21 501-18
Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid

nr. 142
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 5 februari 2001

De algemene commissie voor Europese Zaken1 en de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid2 hebben op 18 januari 2001 overleg gevoerd met staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over:

– het verslag van de Raad voor de werkgelegenheid en sociaal beleid van 27 en 28 november 2000 (21 501-18, nr. 139);

– het verslag van de Raad voor de werkgelegenheid en sociaal beleid van 20 december 2000 (21 501-18, nr. 140);

– de agenda van de informele Raad gelijke behandeling en sociale zekerheid van 21, 22, 23 januari 2001.

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Stroeken (CDA) herhaalt dat niet alles Europees hoeft wat kan, omdat anders de nationale regeringen wel afgeschaft kunnen worden.

Uiteindelijk is er over de Europese vennootschap toch een compromis bereikt, zij het misschien dat er te veel is toegegeven. Het is verheugend te constateren dat onder het Zweeds voorzitterschap de gelijke behandeling van mannen en vrouwen prominent op de Europese agenda staat. Het is goed dat er in dit verband over een gendereffectevaluatie wordt gesproken. Het is ook een goed streven om de gunstige economische ontwikkelingen in de EU te gebruiken om de arbeidsparticipatie van vrouwen in de EU te vergroten.

Wil de staatssecretaris op Europees niveau wijzen op de rol van de sociale partners bij het arbeidsvoorwaardenbeleid? Er moet sprake zijn van vrije keuze, als het gaat om de verdeling van zorg en arbeid, maar voorkomen moet worden dat de toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen de beroepensegregatie vergroot.

Mevrouw Bussemaker (PvdA) vraagt of er een tipje van de sluier kan worden opgelicht over de verhoudingen in de harde onderhandelingen over de sociale agenda van de EU. Naar welke afronding wordt er in het voorjaar gestreefd van de coördinatie van socialezekerheidsstelsels? Vooraf kan de Kamer daarover zo nodig nog met de bewindslieden discussiëren.

Gelukkig heeft Spanje eindelijk zijn tegenwerking opgegeven aangaande de Europese vennootschap. Er kunnen zich toch geen bedrijven in een land vestigen waar de inspraak van werknemers zeer gering is? Via benchmarking moet het Europese sociale beleid verbeterd worden.

Hoe staat de Nederlandse regering tegenover de plannen van het Zweeds voorzitterschap ten aanzien van de uitbreiding van de Europese Unie en over de werkgelegenheid, zoals het toelaten van werknemers uit kandidaat-lidstaten?

Is de staatssecretaris voorstander van een eventueel toekomstige formele raad inzake gelijke behandeling en zo ja, wil zij daar moeite voor doen? Het is goed dat ongelijke beloning in Europees verband wordt geagendeerd. Een uitspraak over salarissen in het onderwijs, onlangs gedaan door de Commissie gelijke behandeling, maakt in dit verband de ongelijke beloning actueel. Wordt dit punt betrokken bij het opstellen van een plan van aanpak terzake? Wat is het standpunt van de staatssecretaris in dezen? Er is in dit verband de nodige Europese jurisprudentie.

Zet de staatssecretaris concrete benchmarks op ter oplossing van de kwestie van ongelijke beloning van autochtonen en allochtonen? Moeten er op termijn in de werkgelegenheidsrichtsnoer niet concretere benchmarks voor kinderopvang komen?

Mevrouw Örgü (VVD) wil graag weten wat er wordt bedoeld met «open coördinatie» als instrument van Europese samenwerking op sociaal terrein.

Wat de gelijke kansen betreft, gaat het erom dat de negatieve prikkels worden weggenomen voor de arbeidsparticipatie van (allochtone) vrouwen. Het ondernemerschap van vrouwen moet dan ook gestimuleerd worden. Wordt er al nagedacht over dit onderwerp bij minder goede economische tijden? Welke acties nemen andere landen, als het gaat om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen en tussen allochtonen en autochtonen? Het is goed, als de Europese landen van elkaars ervaringen kunnen leren.

Worden er in Europese landen hoge geboortecijfers gestimuleerd en zo ja, waarom? Welk beleid hebben de andere Europese landen voor de arbeidsplicht van vrouwen met kinderen? Is het percentage van 65 in het jaar 2010 voor vrouwen op de arbeidsmarkt een gemiddelde en is het wel realistisch?

Antwoord van de regering

De staatssecretaris benadrukt dat met een formele Raad voor gelijke behandeling het paard achter de wagen wordt gespannen. Op de informele Raad is geen sprake van besluitvorming. De informele conclusies gaan eventueel naar de Raad in Stockholm. Mainstreaming in de sociale agenda en werkgelegenheidsstrategieën is belangrijk voor de ontwikkeling in de EU en daarvan is sprake in de informele Raad. De aanpak van de ongelijke beloning is uitdrukkelijk een taak van de EU. Nederland zal dan ook aandacht vragen voor gelijke beloning van mannen en vrouwen en van allochtonen en autochtonen. Er is in ieder geval sprake van betrokkenheid van de sociale partners op Europees niveau. Het is belangrijk dat er inzicht komt in de oorzaken van ongelijke beloning en derhalve wellicht van de beroepensegregatie. Tegen deze achtergrond kan nu nog niet worden ingegaan op de recente uitspraak van de commissie gelijke behandeling, mede omdat het vooral de minister van Onderwijs aangaat. Bovendien moet de kwestie eerst zorgvuldig bestudeerd worden.

Overigens is het niet gebruikelijk om uit te weiden over al dan niet scherpe onderhandelingen in de raden.

Er is in de vergadering van 27 en 28 november de oproep gedaan om in het kader van het werkgelegenheidsbeleid een benchmark vast te stellen voor kinderopvang.

Het compromis over de Europese vennootschap biedt de garantie dat bij een fusie het niveau van medezeggenschap van de meerderheid van de werknemers niet wordt uitgehold. Voorts is afgesproken dat een land dat de minimumnormen niet in de nationale wetgeving wil opnemen, geen zetel kan zijn voor een Europees vennootschap. Met het oog op totstandkoming van de Europese vennootschap heeft Nederland ingestemd met de zetelleer.

Het kabinet bereidt een standpunt voor over de werkgelegenheid en de mobiliteit bij uitbreiding van de EU in reactie op een SER-advies. Daaraan voorafgaand zal worden nagegaan of de Kamer geïnformeerd kan worden over de voornemens van het Zweedse voorzitterschap.

Bij de open coördinatie worden de werkgelegenheidsstrategieën omgezet in nationale actieplannen op basis van vier pijlers. In dat kader zijn er afspraken gemaakt over onder andere benchmarking en onderlinge vergelijking van de geboekte voortgang. Daartoe moeten er goede indicatoren zijn. Vervolgens kunnen daar conclusies aan verbonden worden in de vorm van targets. Dit zal een onderwerp zijn van de informele raad.

Hoewel er landen zijn die aan bevolkingspolitiek doen wat de geboortecijfers betreft, is de opmerking over de hoge geboortecijfers, zo is uit informatie gebleken, ingegeven door de komende vergrijzingsproblematiek. Het gaat erom dat er zodanige regelingen zijn in het kader van voldoende arbeidsparticipatie dat op de langere termijn de vergrijzing opgevangen kan worden. Men moet geen belemmeringen ondervinden om kinderen te krijgen, zoveel en op het moment dat men het wenst. Dit is een absoluut recht en Nederland vindt dat daarvoor de mogelijkheden gecreëerd moeten worden. Goede voorzieningen kunnen daartoe bijdragen. Het is dus absoluut niet de bedoeling dat er wat dit betreft aan bevolkingspolitiek wordt gedaan.

In Lissabon is een percentage van 60 afgesproken voor de arbeidsparticipatie van vrouwen in 2010. Nederland heeft zich een percentage van 65 ten doel gesteld. Het is niet te voorspellen wat er in dit opzicht in minder goede economische tijden gebeurt, maar gezien het toenemende opleidingsniveau van vrouwen, hoeft dat geen somber vooruitzicht te zijn.

De voorzitter van de algemene commissie voor Europese Zaken,

Patijn

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Terpstra

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Nava


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Weisglas (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Van Middelkoop (RPF/GPV), Van Oven (PvdA), ondervoorzitter, Voûte-Droste (VVD), Hessing (VVD), Hoekema (D66), Marijnissen (SP), Verhagen (CDA), Rouvoet (RPF/GPV), De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Patijn (VVD), voorzitter, Van den Akker (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Timmermans (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Weekers (VVD), Albayrak (PvdA), Eurlings (CDA), Van Baalen (VVD), Molenaar (PvdA).

Plv. leden: Blaauw (VVD), Dittrich (D66), Van den Berg (SGP), Valk (PvdA), Wilders (VVD), Remak (VVD), Ter Veer (D66), Van Bommel (SP), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), De Graaf (D66), Van der Knaap (CDA), Waalkens (PvdA), Verbugt (VVD), Balkenende (CDA), Mosterd (CDA), M. B. Vos (GroenLinks), Feenstra (PvdA), Zijlstra (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Geluk (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Örgü (VVD), Gortzak (PvdA), Crone (PvdA).

XNoot
2

Samenstelling: Leden: Terpstra (VVD), voorzitter, Biesheuvel (CDA), Schimmel (D66), Noorman-den Uyl (PvdA), ondervoorzitter, Kamp (VVD), Essers (VVD), Van Dijke (RPF/GPV), Bakker (D66), Visser-van Doorn (CDA), De Wit (SP), Van der Knaap (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Balkenende (CDA), Van Gent (GroenLinks), Smits (PvdA), Verburg (CDA), Bussemaker (PvdA), Spoelman (PvdA), Örgü (VVD), Van der Staaij (SGP), Santi (PvdA), Wilders (VVD), Snijder-Hazelhoff (VVD), Depla (PvdA), Bolhuis (PvdA).

Plv. leden: E. Meijer (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Giskes (D66), Kortram (PvdA), Blok (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Van Middelkoop (RPF/GPV), Van Vliet (D66), Stroeken (CDA), Marijnissen (SP), Eisses-Timmerman (CDA), Vendrik (GroenLinks), Mosterd (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Schoenmakers (PvdA), Dankers (CDA), Wagenaar (PvdA), Middel (PvdA), Weekers (VVD), Van Walsem (D66), Oudkerk (PvdA), De Vries (VVD), Klein Molekamp (VVD), Van der Hoek (PvdA), Hamer (PvdA).

Naar boven