Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 21501-18 nr. 121 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 21501-18 nr. 121 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 april 2000
Bijgaand zend ik u mede namens staatssecretaris Verstand de geannoteerde agenda ten behoeve van de Sociale Raad van 8 mei aanstaande. Deze agenda zal tijdens het Algemeen Overleg met uw Kamer op woensdag 19 april worden besproken.
Op de agenda van de Sociale Raad staan twee onderwerpen, te weten de voorstellen van de Europese Commissie voor de Globale Richtsnoeren voor het economisch beleid 2000 en de voortgang met betrekking tot het pakket anti-discriminatiemaatregelen volgens artikel 13 EG-verdrag.
Geannoteerde Agenda Sociale Raad 8 mei 2000
Op de agenda van de Sociale Raad van 8 mei te Brussel staan de volgende twee onderwerpen:
• De aanbevelingen van de Europese Commissie voor de Globale Richtsnoeren voor het Economisch Beleid 2000. Hierover zal een oriënterend debat gehouden worden.
• Het pakket van anti-discriminatiemaatregelen volgens artikel 13 van het EG-Verdrag. De Raad zal de voortgang van de onderhandelingen tussen de lidstaten bespreken.
1. Globale Richtsnoeren voor het economisch beleid
Op 11 april heeft de Europese Commissie haar voorstel voor de Globale Richtsnoeren voor het Economische Beleid 2000 alsmede de landenspecifieke aanbevelingen bekend gemaakt. De Commissie schetst daarin een genuanceerd beeld van de economische ontwikkeling in Europa. In haar algemeen advies laat de Commissie reeds de in Lissabon overeengekomen politieke prioriteiten van een verhoging van de arbeidsparticipatie, de ondersteuning van de overgang naar een kenniseconomie, het anticiperen op de vergrijzing en de bevordering van de sociale samenhang meewegen. Voor een efficiënte implementatie van het in Lissabon ingezette beleid is dit van groot belang.
Van de specifieke aanbevelingen voor Nederland heeft slechts één betrekking op de arbeidsmarkt. Hoewel de Commissie een positief beeld van de veranderingen op de Nederlandse arbeidsmarkt schetst, geeft zij ook aan, bezorgd te zijn over de nog altijd lage arbeidsparticipatie in ons land. In haar aanbeveling onderstreept zij dan ook de noodzaak om de deelname aan het arbeidsproces, m.n. onder vrouwen en ouderen te bevorderen door voortzetting van het fiscale beleid terzake en door het afschaffen van maatregelen die participatie ontmoedigen. De andere aanbevelingen hebben betrekking op het budgettaire beleid, het functioneren van de kapitaal- en productmarkten. Zo bepleit de Commissie bij een stijging van de inflatie en de lonen het overschot op de begroting te verhogen en de publieke uitgaven voor 2001 te bewaken met het oog op verlies van inkomsten als gevolg van de belastingherziening. Zij beveelt tevens aan meer vooruitgang te boeken bij het implementeren van aanbestedingsregels, voort te gaan met de liberalisering van de nutssectoren, meer maatregelen te nemen om de private betrokkenheid bij onderzoek en ontwikkeling te bevorderen en de kennisoverdracht tussen publieke en private sectoren aan te moedigen.
Tenslotte bepleit zij de beschikbaarheid van risicokapitaal te stimuleren.
Alvorens de EcoFin Raad op 5 juni de definitieve versie van de Globale Richtsnoeren vaststelt en deze aan de Europese Raad van 19 en 20 juni voorlegt, zal de EcoFin Raad op 8 mei de hoofdlijnen voor deze richtsnoeren en de landenspecifieke aanbevelingen bepalen. Conform de conclusie van de Europese Raad van Helsinki en Lissabon zullen andere Raden een bijdrage leveren aan het opstellen van de Globale Richtsnoeren.
De Sociale Raad is voornemens op de vergadering van 8 mei een eerste bespreking van de Commissie-aanbevelingen te houden die moet uitmonden een advies dat aan de EcoFin ter beschikking gesteld zal worden. Daarmee wordt invulling gegeven aan de door Nederland bepleite spiegelbeeldige procedure waarin de Ecofin een bijdrage levert aan de vaststelling van de werkgelegenheidsrichtsnoeren in de Sociale Raad en de Sociale Raad een bijdrage levert ten behoeve van de besluitvorming over de Globale Richtsnoeren door de Ecofin.
Ter voorbereiding van de bespreking in de Sociale Raad zal het Werkgelegenheidscomité (het voormalige ELC) een advies opstellen.
De Globale Richtsnoeren worden dit jaar voor het eerst naar de sociale partners gestuurd. Hiertoe heeft het Kabinet in reactie op het SER-advies inzake sociaal-economische beleidscoördinatie in de EU besloten. Een en ander om de betrokkenheid van sociale partners bij het Europese beleid te vergroten.
2. Pakket Anti-discriminatiemaatregelen volgens artikel 13
Titel voorstellen:
– Mededeling van de Commissie over bepaalde Gemeenschapsmaatregelen ter bestrijding van discriminatie
– Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in werkgelegenheid en beroep
– Voorstel voor een richtlijn van de Raad houdende tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling ongeacht ras of etnische afstemming
– Voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter bestrijding van discriminatie (2001–2006)
Documenten: 13 536/99 SOC 431 JAI 108 FIN 449
13 540/99 SOC 433 JAI 110
13 541/99 SOC 434 JAI 111
13 537/99 SOC 432 JAI 109 FIN 450
De Sociale Raad zal zich buigen over de voortgang van de besprekingen met betrekking tot het pakket van maatregelen ter uitwerking van artikel 13 van het EG-verdrag.
Met het op 1 mei vorig jaar inwerking getreden Verdrag van Amsterdam is een nieuw artikel 13 in het EG-verdrag opgenomen. Dit artikel geeft de Raad de bevoegdheid op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europese parlement maatregelen te nemen om discriminatie tegen te gaan op grond van geslacht, ras en etnische origine, godsdienst en levensovertuiging, leeftijd, handicap en seksuele geaardheid.
Op 25 november 1999 heeft de Europese Commissie, ter uitwerking van artikel 13, een algemene mededeling en drie specifieke voorstellen gepubliceerd, t.w. twee richtlijnen en een ondersteunend actieprogramma. Deze voorstellen zijn door de ministers van Sociale Zaken voor het eerst op de Informele Sociale Raad in februari en op de Sociale Raad van 13 maart jl. besproken.
Over de inhoud van deze drie voorstellen en de inzet van Nederland is op 14 februari jl. een fiche naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstuk 22 112 nr. 145). Zoals toegezegd bij brief van 4 april jl. zal de Kamer voor 1 mei a.s. via een uitgebreide notitie worden geïnformeerd over de Nederlandse inzet bij deze onderwerpen. Het pakket van voorstellen wordt thans door de Interdepartementale Commissie voor Europees Recht (ICER) op zijn juridische gevolgen voor de Nederlandse wetgeving onderzocht. Het advies van de ICER, dat ik eind april hoop te ontvangen, zal in de eerder toegezegde notitie worden verwerkt.
Het Voorstel voor een richtlijn tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in werkgelegenheid en beroep heeft betrekking op alle in artikel 13 genoemde discriminatiegronden met uitzondering van geslacht. Dat zijn: ras of etnische herkomst, geloof of levensbeschouwing, handicap, leeftijd en seksuele geaardheid. De grond «geslacht» is niet opgenomen omdat hiervoor reeds communautaire regels bestaan. De werkingssfeer van deze richtlijn strekt zich uit over het gehele terrein van de arbeid (toegang tot de arbeid, promotie, beroepsopleiding, arbeidsvoorwaarden, beloning en ontslag), en heeft betrekking op zowel de private sector als de overheidssector, alsmede het vrije beroep.
Het Voorstel voor een richtlijn houdende tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming heeft alleen betrekking op de discriminatiegrond ras of etnische afstamming. De materiële werkingssfeer is duidelijk ruimer dan die van de algemene richtlijn. Niet alleen het volledige terrein van de arbeid is hieronder begrepen maar ook sociale bescherming en sociale zekerheid, sociale voordelen, onderwijs en de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten. Onder dit bereik valt overigens zowel de bovenwettelijke als de wettelijke sociale zekerheid, alsmede de bijstand.
Het Voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van een communautair actieprogramma ter bestrijding van discriminatie (2001–2006) dient ter ondersteuning van de hierboven besproken richtlijnen op het terrein van de analyse en de evaluatie van de omvang en de aard van discriminatie in de Gemeenschap en de effectieve maatregelen om dit te bestrijden, bij het creëren van mogelijkheden voor de actoren in de lidstaten en op Europees niveau om zich in te zetten voor de bestrijding van discriminatie en bij het verspreiden van de waarden en de praktijken die aan de basis liggen van de bestrijding van discriminatie.
Consequenties voor de nationale regelgeving
Zoals gemeld zal de ICER een dezer dagen advies uitbrengen omtrent de juridische gevolgen voor de Nederlandse wetgeving van beide richtlijnen. Ze zal daarbij ingaan op de verhouding tussen het beginsel van gelijke behandeling zoals neergelegd in de voorstellen van de Europese Commissie en de bescherming van andere grondrechten zoals gegarandeerd door de Grondwet, waaronder de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de vrijheid van onderwijs.
Nederland acht het van groot belang dat een voor de hele EU geldend verbod op discriminatie op grond van ras of etnische herkomst, geloof of levensbeschouwing, handicap, leeftijd en seksuele geaardheid in de Europese wet- en regelgeving wordt vastgelegd. Immers, het betreft hier een fundamentele waarde die mede ten grondslag ligt aan het proces van Europese integratie, die door alle lidstaten en burgers gerespecteerd dient te worden. Met artikel 13 van het EG-verdrag en de verdere uitwerking daarvan in de vorm van richtlijnen geeft de EU een duidelijk politiek signaal omtrent de onaanvaardbaarheid van discriminatie aan al haar burgers en ontwikkelt bovendien een effectief instrument voor de bestrijding van discriminatie.
Met het oog op dit belang is een spoedige totstandkoming van de richtlijnen en het actieprogramma zeer wenselijk. Ik zal dan ook bij mijn collega's in de Sociale Raad erop aandringen snel, zo mogelijk op de Sociale Raad van 6 juni tot een politiek akkoord te komen. Spoed is hier wenselijk om de totstandkoming van een verbod op discriminatie onomkeerbaar te maken. Uiteraard mag dat niet ten kosten gaan van de inhoud van de richtlijnen. De verschillende technische vragen die door lidstaten naar voren zijn gebracht, zouden naar mijn mening de spoedige totstandkoming van politieke overeenstemming niet in de weg mogen staan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-18-121.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.