Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2000-2001 | 21501-18 nr. 150 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2000-2001 | 21501-18 nr. 150 |
Vastgesteld 28 juni 2001
De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 en de algemene commissie voor Europese Zaken2 hebben op 7 juni 2001 overleg gevoerd met minister Vermeend en staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over:
– verslag Raad werkgelegenheid en sociaal beleid van 6 maart 2001 (21 501-18, nr. 145);
– agenda Raad werkgelegenheid en sociaal beleid van maandag 11 juni 2001;
– het nationaal actieplan werkgelegenheid (SoZa-01-427);
– brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 28 mei 2001 inzake concept-Europese richtlijn Lawaai (SoZa-01-483);
– brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 30 mei 2001 inzake het Belgisch voorzitterschap EU (SoZa-01–492/EU-01-149).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissies
Mevrouw Bussemaker (PvdA) constateert dat er niet veel terecht is gekomen van de ambities van het Zweeds voorzitterschap met betrekking tot de drie e's, waaronder employment. Het Belgisch voorzitterschap heeft de pensioenen, ongelijke beloning en kwaliteit van de arbeid op de agenda gezet. De Belgische minister Frank Vandenbroucke staat enigszins links van paars, zodat nauw contact met hem wenselijk lijkt.
Het nationaal actieplan werkgelegenheid bevat vooral een overzicht van bestaand beleid. In de afgelopen jaren is gebleken dat open coördinatie veel effect kan hebben. Er zijn twee nieuwe richtsnoeren in opgenomen voor verhoging van arbeidsparticipatie van ouderen en arbeidsmobiliteit.
Er is een aanbodoverschot van 648 000 in Nederland, maar de mismatch van vraag en aanbod is relatief gering ten opzichte van andere Europese landen. Deze mismatch komt voor op alle niveaus, zodat er terecht veel aandacht wordt besteed aan onderwijs. Welke maatregelen worden er in Europees verband genomen om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen? De relatie werk-privé en de ontwikkelingen in Europa zouden ook opgenomen moeten worden als agendapunt voor het overleg met de sociale partners.
Er zijn aanbevelingen gekomen van de Europese Commissie over het formuleren van beleidsindicatoren voor de sluitende aanpak, over regels die participatie ontmoedigen en de armoedeval. De regering is hier hard mee bezig. Is de Europese Commissie tevreden over de maatregelen die vorig jaar zijn genomen naar aanleiding van de aanbevelingen over de armoedeval en participatiebevorderende maatregelen?
Het Nationaal actieplan werkgelegenheid wordt grotendeels gefinancierd uit ESF-gelden. In 2000 zijn er geen ESF-middelen ingezet. Per 1 april 2001 is de uitvoering van ESF als agentschap ondergebracht bij het ministerie. Sinds april is het programma Equal opgezet over ondernemerschap, gelijke kansen en asielzoekers. Welke projecten worden er gefinancierd? De PvdA-fractie wil graag nieuwe transnationale projecten voor asielzoekers. Wordt hierbij centrale regie gevoerd of moeten er verzoeken voor komen? De afspraak was om elk jaar een voorbeeld te geven van een good practice, maar dat is dit jaar niet gebeurd. Kunnen er ook bad practices worden genoemd?
Op de agenda voor de Sociale Raad van 11 juni staat wijziging van de richtlijn gelijke behandeling, in die zin dat seksuele intimidatie als discriminatie wordt omschreven. Verder wordt het recht om terug te keren in het oude beroep na zwangerschapsverlof geregeld. Het is van groot belang dat de nieuwe richtlijn dezelfde status, bescherming en reikwijdte heeft als artikel 13-wetgeving, ook ten aanzien van discriminatie anders dan bij arbeid. Kan de regering na de Sociale Raad een overzicht geven van het commentaar dat is ingebracht door de commissie gelijke behandeling en anderen en van wat de wijzigingsvoorstellen inhouden voor Nederland?
Er is sprake van enige harmonisatie bij de richtlijn voor informatie aan werknemers, maar daarbij wordt de keuze opengelaten voor vertegenwoordiging op ondernemings- of vestigingsniveau. Wat is het standpunt van Nederland over sancties op dit vlak?
De raden van Lissabon en Nice hebben ertoe geleid dat armoedebestrijding en sociale uitsluiting op de agenda zijn gekomen en dat hierover nationale actieplannen worden opgesteld. Hiervoor moeten vanaf 1 januari 2002 indicatoren worden ontwikkeld. Welke indicatoren heeft de regering hierbij op het oog? Er kan worden gedacht aan inkomen als percentage van het BNP.
Volgens een recent document van de Europese Commissie over de Europese arbeidsmarkt zijn er meer inspanningen nodig om de afstemming bij de sociale zekerheid te verbeteren, maar er is weinig voortgang geboekt op dit terrein. Door een betere afstemming van de regelingen op het gebied van onderwijs, sociale zekerheid en pensioenen kan de arbeidsmobiliteit worden bevorderd. Een concreet voorstel is om de periode waarin een werkloze met behoud van de WW-uitkering in een andere lidstaat naar werk kan zoeken, te verlengen van drie naar zes maanden. De regering heeft als bezwaren hiertegen ingebracht de toename van de uitkeringslasten en problemen bij de handhaving. Mevrouw Bussemaker is van mening dat het bevorderlijk kan zijn voor internationale arbeidsmobiliteit en activerend kan werken, als mensen ook in andere lidstaten naar werk mogen zoeken. Zij overweegt een motie hierover in te dienen. Wanneer verschijnt het LISV-onderzoek hierover?
Mevrouw Bussemaker vraagt verder of de staatssecretaris van Emancipatiezaken het initiatief van Women on Waves voor een abortusboot ondersteunt.
Mevrouw Örgü (VVD) merkt op dat de rapporten over de prestaties van Nederland in vergelijking met het buitenland sterk zijn verbeterd. Het is belangrijk om afspraken te maken met andere landen over eenduidige definities, zodat de verschillen overzichtelijk in kaart gebracht kunnen worden.
De werkgelegenheid is sterk toegenomen en het aantal mensen met een uitkering is sterk afgenomen. Mensen met een minimuminkomen zijn er 22% in inkomen op vooruitgegaan, in het laatste jaar 6%. De koopkracht van mensen met een modaal inkomen is met slechts 9% gestegen. Doordat gemeenten categoriale regelingen voor inkomensondersteuning hebben ingevoerd, bijvoorbeeld een collectieve aanvullende ziektekostenverzekering voor mensen met een uitkering, waarvan werkende mensen met hetzelfde inkomen zijn uitgesloten, kan er sprake zijn van een armoedeval. De eerste prioriteit van de bewindslieden van Sociale Zaken en Werkgelegenheid moet zijn om werken lonend te maken.
De Sociale Raad heeft als aanbeveling over het Nationaal actieplan werkgelegenheid 2001 gegeven om de samenwerking met de sociale partners voort te zetten om negatieve prikkels in uitkeringsstelsels die een armoedeval kunnen vormen, te verminderen, omdat de arbeidsparticipatie van bijvoorbeeld gehandicapten daardoor wordt ontmoedigd.
Bij de evaluatie van de Wet REA is gebleken dat de resultaten voor verbetering vatbaar zijn. In 2002 moet de sluitende aanpak voor alle werklozen zijn gerealiseerd. Er is misbruik en oneigenlijk gebruik geconstateerd bij projecten met ESF-gelden, onder andere omdat de medewerkers van de uitvoeringsinstellingen niet alert zijn op fraude. Is er iets bekend over fraude in andere Europese landen?
De doelstelling van het kabinet is om het verschil in werkloosheid tussen etnische minderheden en autochtonen te halveren, waarover ook een Europese richtsnoer bestaat. Hoe denkt de minister dit te realiseren? De richtsnoeren 8 en 9 hebben betrekking op het bevorderen van gelijke kansen en ondernemerschap, zodat de negatieve prikkels voor arbeidsparticipatie van allochtone en autochtone vrouwen worden weggenomen. Wat is de stand van zaken?
De prioriteiten van het Belgisch voorzitterschap van de EU zijn duurzame pensioenen, bestrijding van armoede en sociale uitsluiting en modernisering van de sociale zekerheid. In andere brieven wordt een gemeenschappelijk asiel- en migratiebeleid genoemd. De VVD-fractie is van mening dat misbruik en oneigenlijk gebruik ook bij de prioriteiten vermeld moeten worden.
Over de agenda van de Sociale Raad van 11 juni merkt mevrouw Örgü op dat voorkomen moet worden dat er vage en onduidelijke richtlijnen komen, zoals voor de minimumnorm voor informatie aan en raadpleging van werknemers. Zij juicht het wel toe dat er wordt gewerkt aan een Europese vennootschap.
De heer Stroeken (CDA) ondersteunt het initiatief om minimumnormen te stellen voor de raadpleging van werknemers bij belangrijke veranderingen binnen ondernemingen met 50 werknemers of meer en vestigingen met 20 werknemers of meer, hoewel de uitwerking bij multinationale ondernemingen nog niet duidelijk is. Hij onderstreept het belang van het ontwikkelen van indicatoren voor een vergelijking en beleid met betrekking tot armoede en sociale uitsluiting. Het is van groot belang om rechtszekerheid bij pensioenen te garanderen. Recent is het rapport-Linschoten verschenen over de sociale en fiscale aspecten van grensarbeid. In het nieuwe belastingverdrag met België wordt uitgegaan van het werklandprincipe, net als in Duitsland. Bij volledige werkloosheid wordt er echter van uitgegaan dat de uitkering in het woonland wordt genoten. Het is van groot belang dat er duidelijkheid komt in deze discussie. De regering heeft een afhoudend standpunt ingenomen over de grens van drie of zes maanden, terwijl de sociale partners en de politieke partijen het hierover eens zijn. Staatssecretaris Hoogervorst heeft hierover advies gevraagd aan het LISV.
Er is een goed verzorgd Nationaal actieplan werkgelegenheid verschenen, maar er is nog steeds onduidelijkheid over het aantal nieuwe banen en de verbetering van de positie van de minimuminkomens. De heer Stroeken vraagt om hierover duidelijkheid te scheppen, zodat deze discussie kan worden afgerond.
De heer Stroeken distantieert zich nadrukkelijk van het verzoek van de PvdA om steun voor de abortusboot.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid spreekt de veronderstelling uit dat pas na de laatste vergadering duidelijk is wat het Zweedse voorzitterschap heeft opgeleverd. Er vindt intensief overleg plaats met de ambitieuze Belgische ministers van sociale zaken, die een extra raad hebben gepland. Het Belgisch voorzitterschap heeft de samenhang tussen houdbaarheid en kwaliteit van pensioenen en indicatoren voor kwaliteit van de arbeid op de agenda gezet. Nederland is gevraagd om expertise ter beschikking te stellen voor het ontwikkelen van indicatoren van armoede en sociale uitsluiting en wordt in de gelegenheid gesteld om in een vroeg stadium commentaar te leveren op de conceptteksten van het voorzitterschap. Fraude en het asielbeleid zijn niet als prioriteiten van het Belgisch voorzitterschap naar voren gebracht, maar misbruik en oneigenlijk gebruik komen altijd aan de orde als het gaat om sociale zekerheid.
Er zijn twee aanbevelingen gekomen van de Europese Commissie. De eerste betreft verbetering van de monitoring van de sluitende aanpak. De tweede betreft meer prikkels in het systeem van sociale zekerheid om werk lonend te maken. Een voorbeeld van good practices is de belastingherziening van 2001, omdat daarmee de armoedeval is aangepakt. Bij de miljoenennota worden nieuwe maatregelen op dit vlak genomen. Als er geen nieuwe aanbevelingen van de Commissie komen, kan men ervan uitgaan dat zij akkoord gaat met deze aanpak. Een aanbeveling mag worden gezien als een teken dat er een bad practice is, vergeleken met andere Europese landen. Nederland heeft wel uitzonderlijk goed gescoord op het gebied van de werkgelegenheid.
Het probleem is dat er nog steeds 1,6 miljoen mensen met een uitkering zijn. De sluitende aanpak is gericht op vermindering hiervan. De samenwerking met de sociale diensten in de steden is hierbij van groot belang. Sommige gemeenten lukt het wel om de invoering van de sluitende aanpak per 2002 te laten plaatsvinden en de oudere bijstandsgerechtigden er ook bij te betrekken, maar andere komen wat later. Er is een convenant gesloten met de VNG om op grote schaal case management beschikbaar te stellen om enkele onderdelen van de sluitende aanpak sneller te realiseren. Bij de nieuwe werklozen is deze al grotendeels ingevoerd. Voor de groep oude werklozen is de einddatum voor invoering ervan 2004. De minister zit er bovenop om te zorgen dat de steden deze datum halen. Er is nog geen sprake van vertraging, omdat het nog geen 2002 is.
In de sociale nota bij de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en bij de verantwoording in mei wordt een prestatiemeting gegeven in hoeverre de doelstellingen worden gerealiseerd. Hierbij is ook geconstateerd dat de sluitende aanpak nog niet overal is gerealiseerd. De bedoeling is dat de cijfers elk jaar een beter beeld geven. Door deze rapportages kunnen de Tweede Kamer en de Europese Commissie op de hoogte blijven van de resultaten.
De richtlijn voor raadpleging van werknemers wordt door enkele lidstaten onwenselijk geacht. Doordat de door de Commissie voorgestelde sancties in het voorstel van 23 mei zijn geschrapt, is de kans groter dat de richtlijn op 11 juni wordt aangenomen. Hierbij is optioneel of zij op het niveau van de onderneming of van de vestiging wordt uitgevoerd.
Het nieuwe programma en de nieuwe regeling in het kader van het ESF worden binnenkort gepubliceerd. Er is overlegd met de gebruikers en met de VNG over de mogelijkheden voor vereenvoudiging van de regeling, zodat de administratieve rompslomp kan worden verminderd.
Bij het voorjaarsoverleg staat het Kerstakkoord over de loonkostenontwikkeling op de agenda. Het Europees beleid komt pas bij het najaarsoverleg aan de orde, maar over bepaalde onderwerpen kan wel vooroverleg worden gehouden.
De Kamer heeft de commissie-Koning gevraagd om de aanwending van en de fraude met ESF-gelden in andere Europese landen te onderzoeken. In beginsel wordt door de Europese Rekenkamer nagegaan hoe de subsidies worden besteed. In de verantwoording van de Europese Commissie tegenover het Europees Parlement wordt hierover soms iets opgemerkt, maar daar is de minister niet verantwoordelijk voor.
Arbeidsmobiliteit is een breder vraagstuk dan of een werkloze drie of zes maanden de mogelijkheid heeft om in een andere lidstaat te solliciteren. De vraag is of iemand in een andere lidstaat wel een baan kan vinden. De mobiliteit binnen Europa is beperkt, omdat er sprake is van culturele verschillen. Er is een uitvoerig kabinetsstandpunt naar de Kamer gestuurd over het SER-advies over arbeidsmobiliteit in Europa. De maatregelen om deze te bevorderen hebben voornamelijk betrekking op een betere afstemming van de regelgeving op het niveau van de lidstaten en soms op Europees niveau. Er komt nog een reactie van de staatssecretaris van Financiën en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op het rapport-Linschoten.
De minister zegt een overzicht toe op basis van de wijzigingsvoorstellen van de Europese Commissie inzake verordening 1408/71, de effectiviteit ervan, de reden waarom de regering voor of tegen is en hoe andere landen erover denken. Staatssecretaris Hoogervorst had al toegezegd dat hij met de Tweede Kamer zou overleggen, alvorens tot een besluit te komen. De inventarisatieronde wordt pas in 2002 afgerond.
Er is al een rapport over armoede toegezonden aan de Kamer, waarin een overzicht is gegeven van de indicatoren. De suggestie voor inkomen als percentage van het BBP als indicator kan daarbij worden betrokken. Binnen Europa is het ook moeilijk om tot een eenduidige definitie van armoede-indicatoren te komen. Naar aanleiding van vragen over het onderzoek van de heer De Beer van het SCP heeft de minister al toegezegd dat hij bij de sociale nota probeert een afdoend overzicht te geven van het armoedebeleid en de inkomensontwikkeling in de afgelopen jaren.
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deelt mee dat ongelijke betaling bij mannen en vrouwen een belangrijk onderwerp was bij de informele raad in Norrköping in Zweden en een vervolg krijgt bij het Belgisch voorzitterschap. Er is een begin gemaakt met open coördinatie en benchmarking. Het voorstel om dit te verbreden naar ongelijke betaling bij allochtone en autochtone werknemers is niet overgenomen door de Europese Raad. Er is door enkele Zweedse universiteiten onderzoek gedaan naar ongelijke betaling. Daar zijn wel resultaten uitgekomen op macroniveau en gemiddeld, maar er is nog geen inzicht in de oorzaken ervan. Dit is wel nodig om tot adequate maatregelen te komen.
Transnationale projecten in het kader van het vijfde actieprogramma zijn hierbij ook van belang. De staatssecretaris heeft samen met een Britse minister een project inzake ongelijke betaling opgezet, dat kan worden uitgebreid naar een aspirant-lid, zoals Polen of Hongarije. Het kan ook interessant zijn om Duitsland hierbij te betrekken, omdat er in het voormalige Oost-Duitsland vrijwel geen loondiscriminatie was tussen mannen en vrouwen. De uitkomst van dit project kan weer worden ingebracht bij de Europese Unie.
De inzet van Nederland is om de richtlijn voor gelijke behandeling van mannen en vrouwen uit te breiden met de gronden van artikel 13. De Europese Commissie heeft toegezegd hiervoor volgend jaar voorstellen te doen. Er vindt regelmatig overleg plaats met de NGO's en de Commissie gelijke behandeling. Er is in grote lijnen overeenstemming over het eerste deel van de richtlijn. De consequenties van het aannemen van deze richtlijn verschillen nauwelijks met het verwerken van artikel 13 in Nederlandse regelgeving, waarover de Kamer vorig jaar uitvoerig is geïnformeerd.
Er zijn negen prioriteiten gesteld in het programma Equal. Een daarvan is het bestrijden van racisme en vreemdelingenhaat op de arbeidsmarkt, waarvan de asielzoekersproblematiek onderdeel uitmaakt. Hierbij zijn de departementen van Justitie en het Grotestedenbeleid betrokken. Zij kunnen het initiatief nemen voor centraal opgezette projecten en daarbij partners zoeken. Er kunnen aanvragen voor subsidie worden ingediend voor de projecten, die na november worden toegekend. Deze projecten worden getoetst aan de voorwaarden en de doelstellingen van de Equal-regeling, waar gender onder valt. Er zijn kaders voor het aanvragen en uitvoeren van projecten van samenwerkingsverbanden van allerlei organisaties.
Er is afgesproken dat de overheid het initiatief neemt bij een aantal centrale projecten op het gebied van de vierde pijler, te weten discriminatiebestrijding, arbeid en zorg, de bevordering van participatie van mannen in de zorg en het glazen plafond. Er kunnen in het kader van Equal ook projecten worden opgezet ter bevordering van vrouwelijk ondernemerschap. Het ministerie van Economische Zaken heeft projecten opgezet om etnisch ondernemerschap en vrouwelijk ondernemerschap te bevorderen, maar sommige vertegenwoordigers van vrouwen uit etnische minderheden willen niet op hun etniciteit worden aangesproken, maar op hun ondernemerschap.
Het abortusbeleid heeft niets te maken met gelijke kansen op de arbeidsmarkt en de sociaal-economische ontwikkeling van de Europese Unie. De staatssecretaris is dan ook niet van plan om dit op de agenda te zetten.
Samenstelling: Leden: Terpstra (VVD), voorzitter, Biesheuvel (CDA), Schimmel (D66), Noorman-den Uyl (PvdA), ondervoorzitter, Kamp (VVD), Van Lente (VVD), Van Dijke (ChristenUnie), Bakker (D66), Visser-van Doorn (CDA), De Wit (SP), Van der Knaap (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Balkenende (CDA), Van Gent (GroenLinks), Smits (PvdA), Verburg (CDA), Bussemaker (PvdA), Spoelman (PvdA), Örgü (VVD), Van der Staaij (SGP), Santi (PvdA), Wilders (VVD), Snijder-Hazelhoff (VVD), Depla (PvdA) en Bolhuis (PvdA).
Plv. leden: E. Meijer (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Giskes (D66), Kortram (PvdA), Blok (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Van Middelkoop (ChristenUnie), Van Vliet (D66), Stroeken (CDA), Marijnissen (SP), Ten Hoopen (CDA), Vendrik (GroenLinks), Mosterd (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Schoenmakers (PvdA), Dankers (CDA), Wagenaar (PvdA), Middel (PvdA), Weekers (VVD), Van Walsem (D66), Oudkerk (PvdA), De Vries (VVD), Van Splunter (VVD), Van der Hoek (PvdA) en Hamer (PvdA).
Samenstelling: Leden: Te Veldhuis (VVD), voorzitter, Weisglas (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Van Middelkoop (ChristenUnie), Van Oven (PvdA), ondervoorzitter, Voûte-Droste (VVD), Hessing (VVD), Hoekema (D66), Marijnissen (SP), Verhagen (CDA), Rouvoet (ChristenUnie), De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Van den Akker (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Timmermans (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Weekers (VVD), Albayrak (PvdA), Eurlings (CDA), Van Baalen (VVD) en Molenaar (PvdA).
Plv. leden: Verbugt (VVD), Blaauw (VVD), Dittrich (D66), Van den Berg (SGP), Valk (PvdA), Wilders (VVD), Remak (VVD), Ter Veer (D66), Van Bommel (SP), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), De Graaf (D66), Van der Hoeven (CDA), Waalkens (PvdA), Balkenende (CDA), Cörüz (CDA), M. B. Vos (GroenLinks), Feenstra (PvdA), Zijlstra (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Geluk (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Örgü (VVD), Gortzak (PvdA) en Crone (PvdA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-18-150.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.