Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2001-2002 | 21501-18 nr. 164 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2001-2002 | 21501-18 nr. 164 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 februari 2002
Hierbij bied ik u mede namens Staatssecretaris Hoogervorst aan het verslag van de informele Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 18 en 19 januari jongstleden. Dit verslag zal op 28 februari 2002 tijdens het Algemeen Overleg met uw commissies ter voorbereiding van de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 7 maart aanstaande worden besproken.
Verslag van de informele Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 18 en 19 januari 2002 te Burgos
Op de Informele Raad te Burgos, werd onder Spaans voorzitterschap een tweetal onderwerpen besproken, t.w. de toekomst van de Europese werkgelegenheidsstrategie en de open coördinatie op pensioenterrein. De bespreking van de Europese Werkgelegenheidsstrategie vond plaats in het licht van de evaluatie van deze strategie die later dit jaar dient te worden voltooid. Er was sprake van een grote mate van eensgezindheid onder de ministers over veranderingen om de strategie effectiever te maken. De procedure dient te worden vereenvoudigd, er dienen minder richtsnoeren te komen en de procedure moet worden gesynchroniseerd met die inzake de globale economische richtsnoeren, d.w.z. ook plaats te vinden in het eerste semester van het jaar, dit met het oog op de bespreking ervan tijdens de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad (ER).
In de discussie over toepassing van de methode van open coördinatie op het pensioenterrein werden de afspraken die onder Belgisch voorzitterschap waren gemaakt opnieuw bevestigd.
Evaluatie van de werkgelegenheidsstrategie
Belangrijkste boodschap van de Europese Commissie in haar inleidende bijdrage was dat het werkgelegenheidsproces beter gecoördineerd dient te worden met de andere beleidsprocessen op EU niveau, met name de globale economische richtsnoeren. Dit betekent dat het werkgelegenheidsproces in de tijd synchroon zal moeten lopen met de globale economische richtsnoeren. Afronding van het werkgelegenheidspakket aan het eind van het eerste semester van een jaar zal ook leiden tot een verbetering van de politieke sturing op sociaal-economisch terrein door de voorjaarsbijeenkomst van de ER. De Commissie was tevens van mening dat er minder richtsnoeren dienen te komen. Het jaarlijkse ritme dient echter gehandhaafd te blijven. De betrokkenheid van sociale partners moet versterkt worden. In de nieuwe werkgelegenheidsstrategie dient naar mening van de Commissie de nadruk te liggen op structurele herzieningen van de arbeidsmarkt, het belang van scholing, met name levenslang leren. Veel aandacht zal naar mening van de Commissie uit moeten gaan naar de consequenties van de uitbreiding. Ook wees zij erop dat de voorwaarden dienen te worden geschapen om een grotere mobiliteit van de beroepsbevolking mogelijk te maken.
De meeste ministers stonden inleidend stil bij de recente minder gunstige economische situatie. Er bestond grote overeenstemming over het feit dat de afzwakking van de economische groei juist een stimulans zou moeten zijn om vast te houden aan de in Lissabon uitgezette strategie en om binnen dit kader de EWS effectiever te maken. De nieuwe EWS diende nadrukkelijk aan te sluiten bij de strategie en de doelstellingen die op de ER van Lissabon zijn afgesproken. In dit kader werd door veel lidstaten de nadruk gelegd op versterking van de coherentie en samenhang tussen werkgelegenheidsbeleid en economisch beleid. Eensgezind waren de lidstaten van mening dat het werkgelegenheidsproces gelijk moet lopen met de vaststelling van de globale economische richtsnoeren om een betere synergie van de processen te bereiken. Van verschillende zijden werd benadrukt dat het werkgelegenheidsproces als een autonoom proces gehandhaafd moet blijven.
Onder de lidstaten bestond een grote mate van overeenstemming over de toekomstige vormgeving van de EWS: het geheel moet minder bureaucratisch worden, er dienen minder richtsnoeren te komen en het proces dient gericht te worden op de middellange termijn. Versterkte betrokkenheid van sociale partners op nationaal en op Europees niveau bij een heldere verantwoordelijkheidsverdeling werd eveneens door de meeste sprekers benadrukt.
Ook Nederland intervenieerde in deze zin, benadrukte de noodzaak van een middellange termijn oriëntatie en van heldere en concrete doelstellingen op een beperkter aantal prioriteiten. De inhoudelijke prioriteiten voor de komende periode die door Nederland naar voren werden gebracht vonden veel bijval. Nederland benadrukte het belang van structurele modernisering van de arbeidsmarkt en wees met name op de noodzaak om de inspanningen te richten op groepen met een te lage graad van arbeidsparticipatie (vrouwen, ouderen, allochtonen) en op de noodzaak om de activerende werking van de stelsels van sociale zekerheid (werk moet lonen) nadrukkelijk als thema op de agenda te zetten.
Veel sprekers wezen bovendien op het belang van voortdurende scholing.
Commissie en voorzitterschap waren het in hun afsluitende interventie eens dat de discussie samengevat kon worden in drie kernpunten: synchronisatie, vereenvoudiging en focus, d.w.z. meer gericht bepaalde aspecten van de strategie ontwikkelen. De Commissie merkte op dat in haar opvatting al dit jaar met de synchronisatie van de werkgelegenheidsstrategie met de globale economische richtsnoeren wordt begonnen. De «focus» zou moeten liggen bij preventie, gelijke kansen voor vrouwen en mannen en oudere werknemers. Zij herhaalde dat ook de Commissie een geringer aantal richtsnoeren wenst maar dat de door velen gevraagde ontbureaucratisering ook een opgave voor de lidstaten zelf is. Medio dit jaar zal zij een mededeling verspreiden inzake de evaluatie van de werkgelegenheidsstrategie.
De Spaanse voorzitter noemde als aandachtspunten voor de komende tijd nog vergroten van de activerende werking van stelsels van sociale zekerheid en met name pensioenen, levenslang leren en immigratie.
In zijn inleiding zette het Spaanse voorzitterschap de ontwikkelingen en resultaten tot nu toe uiteen. Hij stelde dat de wijze waarop de methode van open coördinatie op het terrein van pensioenen wordt toegepast niet noodzakelijkerwijs identiek hoeft te zijn aan de wijze waarop deze methode is toegepast op andere terreinen. Met nadruk wees hij op het principe van de subsidiariteit dat op dit terrein bij uitstek geldt. Hij legde de nadruk op de ontwikkeling van goede praktijken maar erkende tegelijk dat ook de ontwikkeling van indicatoren noodzakelijk is.
Volgens de Europese Commissie bood het in Laken door de ER met instemming ontvangen gemeenschappelijk verslag over de pensioenen met de daarin geformuleerde elf gemeen-schappelijke doelstellingen een goede en evenwichtige basis om de uitdaging van de vergrijzing gecoördineerd maar met behoud van de nationale verantwoordelijkheden aan te gaan. Ze benadrukte de noodzaak om het evenwicht tussen de financiële sociale doelstellingen ook in de verdere uitwerking van de open coördinatie en de ontwikkeling van indicatoren die voortvarend ter hand zal moeten worden genomen, bewaard moet blijven.
De daarop volgende interventies toonden aan dat over het algemeen genomen de lidstaten tevreden waren met de resultaten die onder Belgisch voorzitterschap bereikt waren. Men was bereid om de afspraken verder langs het voorziene tijdschema na te komen.
Nederland onderstreepte in zijn interventie het belang van toepassing van open coördinatie op pensioenterrein. Het Europese sociale model wordt door de demografische ontwikkeling op de proef gesteld. Behoud van dit model vereist een voortvarende aanpak en het vasthouden van de dynamiek die het afgelopen jaar eerst onder Zweeds en daarna onder Belgisch voorzitterschap was bereikt.
Met name het gemeenschappelijk verslag van SPC en EPC dat op 3 december door de Raad was goedgekeurd en later door de ER van Laken bevestigd, vormde een uitstekende basis voor de concrete stappen die nu gezet moeten worden. Nederland achtte het voorgestelde tijdpad niet alleen wenselijk maar ook realistisch. Het benadrukte dat de integrale aanpak waarbij Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid en de EcoFin Raad gezamenlijk optrekken, reden voor het succes tot nu toe was en dus gehandhaafd dient te blijven. Nederland stelde dat indicatoren een onontbeerlijk element zijn voor een geloofwaardig Europees pensioenproces. Het gaat ervan uit dat alle lidstaten, conform de afspraken die hierover zijn gemaakt, september 2002 hun nationale actieplannen gereed hebben. Tevens wees Nederland erop dat de resultaten van de werkzaamheden in de globale economische richtsnoeren en in het Groei- en Stabiliteitspact verwerkt moeten worden teneinde een effectieve aanpak te garanderen en vrijblijvendheid en onzichtbaarheid te voorkomen.
Sommige Lidstaten legden, vanwege de gevoeligheid van de thematiek, sterk de nadruk op een zorgvuldige en voorzichtige verdere uitwerking van het proces, met name bij de ontwikkeling van indicatoren. Toch was er algemene instemming met de besluiten die tot nu toe waren genomen en bereidheid om die ook verder tot uitvoering te brengen. Een aantal lidstaten wees er ook op dat de ontwikkeling en later het gebruik van indicatoren niet tot een ranking van lidstaten diende te leiden.
De Europese Commissie stelde dat een zekere flexibiliteit in de wijze waarop de methode van open coördinatie op het terrein van pensioenen wordt toegepast, wel mogelijk is, maar waarschuwde tegelijk dat dit niet tot een verwatering van de procedure zou mogen leiden. Samenvattend constateerde de Spaanse voorzitter dat er overeenstemming bestond over de noodzaak om het komende jaar vooruitgang te boeken bij de toepassing van de methode van open coördinatie. Hij benadrukte nogmaals het belang van indicatoren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-18-164.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.