21 501-18
Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid

nr. 155
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 25 oktober 2001

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 en de algemene commissie voor Europese Zaken2 hebben op 4 oktober 2001 overleg gevoerd met minister Vermeend van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over:

het verslag van de Informele Raad voor werkgelegenheid en sociaal beleid van 6 en 7 juli 2001 (EU-01-197/SoZa-01-657);

de agenda van de Raad voor werkgelegenheid en sociaal beleid van 8 oktober 2001.

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

Mevrouw Verburg (CDA) stelt vast dat er na dertig jaar onderhandelen een richtlijn voor de Europese vennootschap komt, waarin ook de betrokkenheid van de werknemers geregeld is. Zij vraagt zich wel af waarom een comité van experts nodig is om de richtlijn in de lidstaten te implementeren. Onduidelijk is nog op welke wijze de handhaving gestalte zal krijgen.

Het werkgelegenheidspakket bevat de weinig opzienbare aandachtspunten van de te grote instroom in de WAO en de tekortschietende reïntegratie. Het is aardig dat Europa dit aanreikt, maar het is van belang om er in Nederland uit te komen. Het is te hopen dat de SER binnenkort met een voorstel komt en dat het kabinet doet wat het heeft toegezegd en vrij snel met concrete voorstellen naar de Kamer komt. In het werkgelegenheidspakket wordt weinig aandacht besteed aan de sluitende aanpak. Kan daar iets meer over worden gezegd?

In de paragraaf over de kwaliteit van de arbeid zit een aantal ongrijpbare elementen. Als er op Europees gebied meer mee zou moeten gebeuren, dan is in eerste instantie een scherp begrippenkader nodig. Vervolgens moet ook de meetbaarheid goed worden geregeld. Het punt mag in ieder geval niet leiden tot een vergroting van de administratievelastendruk. De Nederlandse wetten voor arbeidsomstandigheden en arbeidstijden zijn goed. De aandacht voor de kwaliteit van de arbeid is voldoende. Open coördinatie kan ertoe leiden dat lidstaten elkaar bevragen op een aantal thema's. Aan grootse nieuwe plannen bestaat geen behoefte. Veel afspraken worden in cao's gemaakt. Een onderwerp als gelijke beloning kan beter via het voor- en najaarsoverleg en via druk op de sociale partners worden bevorderd dan via een wet. Het is opvallend dat deeltijdarbeid en flex en zekerheid in Europa nog steeds suspecte punten zijn. De minister zal trachten op dit punt zegenrijk werk te verrichten.

De Sociale Raad dient zich niet bezig te houden met de ILO-normen. Als lidstaten zich er niet aan houden, moeten ze daarop worden aangesproken, maar de Sociale Raad moet niet het werk van de ILO willen doen. Wat de OESO-richtlijnen inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen betreft dient de minister zijn Europese collega's aan te spreken. De overheid heeft hierin een rol te vervullen, waarbij de ILO-normen natuurlijk ook aan de orde zijn. Het is onduidelijk waar de nadere studie inzake het versterken van de diverse ILO-mechanismen toe moet leiden.

Het woonlandbeginsel is een goed principe. Als mensen werkloos worden, moet de uitkering gecombineerd kunnen worden met effectief reïntegratiebeleid, dat gecontroleerd moet kunnen worden. De lijn van het kabinet in dezen verdient ondersteuning. In de grensregio's worden aangepaste regels gehanteerd om de afstemming met het buurland gemakkelijker te maken. Waar speciale bemiddelaars niet nodig zijn, moeten ze ook niet worden ingezet.

De modernisering van EEG-verordening 1408/71 inzake de coördinatie sociale zekerheid schiet niet op. Gezien de ingrijpendheid en veelomvattendheid valt dat te begrijpen. Onduidelijk is wat bedoeld wordt met statenlozen. Is het de bedoeling de werkingssfeer uit te breiden met asielzoekers zonder verblijfsvergunning? Welke inzet heeft het kabinet bij de verdere ontwikkeling van parameters voor de verordening? De CDA-fractie opteert voor een limitatieve opsomming van wettelijke regelingen die onder de werkingssfeer moeten vallen. Ook op dit gebied moet subsidiariteit worden gehanteerd.

Het jaar 2003 zal het Europese jaar voor mensen met een handicap zijn. Zal dit allemaal vanuit Brussel worden georganiseerd of kunnen de lidstaten er ook zelf aan werken? Voorkomen moet worden dat er na een jaar van inspanningen weinig concreets overblijft. Er valt in Nederland nog heel wat te doen als het gaat om wetgeving voor toegang van personen met een handicap tot de arbeidsmarkt.

Het dossier van de pensioenen is van eminent belang en verdient dan ook veel aandacht. Open coördinatie is noodzakelijk. Hoe staat het met de opname van dit element in de stabiliteitsfactoren?

De heer Depla (PvdA) constateert dat het Belgisch voorzitterschap hoge ambities koestert, bijvoorbeeld inzake sociale uitsluiting en kwaliteit van arbeid. Het is een belangrijk signaal dat Europa niet alleen iets betekent voor de economie, maar ook een sociale component heeft. De minister dient zich in te spannen om het Belgisch voorzitterschap tot een succes te maken.

De Commissie is positief over de Nederlandse arbeidsmarkt en noemt als weinig verrassende probleemvelden de omvang van de WAO en de geringe arbeidsdeelname van vrouwen en 55-plussers. Wat is de reactie van de regering op deze inbreng?

Een richtsnoer voor de werkgelegenheid is van groot belang. De Europese Commissie heeft achttien richtsnoeren voorgesteld. De regering stemt ermee in, maar wijst op het aanpassingsvermogen van arbeidsorganisaties. Flexibilisering van de arbeidsmarkt is van belang, maar moet zowel vanuit werkgeversoogpunt als vanuit werknemersoogpunt worden beschouwd.

De minister meent dat hij een Europese inbreng niet nodig heeft bij het bevorderen van gelijke beloning. In het Verenigd Koninkrijk worden op dit terrein flinke successen geboekt, bijvoorbeeld door vrouwen goed op de hoogte te brengen van de verschillende mogelijkheden om hun recht te halen. Nederland zou daarvan kunnen leren.

Voor de kandidaat-lidstaten dienen de sociale onderwerpen ook nu al helder aangegeven te worden. In veel aspirant-toetreders is de sociale situatie weinig rooskleurig. Dat maakt het des te belangrijker om er reeds nu aandacht aan te geven.

Het is goed dat de EU zich ook bezighoudt met de kwaliteit van de arbeid. Het negatieve beeld van deeltijdarbeid en flexibele arbeid dient te worden bijgesteld. Aandacht verdient de verenigbaarheid van arbeid en zorg, omdat dit een goede indicator is voor de kwaliteit van arbeid. Het aantal ontslagen is in ieder geval geen goede maat. Het is beter om bijvoorbeeld te letten op de doorstroming van bijzondere groepen.

Er is een mededeling van de Commissie inzake de verbetering van de «gouvernance sociale» aan de orde. Het gaat erom dat de globalisering uit balans is. Er is veel aandacht besteed aan een vrij verkeer van geld en producten. Het is logisch dat de andere pijler, het fundamentele arbeidsrecht, ook goed geregeld wordt. Wat is precies de inzet op Europees niveau? Zijn de genoemde problemen er de oorzaak van dat Nederland nog niet alle verdragen heeft geratificeerd?

Wat de coördinatie van de sociale zekerheid betreft wordt eigenlijk weer van voren af aan begonnen. Als arbeidsmobiliteit van belang wordt gevonden, moet de sociale zekerheid daar natuurlijk op zijn afgestemd. Wanneer zal de notitie over de parameters verschijnen? Wat is de inzet van Nederland om de sociale zekerheid in Europa beter af te stemmen? Werklozen moeten meer mogelijkheden hebben om in andere lidstaten werk te zoeken. Wat zijn de mogelijkheden voor arbeidsbureaus en sociale diensten, zeker in grensregio's?

Voor het eind van het jaar moeten de indicatoren ter bestrijding van sociale uitsluiting worden vastgesteld. Nederland wijst op het belang van meten op resultaat. De ambities van Lissabon dienen gehaald te worden. Is de verwachting gerechtvaardigd dat dat gaat lukken?

De ambities van Nederland op het punt van de pensioenen verdienen ondersteuning. Heel Europa heeft belang bij financiële stabiliteit. Verder spelen hierbij natuurlijk de vergroting van de arbeidsparticipatie en de kwaliteit van de pensioenen een rol. Het Nederlandse pensioenstelsel is goed, maar er kan zeker nog geleerd worden van de Europese kwaliteitscriteria. Een van de indicatoren is namelijk dat het stelsel zodanig moet functioneren, dat een overstap van loondienst naar zelfstandig ondernemerschap en vice versa niet belemmerd wordt. Volgend jaar moet in Barcelona de start van het open coördinatieproces kunnen worden afgekondigd. Moeten in dat proces niet ook de Bolkestein-richtlijn en de afstemming van het fiscale regime voor pensioenen worden meegenomen? De Nederlandse pensioenfondsen moeten ook over de grens kunnen opereren en de internationale mobiliteit van werknemers moet worden vergemakkelijkt. De Bolkestein-richtlijn heeft echter ook problematische kanten. Voorkomen moet worden dat de richtlijn alleen geldig verklaard wordt voor landen waarvan het pensioenregime toch al prima geregeld is. In dat geval kan de beleggingsvrijheid van de Nederlandse pensioenfondsen ingeperkt raken. Ook het vervallen van de verplichtstelling kan negatieve gevolgen hebben. Het valt te hopen dat de amendementen op dit punt van het Europees Parlement worden aangenomen.

Mevrouw Örgü (VVD) constateert dat bij elke raad een reeks van onderwerpen wordt behandeld, waardoor het gevaar ontstaat dat de bomen het zicht op het bos verloren doen gaan. Er worden bovendien onderwerpen behandeld die veeleer het lokale, provinciale of nationale niveau raken.

Het is goed dat er een richtlijn komt voor de Europese vennootschap.

Aandacht voor de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen is goed, maar de Nederlandse houding in dezen verdient ondersteuning: het dient vooral te gaan om het stimuleren van de sociale partners om in dit opzicht initiatieven te nemen. De door de sociale partners opgestelde checklist kan een goed middel zijn.

Het onderwerp «kwaliteit van de arbeid» wordt erg breed aangepakt. Er worden discussies gehouden over deeltijdarbeid en flexibiliteit als onderdeel van de kwaliteit van de arbeid. Al met al is dit voor de VVD-fractie een onderwerp dat nationaal moet worden aangepakt. Vooropstaat in ieder geval dat werk moet lonen. Een grote toename van de administratievelastendruk is bepaald onwenselijk.

Volgens de agenda zou meer kunnen worden gedaan aan het bevorderen van fundamentele arbeidsnormen. Daarvoor moet duidelijk worden gemaakt wie wat doet. Overlap moet worden voorkomen.

Op het punt van de gender mainstreaming wordt goed gewerkt met een kwantitatieve en een kwalitatieve vragenlijst.

Bij de herziening van de EEG-verordening inzake de coördinatie van de sociale zekerheid mag de vereenvoudiging voor de burger geen evenredige complicaties voor de uitvoeringsinstellingen betekenen. Het is een belangrijk punt. Bureaucratie moet echt goed worden bestreden. De voorstellen van het kabinet inzake grensarbeid verdienen ondersteuning.

Het jaar 2003 als Europees jaar voor mensen met een handicap is een goed initiatief, maar ook zoiets verdient veeleer een nationale, provinciale en lokale aanpak.

Terwijl het onderwerp van de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting op de agenda prijkt, ontbreken hiervoor ondanks de reeds geleverde inspanningen eenduidige definities. Een Europese inspanning op dit punt lijkt zonde van de tijd. Het is een onderwerp dat veeleer nationaal moet worden aangepakt.

Eenzelfde opmerking kan worden gemaakt over de ontwerpresolutie inzake de deelname van iedereen aan de informatiemaatschappij.

Antwoord van de minister

De minister wijst erop dat met de goede onderlinge contacten Nederland het Belgisch voorzitterschap adequaat kan ondersteunen. In een vroeg stadium zijn er al intensieve contacten geweest met de twee betrokken Belgische collega's. Verder is er nauwe betrokkenheid bij de voorbereiding van indicatoren. Nederland heeft in dezen ook deskundigheid geleverd. Er is ondersteuning voor de ambitieuze aanpak van België. Het gaat er natuurlijk om dat deze ambitie leidt tot concrete resultaten. Het valt niet altijd mee om de lidstaten op één lijn te krijgen, bijvoorbeeld bij de indicatoren.

Er is gevraagd naar de noodzaak van het comité van experts voor de implementatie van het statuut voor de Europese vennootschap. Dat comité kan nodig zijn bij het oplossen van interpretatieproblemen. De regelgeving is wederom ingewikkeld geworden, maar dat was noodzakelijk om tot unanimiteit te kunnen komen. De controle zal nationaal plaatsvinden.

Het Nederlandse WAO-probleem was al bekend. De sluitende aanpak is in Europa kenbaar gemaakt. De visie op deeltijdbanen is in sommige landen nogal eigenaardig. De werkgelegenheidssuccessen in Nederland zijn mede te danken aan deeltijdbanen. Het vergt uitleg dat het daarbij gaat om banen met een keurige rechtsbescherming waarvoor de cao's normaal van toepassing zijn. De zendingsarbeid zal worden voortgezet. Het is in ieder geval voorkomen dat negatieve indicatoren een rol zijn gaan spelen.

De lidstaten zijn lid van de ILO en niet de EU als geheel. Fundamentele normen moeten in ILO-verband worden overeengekomen. Dat laat onverlet dat er ook in Europees verband over wordt gesproken. Het nog niet ratificeren van verdragen staat hier geheel los van.

De verschillen in beloning van mannen en vrouwen moeten vooral door de sociale partners worden aangepakt. Nederland is overigens niet bang voor indicatoren of richtsnoeren op dit punt. De uitkomsten van de studie waren verrassend. Er wordt nog gezocht naar een adequate verklaring. De arbeidsinspectie heeft ook onderzoek gedaan en dat heeft weer een andere uitkomst te zien gegeven. Ook staatssecretaris Verstand heeft al te kennen gegeven dat de oorzaak van de 7% nog zal worden opgespoord.

Wat de pensioenenproblematiek betreft is echt gekozen voor open coördinatie. Nederland is een van de landen die het punt op de agenda heeft gezet. Het is een zaak die zowel de Sociale Raad als de Ecofinraad raakt. In laatstgenoemde raad is afgesproken dat het in 2002 een onderdeel van het Stabiliteitspact zal zijn. Via open coördinatie zullen gezamenlijke doelstellingen worden geformuleerd. De eerste nationale rapportages worden in het najaar van 2002 verwacht. Er wordt echt behoorlijke voortgang geboekt.

Een zeer kritische houding jegens de Bolkestein-richtlijn is gepast. De richtlijn kan ertoe leiden dat belemmeringen worden opgeworpen voor het succesvolle Nederlandse pensioensysteem. De amendementen die in het Europees Parlement zijn ingediend, worden op dit moment bestudeerd. De uiteindelijke beoordeling zal aan de Kamer worden gestuurd.

Voor de armoedeval en het idee dat werk moet lonen zijn op nationaal niveau maatregelen getroffen. Het ligt in de lijn der verwachting dat de Europese partners van het nut daarvan kunnen worden overtuigd.

Flexibiliteit moet zowel aan werkgeverskant als aan werknemerskant aanwezig zijn. In Nederland is men in beginsel vrij om in cao-verband afspraken te maken over de arbeidstijd.

Er wordt gewerkt aan de verschillende indicatoren. Nederland is er bepaald niet bang voor om indicatoren te ontwikkelen of te aanvaarden op grond waarvan Nederland zelf minder goed scoort dan andere landen. Wel moeten het natuurlijk indicatoren zijn die een objectieve beoordeling mogelijk maken.

Open coördinatie leidt tot een bredere blik op de eigen prestaties. Het is de bedoeling dat de verschillende landen elkaar gaan opjutten om tot goede resultaten te komen. Nederland meent vaak de wijsheid in pacht te hebben, maar blijkt het niet op alle punten erg goed te doen. Het is een goed idee om over de opbrengsten van het open-coördinatieproces eens met de Kamer van gedachten te wisselen. Dat kan echter pas op het moment dat de criteria ontwikkeld zijn en er dus meer inzicht bestaat in de verhouding van de verschillende prestaties.

De kwaliteit van de arbeid is vooral een zaak die op nationaal niveau moet worden geregeld. Als Europa echter de ambitie heeft om een concurrerende regio in de wereld te zijn, dan moeten er meer en betere banen worden gecreëerd. In zoverre is het goed om ook op Europees niveau gedachten te ontwikkelen over de inhoud van het begrip «kwaliteit van de arbeid». Een criterium als het aantal ontslagen is dan inderdaad niet opportuun.

Wat de herziening van de verordening inzake de coördinatie van de sociale zekerheid betreft zal zo spoedig mogelijk, medio november, met een nieuw stuk worden gekomen.

Een Europees jaar voor mensen met een handicap moet natuurlijk vooral tot nationale maatregelen leiden. De financiering ervan zal op 5 oktober 2001 in het kabinet aan de orde komen. Het is de bedoeling dat de belangen van mensen met een handicap voortdurend op de agenda blijven staan. Het mag niet blijven bij één jaar. Bezien zal worden welke wetgeving aanpassing behoeft en wat andere Europese landen op dit punt doen.

De arbeidsbureaus en de sociale diensten langs de grenzen werken al samen met de instellingen in de buurlanden. Er wordt steeds gestreefd naar soepele oplossingen. Er vindt uitwisseling van vraag en aanbod plaats. Waar mogelijk wordt er samengewerkt. Dat laat onverlet dat er nog steeds wettelijke belemmeringen zijn.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Terpstra

De voorzitter van de algemene commissie voor Europese Zaken,

Te Veldhuis

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Nava


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Terpstra (VVD), voorzitter, Biesheuvel (CDA), Schimmel (D66), Noorman-den Uyl (PvdA), ondervoorzitter, Kamp (VVD), Van Lente (VVD), Van Dijke (ChristenUnie), Bakker (D66), Visser-van Doorn (CDA), De Wit (SP), Van der Knaap (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Balkenende (CDA), Van Gent (GroenLinks), Smits (PvdA), Verburg (CDA), Bussemaker (PvdA), Spoelman (PvdA), Örgü (VVD), Van der Staaij (SGP), Santi (PvdA), Wilders (VVD), Snijder-Hazelhoff (VVD), Depla (PvdA), Bolhuis (PvdA).

Plv. leden: E. Meijer (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Giskes (D66), Kortram (PvdA), Blok (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Van Middelkoop (ChristenUnie), Van Vliet (D66), Stroeken (CDA), Marijnissen (SP), Ten Hoopen (CDA), Vendrik (GroenLinks), Mosterd (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Schoenmakers (PvdA), Dankers (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Middel (PvdA), Weekers (VVD), Van Walsem (D66), Oudkerk (PvdA), De Vries (VVD), Van Splunter (VVD), Van der Hoek (PvdA), Hamer (PvdA).

XNoot
2

Samenstelling: Leden: Te Veldhuis (VVD), voorzitter, Weisglas (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Van Middelkoop (ChristenUnie), Van Oven (PvdA), ondervoorzitter, Voûte-Droste (VVD), Hessing (VVD), Hoekema (D66), Marijnissen (SP), Verhagen (CDA), Rouvoet (ChristenUnie), De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Van den Akker (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Timmermans (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Weekers (VVD), Albayrak (PvdA), Eurlings (CDA), Van Baalen (VVD), Molenaar (PvdA).

Plv. leden: Verbugt (VVD), Blaauw (VVD), Dittrich (D66), Van den Berg (SGP), Valk (PvdA), Wilders (VVD), Remak (VVD), Ter Veer (D66), Van Bommel (SP), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), De Graaf (D66), Van der Hoeven (CDA), Waalkens (PvdA), Balkenende (CDA), Cörüz (CDA), M. B. Vos (GroenLinks), Feenstra (PvdA), Zijlstra (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Geluk (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Örgü (VVD), Gortzak (PvdA), Crone (PvdA).

Naar boven