21 501-18
Sociale Raad

21 501-07
Ecofin-Raad

nr. 113
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 december 1999

Bijgaand doe ik u toekomen het verslag van de Sociale Raad. Tevens ontvangt u, mede namens de Minister van Financiën, het verslag van de Jumbo Raad. Beide vergaderingen hebben op 29 november jl. in Brussel plaatsgevonden. Zelf werd ik ambtelijk vertegenwoordigd wegens dringende werkzaamheden in eigen land.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

K. G. de Vries

Verslag Sociale Raad van 29 november 1999

Samenleving

De Raad

– bereikte een akkoord over het werkgelegenheidspakket 2000 (richtsnoeren, verslag werkgelegenheidssituatie EU en landen-specifieke aanbevelingen) en over de instelling van het Comité voor de werkgelegenheid en

– nam resoluties aan over de sociale- en arbeidsmarktdimensie van de informatiemaatschappij en de gemeenschappelijke strategie voor de modernisering van de sociale bescherming;

– hield voorts een debat over de coördinatie van de sociale zekerheid en

– nam kennis van de voorstellen van de Commissie gebaseerd op het non-discriminatie artikel (art. 13) van het EG-Verdrag.

Verslag

Werkgelegenheidspakket (voorbereiding van de Europese Raad in Helsinki)

a. Voorstel voor richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de Lid-Staten voor 2000

doc. 10992/99 SOC 302 ECOFIN 159

Zonder veel discussie kwam de Raad tot overeenstemming over de ontwerp-richtsnoeren 2000. De suggestie van de Commissie om drie amendementen (verhogen c.q. introduceren van additionele, kwantitatieve, doelstellingen) van het Europees Parlement alsnog over te nemen kreeg slechts steun van één lidstaat en werd derhalve niet gevolgd door de Raad.

B. Ontwerp-gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid 1999

doc. 10993/99 SOC 303 ECOFIN 160 + COR 1(f)

Het Gezamenlijk verslag werkgelegenheid 1999 werd zonder verdere discussie aanvaard.

c. Aanbeveling van de commissie voor aanbevelingen van de Raad inzake de tenuitvoerlegging van het werkgelegenheidsbeleid van de Lidstaten

doc. 10994/99 SOC 304 ECOFIN 161

De reserves die enkele Lidstaten nog hadden werden opgeheven, waarna overeenstemming werd bereikt over de landen-specifieke aanbevelingen. De Commissie wees vervolgens op het grote belang van deze aanbevelingen als integraal onderdeel van de gehele werkgelegenheidsstrategie.

Ontwerp-besluit van de Raad tot instelling van het Comité voor de Werkgelegenheid (artikel 130 VEG)

doc. 10995/99 SOC 305

De Raad bereikte zonder problemen een politiek akkoord over de instelling van het Comité voor de Werkgelegenheid. Op Nederlands voorstel werd in het mandaat vastgelegd dat het Comité ook een bijdrage zal leveren aan beleidsterreinen die aan de werkgelegenheidsstrategie gelieerd zijn, zoals de economische richtsnoeren (algemeen economisch beleid) en de macro-economische beleidscoördinatie (de zgn. mix van monetair-, budgettair- en werkgelegenheidsbeleid). Deze toevoeging beoogt een evenwichtige benadering van en synergie tussen de grote sociaal-economische besluitvormingsprocessen in de Europese Unie te bereiken.

Resolutie van de Raad en de Lid-Staten over de sociale- en arbeidsmarktdimensie van de informatiemaatschappij

doc. 13213/99

Na een korte discussie kwam de Raad tot een politiek akkoord over deze resolutie. De Commissie memoreerde dat zij reeds actief is op dit gebied (o.a. middels de sociale dimensie van de structuurfondsen en contacten met sociale partners over telewerk). Het aankomend Voorzitterschap wees op de speciale Europese Raad van 23 en 24 maart 2000, waar dit aspect waarschijnlijk ook aan de orde komt. Een andere lidstaat stelde dat ook onder zijn voorzitterschap (in 2001) dit onderwerp – gezien het belang – aan de orde zal blijven.

Ontwerp-richtlijn betreffende de rol van de werknemers in de Europese Vennootschap

Het Voorzitterschap berichtte dat er op 26 november jongstleden bi-lateraal contact op hoog politiek niveau is geweest met de Lidstaat die een akkoord blokkeert, maar dat dit niet tot het doorbreken van de patstelling heeft geleid. Niettemin behoudt het Voorzitterschap hoop dat deze kwestie over enige tijd op positieve wijze wordt afgerond.

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de uitbreiding tot de onderdanen van derde landen van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen.

doc. 13485/97 SOC 429

Het Voorzitterschap bracht de conclusies van de Europese Raad van Tampere onder de aandacht van de Lidstaten. In deze conclusies wordt gepleit voor een zo veel mogelijk gelijke behandeling van legaal verblijvende onderdanen van derde landen met EU-burgers. Het Voorzitterschap vroeg delegaties zich uit te spreken over de rechtsbasis in het verdrag voor deze ontwerpverordening, hetgeen geen wijziging van de posities opleverde. Het overgrote deel van Lidstaten houdt met de Commissie vast aan de voorkeur voor art. 42 juncto 308 (vrij verkeer van werknemers in combinatie met het algemene artikel dat optreden van de Gemeenschap mogelijk maakt op terreinen waarin het verdrag niet uitdrukkelijk in voorziet). Twee Lidstaten bleven bij art. 63.4 (verblijfsrechten van onderdanen van niet-EU-landen). Nederland onderschreef de doelstelling van de verordening, doch meende dat nog verder naar een juridisch adequate oplossing moest worden gezocht. Eén lidstaat verzet zich tegen de algehele verordening. Het Voorzitterschap sloot af met de mededeling dat de inhoudelijke bespreking van de ontwerpverordening voortgezet wordt en dat de Raad zich op een later tijdstip opnieuw over de rechtsbasis zal buigen.

Voorstel voor een verordening (EG) van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels

doc. 5133/99 SOC 5

Het Voorzitterschap en de Commissie wezen erop dat het Europees Parlement zich positief heeft uitgesproken over de uitbreiding van de werkingssfeer van de verordening. Het Voorzitterschap legde de Raad twee vragen voor die betrekking hadden op:

1. de uitbreiding van de personele werkingssfeer tot nieuwe categorieën van personen (onderdanen uit derde landen en niet-actieven)

2. de uitbreiding van de materiële werkingssfeer tot nieuwe typen uitkeringen of takken van sociale zekerheid.

Bij de beantwoording van deze vragen bleek een grote meerderheid van de Lidstaten zich te kunnen vinden in het streven naar uitbreiding van de personele en de materiële werkingssfeer.

Tijdens de discussie kwamen punten naar voren die betrekking hadden op het feit dat vereenvoudiging van de verordening belangrijker is dan de uitbreiding tot niet-actieven. Nederland staat welwillend tegenover de uitbreiding van de personele werkingssfeer van de verordening tot inactieven, maar wil de materiële uitbreiding van geval tot geval beoordelen. Veel delegaties wezen in dit verband op de wenselijkheid het begrip sociale zekerheid af te bakenen via een indicatieve lijst. De behandeling van dit dossier wordt voortgezet onder het volgend Voorzitterschap.

Conclusies van de Raad en de Lid-Staten betreffende een gemeenschappelijke strategie voor de modernisering van de sociale bescherming

doc. 12834/99

Ter vergadering werd door één Lidstaat een voorstel ingediend om in de conclusies een specifieke verwijzing op te nemen naar de armoedeproblematiek. Dit voorstel kreeg bijval van Nederland, maar stuitte op weerstand van andere Lidstaten, die meenden dat dit element reeds besloten ligt in de algemene doelstelling van de mededeling die betrekking heeft op sociale integratie. Er zal nu een verklaring worden opgenomen in de notulen van de Raad waarin speciaal de aandacht wordt gevraagd voor bestrijding van armoede. Nederland steunt deze verklaring daar deze past in het streven naar een verbreding van de Europese sociale agenda, zoals door Nederland bepleit tijdens de Sociale Raad van 12 november jongstleden.

Eén Lidstaat stelde voor aan de conclusie over de instelling van een high level group toe te voegen dat deze groep ingesteld wordt door de Raad. Toen daarvoor geen steun bleek, wenste de betreffende Lidstaat een verklaring op te laten nemen in de notulen waaruit zou moeten blijken dat het talenregiem van de Raad geldt voor deze nieuw op te richten groep.

Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia's (trillingen) (en de bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)

doc. 5059/93 SOC 88

doc. 8392/94 SOC 209

De Raad nam zonder verdere discussie kennis van het voortgangsverslag van het Voorzitterschap en besloot het dossier terug te verwijzen voor verdere ambtelijke bespreking.

Voorstellen van de Commissie op basis van artikel 13 van het Verdrag

De Commissie gaf een korte mondelinge presentatie van de voorstellen die zij zeer recentelijk heeft vastgesteld op grond van art. 13 van het Verdrag EG (anti-discriminatie), met een verwijzing naar de conclusies van de Europese Raden van Keulen en Tampere. Naast een inleidende mededeling omvatten de voorstellen:

• een richtlijn voor gelijke behandeling bij de toegang tot werk en beroep;

• een richtlijn ter gelijke behandeling ten aanzien van ras en etnische afstamming betreffende o.a. werk, onderwijs, en sociale bescherming;

• een besluit voor een actieprogramma ter ondersteuning van de uitvoering van de richtlijnen, waarbij ook sociale partners en NGO's betrokken worden.

De bespreking van de voorstellen op ambtelijk niveau zal nog voor het einde van het jaar aanvangen en het aankomend Voorzitterschap heeft deze voorstellen prominent in het programma opgenomen.

De Tweede Kamer kan binnenkort een fiche over deze voorstellen tegemoet zien.

Verslag van de «Jumbo Raad» 29 november 1999

Aansluitend op de vergaderingen van de Sociale Raad en Ecofin Raad vond een gezamenlijke zitting plaats, de zgn. Jumbo Raad.

Werkgelegenheidspakket (voorbereiding van de Europese Raad in Helsinki):

a. Voorstel voor richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de Lid-Staten voor 2000

b. Ontwerp-gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid 1999

c. Aanbeveling van de Commissie voor aanbevelingen van de Raad inzake de tenuitvoerlegging van het werkgelegenheidsbeleid van de Lid-Staten

De gezamenlijke vergadering van Ecofin en Sociale Raad rondde het jaarlijks proces af van het bepalen van de werkgelegenheidsstrategie. Over de inhoud van het zgn. werkgelegenheidspakket bestond overeenstemming. Alle Lidstaten onderschreven het belang van de Europese werkgelegenheidsstrategie, die met de nieuwe toevoeging van landen-specifieke aanbevelingen qua procedure nu afgerond is en kan worden voorgelegd aan de Europese Raad van Helsinki.

Sommige delegaties maakten van de gelegenheid gebruik om vooruit te kijken naar het komende Voorzitterschap, waarbij een Lidstaat het belang onderstreepte de discussie over sociaal beleid in de toekomst niet langer te beperken tot werkgelegenheid, maar ook andere onderwerpen zoals sociale uitsluiting hierin te betrekken. Deze opstelling ligt in de lijn van een verbreding van de Europese sociale agenda, een streven dat tijdens de Sociale Raad van 12 november door Nederland reeds naar voren is gebracht.

Tijdens de discussie werd de positieve werkgelegenheidsontwikkeling en de daling van de werkloosheid met 2,5 mln personen in de Unie benadrukt. Tevens werd gewezen op de wenselijkheid van een hogere groei en een daarmee toenemende werkgelegenheid, de noodzaak van structurele hervormingen en een krachtige bestrijding van sociale ongelijkheden. Ook was er aandacht voor het opnemen van meer kwantitatieve doelstellingen, met name ten aanzien van gelijke kansen. Vervolgens kwamen zowel de problematiek van het «zwarte circuit» als die rond regionale discrepanties in de werkloosheidsontwikkeling aan de orde. Tenslotte vroeg Nederland aandacht voor de stroomlijning van de procedures in de hele werkgelegenheidsstrategie en een beperking van de papierstroom van de met het werkgelegenheidspakket gemoeide documenten. Met name zou dit bereikt kunnen worden door de aandacht te richten op de vergelijking van best, en wellicht ook weak, practices.

Afsluitend meldde de Commissie nogmaals dat bij de presentatie van het volgende werkgelegenheidsrapport in september 2000, rekening zal worden gehouden met de procedurele wensen van de Lidstaten (éérst de gelegenheid tot correctie van fouten en het wegnemen van eventuele misverstanden, daarna aanbevelingen).

Naar boven