21 501-18
Sociale Raad

nr. 45
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juli 1995

Bijgaand doe ik u toekomen het verslag van de vergadering van de Sociale Raad van 29 juni jl. in Luxemburg.

De tekst van de op initiatief van het Franse voorzitterschap tot stand gekomen Resolutie inzake de werkgelegenheid voor oudere werknemers alsmede die van de Conclusies inzake het belang en de sleutelfunctie van de kwaliteit van de beroepsopleiding zend ik u per separate brief.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. P. W. Melkert

VERSLAG VAN DE SOCIALE RAAD VAN 29 JUNI 1995

1. Algemeen

De Raad, onder voorzitterschap van de nieuwe Franse minister van Arbeid Barrot, slaagde erin overeenstemming te bereiken over de richtlijn arbeidsmiddelen en over twee initiatieven van het voorzitterschap. Voor het overige leverde de Raad geen tastbare resultaten op. Wel bleek dat het Spaanse voorzitterschap veel energie zal stoppen in de follow-up van de Europese Raad van Essen, welker conclusies over werkgelegenheid zijn bevestigd door de Europese Raad van Cannes.

2. Follow-up van de Europese Raad van Essen (deel werkgelegenheid)

Het Franse voorzitterschap memoreerde kort de prominente plaats die ook in de conclusies van de Europese Raad van Cannes Raad is ingeruimd voor werkgelegenheid. De Spaanse delegatie zegde toe dit onderwerp met grote intensiteit in het kader van de Sociale Raad aan de orde te zullen stellen. Tevens werd het mandaat van de ad-hoc-groep van persoonlijke vertegenwoordigers van de Ministers van Sociale Zaken vernieuwd. In het kader van deze groep zal verder worden gewerkt aan de voorbereiding van het rapport aan de Europese Raad van Madrid.

3. Sociaal actieprogramma voor de middellange termijn (1995–1997)

Over dit onderwerp is tijdens de lunch informeel gesproken, waarbij de lidstaten in algemene termen op het programma van de Commissie reageerden. De Europese Commissie zal binnen afzienbare tijd de eerste voorstellen voortvloeiend uit het actieprogramma aan de Raad presenteren.

4. Richtlijn detachering van werknemers

Daar de elkaar in het ambtelijke voortraject in snel tempo opvolgende compromisvoorstellen toch niet voldoende bleken om de patstelling op dit dossier te doorbreken, is zonder verdere inhoudelijke discussie door het voorzitterschap besloten het dossier door te schuiven naar zijn Spaanse opvolger.

5. Richtlijn arbeidsmiddelen

Op dit onderwerp slaagde de Raad erin een politiek akkoord over een gemeenschappelijk standpunt te bereiken, nadat de lidstaten die aanvankelijk voor een striktere formulering pleitten zich hadden neergelegd bij een compromisvoorstel van het voorzitterschap. Alleen het VK en Italië onthielden zich van stemming. Het voorstel zal nu in het kader van de samenwerkingsprocedure voor tweede lezing aan het Europese Parlement worden gezonden.

De onderhavige richtlijn is een wijziging van richtlijn 89/655/EEG inzake arbeidsmiddelen. Met de nu in eerste lezing geaccordeerde wijziging is de mogelijkheid van initiële keuring van arbeidsmiddelen geschapen. Ook is de lijst van arbeidsmiddelen waarop de richtlijn van toepassing is geactualiseerd. In een nieuwe bijlage worden richtsnoeren gegeven voor het gebruik van arbeidsmiddelen.

6. Richtlijn behoud van rechten van werknemers bij overgang van ondernemingen

Het voorzitterschap schetste de stand van zaken m.b.t. dit richtlijnvoorstel en sprak de hoop uit dat het Europese Parlement spoedig advies zou kunnen uitbrengen waarna behandeling in raadskader kan worden voortgezet.

7. Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid

Dit onderwerp is als A-punt (zonder debat) de Raad gepasseerd, zodat nu een aanvang kan worden genomen met het feitelijk opstarten van het Agentschap. Dit Agentschap is op grond van een besluit van de Europese Raad van Brussel in december 1993 ingesteld en heeft als vestigingsplaats Bilbao.

8. Programma ter bestrijding van sociale uitsluiting

Ook nu kon Duitsland, daarin inmiddels gesteund door het VK, zijn bezwaren die voortvloeien uit de subsidiariteitsgedachte, t.o.v. dit initiatief niet opheffen zodat wederom geen overeenstemming over dit programma kon worden bereikt. Hiermee lijkt het lot van dit voorstel nu zeer ongewis.

9. Besluit betreffende communautaire steun voor acties ten behoeve van ouderen

Ook ten aanzien van dit programma bleken de bezwaren van Duitsland onoverkomelijk. Deze bezwaren houden verband met de bevoegdheidsverdeling tussen de Duitse overheden, waardoor instemming met dit Europese initiatief voor Duitsland onmogelijk bleek.

10. Werkgelegenheid voor oudere werknemers

De Raad heeft deze resolutie van het Voorzitterschap aanvaard. In de resolutie wordt de aandacht gevraagd van lidstaten en sociale partners voor de specifieke aspecten van participatie van ouderen in het arbeidsproces.

11. Kwaliteit van de beroepsopleiding

De conclusies die het Franse voorzitterschap heeft opgesteld over het belang en de sleutelfunctie van de kwaliteit van de beroepsopleiding werden door de Raad gedeeld.

De conclusies brengen – mede in het licht van de werkgelegenheidssituatie en de conclusies van Essen op dit punt – het belang van beroepsopleiding van goede kwaliteit nog eens onder de aandacht van de lidstaten en de Commissie. Lidstaten worden aangespoord aan de kwaliteit van de beroepsopleiding gepaste aandacht te schenken.

12. Diversen

Onder dit punt heeft het voorzitterschap gerapporteerd over een studiebijeenkomst over stedelijke gebieden en sociale samenhang, die op 19 en 20 mei in Parijs is gehouden. Het Spaanse voorzitterschap zal aan dit initiatief een vervolg geven.

Naar boven