21 501-18
Sociale Raad

nr. 40
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 30 januari 1995

Bijgaand zend ik u het verslag van de ingelaste vergadering van de Raad van Ministers van Sociale Zaken, die op 21 december jl. in Brussel werd gehouden over het onderwerp detachering.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. P. W. Melkert

VERSLAG VAN DE SOCIALE RAAD VAN 21 DECEMBER 1994

Richtlijn detachering

Het enige onderwerp dat op de agenda van deze vergadering van de sociale raad stond en waarvoor deze raad zelfs speciaal was geconvoceerd was de richtlijn detachering. In een uiterste poging toch nog overeenstemming te bereiken over dit onderwerp legde het Duitse voorzitterschap nogmaals de richtlijn voor aan de Raad. Het bleek evenwel niet mogelijk de verschillen in opvattingen tussen de Lid-Staten te overbruggen.

Zo toonde een aantal Lid-Staten zich wederom niet bereid om te accepteren dat de lijst van onderwerpen waar de richtlijn zich op richt niet uitputtend van aard zou zijn, ondanks een compromistekst van de voorzitter die inhield dat nieuwe onderwerpen slechts zouden mogen worden opgenomen wanneer een soort informatieprocedure zou zijn gevolgd.

Het definitieve breekpunt bleek echter de vraag naar de lengte van de drempelperiode voor de toepassing van minimumloon en vakantie te zijn. Hier lag eveneens een compromis-voorstel van de voorzitter, dat inhield dat er alleen voor de toepassing van bovenwettelijke regelingen een drempelperiode van 1 week zou bestaan. Ofschoon enkele landen, waaronder Nederland, verklaarden dat zij, zij het met moeite, dit compromis wel konden aanvaarden, bleek het om verschillende redenen voor een aantal andere Lid-Staten een onacceptabel voorstel te zijn. Hier bleken de Lid-Staten die vasthielden aan de wens naar een veel langere periode (tot enkele maanden), voor zowel wettelijke als bovenwettelijke regelingen, lijnrecht te staan tegenover enkele Lid-Staten die van mening waren dat er in het geheel geen sprake van een termijn zou mogen zijn, omdat de richtlijn daardoor te zeer dreigde te worden verslapt.

De voorzitter kon niet anders dan constateren dat overeenstemming niet mogelijk was en vervolgens het debat sluiten.

Naar boven