Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2000-2001 | 21501-18 nr. 149 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2000-2001 | 21501-18 nr. 149 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 juni 2001
Mede namens Staatssecretaris Verstand zend ik u hierbij het verslag van de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 11 juni jongstleden. Dit verslag zal tijdens het Algemeen Overleg met uw Kamer op 5 juli aanstaande worden besproken.
Verslag van de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 11 juni 2001 te Luxemburg
Op de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 11 juni jl. werd onder Zweeds voorzitterschap een politiek akkoord bereikt over drie richtlijnen: de wijziging van richtlijn gelijke behandeling mannen en vrouwen m.b.t. de toegang tot het arbeidsproces (76/207/EEG), de richtlijn informatie en raadpleging van werknemers en de bescherming van werknemers tegen lawaai. Voorts werd gesproken over «gender mainstreaming», duurzame ontwikkeling, sociale bescherming en de rol van de werknemers bij de Europese coöperatieve vennootschap.
1. Gelijke behandeling van mannen en vrouwen
| Titel voorstel: | Wijziging van Richtlijn 76/207/EEG betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen, en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden |
| Document: | COM(2000)334 |
Na een korte en constructieve discussie waarin duidelijk werd dat er bij geen enkele lidstaat nog onoverkomelijke bezwaren tegen de voorliggende concept-richtlijn bestonden, concludeerde het Zweedse voorzitterschap dat de Raad unaniem een politiek akkoord had bereikt over het gemeenschappelijk standpunt.
In reactie op een interventie van Nederland gaf de Europese Commissie aan in 2002 nieuwe voorstellen op grond van artikel 13 van het EG-Verdrag te zullen voorleggen, om zodoende een gelijk niveau van bescherming tegen discriminatie op de non-dicriminatiegrond geslacht tot stand te brengen als geregeld in de richtlijnen op grond van artikel 13 van het EG-Verdrag voor de andere non-discriminatiegronden (Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming en Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep).
| Titel voorstellen: | a) Perspectieven in andere Raadsformaties dan de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid |
| b) Vergadering van deskundigen op het gebied van «gender mainstreaming» op 15/16 mei te Sigtuna (Zweden) | |
| Document: | 9098/01 SOC 201 |
Het Zweedse voorzitterschap zette het verslag uiteen dat aan Raad was aangeboden over de wijze waarop in de Raden Onderzoek en Ontwikkelingssamenwerking het thema gender mainstreaming was behandeld.
De Commissie merkte op dat gender mainstreaming door alle beleidsterreinen heen ter hand diende te worden genomen en dat er met duidelijke doelstellingen gewerkt diende te worden. Zij noemde daarbij als voorbeelden geweld tegen vrouwen, vrouwenhandel en de deelname van vrouwen aan besluitvorming. Tevens benadrukte zij het belang van de bijeenkomst in Sigtuna. Hier was aanzienlijke vooruitgang bereikt bij het vinden van passende instrumenten om de behandeling van het thema gender mainstreaming meer gewicht en structuur te geven. Zij was van mening dat de Europese Raad hierbij een vooraanstaande rol moet spelen. Via ER conclusies zal sturing aan het proces van gender mainstreaming moeten worden gegeven en zal ook de follow up moeten worden geregeld. Zij riep de ER op om dat snel te doen en was van mening dat hiervoor geen nieuwe structuren in het leven dienden te worden geroepen. De Commissie is voornemens een bijeenkomst op hoog niveau bijeen te roepen om de input te verzorgen voor het plan van het Belgisch voorzitterschap om gender mainstreaming op te nemen in de macro-economische richtsnoeren. Tenslotte drukte de Commissie haar afschuw en verzet uit m.b.t. de executies van vrouwen in Iran.
Nederland benadrukte het belang van een goede inkadering van het proces van gender mainstreaming om voortgang te boeken op dit dossier.
Het inkomende Belgische voorzitterschap deed vervolgens mededeling over haar voornemens op dit terrein. Men wil het thema gender mainstreaming aan de orde stellen in het kader van de voorbereidingen van de Europese Raad van Barcelona en bij de macro-economische richtsnoeren. België betuigde haar instemming met de opvatting van de Commissie over de rol van de ER en het voornemen om een bijeenkomst van deskundigen bijeen te roepen die de inbedding van gender mainstreaming in de macro-economische richtsnoeren moet voorbereiden. Ook een aantal andere lidstaten betuigde steun aan de voornemens van de Commissie.
3. Voorstel voor een richtlijn van het Parlement en de Raad over informatie en raadpleging van werknemers
| Titel voorstel: | Voorstel voor een richtlijn van het Parlement en de Raad over informatie en raadpleging van werknemers |
| Documenten: | COM (1998)612 def. |
In besloten vergadering bereikte de Raad een politiek akkoord over een gemeenschappelijk standpunt op dit dossier. Een tweetal lidstaten, waar na onlangs gehouden verkiezingen nog geen nieuwe regering was aangetreden kon alleen ad referendum akkoord gaan met het bereikte compromis. Drie lidstaten maakten een parlementair studievoorbehoud.
Na dat na een eerste discussieronde geconstateerd werd dat voor het voorliggende voorstel voor een richtlijn een gekwalificeerde meerderheid in de Raad bestond, werd door het Zweedse voorzitterschap alsnog een poging ondernomen om tot consensus op het dossier te komen. Consensus werd uiteindelijk bereikt door deels tegemoet te komen aan de wens van een lidstaat om de reikwijdte van de richtlijn (voor een langere periode) te beperken tot ondernemingen met meer dan 100 werknemers.
Op suggestie van Nederland werd een compromis bereikt die de lidstaten, die nog geen wetgeving of andere regelingen inzake informatie en consultatie van werknemers kennen een extra overgangsperiode van tweemaal twee jaar toe te kennen. Na een implementatieperiode van drie jaar kunnen deze lidstaten gedurende de eerste twee jaar van de extra overgangsperiode een drempel van 150 werknemers (voor vestigingen: 100 werknemers) en voor de tweede extra periode van twee jaar met een drempel van 100 werknemers (voor vestigingen: 50 werknemers) toepassen. Na een periode van in totaal 7 jaar gelden voor deze lidstaten uiteindelijk dezelfde regels als voor de andere 13 lidstaten na 3 jaar, namelijk een drempel van 50 werknemers voor ondernemingen en van 20 voor vestigingen.
De Commissie toonde zich teleurgesteld omdat de Raad niet bereid was voorstellen van de Commissie en het EP ter aanscherping van de sanctiebepalingen over te nemen. Zo had de Commissie voorgesteld om daar waar bepaald wordt dat sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend dienen te zijn, toe te voegen dat dit met name dient te gelden in die situaties waarbij arbeidsovereenkomst of arbeidsrelatie worden beëindigd. Dit voorstel werd door de Raad afgewezen.
4. Gewijzigd voorstel voor een richtlijn voor de bescherming van werknemers bij de blootstelling aan geluid
| Titel voorstel: | Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (lawaai) (bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG). |
| Documenten: | 9 483/01 SOC 225 CODEC 510 |
Het voorzitterschap constateerde dat alle lidstaten konden instemmen met het compromis over een grenswaarde van 87 dB(A) als maximaal toegelaten niveau op het oor voor blootstelling aan schadelijk geluid, rekening houdend met het gebruik van gehoorbeschermingsmiddelen. Ook tegen het voorstel voor een overgangstermijn van vijf jaar voor de zeevaart werden geen bezwaren naar voren gebracht. Het Zweedse voorzitterschap kon vervolgens vaststellen dat de Raad een politiek akkoord had bereikt over het gemeenschappelijk standpunt.
Een lidstaat vroeg in een verklaring opnieuw aandacht voor een gedegen beoordeling van de gevolgen en de kosten van nieuwe regelgeving en verzocht de Commissie en het volgende voorzitterschap dit te doen bij de volgende voorstellen inzake fysische agentia.
5. Voorbereiding van de Europese Raad van Göteborg, strategie voor duurzame ontwikkeling
| Titel voorstel: | Commissiemededeling «A Sustainable Europe For a Better World; a European Union Strategy for Sustainable Development» |
| Document: | COM(2001)264 |
Het Zeedse voorzitterschap en de Commissie leidden dit dossier kort in, waarna de Voorzitters van het Werkgelegenheidscomité (EMCO) en het Comité voor Sociale Bescherming (SPC) de rapporten van beide comités toelichtten. In de discussie waar slechts enkele lidstaten het woord voerden, benadrukte Nederland de noodzaak de duurzaamheidsstrategie in te bedden in het Lissabonproces. Voor de jaarlijkse beoordeling in het voorjaar moeten naar Nederlandse opvatting praktische indicatoren gebruikt worden. M.b.t. de indicatoren merkte de Commissie op dat de door haar voorgestelde 40 indicatoren onder de komende voorzitterschappen verder bekeken moeten worden.
6a. Aan de Europese Raad van Göteborg voor te leggen verslag over de houdbaarheid van de pensioenregelingen
| Titel voorstel: | «Adequate and Sustainable Pensions: a Report by the Social Protection Committee on the Future Evolution of Social Protection» |
SPC voorzitter Briet gaf een korte inleiding op het rapport «Veilige en houdbare pensioenen». Hij prees de samenwerking tussen SPC en EPC bij de totstandkoming van het rapport. Ook in de toekomst zou er in de samenwerking van de beide comités sprake moeten zijn van een tweerichting verkeer. Vervolgens stelde hij dat uit het rapport duidelijk naar voren kwam dat in de sfeer van pensioenhervormingen al veel gaande was. De wijze waarop lidstaten de hervormingen doorvoerden was pragmatisch. Lidstaten probeerden niet om de pensioenstelsels in geheel op hun kop te zetten maar waren desalniettemin bezig om noodzakelijke aanpassingen te verrichten. De hervormingen van de pensioenstelsels in de lidstaten dienen ervoor te zorgen dat geen ondragelijke lasten voor toekomstige generaties worden geschapen. De aanpak zal geïntegreerd moeten zijn en op evenwichtige wijze aandacht moeten besteden aan de sociale, de financiële en de werkgelegenheidsaspecten van de problematiek.
Het inkomend Belgisch voorzitterschap vroeg aandacht voor de formulering van doelstellingen op het terrein van de pensioenhervormingen. Daarbij diende een geïntegreerde benadering gevolgd te worden, waarbij een drietal invalshoeken in acht worden genomen namelijk sociale rechtvaardigheid, financiële houdbaarheid en inspelen op de veranderende behoeften van individu en samenleving. De drie betrokken comités (SPC, EMCO en EPC) zullen alle vanuit hun eigen invalshoek moeten komen tot één, geïntegreerde aanpak.
Het Belgische voorzitterschap benadrukte nogmaals haar ambitie om mede op basis van een aangekondigde mededeling van de Commissie algemene doelstellingen op het terrein van pensioenhervormingen overeen te komen zoals in Stockholm afgesproken. Het pleidooi om de coördinatie bij de formulering van geïntegreerde doelstellingen inzake pensioenhervorming bij SPC neer te leggen, werd door een aantal lidstaten gesteund.
Nederland onderstreepte het belang van een heldere opdracht van de ER van Göteborg tot de ontwikkeling van betaalbare kwaliteitsdoelstellingen inzake pensioenen. Het wees tegelijk op de noodzaak van een integrale aanpak door de betrokken Raden en comités zonder dat de één daarbij boven de ander zou worden geplaatst. Tenslotte wees Nederland erop dat de cijfers die in het rapport worden gepresenteerd, onvoldragen van karakter zijn en dat daar de nodige verbeteringen absoluut noodzakelijk zijn wil men op basis van deze cijfers beleid kunnen ontwikkelen.
De Commissie deelde mee in haar mededeling die eind juni verwacht mag worden aan te zullen geven hoe de coördinatie van op het terrein van de pensioenen aangepakt zal worden.
Het Zweedse voorzitterschap sloot de discussie af met de constatering dat de Raad met instemming kennis kon nemen van het rapport van het SPC en dat het aan de ER van Göteborg zal worden toegezonden.
6b. Nationale actieplanen tegen armoede en sociale uitsluiting (Stand van de besprekingen)
Met betrekking tot de stand van zaken bij de Nationale Actieplannen armoede en sociale uitsluiting meldde de Commissie dat inmiddels 12 lidstaten hun NAP hadden toegezonden. De Commissie is nu begonnen met de beoordeling van de NAP's. De resultaten zullen in oktober aan de Raad worden voorgelegd teneinde uiteindelijk aan de Europese Raad van Laken over de voortgang bij de bestrijding van armoede te kunnen rapporteren.
7. Coördinatie sociale zekerheid (hervorming 1408/71)
| Titel voorstel: | Voorstel voor een verordening (EG) van het Europees Parlement en de Raad voor de coördinatie van de sociale zekerheidssystemen (herziening van Verordening 1408/71) |
| Document: | COM (1998)779 def. 8794/01 SOC 188 CODEC 411), |
Van het voortgangsverslag werd door de Raad kennisgenomen, waarna alle delegaties zich uitspraken over de twee in het verslag gestelde vragen. Zoals verwacht bleken de meningen verdeeld te zijn. Een aantal lidstaten zou zich (onder voorwaarden) kunnen vinden in een uitbreiding van drie naar zes maanden van de periode, waarin een werkloze met behoud van uitkering in een andere lidstaat werk kan zoeken. Anderen wezen dit zonder meer af, terwijl een derde groep waaronder Nederland de studie van de ambtelijke commissie wilde afwachten om meer gegevens te hebben ter bepaling van het standpunt.
De tweede vraag over de wenselijkheid om een volledige werkloze grensarbeider aanspraak te geven op een werkloosheidsuitkering van zijn laatste werkland, in plaats van zijn woonland werd door een aantal lidstaten positief beantwoord. Anderen wilden vasthouden aan de bestaande regeling en een derde groep, waaronder Nederland, wilde ook hier de studie van de ambtelijke commissie afwachten.
Afsluitend meldde het inkomende Belgische voorzitterschap conform de opdracht van de Europese Raad van Stockholm voornemens te zijn politieke kaders te willen aangeven voor de verdere bespreking van de verordening.
8. Voorstel voor een richtlijn van de Raad over de rol van werknemers in de Europese coöperatieve vennootschap ECV
Het Zweedse voorzitterschap meldde dat bij dit voorstel nauw zal worden aangesloten bij de voor het EuropeseVennootschap bereikte oplossing en gaf te kennen spoedige afronding nog onder het volgende voorzitterschap mogelijk te achten.
De Commissie maakte melding van de Conferentie over Racismebestrijding in Durban (ZA) van 31 augustus tot 7 september 2001, waaraan de Commissie actief bijdraagt. Zij verwees naar de mededeling van juni jl., waarin ook een overzicht van de maatregelen en acties van Unie.
Zij maakte voorts melding van een voorstel om 2003 uit te roepen tot het Europees jaar van personen met een handicap. Dit voorstel volgt uit de Sociale Agenda. 10 % van de bevolking van de Unie betreft personen met een handicap. Er moeten minder belemmeringen zijn voor hun deelname aan het maatschappelijk leven.
Op verzoek van een lidstaat werd gesproken over het Witboek chemische stoffen dat in de Milieuraad wordt behandeld. Daarbij zou volgens deze lidstaat meer aandacht aan de risico's die verbonden zijn aan de omgang met chemische stoffen besteed moeten worden en afstemming met het terrein van de arbeidsomstandigheden moeten plaatsvinden. Nederland steunde deze opvatting.
Tot slot werd eveneens op verzoek van dezelfde lidstaat aandacht geschonken aan de noodzaak agenda's en vergaderdata zodanig af te stemmen dat betrokken Raden daadwerkelijk gelegenheid krijgen stelling te nemen over onderwerpen ter doorzending aan de Europese Raden.
Als voorbeeld werden aangevoerd de Globale richtsnoeren voor het economische beleid waarover de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid zich niet heeft kunnen uitspreken als gevolg van de gekozen planning van Raden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-18-149.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.