Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 21501-18 nr. 54 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1995-1996 | 21501-18 nr. 54 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 24 mei 1996
Hierbij doe ik u toekomen in vervolg op mijn brief van 21 mei jl. de nadere geannoteerde agenda van de Sociale Raad, die gehouden zal worden in Luxemburg op 3 juni a.s.
GEANNOTEERDE AGENDA VAN DE SOCIALE RAAD VAN 3 JUNI 1996
1. Richtlijn ouderschapsverlof
Vaststelling van deze richtlijn, waarover op de Raad van 29 maart een politiek accoord werd bereikt tussen de veertien lidstaten die partij zijn bij de Overeenkomst inzake de Sociale Politiek, is slechts een formaliteit. Na vaststelling van het politiek accoord is de tekst juridisch en taalkundig gereed gemaakt voor definitieve vaststelling. Dit agendapunt zal niet tot discussie leiden.
Op 29 maart jl. heeft de Sociale Raad een politiek accoord bereikt, met gekwalificeerde meerderheid, over de ontwerp-richtlijn «Detachering van werknemers». Dit accoord moet nu formeel worden bevestigd door middel van formele vaststelling van het gemeenschappelijk standpunt. Hierover zal geen debat meer plaatsvinden.
Met het politiek accoord over dit onderwerp heeft de Raad een doorbraak bereikt in deze al jaren slepende kwestie.
De essentie van de richtlijn is dat buitenlandse bedrijven in de landen van de Europese Unie hun werknemers – behoudens enkele uitzonderingen – moeten gaan belonen op het niveau van het land waarin ze werkzaam zijn. De richtlijn is van toepassing op buitenlandse bedrijven die op het grondgebied van een andere lidstaat een werknemer gedurende een bepaalde periode te werk stellen en dit niet de staat is waar de werknemer gewoonlijk werkt. Hieronder vallen ook detacheringen binnen concernverband en grensoverschrijdende uitzendarbeid.
3. Aanbeveling evenwichtige participatie mannen en vrouwen in besluitvorming
De aanbeveling beoogt de bevordering van een evenwichtige deelname van vrouwen en mannen aan de besluitvorming. In de aanbeveling wordt de Lidstaten gevraagd voor een strategie te kiezen ter bevordering van evenwichtige deelname en daartoe passende wettelijke, bestuursrechtelijke of aansporende maatregelen op te stellen. Inhoudelijk zou die strategie zich o.a. moeten richten op de volgende terreinen:
– beeldvorming in schoolboeken en -programma's
– beeldvorming in reclame en media
– voorlichtingscampagnes
– politieke, economische en maatschappelijke besluitvormingsprocessen;
– bewustmaking van sociale partners, politieke partijen, verenigingen, NGO's alsmede de media.
Voorts wordt de Commissie verzocht een aantal activiteiten ter bevordering van de deelname aan besluitvorming te ontplooien in het kader van het vierde Actieprogramma Gelijke kansen.
Nederland kan instemmen met de Aanbeveling, die voortvloeit uit een eerdere resolutie van de Raad inzake de evenwichtige deelname van vrouwen en mannen aan de besluitvorming. De wijze waarin de acties in de Aanbeveling zijn geformuleerd sluit aan bij de Nederlandse visie terzake van dit onderwerp, nu in de loop van de onderhandelingen de Aanbeveling minder verplichtend van karakter is geworden.
Of besluitvorming op de Raad van 3 juni inderdaad mogelijk is, is evenwel nog niet geheel zeker, omdat het Europese Parlement nog advies moet uitbrengen en dit nog moet worden verwerkt.
4. Werkgelegenheid/de voorbereiding van de Europese Raad van Florence
Onder dit agendapunt zal het gezamenlijke tussenrapport van Sociale Raad, Ecofinraad en Europese Commissie voor de Europese Raad van Florence centraal staan. Dit zal samen met de ministers van Ecofin worden besproken. Het tussenrapport bevat, behalve een analyse van de economische en werkgelegenheidssituatie, onder andere hoofdstukken over de voortgang met betrekking tot de meerjarenprogramma's van de lidstaten, de voortgang met betrekking tot de door de Europese Raad van Madrid gevraagde stabiele structuur, en een voorstel voor het ontwikkelen van werkgelegenheidsindicatoren. Ook wordt aandacht besteed aan het vertrouwenspact van Santer en de rol van de structuurfondsen in het Essen-proces.
In de inbreng van de Sociale Raad neemt de ontwikkeling van indicatoren een belangrijke plaats in. Van Nederlandse kant is het belang daarvan steeds onderstreept.
5. Follow up Wereldvrouwenconferentie Peking
Dit agendapunt zal kort worden besproken aan de hand van een overzicht van het voorzitterschap van de wijze waarop er tot nog toe op communautair niveau (waarbij genoemd worden de totstandkoming van het vierde actieprogramma gelijke kansen en de richtlijn ouderschapsverlof en de voor deze Raad geagendeerde aanbeveling inzake evenwichtige deelname van mannen en vrouwen) en in het kader van de VN uitvoering is gegeven aan de follow up van de Wereldvrouwenconferentie in Peking.
6. Europees jaar tegen racisme
De Europese Unie houdt zich in breed verband bezig met de bestrijding van racisme en xenofobie. Dit ondermeer naar aanleiding van de Europese Raad van Korfoe (juni 1994), waarin is overeengekomen de inspanningen te vergroten om een algemene, op bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat gerichte, strategie te ontwikkelen. Voorts heeft de Onderzoekscommissie Racisme en Vreemdelingenhaat van het Europees Parlement in haar verslag het uitroepen van een «Europees jaar van harmonie tussen rassen» heeft aanbevolen.
Onderdeel van de inspanningen van de Commissie op dit terrein is haar voorstel om 1997 uit te roepen tot «Europees jaar tegen racisme», dat nu op de agenda van de Sociale Raad staat.
Het voorstel heeft als doel om aandacht te vestigen op de bedreiging die racisme, vreemdelingenhaat en anti-semitisme vormen voor de eerbiediging van de fundamentele rechten en voor de economische en sociale samenhang van de Gemeenschap. Daarnaast wordt ondermeer beoogd een reflectie te bewerkstelligen over de vereiste maatregelen; het bevorderen van uitwisselen van bestaande ervaringen op dit terrein op lokaal, nationaal en Europees niveau; het verspreiden van informatie hierover en het ruchtbaarheid geven aan voordelen van integratiebeleid, in het bijzonder op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs, opleiding en huisvesting.
Nederland is voorstander van een Europees jaar tegen racisme. Het sluit goed aan bij het nationale beleid op het gebied van racisme en vreemdelingenhaat. In de loop van de onderhandelingen is door Nederland aangegeven dat er voldoende ruimte moet zijn om in het kader van het jaar ook op nationaal niveau activiteiten te organiseren. Hiermee is in de nu voorliggende versie van het voorstel rekening gehouden.
Het voorstel van de Commissie was gegoten in de vorm van een besluit van de Raad, maar dit stuitte op juridische gronden op verzet van het Verenigd Koninkrijk, dat wel bereid was tot een intergouvernementele actie. Overigens zijn alle lidstaten overtuigd van de noodzaak om actie te ondernemen tegen racisme en vreemdelingenhaat, en van de positieve bijdrage die een Europees jaar daaraan kan leveren.
Uiteindelijk heeft het Voorzitterschap geconcludeerd, dat alleen een gemengde resolutie (van de Raad en van de Ministers van Sociale Zaken van de lidstaten) nog een oplossing kon bieden om het Europese jaar tegen racisme doorgang te laten vinden. Alle lidstaten kunnen zich hierin vinden.
Voor de financiering van het Europese jaar tegen het racisme is een budget gemoeid van 6 MECU. In aanvulling daarop, zal de Commissie door middel van conferenties, voorlichtingsactiviteiten en wedstrijden het onderwerp belichten.
7. Doorzichtigheid van beroepsopleidingscertificaten
In het kader van het jaar van het levenslang leren is door het Italiaanse voorzitterschap op verschillende manieren aandacht gevraagd voor het belang van beroepsopleiding. De Sociale Raad wordt in dit verband gevraagd in te stemmen met een conceptresolutie van het voorzitterschap die beoogt aandacht te vragen voor de noodzaak van transparantie van beroepsopleidingscertificaten. Deze transparantie is gewenst om de ten behoeve van het vrij verkeer van werknemers noodzakelijke vergelijkbaarheid van certificaten te bevorderen.
Hoewel het hier gaat om een resolutie en dus een niet verplichtend instrument is heeft Nederland dit initiatief met een kritische blik gevolgd. Een aandachtspunt hierbij is vooral de mogelijke frictie tussen het bereiken van een op zichzelf wenselijk doel (het inzichtelijk maken van diploma's en certificaten voor anderen dan eigen onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie) en de daarvoor in Europa maar al te vaak gekozen weg van het opzetten van nieuwe, soms kostbare structuren en/of verplichtingen die niet passen in de systematiek van de lidstaten.
De onderhandelingen over de resolutie en over de Nederlandse wensen terzake worden op dit moment nog voortgezet; er is evenwel uitzicht op een positief resultaat zodat met de resolutie kan worden ingestemd.
8. Mededeling inzake informatie en consultatie van werknemers
Over deze mededeling van de Commissie zal een oriënterend debat worden gehouden. De mededeling heeft betrekking op de wegen die gekozen zouden kunnen worden om de aan diverse vennootschapsrechtelijke dossiers verbonden medezeggenschapsaspecten verder te behandelen.
De mededeling geeft een overzicht van de bestaande Europese regelgeving, de beginselen en de doelstellingen en een mogelijke oriëntatie van de communautaire aanpak op het gebied van voorlichting, raadpleging en medezeggenschap van de werknemers.
Het doel van deze mededeling is het onder de loep nemen van de huidige situatie en na te gaan of er ten aanzien van de diverse geblokkeerde vennootschapsrechtelijke voorstellen en de daaraan verbonden medezeggenschapsaspecten geen nieuwe middelen bestaan om hierop vooruitgang te boeken.
De Commissie schetst hiervoor de volgende opties:
– behoud van de status quo en doorgaan met de versnipperde aanpak en derhalve het risico van blijvende stagnatie. Dus gefragmenteerd per dossier ook medezeggenschap «meenemen»;
– een globale aanpak, d.w.z. goedkeuring van één globaal instrument i.p.v. specifieke regelgeving voor elk juridisch lichaam. Bij de juridische lichamen moet dan gedacht worden aan de Europese vennootschap, de Europese vereniging, de Europese coöperatieve vennootschap en de Europese onderlinge waarborgmaatschappij;
– een combinatie van voorgaande mogelijkheden. D.w.z. onmiddellijke actie met betrekking tot de meest relevante stagnerende voorstellen zoals dat inzake het Statuut van de Europese vennootschap en verder de mogelijkheden van een globale aanpak blijven bezien.
De mededeling beperkt zich tot een inventarisatie van mogelijkheden, een concrete oplossingsrichting wordt niet aangegeven.
Het Italiaans voorzitterschap beoogt op deze Raad een oriënterend debat te voeren over de mogelijke koers van communautaire actie op het gebied van voorlichting en raadpleging van werknemers in nationale ondernemingen, met als doel een signaal van de Raad te krijgen voor de verdere behandeling van dit dossier.
Kernvraag in de discussie is of de Gemeenschap het zich kan veroorloven statuten vast te leggen voor een aantal Europese rechtsvormen, ter vergemakkelijking van grensoverschrijdende samenwerking, zonder dat daarbij tegelijk wordt voorzien in een regeling inzake de rol van werknemers. Nederland heeft zich altijd op het standpunt gesteld dat een loskoppeling van de medezeggenschapsaspecten van de verschillende dossiers niet wenselijk is, aangezien dan het gevaar aanwezig is dat wel de rechtsvormen geregeld worden maar de medezeggenschap niet. Een aantal andere lidstaten is deze mening eveneens toegedaan. Het is – mede daarom – niet te verwachten dat de Raad een eenduidig signaal zal kunnen afgeven.
9. Demografische situatie in de Unie
De Europese Commissie heeft een rapport gepubliceerd over de demografische situatie in de Unie in 1995. Het verslag presenteert de algemene gegevens over de demografische ontwikkelingen binnen Europa. Het behandelt onder andere de volgende aspecten: vergrijzing, migratie, regionale ontwikkelingen en de gevolgen van de vergrijzing voor arbeidsmarkt, sociale zekerheid en gezondheidszorg.
Het demografieprobleem ligt het Italiaanse voorzitterschap na aan het hart. Het wil daarom naar aanleiding van het verslag van de Commissie in algemene zin een debat voeren.
Nederland is van mening dat de gevolgen van vergrijzing voor arbeidsmarkt, sociale zekerheid en gezondheidszorg belangrijke onderwerpen zijn waarover ook in de context van de EU van gedachten kan worden gewisseld met het oog op uitwisselen van ervaringen, verslag als het onderhavige van de Europese Commissie geven hiervoor een goede basis.
10. Toepassing van de Overeenkomst inzake de sociale politiek
Onder dit agendapunt zal de Commissie informatie verstrekken over de stand van zaken met betrekking tot de dossiers «Omkering bewijslast» en «Deeltijd». Over deze beide onderwerpen wordt momenteel door sociale partners in het kader van de sociale dialoog overlegd. Het overleg ten aanzien van beide onderwerpen bevindt zich in de tweede fase van de dialoog, waarbij sociale partners het besluit moeten nemen of zij al dan niet zelf tot een accoord zullen trachten te komen. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe realistisch deze mogelijkheid is.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-18-54.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.