moeten worden uitgewerkt en hopelijk zal hierover in december besluitvorming kunnen plaatsvinden.
5. Richtlijn «Eerste wijziging van richtlijn 90/394/EEG betreffende de bescherming van werknemers tegen risico's van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk».
Dit voorstel bepaalt dat de werkgevers ervoor dienen te zorgen dat het niveau van blootstelling van de werknemers worden beperkt tot het laagste niveau dat technisch haalbaar is, en stelt grenswaarden vast voor benzeen. Het toepassingsgebied van de bestaande richtlijn wordt uitgebreid omdat een aantal carcinogene agentia buiten beschouwing waren gelaten, dit wordt nu gecorrigeerd.
De delegaties met speciale wensen konden hun voorbehouden opheffen, doordat hiermee verband houdende verklaringen werden aanvaard. De voorbehouden op de specifieke sectoren en de implementatie-termijn werden eveneens opgeheven. Uiteindelijk ging de Raad accoord met een termijn voor de overgangsmaatregelen van drie jaar, in plaats van de voorgestelde twee jaar.
De Voorzitter kon concluderen dat met unanimiteit het gemeenschappelijke standpunt was vastgesteld. De afronding zal in de komende juristen-linguïsten groep gebeuren waarna het gemeenschappelijk standpunt zal kunnen worden geformaliseerd en de tekst voor de tweede lezing naar het Europees Parlement zal worden gestuurd.
6. Voorlichting en raadpleging van werknemers
Door Commissaris Flynn werd een toelichting gegeven van de stand van zaken.
De Commissie wacht nog op mening van het Europees Parlement (november) over de mededeling van medio vorig jaar en zal dan met nadere voorstellen komen. Een voorstel zal betrekking hebben op de voorlichting en raadpleging van werknemers op nationaal niveau.
De mededeling van vorig jaar sluit aan bij het sociaal actieprogramma voor de middellange termijn. Het geeft een overzicht van de bestaande Europese regelgeving, de beginselen en de doelstellingen en een mogelijke oriëntatie van de communautaire aanpak op het gebied van voorlichting, raadpleging en medezeggenschap van de werknemers.
Het doel van deze mededeling is het onder de loep nemen van de huidige situatie en na te gaan of er ten aanzien van de geblokkeerde voorstellen geen nieuwe middelen bestaan om hierop vooruitgang te boeken.
Op de volgende Sociale Raad zal de Commissie met nadere voorstellen komen en op korte termijn zal de Commissie een kleine groep deskundigen (waaronder sociale partners) op hoog niveau instellen om een en ander voor te bereiden.
Het VK gaf andermaal aan aan een en ander geen behoefte te hebben. De betrokkenheid van werknemers diende aan de ondernemingen te worden overgelaten.
Overige delegaties hadden geen behoefte aan een reactie.
De Voorzitter gaf een korte uiteenzetting over de onlangs aangevangen werkzaamheden die moeten leiden tot het Gemeenschappelijk Werkgelegenheidsrapport van Sociale Raad, Ecofin en Commissie voor de Europese Top in Dublin in december. Er werden geen inhoudelijke punten behandeld. De voorbereiding vindt plaats in het kader van de ad hoc groep.
8. Voorstel voor een richtlijn «Bewijslast bij discriminatie op grond van het geslacht»
Commissaris Flynn lichtte het nieuwe voorstel toe en gaf aan dat het huidige voorstel uitgaat van de verdeling van de bewijslast en dat bovendien een definitie van indirecte discriminatie weer is opgenomen. Deze aangepaste tekst is noodzakelijk geworden omdat de Europese situatie op dit dossier sinds de laatste raadswerkgroep besprekingen in 1993 aanzienlijk zijn gewijzigd, onder andere door de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden en het toepassen van het Sociaal Protocol.
Evenals bij de presentatie in de werkgroep drongen enkele delegaties aan op terugkeer naar de compromis-tekst zoals die in 1993 reeds bereikt was.
Een aantal Lid-Staten vond dat een compromis moet worden gevonden tussen «1993» en het huidige voorstel en gaf aan dat in het huidige voorstel positieve punten zitten.
De Voorzitter sloot af met opmerking dat de werkgroep van de Raad dit belangrijke dossier verder moet bekijken en dat gestreefd wordt naar besluitvorming op de Raad van 2 december a.s.
9. Groenboek «Leven en werken in de informatiemaatschappij: de mens voorop»
Uit de introductie van Commissaris Flynn valt op te merken dat hij m.b.t. werkgelegenheid en de informatiemaatschappij concludeert tot de noodzaak van aanpassing van onderwijs en training.
De mededeling wordt op 30 september en 1 oktober a.s. ook in Dublin op een colloquium gepresenteerd. De Commissie zal ook gebruik maken van de uitkomsten van het daar gevoerde debat.
Tevens zal de mededeling in een cluster van onderwerpen over de informatiemaatschappij worden gepresenteerd op de Industrieraad van 8 oktober a.s.
10. Gelijke kansen voor gehandicapten
Bij de introductie van de mededeling en de ontwerp-resolutie benadrukte Commissaris Flynn dat de eerste verantwoordelijkheid voor beleid en maatregelen voor gehandicapten ligt bij de lidstaten en dat de Gemeenschap hoogstens complementair optreedt. Voorts wees de heer Flynn op het gebruik van de fondsen.
Enkele delegaties spraken nu al hun steun uit voor het voorstel.
De Voorzitter gaf aan te streven naar besluitvorming op de Raad van 2 december a.s.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-18-57.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.