nr. 46
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 27 september 1995
Bijgaand doe ik u toekomen de geannoteerde agenda voor de eerstvolgende
Sociale Raad, die zal plaatsvinden op 5 oktober a.s. in Luxemburg.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. P. W. Melkert
Agenda van de Sociale Raad van 5 oktober 1995
1. Vierde wereldvrouwenconferentie van Peking
Het voorzitterschap heeft – zo kort na de afsluiting van de wereldvrouwenconferentie
in Peking – besloten een debat aan dit onderwerp te wijden. Ministers
zullen in de gelegenheid worden gesteld van gedachten te wisselen over het
resultaat van de Conferentie, waar de EU-landen hun optreden zoveel mogelijk
gecoördineerd hebben. Nederland verwelkomt dit initiatief van harte en
zal in het debat zijn positieve oordeel over de Conferentie naar voren brengen.
2. Vierde communautaire actieprogramma gelijke kansen
mannen en vrouwen
De Sociale Raad zal een eerste oriënterende gedachtenwisseling houden
over dit recent door de Commissie ingediende programma. In dit programma stelt
de Commissie maatregelen voor ter tenuitvoerlegging van de volgende doelstellingen:
– het creëren van zoveel mogelijk draagvlak op alle niveaus
waardoor gelijkheid van kansen zal worden bevorderd;
– het bevorderen van gelijke kansen in het economisch leven;
– het verenigen van beroeps- en gezinsleven van mannen en vrouwen;
– het bevorderen van een evenwichtige deelname van vrouwen en mannen
in het besluitvormingsproces;
– het bevorderen van het effectueren van rechten door vrouwen.
Ook door de Commissie wordt hierbij gestreefd naar «mainstreaming»
(integratie in het totale activiteitenkader).
Nederland staat positief tegenover de voortzetting van activiteiten op
het gebied van gelijke behandeling.
3. Resolutie beeld van vrouwen in reclame en media
Met dit initiatief wil het Spaanse Voorzitterschap de aandacht vestigen
op het belang van de beeldvorming van de rol van vrouwen en de rol van reclame
en media daarin. Enkele lidstaten, waaronder Nederland, hadden problemen met
de rol die in de tekst aanvankelijk voor de overheid was voorzien vanwege
mogelijke frictie met constitutionele regels inzake vrijheid van meningsuiting
c.q. persvrijheid. De tekst is in de loop van de onderhandelingen zodanig
geamendeerd dat met name de door Nederland op dit gebied voorgestane zelfregulering
als instrument voor een evenwichtiger beeldvorming van vrouwen en mannen wordt
aangevoerd. Hiermee is de resolutie voor Nederland aanvaardbaar.
4. Resolutie inzake racisme en xenofobie
Het Spaanse Voorzitterschap heeft de problematiek van racisme en xenofobie
ook in het kader van de Sociale Raad aan de orde gesteld door middel van een
resolutie waarin de lidstaten op de ernst van de problematiek worden gewezen.
Met name wordt daarbij het terrein van de werkgelegenheid en het sociaal beleid
in ruimere zin beoogd. Dientengevolge worden ook sociale partners aangespoord
het hunne bij te dragen aan de strijd tegen racisme en xenofobie.
Nederland kan – net als de overige lidstaten – met de resolutie
instemmen.
5. Besluit betreffende communautaire steun voor acties
ten behoeve van ouderen
Sinds de Sociale Raad van 29 juni jl., waar dit besluit stuitte op een
veto van Duitsland, is er ten aanzien van dit onderwerp geen vooruitgang geboekt.
Het initiatief t.a.v. acties ten behoeve van ouderen beoogt een bijdrage te
leveren aan de maatschappelijke, culturele en economische integratie van ouderen.
Daar de Duitse positie niet is gewijzigd ligt het niet in de verwachting dat
op deze Sociale Raad tot besluitvorming zal worden gekomen.
6. Programma ter bestrijding van sociale uitsluiting
Dit onderwerp is op de Sociale Raad van 29 juni jl. wederom gestuit op
een veto van Duitsland, dat daarin werd bijgevallen door het VK. Hoewel duidelijk
is dat beide lidstaten hun positie zullen handhaven en besluitvorming dus
onmogelijk is, heeft het Spaanse Voorzitterschap het onderwerp toch geagendeerd.
7. Samengaan van gezins- en beroepsleven
Onder dit agendapunt zal de Commissie verslag uitbrengen van de voortgang
die ten aanzien van dit onderwerp is geboekt in de dialoog tussen Europese
werknemers- en werkgeversorganisaties. Deze dialoog is in gang gezet toen
de Commissie in het kader van de procedures die onder het Sociaal Protocol
zijn voorzien sociale partners vroeg zich te beraden over de wenselijkheid
van een Europees initiatief op dit gebied. Aanleiding hiervoor was het feit
dat de ontwerp-richtlijn «Ouderschapsverlof» in september 1994
in de Sociale Raad schipbreuk leed.