nr. 115
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 7 februari 2000
Bijgaand treft u een korte annotatie aan bij de agenda voor de Informele Sociale Raad die van 10 tot 12 februari a.s. in Lissabon
zal worden gehouden.
Deze Informele Sociale Raad zal voor een belangrijk deel gewijd zijn aan
de voorbereiding van de bijzondere Europese Raad, die op 23 en 24 maart in
Lissabon zal worden gehouden met als thema «Werkgelegenheid, economische
hervormingen en sociale samenhang: naar een Europa van innovatie en kennis».
Een standpunt van het kabinet over de Nederlandse inzet terzake wordt separaat
toegezonden door de Staatssecretaris van Europese Zaken. Voorts zal de Informele
Sociale Raad specifiek van gedachten wisselen over het beleid ter bestrijding
van sociale uitsluiting.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
K. G. de Vries
Informele Sociale Raad, Lissabon 10 – 12 februari
2000.
Onder Portugees Voorzitterschap zal van 10 tot 12 februari te Lissabon
een informele bijeenkomst van de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
van de Europese Unie worden gehouden.
Hieronder volgt een korte annotatie bij de twee onderwerpen die het Voorzitterschap
aan de orde wil stellen: (1) voorbereiding van de bijzondere Europese Raad
te Lissabon en (2) «het bevorderen van «social inclusion»
en het beleid ter bestrijding van sociale uitsluiting.»
1. Voorbereiding van de bijzondere Europese Raad te Lissabon
(23–24 maart 2000).
In overeenstemming met de conclusie van de Europese Raad van Helsinki
(december 1999) zal het Portugese Voorzitterschap een bijzondere Europese
Raad wijden aan het onderwerp: «Werkgelegenheid, economische hervormingen
en sociale cohesie: Naar een Europa van innovatie en kennis.» Over dit
onderwerp bepaalt het kabinet een gezamenlijk standpunt over de Nederlandse
inzet in de voorbereiding van deze bijzondere Europese raad, hetwelk U separaat
toegaat.
Dit standpunt geeft richting aan de Nederlandse inbreng op de Sociale
Raad, die een belangrijke rol speelt in het voorbereidingsproces.
2. Het bevorderen van «social inclusion» en
de bestrijding van sociale uitsluiting.
Het Voorzitterschap zegde in zijn uitnodigingsbrief toe een discussiedocument
te zullen opstellen ten einde het debat in de informele Sociale Raad te oriënteren.
Dit document heeft het Voorzitterschap bij het opstellen van deze aantekening
nog niet aangeboden. Het navolgende is gebaseerd op de Nederlandse prioriteiten
alsmede inzicht in de bedoelingen van het Voorzitterschap inzoverre dat kon
worden verkregen bij ontstentenis van het formele discussiedocument.
Wel is de Nederlandse inzet te bevorderen dat op basis van een duidelijke
omschrijving van het begrip sociale uitsluiting een duidelijk omschreven programma
tot stand komt, dat kaders biedt voor concrete acties op sociaal terrein van
de lidstaten. Nederland wil voorkomen dat de discussie onder dit onderwerp
uitwaaiert naar een breed scala van (globaal omschreven) onderwerpen onder
het «paraplubegrip» sociale bescherming. In overeenstemming met
het Nederlandse standpunt voor de bijzondere Europese Raad van Lissabon zal
van Nederlandse zijde centraal gesteld worden dat het belangrijkste wapen
in de strijd tegen sociale uitsluiting het scheppen van werkgelegenheid is.
Immers, het hebben van betaald werk is een doorslaggevende factor om ten volle
kunnen participeren in de samenleving. Ook voor op het eerste gezicht kansarme
groepen dient toetreding tot de arbeidsmarkt – met alle ondersteuning
die daarvoor nodig is – met kracht te worden nagestreefd. Dat een dergelijke
aanpak vruchten afwerpt, bewijst het Nederlandse beleid van de afgelopen jaren.
Het sociaal beleid is er evenzeer voor diegenen voor wie toetreding tot de
arbeidsmarkt geen of eerst op langere termijn een optie is. Voor deze groepen
moeten andere vormen van maatschappelijke participatie, zoals sociale activering,
worden gestimuleerd om de aansluiting met de samenleving niet verliezen.
Op Europees niveau kan gestart worden met het vergelijken van het beleid
van de Lidstaten en het uitwisselen van ervaringen (best practices) op het
terrein van de sociale uitsluiting. Een gezamenlijke analyse van de problematiek
en inzicht in de beste praktijken moeten de basis vormen voor het definiëren
van beleidslijnen en concrete doelstellingen. De Lidstaten moeten dit beleid
op nationaal niveau met kracht ter hand nemen en de resultaten
toetsbaar maken aan de hand van indicatoren. Gezien de directe relatie tussen
werkgelegenheidsbeleid en de bestrijding van sociale uitsluiting èn
de te kiezen Europese methodiek zal Nederland zich ervoor inzetten de discussie
over bestrijding van sociale uitsluiting zo veel mogelijk te voeren in het
kader van het Luxemburgproces (werkgelegenheidsstrategie).
De Europese Commissie is voornemens een actieprogramma in te dienen (cfm.
art. 137 Verdrag EG) ter bevordering van de samenwerking tussen de Lidstaten
ten einde de sociale uitsluiting te bestrijden. Nederland zal de Commissie
hierin aanmoedigen en bepleiten dat het activerend beleid daarin een leidend
beginsel wordt. De discussie over de strijd tegen sociale uitsluiting kan
op deze wijze een belangrijke bijdrage leveren aan een verbreding van de Europese
Sociale Agenda.