21 501-18
Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid

nr. 143
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 februari 2001

Bijgaand zend ik u de geannoteerde agenda ten behoeve van de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal beleid van 6 maart aanstaande. Deze agenda zal tijdens het Algemeen Overleg met uw Kamer op donderdag 22 februari worden besproken.

Op de agenda van deze Raad staat o.a. de voorbereiding van de Europese Raad van Stockholm.

In reactie op een verzoek van mevrouw Bussemaker zend ik u tevens ter informatie een document van het Zweedse voorzitterschap dat een overzicht biedt van de prioriteiten van het voorzitterschap op sociaal en werkgelegenheidsterrein.1

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

W. A. F. G. Vermeend

Geannoteerde agenda van de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 6 maart 2001 te Brussel

Bij verzending van deze geannoteerde agenda (14 februari) was de agenda van de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 6 maart nog niet definitief vastgesteld. Er was nog niet bekend op basis van welke documenten het Zweedse voorzitterschap de besprekingen in de Raad wil voeren.

De Raad zal onderbroken worden voor een vergadering van het Permanent Comité voor Arbeidsmarktvraagstukken waarin de ministers van de lidstaten en de Europese vertegenwoordigers van sociale partners zitting hebben. Enig agendapunt van deze vergadering vormt een bespreking van de Zweedse voorbereidingen voor de Europese Raad van Stockholm.

1. Publiek debat over veilige en houdbare pensioenen en pensioenstelsels

Op de voorlopige agenda van de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid staat een publiek debat over veilige en houdbare pensioenen gepland.

Achtergrond

De Europese Raad van Lissabon (maart 2000) heeft de groep op hoog niveau «Sociale bescherming» (sinds december 2000 het Comité Sociale Bescherming (SPC)) opdracht gegeven om een studie te verrichten naar de toekomst van de sociale bescherming op lange termijn. Daarbij dient bijzondere aandacht uit te gaan naar de houdbaarheid van pensioen-stelsels.

De Europese Raad van Feira (juni 2000) heeft twee actielijnen aangegeven die gericht zijn op

– betere voorspelling van toekomstige tendensen en

– het verkrijgen van een grondig inzicht in recente, huidige of verwachte nationale strategieën voor pensioenhervorming.

Op basis van nationale rapportages van de lidstaten over de inrichting van hun pensioenstelsels en (voorgenomen) hervormingsstrategieën stelt het SPC een voortgangsverslag op dat aan de Europese Raad van Stockholm zal worden voorgelegd.

Ten behoeve van de Europese Raad van Gothenborg zal vervolgens een uitgebreide synthese plaatsvinden.

Het debat van de Raad zal naar verwachting gaan over de wijze waarop de sinds Lissabon gestarte samenwerking tussen de lidstaten nader vorm gegeven dient te worden. Dit met het oog op de Europese Raden van Stockholm en Gothenburg die de lijnen voor de komende jaren zullen uitzetten. Nederland is van mening dat de methode van open beleidscoördinatie een geschikt instrument is om de samenwerking op dit terrein binnen de EU te versterken. Het stellen van concrete gemeenschappelijke doelstellingen en de ontwikkeling van indicatoren zijn daarbij essentieel.

2. Voorbereiding van de Europese Raad van Stockholm

De Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid bespreekt op 6 maart zijn bijdrage ten behoeve van de Europese Raad van Stockholm (23 en 24 maart 2001). De Europese Raad zal de sociale en economische ontwikkelingen in de EU bespreken met het oog op de uitvoering van de afspraken die in het voorjaar van 2000 zijn gemaakt tijdens de Europese Raad van Lissabon en die ten doel hebben van de EU de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie te maken die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang. Het Zweedse voorzitterschap heeft daarbij in het bijzonder aandacht gevraagd voor de effecten van de demografische ontwikkeling (vergrijzing) op de haalbaarheid van deze doelstelling.

De bespreking in de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid zal plaatsvinden onder meer aan de hand van het door de Commissie opgestelde Synthesedocument dat u als bijlage bij deze geannoteerde agenda ontvangt.1

Tevens zal de Raad de stand van zaken opmaken van de uitvoering van de Europese Sociale Agenda die tijdens de Europese Raad van Nice (7 t/m 11 december 2000) is vastgesteld, onder meer over bestrijding van sociale uitsluiting. Ook wordt de stand van zaken opgemaakt van de in Nice afgesproken activiteiten ten aanzien van pensioenen. Die afspraken betroffen uitwisseling door de lidstaten, in samenwerking met de Commissie, van hun beleid ter waarborging van de kwaliteit en de houdbaarheid van de pensioenstelsels. Een eerste studie waarin de nationale hervormingsstrategieën ten behoeve van het houdbaar maken van de pensioenstelsels centraal staan zal worden voorgelegd aan de Europese Raad van Stockholm.

Het Nederlandse optreden tijdens de Raad van 6 maart past in de bredere voorbereiding van de Europese Raad van Stockholm. In de brief met bijbehorende notitie van de Minister-President aan de Zweedse Premier Persson (2 februari), die aan uw Kamer is toegezonden, zijn de speerpunten van de Nederlandse inzet verwoord.

Conform het kabinetsstandpunt ter voorbereiding van de Europese Raad van Stockholm zal de Nederlandse inbreng tijdens de Raad voor de Werkgelegenheid van 6 maart zich concentreren op de volgende thema's uit de brief aan Premier Persson:

– verhogen van de arbeidsparticipatie met bijzondere aandacht voor ouderen en aandachtsgroepen;

– binnen de werkgelegenheidsstrategie met kwantitatieve indicatoren monitoren van het opleidingsniveau van de beroepsbevolking;

– het inventariseren van belemmeringen voor arbeidsmobiliteit

– het monitoren van de sociale samenhang aan de hand van indicatoren

– toepassen van de open coördinatiemethode ten aanzien van nationaal beleid ter garandering van de houdbaarheid van oudedagsvoorzieningen.

3. Werkprogramma van het Werkgelegenheidscomité (EMCO)

Ter informatie ligt het werkprogramma van het Werkgelegenheidscomité (EMCO) voor aan de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid. Kerntaak van de EMCO is, net als voorgaande jaren, de uitvoering van de verdragstaken, dat wil zeggen het bespreken van de werkgelegenheidssituatie (aan de hand van nationale actieplannen werkgelegenheid) en het adviseren over nieuwe doelstellingen voor het jaar erop (werkgelegenheidsrichtsnoeren) en eventueel te nemen landenspecifieke aanbevelingen. Daarnaast zal het EMCO komend jaar enkele thema's nader uitdiepen en zich als bijzondere activiteit bezig houden met de uitvoering van een evaluatie van de werkgelegenheidsstrategie. Deze evaluatie is aangekondigd bij de start van de werkgelegenheidsstrategie in 1997. Op basis van de evaluatie zullen nieuwe doelstellingen voor de strategie na 2002 door de Raad vastgesteld worden.

4. Werkprogramma van het Comité Sociale Bescherming (SPC)

Het Zweedse voorzitterschap zal aan de Raad informatie verstrekken over het werkprogramma van het SPC. De werkzaamheden van het SPC zullen zich het komende jaar met name concentreren op de in 2000 in gang gezette werkzaamheden:

Bestrijding armoede en sociale uitsluiting

Op basis van de nationale actieplannen bestrijding armoede en sociale uitsluiting die de lidstaten voor 1 juni aanstaande zullen opstellen stelt de Commissie een verslag op dat in het najaar door de Raad zal worden vastgesteld.

Veiligheid en houdbaarheid pensioenstelsels

Op basis van de nationale rapportages die de lidstaten in februari opstellen bereidt het SPC een synthese studie voor die aan de Europese Raad van Gothenburg zal worden voorgelegd. Aan de Europese Raad van Stockholm zal over de voortgang gerapporteerd worden. Deze Raden zullen verdere richting geven aan de samenwerking op dit terrein tussen de lidstaten en aan de werkzaamheden van het SPC.

Het SPC heeft een werkgroep ingesteld die de ontwikkeling en verbetering van indicatoren op het terrein van de sociale bescherming ter hand zal nemen.

Voorts zal met betrekking tot de twee andere hoofd onderwerpen behorend tot het taakveld van het SPC, in lijn met de in Nice vastgestelde Sociale agenda, bezien worden op welke wijze deze het komende jaar opgepakt kunnen worden. Het betreft:

– werk lonend maken en inkomen waarborgen

– waarborgen kwaliteit en houdbaarheid stelsels van gezondheidszorg

Andere relevante aandachtspunten voor het komende jaar betreffen:

– de werkzaamheden van het SPC in relatie tot de uitbreiding van de EU

– uitwerking van de dialoog met het Europees Parlement, sociale partners, NGOs en instellingen voor sociale zekerheid.

5. (eventueel) Gezamenlijke maatregelen op het gebied van de werkgelegenheid

Titel voorstel: Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad inzake communautaire stimuleringsmaatregelen op het gebied van werkgelegenheid

Inzet van eventuele bespreking van het programma in de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid is het bereiken van een gezamenlijk politiek akkoord van Raad en Europees Parlement (EP). De besluitvorming vindt plaats via co-decisie met het EP. Het Parlement is in november begonnen met de behandeling van het dossier. Verwacht wordt dat het EP zeer binnenkort een advies uitbrengt.

Het programma is met name gericht op de bevordering van de samenwerking tussen de lidstaten bij de analyse, het onderzoek en de monitoring van het arbeidsmarktbeleid en de identificatie van «best practices».

In het bijzonder wordt de aandacht hierbij gericht op:

– basis verschaffen voor een meer strategische benadering van het werkgelegenheidsbeleid;

– financiering van activiteiten die gericht zijn op monitoring;

– bevordering van informatie- en ervaringsuitwisseling;

– ontwikkeling van gemeenschappelijke indicatoren;

– betrokkenheid van de sociale partners;

Het betreft de voortzetting van bestaande werkgelegenheidsactiviteiten. Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam is het noodzakelijk deze bestaande activiteiten te baseren op art. 129, het Verdragsartikel dat expliciet in dit soort van activiteiten voorziet.

Nederland staat evenals het merendeel van de lidstaten positief tegenover het voorstel.

6. (eventueel) Coördinatie sociale zekerheid (diverse wijzigingen)

Titel voorstel: Voorstel voor een verordening van het Parlement en de Raad ter wijziging van verordening 1408/71 (sociale zekerheid) en verordening 547/72 (toepassing verordening 1408) over de diverse wijzigingen 1999/2000

Dit voorstel bevat de wijzigingen die jaarlijks in de Verordening worden aangebracht ten gevolge van wijzigingen in de nationale stelsels. Een voorbeeld hiervan kan zijn een verandering in de uitvoeringsorganisatie in een lidstaat. Het betreft hierbij dus geen materiële wijzigingen, maar uitsluitend wijzigingen van technische aard. Het voorstel 1999/2000 bevat geen bijzondere punten die voor Nederland van belang zijn.

De besluitvorming vindt plaats via co-decisie met het EP dat deze week over dit voorstel vergadert.

7. (eventueel) Voorstel voor een richtlijn van de Raad over de rol van werknemers bij de Europese vennootschap

Op 20 december jongstleden bereikte de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid een politiek akkoord op dit dossier (zie verslag van de Raad van 20 december 2000). Vanwege de substantiële wijzigingen die sinds de raadpleging van het Europees Parlement in de tekst zijn aangebracht heeft de Raad besloten om, alvorens het politiek akkoord te formaliseren, het Parlement opnieuw te raadplegen. Een discussie over dit onderwerp is niet gepland.

8. Informatie van het Zweedse voorzitterschap over

– de informele Raad over gelijke kansen en sociale zekerheid gehouden van 21–23 januari jl. te Norrkoping;

– de informele Raad over werkgelegenheid en telecommunicatie in Lulea van 15–17 februari 2001;

– de voorzitterschapsconferentie «Work Life 2000 – Quality of Work» gehouden te Malmo van 22–24 januari jl.

Een verslag van de informele Raad over gelijke kansen en sociale zekerheid van 21–23 januari jl. te Norrkoping is de Tweede Kamer reeds toegezonden. Het verslag van de Raad van Lulea zal de Kamer zo spoedig mogelijk na afloop van de bijeenkomst ontvangen.


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven