Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 21501-18 nr. 56 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 21501-18 nr. 56 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 9 september 1996
Bijgaand doe ik u mede met het oog op het Algemeen Overleg op 12 september a.s. toekomen de geannoteerde agenda voor de eerstvolgende Sociale Raad, die zal plaatsvinden op 24 septembera.s. in Brussel.
Voorlopige agenda van de Sociale Raad van 24 september 1996
Naar het zich nu laat aanzien zullen de volgende onderwerpen op de Sociale Raad aan de orde komen:
1. Voorstel tot oprichting van een Arbeidsmarktcomité
Naar aanleiding van de conclusies terzake van de Europese Raad van Madrid in december 1995, heeft de Europese Commissie een voorstel bij de Raad ingediend voor de oprichting van een Arbeidsmarktcomité. Door middel van dit (ambtelijke) comité moet structurele ondersteuning van de sociale raad op het terrein van werkgelegenheid worden geboden. In het voorstel zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van het mandaat en de organisatiestructuur van het Comité. Het Comité zal de sinds enkele jaren opererende ad hoc groep moeten gaan vervangen.
2. Richtlijn kankerverwekkende stoffen
Het betreft een wijziging van richtlijn 90/394 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk. In aanvulling op de daarin in algemene zin voorgeschreven bescherming wordt in het onderhavige voorstel het toepassingsgebied uitgebreid tot een aantal categorieën van stoffen die voorheen van de werking van de richtlijn waren uitgezonderd. Bovendien wordt hiermee voor de eerste maal gebruik gemaakt van de mogelijkheid grenswaarden concreet in te vullen en wel voor benzeen.
Het voorstel is in lijn met de Nederlandse opvatting dat een gelijkwaardig minimumniveau van bescherming voor alle werknemers en zoveel mogelijk gelijke toepassing van minimumnormen in de Europese Unie wenselijk is, zowel vanuit het oogpunt van voorkomen van concurrentieverstoring als vanuit het oogpunt van het vergroten van de arbeidsmobiliteit.
3. Richtlijn gelijke behandeling van mannen en vrouwen in ondernemings- en sectoriële regelingen inzake sociale zekerheid (86/378)
Het betreft een wijzigingsvoorstel van bovengenoemde richtlijn, bedoeld om deze in overeenstemming te brengen met artikel 119 EG-Verdrag, zoals deze bepaling in een aantal recente uitspraken is uitgelegd door het Hof van Justitie.
Concrete aanleiding voor dit voorstel is het arrest in de zaak Barber, van 17 mei 1990.
Artikel 119 EG-Verdrag waarborgt het beginsel van gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers voor gelijke arbeid. Deze bepaling is rechtstreeks toepasselijk en kan voor nationale rechterlijk instanties worden ingeroepen tegen iedere private of publiekrechtelijke werkgever.
Het Hof van Justitie heeft het begrip beloning uitgebreid tot iedere vorm van sociale zekerheid die wordt geboden in een regeling die zijn oorsprong vindt in de arbeidsverhouding tussen een werknemer en een bepaalde werkgever.
In het wijzigingsvoorstel wordt in de preambule eerst een uitgebreid overzicht gegeven van de post-Barber jurisprudentie. In deze vervolguitspraken heeft het Hof een nadere invulling van de Barberzaak gegeven, waarbij gedacht moet worden aan de werkingssfeer van artikel 119 EG-Verdrag en de terug-werkende kracht. De bepalingen van de richtlijn zullen na aanvaarding van het wijzigingsvoorstel nog slechts uitzonderingen voor zelfstandigen bevatten.
Van Nederlandse zijde bestaat er geen bezwaar tegen deze door jurisprudentie van het EG-Hof noodzakelijk gebleken aanpassing van de richtlijn. In de loop van de besprekingen is door Nederland wel aangedrongen op het wegnemen van enkele onduidelijkheden in het voorstel, ondermeer op het gebied van de betekenis van de voorgestelde terugwerkende kracht van het kader van nationale beroepstermijnen en de hantering van geslachtsgebonden actuariële berekeningselementen.
4. Aanbeveling evenwichtige participatie mannen en vrouwen in besluitvorming
Over deze aanbeveling kon op de Sociale Raad van 4 juni jl. geen overeenstemming worden bereikt in verband met het politieke voorbehoud van het VK in verband met de BSE-problematiek. Dit voorbehoud is inmiddels opgeheven, zodat besluitvorming nu hoogstwaarschijnlijk wel gerealiseerd kan worden. De aanbeveling beoogt de bevordering van een evenwichtige deelname van vrouwen en mannen aan de besluitvorming. In de aanbeveling wordt de Lidstaten gevraagd voor een strategie te kiezen ter bevordering van evenwichtige deelname door daartoe passende maatregelen op te stellen. Inhoudelijk zou die strategie zich o.a. moeten richten op de volgende terreinen:
– bewustmaking van de deelnemers aan onderwijs en opleidingsprocessen (o.m. beeldvorming);
– politieke, economische en maatschappelijke besluitvormingsprocessen;
– bewustmaking van sociale partners, politieke partijen, verenigingen, NGO's alsmede de media.
Voorts wordt de Commissie verzocht een aantal activiteiten ter bevordering van de deelname aan besluitvorming te ontplooien in het kader van het vierde Actieprogramma Gelijke kansen.
Nederland kan met de Aanbeveling instemmen.
5. Werkgelegenheid/de voorbereiding van de Europese Raad van Dublin
De Sociale Raad werkt, net als de Ecofinraad en de Commissie, aan de voorbereiding van het rapport aan de Europese Raad van Dublin. Verwacht wordt dat het voorzitterschap mededelingen zal doen over de wijze waarop de inbreng van de Sociale Raad in dit rapport zal worden voorbereid en over de accenten die het zal willen leggen.
De voorbereidingen voor de inbreng van de Sociale Raad het rapport vinden zoals gewoonlijk plaats in het kader van de ad hoc groep, die hierover op 13 september a.s. zal vergaderen.
6. Resolutie inzake gelijke kansen van mannen en vrouwen in de structuurfondsen
Het Ierse voorzitterschap heeft over dit onderwerp een ontwerpresolutie gepresenteerd. Enerzijds wordt hiermee aangesloten bij de discussie over de rol van structuurfondsen bij de werkgelegenheidsbevordering zoals die door Commissievoorzitter Santer in zijn «pact» al is aangeroerd en vervolgens in meer uitgewerkte vorm is gepresenteerd in de mededeling terzake van de Europese Commissie. Anderzijds wordt ook het belang van gelijke kansen en werkgelegenheid voor vrouwen, dat door verschillende Europese Raden reeds is genoemd, benadrukt. In de resolutie wordt in dit verband expliciet gesproken van «mainstreaming».
De resolutie roept de lidstaten op bij de tenuitvoerlegging van de structuurfondsen met deze aspecten nadrukkelijk rekening te houden. Tevens wordt erop gewezen dat bij de komende herziening van de Structuurfondsenverordeningen (de huidige eindigen in 1999) de positie van vrouwen nadrukkelijk aandacht moet krijgen.
Nederland kan dit Ierse initiatief ondersteunen en heeft ook inhoudelijk geen moeite met de resolutie.
7. Mededeling inzake informatie en consultatie van werknemers
Naar aanleiding van het een oriënterend debat over dit onderwerp tijdens de Sociale raad van 4 juni jl. heeft de Commissie zich conform de toen gedane aankondiging beraden over de wijze waarop dit dossier verder zou kunnen worden ontwikkeld. Verwacht wordt dat Commissaris Flynn hierover mededelingen zal doen, met name waar het concrete initiatieven van de Commissie betreft.
Onder dit agendapunt zal de Commissie informatie verstrekken over de stand van zaken met betrekking tot initiatieven die zij denkt te gaan ontplooien op het dossier bewijslast. Dit dossier behelst een voorstel in het kader van het bevorderen van gelijke kansen voor mannen en vrouwen voor omkering van de bewijslast bij discriminatie op grond van geslacht. Het voorstel beoogt formele regels te stellen teneinde de problemen op te heffen die er bestaan voor personen die voor de rechter willen procederen over de schending te hunnen aanzien op het gebied van gelijke beloning en gelijke behandeling, aangezien het bewijsmateriaal zich meestal in de handen van de andere partij bevindt.
Een richtlijnvoorstel over deze materie is reeds eerder in de Raad aan de orde geweest. Toen is overeenstemming onmogelijk gebleken door opstelling van het VK.
Overleg tussen sociale partners in het kader van de Europese sociale dialoog over dit dossier heeft niet tot overeenstemming geleid. De Commissie heeft een voorstel voor een richtlijn in voorbereiding, dat zij in het kader van het Sociaal Protocol binnenkort zal indienen bij de Raad. Behandeling van voorstellen onder het Sociaal Protocol betekent dat het VK geen partij zal zijn bij de onderhandelingen in de Raad en ook niet bij het resultaat.
9. Groenboek informatiemaatschappij
De Commissie zal onder dit punt informatie verstrekken over het Groenboek «Leven en werken in een informatiemaatschappij; voorrang voor de menselijke dimensie».
Dit Groenboek zal voorzover nu bekend een uitnodiging inhouden voor een politieke, sociale en maatschappelijke discussie over de toekomstige informatiemaatschappij. Het bouwt verder op het actieplan van de Commissie uit 1994 «Europa's weg naar de informatiemaatschappij».
Over het Groenboek wordt 30 september 1996 een conferentie gehouden in Dublin.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-18-56.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.