Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 21501-18 nr. 111 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 21501-18 nr. 111 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 november 1999
Bijgaand doe ik u toekomen de geannoteerde agenda voor de Sociale Raad van 29 november a.s. (10.00 uur) in Brussel. Eveneens doe ik u, mede namens de Minister van Financiën, de geannoteerde agenda voor de gecombineerde Ecofin en Sociale Raad (Jumbo) van 29 november a.s. (16.30 uur) in Brussel toekomen.
Deze geannoteerde agenda's zijn ten behoeve van het Algemene Overleg met de Minister van Financiën, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën op 25 november a.s.
De gecombineerde Jumbo Raad zal de afronding van het werkgelegenheidspakket ter hand nemen ter aanbieding aan de Europese Raad te Helsinki (10 en 11 december a.s.).
Geannoteerde Agenda van de Sociale Raad en de Gecombineerde Zitting («Jumbo» Raad) d.d. 29 november 1999 te Brussel
1. Werkgelegenheidspakket (tevens voor de Jumbo Raad)
2. Comité voor de Werkgelegenheid
3. Informatiemaatschappij
4. Europese vennootschap: rol werknemers
5. Coördinatie Sociale Zekerheid
6. Coördinatie Sociale Zekerheid: uitbreiding tot onderdanen van derde landen
7. Modernisering Sociale Bescherming
8. Gezondheid en Veiligheid: trillingen
9. «Artikel 13»
| Titel voorstel: | Voorstel voor Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2000; Ontwerp gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid (1999); Aanbevelingen van de Raad inzake de tenuitvoerlegging van het werkgelegenheidsbeleid van de Lidstaten. |
|---|---|
| Document: | SOC 302, SOC 303, SOC 304 |
| Aard van de bespreking: | debat (Sociale Raad) en afronding (Jumbo Raad) |
De Jumboraad zal het werkgelegenheidspakket vaststellen. Dit pakket bestaat uit
(a) een concept van het Gezamenlijk Werkgelegenheidsrapport 1999 (deel I algemeen en deel II landenspecifiek),
(b) een concept voor de aanbevelingen van de Raad aan de lidstaten over het werkgelegenheidsbeleid in de individuele landen en
(c) een concept voorstel werkgelegenheidsrichtsnoeren 2000.
Het pakket is onderdeel van de gecoördineerde werkgelegenheidsstrategie, zoals neergelegd in het werkgelegenheidsparagraaf in het Verdrag van Amsterdam. Het pakket is reeds uitvoerig besproken in de Sociale Raad (22 oktober en 12 november jl.) en de EcoFin-raad op (op 8 oktober en 8 november jl.) en de Permanente Commissie voor Arbeidsvraagstukken van 11 november 1999. Het pakket zal uiteindelijk worden voorgelegd aan de Europese Raad van Helsinki.
De Commissie is in de herziene versie van het werkgelegenheidsrapport 1999 tegemoet gekomen aan de Nederlandse bezwaren tegen de plaatsing van Nederland in de één na minst presterende groep over de sluitende aanpak voor jongeren en volwassenen. Nederland is nu in de eerste groep geplaatst. Dit is de groep met landen die plannen uitvoert die leiden tot resultaten in lijn met de richtsnoeren en de deadline van 2002. Deze herziening heeft de basis voor de eerste aanbeveling voor Nederland over de sluitende aanpak ontnomen. Deze eerste aanbeveling is dan ook in de concept-versie Raadsaanbevelingen die in de Jumbo-Raad voorligt geschrapt.
Nederland is tevreden met de gedane wijzigingen en kan derhalve instemmen met het voorliggende werkgelegenheidspakket.
2. Comité voor de Werkgelegenheid
| Titel voorstel: | Ontwerp-besluit van de Raad tot instelling van het Comité voor de Werkgelegenheid |
|---|---|
| Document: | SOC 305 |
| Aard van de bespreking: | politiek akkoord |
De Sociale Raad is gevraagd tot een politiek akkoord te komen over het ontwerp-besluit tot instelling van het Comité voor de Werkgelegenheid. De instelling van dit Comité is een prioriteit nu het Verdrag van Amsterdam in werking is getreden. De belangrijkste taken van het Comité zijn neergelegd in artikel 128 van het Verdrag van Amsterdam en betreffen activiteiten gericht op de coördinatie van het werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid. Conform de resolutie van de Europese Raad in Keulen over het werkgelegenheidspact zal het Comité ook deelnemen aan de voorbereiding van de macro-economische dialoog. Dit betekent dat het nieuw op te richten Comité een bijdrage zal leveren aan de gedachtevorming over de relaties tussen macro-economische beleidsmix, de economisch hervormingen en het arbeidsmarktbeleid ten behoeve van groei en werkgelegenheid. Nederland zal zich hiervoor inzetten. Het nieuwe Comité wordt de opvolger van het huidige «Employment and Labour Market Committee» (ELC).
| Titel voorstel: | Resolutie van de Raad en de Lidstaten over de sociale en arbeidsmarktdimensie van de informatiemaatschappij. |
|---|---|
| Document: | SOC 370 |
| Aard van de bespreking: | aanneming van de resolutie |
In de resolutie (een initiatief van het Fins Voorzitterschap) wordt een aantal beleidsaanbevelingen gedaan voor het optimaal benutten van de mogelijkheden die de informatiemaatschappij biedt voor de economische groei en de creatie van banen. De aanbevelingen zijn gebaseerd op een uitwisseling tussen de lidstaten van een aantal «best practices» en liggen o.a. op het terrein van het onderwijs; het personeelsbeleid (zodat iedereen de benodigde kennis en vaardigheden voor de nieuwe technologieën kan verwerven) en het midden- en kleinbedrijf (zodat ook zij kunnen profiteren van de nieuwe mogelijkheden). De resolutie roept tenslotte de Commissie op om bij het stellen van de prioriteiten voor het ESF de sociale- en arbeidsmarktdimensie van de Informatiemaatschappij te begunstigen.
Vrijwel alle lidstaten hebben bedenkingen geuit tegen de zeer brede strekking en bepaalde formuleringen van de resolutie. Het Voorzitterschap heeft een aangepaste tekst toegezegd.
Nederland onderkent het potentieel van de informatiemaatschappij en onderschrijft het belang om dit potentieel optimaal te benutten, in het bijzonder met het oog op het toekomstig concurrentievermogen van de EU en het ontwikkelen van werkgelegenheid. Nederland staat er dan ook positief tegenover dat de lidstaten worden aangespoord de kansen van de informatiemaatschappij te benutten door zich daar optimaal op voor te bereiden.
Nederland zet wel enkele kanttekeningen bij het nut van de resolutie omdat er een overlap bestaat met de reeds bestaande werkgelegenheidsrichtsnoeren. De werkgelegenheidskansen van de informatiemaatschappij komen al aan de orde in de werkgelegenheidsrichtsnoeren als onderdeel van het totale werkgelegenheidsbeleid. Men dient zich af te vragen of nieuwe initiatieven (zoals deze resolutie) een meerwaarde hebben ten opzichte van reeds bestaande instrumenten.
Ten tweede staat in de ESF-3 Verordening van de EU dat binnen het kader van de vijf doelstellingen van ESF-3 rekening gehouden dient te worden met de sociale dimensie en werkgelegenheidsaspecten in het kader van ICT. De resolutie ondersteunt dus de inzet van ESF-3 voor ICT-doelstellingen maar voegt anderzijds niets toe aan hetgeen reeds is opgenomen in de ESF-3 verordening.
Alles afwegende kan Nederland op hoofdlijnen instemmen met de resolutie.
4. Europese Vennootschap: rol werknemers
| Titel voorstel: | Ontwerp-richtlijn over de rol van werknemers in de Europese vennootschap |
|---|---|
| Document: | (geen nieuw document beschikbaar, zie hieronder) |
| Aard van de bespreking: | politiek akkoord of voortgangsverslag |
De rechtsvorm Europese Vennootschap is voorzien met het oogmerk het oprichten van een «Europees» bedrijf te vergemakkelijken. De richtlijn beoogt de werknemersrechten (op het gebied van de ondernemingsraad) bij de totstandkoming van een dergelijke Europese Vennootschap (EV) te beschermen.
Het uitgangspunt van de richtlijn is dat de rol van de werknemers bij een Europese Vennootschap het beste kan worden overgelaten aan vrije onderhandelingen tussen het management en een delegatie van de werknemers. Ter compensatie van de machtsongelijkheid tussen de twee delegaties (management vs werknemers) is er een vangnet dat gaat gelden indien de onderhandelingen niet binnen een bepaalde tijd tot een akkoord leiden en het management toch de oprichting van een EV wil doorzetten. Dat vangnet bevat ook bepalingen over de invloed van werknemers op de samenstelling van het bestuurs- of toezichthoudend orgaan (Raad van Commissarissen o.i.d).
Door het Finse voorzitterschap wordt voorgesteld om op deze Sociale Raad te komen tot een politiek akkoord over het voorstel. Een eerdere poging onder het Duitse voorzitterschap strandde op het verzet van één Lidstaat. Deze Lidstaat vindt zelfs de bepalingen van het vangnet nog te ver gaan op het gebied van de medezeggenschap in vergelijking met wat op (zijn) nationaal niveau gangbaar is. Het Finse voorzitterschap zou bilateraal geprobeerd hebben om ook deze laatste lidstaat met het voorstel akkoord te laten gaan. Het Voorzitterschap zal op de Raad hierover mededeling doen.
Nederland kon en kan nog steeds met het voorliggende (compromis) voorstel instemmen.
5. Coördinatie Sociale Zekerheid
| Titel voorstel: | Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad betreffende de coördinatie van de sociale-zekerheidsstelsels |
|---|---|
| Document: | SOC 5133/99 |
| Aard van de bespreking: | Voortgangsverslag alsmede politieke besluitvorming met betrekking tot een tweetal vragen |
Het voorstel beoogt de huidige Europese regelgeving inzake coördinatie van de sociale-zekerheidsstelsels te moderniseren en te vereenvoudigen. Het betreft hier Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen. Het gaat hierbij om het waarborgen van de aanspraken die EU-ingezetenen kunnen maken op sociale-verzekeringsrechten op het moment dat zij migreren binnen de Europese Unie. Naast de (technische) exercitie van vereenvoudiging speelt tevens de vraag of de werkingssfeer van de verordening moet worden uitgebreid:
a) tot nieuwe categorieën van personen zoals onderdanen van derde landen en niet-actieven,
b) tot nieuwe typen uitkeringen of takken van sociale zekerheid.»
Nederland staat welwillend ten opzichte van de uitbreiding van de personele werkingssfeer tot niet-actieven. Een dergelijke uitbreiding past wel in het Nederlandse stelsel en heeft geen of nauwelijks consequenties daarvoor. Hierbij dient bedacht te worden dat alleen sociale-verzekeringsregelingen onder de coördinatieverordening vallen en niet (bijvoorbeeld) bijstandsregelingen. Voor sommige lidstaten heeft het voorstel echter verstrekkende gevolgen. Wat betreft de uitbreiding tot «onderdanen van derde landen» zij verwezen naar hetgeen dienaangaande onder punt 6 betreffende «onderdanen van derde landen» is opgemerkt.
M.b.t. de uitbreiding van de materiële werkingssfeer heeft het kabinet advies gevraagd aan de uitvoeringsinstellingen sociale zekerheid en de sociale partners. Immers, inzicht in de praktische consequenties is van groot belang bij het bepalen van in te nemen standpunten. De adviezen worden binnenkort verwacht.
6. Coördinatie Sociale Zekerheid: uitbreiding onderdanen van derde landen
| Titel voorstel: | Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 wat de uitbreiding ervan betreft tot de onderdanen van derde landen |
|---|---|
| Document: | SOC 13 485/97 |
| Aard van de bespreking: | voortgangsverslag en debat |
Het betreft een voorstel tot uitbreiding van de werkingssfeer van Verordening nr. 1408/71 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels. Thans is deze beperkt tot onderdanen van de lidstaten. Dit betekent dat onderdanen van derde-landen die in één lidstaat werkzaam zijn en in een andere lidstaat wonen, geen beroep kunnen doen op de coördinatiebepalingen van de Verordening. Het Commissievoorstel beoogt een oplossing te bieden voor de problemen die hierdoor in de praktijk ontstaan door de personele werkingssfeer van de Verordening uit te breiden met personen die niet de nationaliteit hebben van een EU-lidstaat, maar die wel legaal, d.w.z. overeenkomstig de wetgeving van de lidstaten inzake het verblijfsrecht, in een lidstaat verblijven. Welhaast alle Lidstaten, waaronder Nederland, staan positief tegenover dit voorstel. Er is echter een (juridisch) probleem over de te kiezen rechtsgrondslag van het voorstel in het EU-Verdrag.
De tot dusverre door de Cie geïdentificeerde mogelijkheden m.b.t. de rechtsgrondslag hebben tot op heden nog niet tot een oplossing geleid. Nederland meent dat intensief verder gezocht moet worden naar een passende juridische grondslag.
7. Modernisering Sociale Bescherming
| Titel voorstel: | Conclusies van de Raad en de Lidstaten inzake een gezamenlijke strategie voor de modernisering van de sociale bescherming. |
|---|---|
| Document: | SOC 389 |
| Aard van de bespreking: | aanneming van de conclusies. |
De mededeling is bedoeld om het politieke debat over de staat van de sociale bescherming in de Europese Unie, de doelstellingen en de uitdagingen voor de toekomst te verdiepen.
De mededeling schetst drie factoren die grote impact hebben op de ontwikkeling van sociale stelsels in de lidstaten en de kandidaat-lidstaten: 1) de interne markt en de euro, 2) het proces van Luxemburg en de werkgelegenheidsrichtsnoeren en 3) de uitbreiding van de Unie. Deze ontwikkelingen maken duidelijk dat sociale bescherming een gemeenschappelijke zorg is van de lidstaten en de kandidaat-lidstaten en dat een gemeenschappelijke politieke visie nodig is om modernisering van de sociale bescherming te realiseren.
De mededeling noemt vier sleuteldoelstellingen als basis voor een nauwere samenwerking:
1. werk lonend maken en een vast inkomen bieden;
2. pensioenen veilig stellen en pensioenstelsels betaalbaar maken;
3. sociale integratie bevorderen;
4. betaalbare en kwalitatief hoogwaardige gezondheidsbescherming garanderen.
Ten slotte stelt de Commissie voor een high-level-group in het leven te roepen die zorg moet gaan dragen voor de uitwisseling van informatie en ervaringen.
De conclusies bevestigen het belang van een behoorlijk niveau van sociaal bescherming voor een evenwichtige economische ontwikkeling. De uitwisseling van informatie en ervaringen kan een belangrijke bijdrage leveren aan de modernisering van de sociale bescherming binnen de Unie. Voorts wordt gewezen op de rol die sociale partners vervullen bij de totstandkoming van sociaal beleid.
Nederland kan instemmen met de Raadsconclusies, die de kernpunten van de mededeling bevatten. Met het aannemen van deze conclusies gaat de Raad een politiek commitment aan om de Cie de ruimte te geven om tot nadere voorstellen m.b.t. sociale bescherming te komen. In doelstelling 3 liggen besloten de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting alsmede reactivering. Nederland zal evenals bij de Sociale Raad van 12 november jl. specifiek aandacht voor deze punten vragen en zal zich inspannen om sociale integratie en de bestrijding van armoede en uitsluiting hoog op de Europese agenda te krijgen.
8. Gezondheid en veiligheid: trillingen
| Titel voorstel: | Gewijzigd Voorstel voor een richtlijn betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (trillingen) (n-de bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) |
|---|---|
| Document: | SOC 88 SOC 209 SOC 383 |
| Aard van de bespreking: | Voortgangsverslag |
Het doel van het voorstel is het vaststellen van minimumvoorschriften voor de bescherming van werknemers tegen de risico's voor hun gezondheid en veiligheid door blootstelling aan mechanische trillingen. In de concept-richtlijn wordt het opzetten en uitvoeren van een preventiebeleid voorgesteld. Daarnaast zitten er bepalingen in over het afbakenen en markeren van gevaarlijke zones en het bieden van arbeidsgezondheidskundige begeleiding van werknemers die risico's lopen als gevolg van blootstelling aan trillingen op het werk.
Nederland is op hoofdlijnen akkoord met het voorstel om via een Europese regeling een invulling te geven aan gezondheids- en veiligheidsaspecten van mechanische trillingen.
Ondanks goede vorderingen is op een aantal punten nog geen overeenstemming bereikt zoals de uitbreiding van het toepassingsgebied tot schepen, grenswaarden, de meting van trillingen en het toestaan van uitzonderingen.
De verwachting is dat onder het huidige Finse voorzitterschap geen belangrijke vorderingen meer zullen worden gemaakt, daarvoor liggen de standpunten van de lidstaten nog te ver uiteen. De besprekingen in de raadswerkgroep zullen in 2000 onder Portugees voorzitterschap worden voortgezet.
Inhoudelijk debat op de Raad wordt niet voorzien.
De Europese Commissie zal op de Sociale Raad een presentatie geven van voorstellen gebaseerd op artikel 13 van het Verdrag (EG): bestrijding van discriminatie.
De Europese Commissie zal naar verwachting op 29 november aanstaande op de Sociale Raad voorstellen met betrekking tot artikel 13 (Verdrag EG) presenteren. Naar verwachting gaat het hier om een horizontale richtlijn ter bestrijding van discriminatie op alle verdragsgronden (met uitzondering van geslacht, waarin de Europese wetgeving reeds voorziet) op het terrein van de arbeid, een verticale richtlijn betreffende de gronden «ras/etnische herkomst» op een breed terrein alsmede een actieprogramma ter bestrijding van alle vormen van discriminatie genoemd in het verdrag o.a. betreffende onderzoek, «mainstreaming» en «good practices».
Nederland verwelkomt de intentie van de Commissie op korte termijn met concrete voorstellen ten aanzien van de uitwerking van artikel 13 te komen en zal bij het Portugese Voorzitterschap bepleiten dat deze met grote voortvarendheid ter hand worden genomen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-18-111.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.