21 501-18
Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid

nr. 138
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 18 december 2000

Hierbij stuur ik u het verslag van de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid, die ik op 27 en 28 november jl. heb bijgewoond. Deze Raad stond in belangrijke mate in het teken van de voorbereiding van de Europese Top van Nice, in het bijzonder de sociale agenda van Europa.

De bijdrage van de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal beleid voor de Europese sociale agenda, zoals die door de Europese Raad van Nice is vastgesteld, zend ik u ook bijgaand toe (Bijlage I).1

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

W. A. F. G. Vermeend

Verslag van de Raad van de Europese Unie (Werkgelegenheid en Sociaal Beleid), Brussel, 27 en 28 november 2000

Werkgelegenheidspakket 2000

De Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid bereikte overeenstemming over het voorstel van de Commissie voor de werkgelegenheidsrichtsnoeren 2000, het ontwerp gezamenlijk verslag voor de werkgelegenheid en het voorstel van de Commissie voor de landenspecifieke aanbevelingen aan de lidstaten. Voorzitterschap en Commissie onderstreepten het belang van de Europese werkgelegenheidsstrategie. De Commissie wees op de mogelijkheden die het voortzettende economische herstel biedt om de afspraken van Lissabon binnen bereik te brengen. Van deze mogelijkheden moet binnen de werkgelegenheidsstrategie optimaal gebruik worden gemaakt. Daarbij achtte de Commissie het nodig meer concrete doelstellingen te formuleren, op het terrein van het activerend beleid en met betrekking tot het terugdringen van inactiviteit onder groepen met een achterstand op de arbeidsmarkt.

Vervolgens besloot de Raad de ontwerp aanbevelingen, richtsnoeren en het gezamenlijk verslag door te sturen naar de Europese Raad in Nice.

Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad inzake communautaire stimuleringsmaatregelen op het gebied van de werkgelegenheid

De Raad nam, zonder verdere discussie, kennis van de stand van zaken m.b.t. de onderhandelingen over de communautaire stimuleringsmaatregelen op het gebied van de werkgelegenheid.

De sociale agenda van Europa

De Raad kwam na scherpe maar constructieve onderhandelingen tot een akkoord over de sociale beleidsagenda voor de Europese Unie. Deze bijdrage van de Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid aan de Europese Raad van Nice zend ik u bijgaand. De door de Raad overeengekomen tekst wijkt op tal van punten af van het Franse synthesedocument dat ik u eerder als bijlage bij de geannoteerde agenda heb toegestuurd.

In de vastgestelde bijdrage ligt de nadruk nu veel meer op het gebruik van de methode van open coördinatie (in plaats van wetgeving) als instrument van Europese samenwerking op sociaal terrein. De bijdrage van de Raad benadrukt bovendien nadrukkelijk dat de sociale agenda ingebed dient te worden in de Lissabon-strategie: de door de Europese Raad van Lissabon overeengekomen doelstellingen vormen het oriëntatiepunt voor de sociale agenda; uitwerking van de agenda zal geschieden binnen de in Lissabon afgesproken procedures en met gebruikmaking van de aldaar genoemde instrumenten. Activering met het oog op het (her)vinden van werk vormt in de definitieve bijdrage van de Raad een centraal uitgangspunt voor sociaal beleid. Ook de Mededeling van de Europese Commissie inzake de sociale agenda heeft een prominente plaats in het document gekregen.

Nederland verwelkomde het bereikt akkoord. Het benadrukte dat het gaat om een compromis tekst waarin evenwel alle Nederlandse uitgangspunten en hoofdlijnen zoals die zijn geformuleerd zijn in het kabinetsstandpunt over de sociale agenda voldoende tot hun recht komen.

De tekst, die de instemming van alle lidstaten kreeg werd doorgeleid naar de ER van Nice als bijdrage van de Raad Werkgelegenheid en sociaal beleid bij de vaststelling van de Europese sociale agenda.

Europese vennootschap

Het voorzitterschap gaf aan op de Europese Raad van Nice een akkoord over dit dossier te willen bereiken. Spanje, de enige lidstaat die niet met een eerder onder Oostenrijks voorzitterschap gevonden compromis kon instemmen, verklaarde nog steeds niet tevreden te zijn, maar bleef bereid mee te werken aan een oplossing.

Inmiddels heeft de Europese Raad van Nice van 7, 8 en 9 december een politiek akkoord bereikt over het dossier inzake de Richtlijn Rol van werknemers in de Europese Vennootschap (Société Européenne, SE). De Europese Raad verzoekt de Raad om op basis van het bereikte akkoord nog dit jaar de laatste hand te leggen aan de richtlijnteksten op grond waarvan het statuut van de Europese Vennootschap kan worden vastgesteld. Op een speciaal ingelaste Raad voor de Werkgelegenheid en Sociaal Beleid te houden op 20 december a.s. zal het politieke akkoord van Nice m.b.t. de richtlijn over de rol van werknemers in de Europese Vennootschap verder uitgewerkt worden.

Het dossier «Europese Vennootschap» valt uiteen in een tweetal sub-dossiers:

1. verordening betreffende het Statuut van de Europese Vennootschap;

2. richtlijn inzake de rol van de werknemers in de Europese Vennootschap.

De Europese Raad is, getuige de conclusies van Nice m.b.t. de richtlijn een aantal hoofdlijnen overeengekomen, waaronder:

• rekening te houden met «de uiteenlopende situaties in de lidstaten op het gebied van sociale betrekkingen»;

• de lidstaten de mogelijkheid te bieden «om de referentiebepalingen over medezeggenschap die van toepassing zijn op de Europese vennootschappen die via fusie worden opgericht, al dan niet om te zetten in nationaal recht»;

• een Europese vennootschap kan in een lidstaat die de referentiebepalingen niet heeft omgezet alleen worden ingeschreven indien een overeenkomst is gesloten over de voorwaarden inzake de rol van de werknemers, met inbegrip van medezeggenschap, of indien geen van de deelnemende vennootschappen vóór de inschrijving van de Europese Vennootschap onderworpen is geweest aan medezeggenschapsvoorschriften.

Een nieuw aan dit akkoord aangepast voorstel voor een richtlijn is thans nog niet beschikbaar. Nederland wenst constructief mee te werken aan afronding van de richtlijn inzake de rol van de werknemers in de Europese Vennootschap binnen de door de Europese Raad van Nice aangegeven lijnen.

Informatie en raadpleging van werknemers

In de discussie over de voorliggende tekst gaf een groot aantal lidstaten waaronder Nederland te kennen het bereikte compromis wel te kunnen steunen. Een klein aantal lidstaten herhaalde de fundamentele problemen die men met deze richtlijn heeft.

De Europese Commissie gaf aan, de koopvaardij niet te willen uitsluiten van toepassing van de richtlijn, maar voor deze sector een specifieke bepaling op te willen nemen. Voorts wilde zij de sanctiebepalingen handhaven. De delegaties die zich speciaal over de koopvaardij hadden uitgelaten konden een beperkte toepassing via een speciale bepaling aanvaarden.

Het voorzitterschap concludeerde dat het dossier terug gaat naar de ambtelijke voorportalen van de Raad voor afronding van de nog openstaande punten en dat een politiek akkoord voor Nice in het verschiet ligt.

Coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels

De Europese Commissie wees op het belang van afronding van dit dossier. De Commissie ontvangt veel klachten over het vrije verkeer van werknemers. Het inkomende Zweedse Voorzitterschap kondigde aan de bespreking van het voorstel te willen afronden. Het zittende voorzitterschap concludeerde dat de Raad kennis nam van de stand van zaken en dat de groep de bespreking diende voort te zetten.

Coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels (Diverse wijzigingen 1999/2000)

Het voorzitterschap concludeerde dat de Raad kennis nam van het resultaat van de bespreking en dat na ontvangst van het EP-advies onder Zweeds Voorzitterschap tot besluitvorming kan worden overgegaan.

Voortgangsverslag over de toekomst van de sociale bescherming

De voorzitter van de Raad en de voorzitter van de Groep op Hoog Niveau Sociale Bescherming leidden het rapport in, dat zijn vervolg zal vinden onder Zweeds Voorzitterschap. De Europese Commissie benadrukte het belang van de samenwerking tussen lidstaten èn de samenwerking met de Commissie. Het inkomende Voorzitterschap wees voor de follow-up op de Europese Raad van Stockholm en de Raad van Göteborg. Het voorzitterschap concludeerde dat de Raad het eens was met het rapport, dat gepubliceerd zal worden op de website van de Raad.

Communautaire raamstrategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen

Het Voorzitterschap leidde het programma in en de Europese Commissie wees op het grote belang dat lidstaten ruime bekendheid eraan geven, waarna het Voorzitterschap concludeerde dat de Raad met het voorstel akkoord kon gaan.

Ontwerp-conclusies van de Raad betreffende de uitvoering door de Lid-Staten van de Europese Unie en de Europese instellingen van het actieprogramma van Peking: het combineren van beroep en gezin

Het Voorzitterschap stelde vast dat de Raad kennis had genomen van het rapport en kon instemmen met de conclusies. Het inkomende Zweedse Voorzitterschap kondigde aan op de Informele Raad van 21–23 januari 2000 o.a. het onderwerp beloningsverschillen te willen bespreken.

Actieprogramma bestrijding van sociale uitsluiting

Het voorzitterschap concludeerde dat een politiek akkoord was bereikt over de tekst, die nu door juristen/linguisten zal worden klaargemaakt voor aanname op een volgende Raad.

Risico's van fysische agentia (trillingen)

Alle lidstaten bleken in te kunnen stemmen met het laatste compromisvoorstel m.b.t. dit dossier. Sommige lidstaten verbonden daar wel de voorwaarde aan dat het compromis niet afzwakt mag worden door verklaringen zoals door andere lidstaten geeist. Een oplossing werd gevonden in een uitnodiging aan de Europese Commissie. met nieuwe voorstellen te komen, zodra nieuwe wetenschappelijke gegevens dat mogelijk maken.

Het Franse Voorzitterschap concludeerde vervolgens aanvaarding van de tekst van het ontwerp voor een gemeenschappelijk standpunt.

Artikel 13

Na dat op de Raad voor de Werkgelgenheid en Sociaal Beleid van 17 oktober jl. een politiek akkoord werd bereikt over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in werkgelegenheid en beroep en het voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter bestrijding van discriminatie (2001–2006) kon de Raad nu goedkeuring verlenen aan beide dossiers.


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven