21 501-16
Landbouwraad

nr. 327
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 2 mei 2002

De algemene commissie voor Europese Zaken1 en de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij2 hebben op 18 april 2002 overleg gevoerd met minister Brinkhorst van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over:

de brief van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij d.d. 29 maart 2002 inzake het verslag Landbouwraad 18 en 19 maart 2002 te Brussel (21 501-16, nr. 323);

de agenda van de Landbouwraad van maandag/dinsdag 22/23 april 2002;

de agenda van de Informele Landbouwraad van zaterdag 27 t/m dinsdag 30 april 2002;

de brief van de griffier van de algemene commissie voor Europese Zaken d.d. 14 maart 2002 m.b.t. fiche inzake verordening m.b.t. oogsten 2002–2004 en per soortgroep, van garantiedrempels per lidstaat en premies voor tabaksbladeren (LNV-02-215);

de brief van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij d.d. 2 april 2002 inzake het LEI-rapport over prijsopbouw en -vorming vee en vlees (LNV-02-283);

de brief van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij d.d. 12 april 2002 inzake vestigingssteun.

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De minister deelt mede dat punt 7 Bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen van de agenda voor de Landbouwraad op 22 april a.s. is geschrapt.

De heer Van der Vlies (SGP) wil zijn inbreng beperken tot het onderwerp van de vestigingssteun aan jonge boeren. Hij memoreert kort de voorgeschiedenis. In het debat over de begroting van LNV heeft de minister op aandrang van een meerderheid in de Kamer toegezegd dat hij de 1,13 mln euro steun voor 70 innovatieve jonge boeren zou verdubbelen en deze toezegging in de voorjaarsnota gestand zou doen. In de voorjaarsnota is hierover echter niets te vinden. Wellicht heeft de minister aangenomen dat deze toezegging is ingehaald door het amendement-Van der Vlies.

De minister heeft op 12 april zijn voorstel over de vestigingssteun aan jonge boeren naar de Kamer gestuurd. Hij heeft een steunregeling ontworpen voor het maken van ondernemingsplannen, waarin ook een innovatie- of verbetercomponent is opgenomen. Het is zijn bedoeling om 75% van de door de jonge boeren gemaakte kosten voor advies en begeleiding bij het opstellen van dit ondernemingsplan subsidiabel te stellen. De minister heeft daarnaast een stimuleringsregeling ontworpen voor een groep van 250 jonge boeren die een vernieuwing doorvoeren bij de bedrijfsovername. Hij heeft deze laatste regeling ter goedkeuring neergelegd in Brussel.

De heer Van der Vlies is van mening dat naast het bevorderen van innovatie ook de motivatie van jonge boeren om de schouders eronder te zetten, gestimuleerd moet worden. Het is wrang te moeten constateren dat slechts 10% van het beschikbare geld naar de steunregeling voor jonge boeren gaat en maar liefst 90% naar de regelingen met een innovatief karakter. Op jaarbasis nemen ongeveer 800 tot 1000 boeren een bedrijf over, van wie een groot deel gestimuleerd dient te worden. Hij is het tegen de achtergrond van de hierover in de Kamer gevoerde discussie niet eens met het voorstel van de minister. De in het voorstel gehanteerde verdeling 10/90 is niet in lijn met de strekking van zijn amendement. Ook het NAJK heeft kritiek op het voorstel van de minister. Het zou de helderheid en eenduidigheid van de regeling ten goede komen als de differentiatie «75% van de gemaakte kosten» uit de regeling geschrapt zou worden en de regeling een meer generiek karakter zou krijgen. Hoewel hij zich realiseert dat de positie van de minister door de demissionaire staat van het kabinet staatsrechtelijk gewijzigd is, pleit hij ervoor de in de regeling gehanteerde verdeling 10/90 bij te stellen conform de wens van de Kamer.

De heer Waalkens (PvdA) spreekt zijn zorgen uit over de gang van zaken bij de BSE-testen in Duitsland, de positie van de laboratoria daarin en de consequenties voor de voedselveiligheid. Hij wijst in dit verband ook op de situatie in Nederland. Er is veel energie gestoken in het organiseren van concurrentie tussen laboratoria door ook particuliere laboratoria te accrediteren voor het uitvoeren van testen. Nu blijkt na nog geen twee maanden praktijk dat een bepaalde organisatie de protocollen niet naleeft en testen vervalst. Het hanteren van marktprincipes heeft hier geleid tot een absoluut ongewenste situatie. Hoe staat de minister hiertegenover? Wat hem betreft moet er desnoods worden teruggekeerd naar de situatie van een centraal laboratorium in Lelystad met alle consequenties van dien.

Hoewel hij er een voorstander van is dat het Europees Parlement veel meer inspraak krijgt op het onderdeel landbouw, doet zich nu een zeer ongewenste situatie voor. Het EP houdt een pleidooi voor het onder strenge voorwaarden blijven vervoederen van keukenafval en swill. Kan de minister hier nader op ingaan?

Hij is het ermee eens dat een herziening van het Veterinair fonds noodzakelijk is en er meer aandacht dient uit te gaan naar de eigen verantwoordelijkheid van de nationale autoriteiten op het gebied van de uitroeiing van en de controle op dierziekten. Dit betekent volgens hem echter niet dat een Europese sturing in het geheel niet meer nodig is. Hoe staat de minister hiertegenover?

Hij juicht het opstellen van de positieve lijst voor de toevoegingsmiddelen voor diervoeding toe. Dit sluit perfect aan bij de Kaderwet diervoeder. Wat is de reactie van de minister hierop?

Er is binnen Europa veel discussie over het instrument «modulatie» en de toepassing van de systematiek onder de huidige randvoorwaarden. Kan de minister nog eens ingaan op de veranderingen die nodig zijn aan dit instrument om uit het bureaucratisch moeras te komen? Is Nederland voornemens om bij de mid-term review een inzet te plegen om tot een betere ordening te komen?

Het acht de conferentie in Spanje over de opvattingen die leven op het gebied van een agrarisch risicoverzekeringsstelsel voor Nederland van groot belang.

Hoe staat het met de voorstellen voor een eventuele aanpassing van het MKZ-non-vaccinatiebeleid, die in april het licht zouden zien?

Hij vraagt tot slot aandacht voor de stimulering van de eiwitproductie in de kandidaat-lidstaten om het eiwittekort door het wegvallen van diermeel te compenseren. Welke contacten zijn er met Center? Het ligt in de bedoeling eerstdaags projecten in Kroatië en Oekraïne te honoreren. Welke betrokkenheid heeft het ministerie van LNV daarbij?

De heer Geluk (VVD) spreekt zijn teleurstelling uit over het voorstel van de minister op het gebied van de vestigingssteun en sluit zich aan bij het pleidooi van collega Van der Vlies om het plan alsnog bij te stellen. Van een guldenvliesregeling is op deze manier geen sprake. Kan de minister nog eens ingaan op de definitie van het begrip «innovatie»?

Hij complimenteert de minister met het destijds ingebrachte standpunt over de uitbreiding van de EU. Wat betekent «realistisch» als het gaat om de directe inkomenssteun voor de vijftien kandidaat-lidstaten? Kan de minister al iets zeggen over de agenda voor de mid-term review?

Hij vindt het standpunt dat het EP inneemt over swill en keukenafval verouderd en onverstandig. Het levert veel gevaar op voor de voedselveiligheid en de dierziekteverspreiding. Het EU-begrotingsbedrag van 45 mln euro voor dierziektebestrijding is door de MKZ-crisis ruimschoots overschreden. Volgens hem ligt hier ook een taak voor de Europese Voedselautoriteit.

Het is te begrijpen dat de EU de verantwoordelijkheid voor de voedselveiligheid in de toekomst ook financieel meer bij de nationale overheden zelf wil leggen, maar daarbij blijven zware en strikte richtlijnen vanuit Brussel van belang. Als het bestrijden van dierziekten de verantwoordelijkheid van de nationale overheden zou worden, bestaat er grote kans dat de veehouders in geval van calamiteiten in grote problemen komen. Overigens kan ook Oost-Europa in de toekomst nog voor grote problemen zorgen!

De veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren zijn met name gericht op de bescherming van de volksen diergezondheid tegen rabiës. Engeland, Ierland en Zweden hebben sinds kort de fysieke quarantaineperiode afgeschaft. Wordt de grens straks bij Oost-Europa gelegd?

Hij acht de uitfasering van antimicrobiële groeibevorderaars als toevoegingsmiddel in diervoeding een uitstekende zaak.

De heer Stellingwerf (ChristenUnie) vraagt zich naar aanleiding van het pleidooi van het EP af of de risico's van het gebruik van swill wel voldoende worden onderkend. Kan de minister ingaan op de belangen die hier een rol spelen?

Hij voelt zich als medeondertekenaar van het amendement-Van der Vlies aangesproken door het voorstel van de minister. Hij sluit zich aan bij het pleidooi van collega Van der Vlies. Hij zou bij de steunregeling voor jonge boeren bij overname het accent meer op de continuïteit en minder op innovatie willen leggen. Kan de minister in dit verband ingaan op de problematiek van de jonge landbouwer in Italië?

De heer Atsma (CDA) sluit zich eveneens aan bij het pleidooi van de heer Van der Vlies met betrekking tot de vestigingssteun aan jonge boeren.

Hij heeft in de afgelopen maanden vaak opmerkingen gemaakt over de verschillen in de tarieven en de doorberekening van de kosten van BSE-testen. Hij wordt hierin bevestigd door de gegevens van het LEI (Landbouw economisch instituut). Er kan tegen het gesjoemel met BSE-testen niet hard genoeg worden opgetreden. Hij weet niet of het verstandig is om het testen weer terug te brengen naar het Centraal laboratorium in Lelystad. Zijn fractie is nooit erg enthousiast geweest over de marktaanpak van de minister en heeft er altijd op gewezen dat de overheid een taak heeft als het om een publieke verantwoordelijkheid gaat. De eventuele kosten om toezicht te gaan houden op het gesjoemel dienen wat hem betreft door de sector zelf gedragen te worden. Dat is echter iets anders dan het aan de individuele veehouder doorberekenen van de kosten van de preventieve BSE-testen. Hij is daar niet voor.

Hij vindt het standpunt van het EP over swill onbegrijpelijk in het licht van de wetenschap dat de controle en de borging van kwaliteit nooit voor 100% gegarandeerd kunnen worden.

Hij heeft begrepen dat er een door Spanje geïnitieerde discussie zal komen over de tweede pijler en de POP-gelden (plattelandsontwikkelingsplan). Kan de minister aangeven of de discussie over de plattelandsgelden op de agenda staat?

In de Financial Times is gesuggereerd dat de Europese landbouw betrokken zou worden in het staalconflict tussen de VS en Europa via strafkortingen tot 30%. Wat is het standpunt van de minister en de EU hierover?

De heer Ter Veer (D66) sluit zich aan bij de opmerkingen met betrekking tot de BSE-testen.

Hij begrijpt uit de discussie in het EP dat de deur wellicht weer op een kier gaat voor swill. Hij vraagt zich af of in het in dat geval het overwegen waard is om het totaalverbod op het voederen van diermeel onder bepaalde condities ter discussie te stellen.

Hij heeft uitvoerig uiteengezet waarom zijn fractie tegen het amendement-Van der Vlies over de vestigingssteun heeft gestemd. Het heeft hem verbaasd dat in het blad Binder van het NAJK niets terug te vinden is van het D66-standpunt.

Antwoord van de regering

De minister realiseert zich dat de situatie na de val van het kabinet staatsrechtelijk anders ligt. Hij is de Kamer daarom erkentelijk dat hem de gelegenheid wordt gegeven in een afrondend debat met de Kamer in de huidige samenstelling een evaluatie van het beleid te houden.

Hij is uiteraard bereid naar de Kamer te luisteren als het gaat om de kwestie van de vestigingssteun. Volgens hem waren de Kamer en hij het erover eens dat het niet om een totale generieke regeling zou moeten gaan. Hij heeft het amendement-Van der Vlies als uitgangspunt genomen. Daarin worden «perspectiefvolle» bedrijven genoemd en wordt voorgesteld om een deel van het geld uit het Innovatiefonds weg te halen. Het accentverschil is gelegen in de weging van de begrippen «innovatief» en «perspectiefvol». Hij is bereid om het bedrag van het ondernemersplan voor alle ondernemers bij te stellen tot ongeveer 1900 euro in plaats van de huidige 1500 euro. Hij zal als gevolg daarvan een wijziging moeten voorstellen in de in Brussel aangemelde stimuleringsregeling voor 250 innovatieve boeren. Zij zullen in plaats van 25 000 euro 20 000 euro krijgen. Daarmee wordt de verhouding generiek/innovatief ongeveer 30/70 en kan de regeling «guldenvliesregeling» blijven heten. Hij refereert aan de criteria voor innovatie uit de innovatiebrief, waarbij het gaat om innovaties die ontwikkeld maar nog nauwelijks toegepast zijn, perspectiefvol zijn, substantieel zijn en passen binnen de wettelijke voorwaarden.

Hij is het ermee eens dat het gesjoemel met BSE-testen door particuliere laboratoria absoluut niet valt te tolereren. In eerste aanleg was daar ook zijn reserve gelegen om het testen weg te halen bij het Centraal laboratorium in Lelystad. Het bedrijf KBBL met vestigingen in Epe en Wijhe, Industrieweg 16, postcode 8131 WZ, tel. 0570–523234 is vorige week met een fraudesysteem geconfronteerd. Hij heeft onmiddellijk schorsing van de erkenning bij de rechter aangevraagd. Deze heeft gisteren telefonisch laten weten dat de opschorting van de erkenning ongedaan is gemaakt. De vermoedelijke reden is dat er te veel werkgelegenheid in het betreffende laboratorium op het spel stond. De minister heeft bezwaar gemaakt tegen het ongedaan maken van de opschorting van de erkenning. De definitieve uitspraak zal op 23 april plaatsvinden. De vestiging in Epe levert geen probleem op, omdat de slachterij de medewerkers van het laboratorium de toegang tot de slachterij heeft ontzegd.

Hij deelt het standpunt van de commissie over swill. Nederland zal het verbod op swill zeker niet aanpassen. Het standpunt van het EP is vooral veroorzaakt door de Oostenrijkse en Duitse leden die vonden dat onder bepaalde omstandigheden swill kan worden vervoederd. De achtergrond van dit standpunt was een grote afvalberg van swill. Hij benadrukt dat het EP in algemene zin heeft bijgedragen aan een zeer gewetensvolle invulling van de begrippen milieu en volksgezondheid. Er heeft in talloze gevallen Europees een aanscherping plaatsgevonden van milieuregels, volksgezondheids- en diergezondheidsregelingen. De uitvoerige enquête over BSE en de aanzetten vanuit het EP om de MKZ-non-vaccinatieregelingen aan te passen, zijn daarvan goede voorbeelden. Je kunt ten principale niet stellen dat het EP niet gewetensvol met de problematiek omgaat. Maar het EP zou bevoegdheden dienen te krijgen op alle beleidsterreinen waar codecisie gewenst is en waar de Raad met gekwalificeerde meerderheid beslist. Hij acht een versterking van de bevoegdheden van het EP vanuit democratisch oogpunt gewenst, ook al zal het EP een enkele keer een negatieve uitspraak doen.

Wanneer in het kader van een herziening van het Veterinair fonds wordt gesproken over een nationale invulling, wordt hiermee bedoeld dat de nationale overheden bij de controle en de handhaving van veterinaire maatregelen een zware rol dienen te gaan spelen. Verder dient het Diergezondheidsfonds een eigen verantwoordelijkheid te geven aan het bedrijfsleven in Nederland. De publieke en de Europese dimensie van het Veterinair fonds moeten beide gestalte krijgen. Hij zou graag willen dat een herziening van het Veterinair fonds op Europees vlak leidt tot een sterkere sturing, zodat het fonds beleidsmatig wordt ingezet om de bestrijding van dierziekten effectiever te laten plaatsvinden.

De positieve lijst op het gebied van de toevoegingsmiddelen voor diervoeding is erg belangrijk en sluit naadloos aan bij de Kaderwet diervoeder.

De voorstellen voor de mid-term review zijn op dit moment nog niet in detail bekend. Veel marktordeningen liggen vast tot 2006. Er was een herzieningsclausule vastgelegd voor zuivel, granen, rundvlees, suiker, olijfolie en wijn. De heer Fischler zal vier concrete voorstellen doen: verplichte modulatie, aanpassing van de premie voor durumtarwe, afschaffing van de premies voor rogge en aanpassing van de rundvleesmarkt door minder aanbodgedreven elementen. Verder komt er een optiepapier voor langere termijn. Nederland heeft van het begin af aan ingezet op een ambitieuzere agenda. Daarop stonden ook degressiviteit en inkomenssteun in verband met de discussie over de uitbreiding.

Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk passen de modulatie toe. Hij hoopt binnenkort te beschikken over de gedetailleerde gegevens over de modaliteiten in deze beide landen. Portugal en Duitsland hebben het voornemen uitgesproken om vanaf 2003 de modulatie tot stand te brengen. Er zijn ook problemen op het gebied van de uitvoering. Er zal een analyse gemaakt worden waaraan de middelen kunnen worden besteed, bijvoorbeeld het invoeren van een vut voor boeren, de mogelijkheid om landbouwgrond te bebossen en verder bepaalde landbouw-milieumaatregelen. Daarnaast zullen er ook nieuwe maatregelen moeten komen. Hij zal deze zomer een uitvoerige notitie hierover opstellen. Op een onlangs gehouden seminar is gesproken over de wenselijke vergroening binnen de eerste pijler, naast de verschuiving van de eerste naar de tweede pijler.

Nederland zal actief deelnemen aan het seminar in Spanje over de kwestie van risicoverzekeringen op agrarisch gebied. Hij hoopt hiermee de tot stilstand gekomen dialoog met LTO Nederland opnieuw op gang te krijgen. Het uitgangspunt van het kabinet is dat er in de eindfase een verzekering moet zijn die door de particuliere ondernemer wordt betaald. De overheid dient haar bijdrage te leveren aan het op gang krijgen van een dergelijk systeem.

Hij hoopt voor de zomer voorstellen van de Commissie te krijgen over het MKZ-non-vaccinatiedossier.

Hij is graag bereid initiatieven te ondersteunen die de eiwitproductie van toetredende landen willen bevorderen. Het ministerie van LNV is daarbij zeer nauw betrokken. Het gaat daarbij echter niet om financiële steunmaatregelen.

Het dossier «rabiës» voor Oost-Europa zal geregeld moeten worden bij de toetredingsonderhandelingen.

De toekomst van het plattelandsbeleid komt in de Informele Landbouwraad aan de orde. Hij heeft twee weken geleden met de Kamer gesproken over de plattelandsbrief. Het gaat daarbij niet om speciale maatregelen zoals het POP maar om de langeretermijnvisie. Dat is de opmaat naar de voorstellen voor het verschuiven van de eerste naar de tweede pijler.

Nederland moet proberen om ieder conflict met de VS zoveel mogelijk te minimaliseren. Hij hoopt dat de handelsoorlog tussen de VS en Europa beperkt blijft tot de staalsector. Hij zal er alles aan doen om conflicten zoveel mogelijk buiten de deur te houden vanwege de Nederlandse commerciële en landbouwbelangen.

Nadere gedachtewisseling

De heer Van der Vlies (SGP) is verheugd over het nieuwe voorstel van de minister met een verdeling 30/70. Hij begrijpt dat alle ondernemers nu 1900 euro krijgen, terwijl zij daarnaast in het kader van de innovatieve plannen kunnen dingen naar een bedrag van 20 000 euro. Aan de 1,13 mln euro uit de begroting is 7,5 mln euro toegevoegd door amendering. Er is in totaal dus 8,63 mln euro beschikbaar. Daarvan is 1,9 mln euro voor 1000 ondernemers en 5 mln euro voor 250 innovatieve boeren. Er blijft dan na aftrek van de uitvoeringskosten nog enige financiële ruimte over. Kan de minister toezeggen dat deze ruimte versleuteld wordt over alle boeren? Er kan dan bij de evaluatie aan het eind van het jaar gekeken worden hoe de regeling heeft uitgewerkt.

De heer Waalkens (PvdA) wacht de verdere toezegging van de minister af op het gebied van de vestigingssteun. Hij zou in de beoordeling van het begrip «innovatie» ook het verspreidingselement willen meenemen.

Hij wijst erop dat de positie van Nederland als nettobetaler in Europa door de verschuiving van de eerste naar de tweede pijler verslechtert. De vergroening binnen de eerste pijler lijkt hem een goed voorstel.

De heer Geluk (VVD) hecht bij de vaststelling van het begrip «innovatie» ook zeer aan het meenemen van het verspreidingselement.

Hij vraagt zich af of het mogelijk is om modulatie ook van toepassing te verklaren op het agrarische verzekeringssysteem. Het zou dan een interessant instrument kunnen zijn. Hij denkt daarbij aan inkomens- en oogstschadeverzekeringen.

De heer Stellingwerf (ChristenUnie) is blij met de nieuwe verhouding 30/70 bij de regeling voor vestigingssteun, maar vraagt zich af waarom de verhouding niet 50/50 zou kunnen zijn. Ook hij gaat uit van een beschikbaar bedrag van 1,13 mln euro plus 7,5 mln euro.

De heer Atsma (CDA) is van mening dat er melding van gemaakt moet worden als er binnen de Europese kaders meer financiële ruimte is. Italië zet niet voor niets dit onderwerp op de agenda.

Hij blijft het gesjoemel met de BSE-testen onaanvaardbaar vinden, maar vindt het erg ver gaan om het bedrijf publiekelijk aan de schandpaal te nagelen door het vermelden van adres en telefoonnummer. Uiteindelijk heeft de rechter hier een uitspraak gedaan.

De minister wijst erop dat er fraude is gepleegd bij BKKL. Hij wil daarom de betrokken ondernemers waarschuwen voor dit bedrijf. Het amendement-Van der Vlies haalt de dekking uit de niet-bestede gelden van het Innovatiefonds. Dit bedrag blijkt echter onvoldoende te zijn om aan 1,13 mln euro plus 7,5 mln euro te komen. Het voorstel dat hij in Brussel heeft aangemeld, gaat uit van 7,5 mln euro. Hij zal nader laten checken hoe het met de dekking staat. Als de begroting ruimte biedt voor een bedrag van 8,63 mln euro, wil hij dit bedrag graag toezeggen. Hij maakt daarbij wel de kanttekening dat 1900 euro al zeer ruim is voor een ondernemersplan. Hij vindt dat er op deze wijze een goede balans is gevonden tussen innovatief, perspectiefvol en niet generiek. De regeling dient vanzelfsprekend te worden geëvalueerd. Overigens hoeft hij alleen de innovatieve regeling in Brussel aan te melden. Hij hoopt dat een verlaging van 25 000 tot 20 000 euro zonder al te veel complicaties mogelijk is. Niemand is erbij gebaat dat het tot uitstel van de POP-aanvaarding komt. Het zou de stimuleringsregeling voor de innovatieve ondernemers niet verder willen verlagen dan 20 000 euro. Daarmee behoort een 50/50-regeling dus niet tot de mogelijkheden. Overigens acht hij de verspreidingsdimensie bij het begrip «innovatief» van groot belang.

Het lijkt hem een goed idee om de mogelijkheid te bezien om modulatie ook toe te passen op de landbouwschadeverzekeringen.

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Ter Veer

De voorzitter van de algemene commissie voor Europese Zaken,

Te Veldhuis

De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

De Lange


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Te Veldhuis (VVD), voorzitter, Weisglas (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Van Middelkoop (ChristenUnie), Van Oven (PvdA), ondervoorzitter, Voûte-Droste (VVD), Hessing (VVD), Hoekema (D66), Marijnissen (SP), Verhagen (CDA), Rouvoet (ChristenUnie), De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Van den Akker (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Timmermans (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Weekers (VVD), Albayrak (PvdA), Eurlings (CDA), Van Baalen (VVD) en Molenaar (PvdA).

Plv. leden: Verbugt (VVD), Blaauw (VVD), Dittrich (D66), Van den Berg (SGP), Valk (PvdA), Wilders (VVD), Remak (VVD), Ter Veer (D66), Van Bommel (SP), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), De Graaf (D66), Van der Hoeven (CDA), Waalkens (PvdA), Balkenende (CDA), Çörüz (CDA), M.B. Vos (GroenLinks), Feenstra (PvdA), Zijlstra (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Geluk (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Örgü (VVD), Gortzak (PvdA) en Crone (PvdA).

XNoot
2

Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Swildens-Rozendaal (PvdA), Ter Veer (D66), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Feenstra (PvdA), Poppe (SP), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Stellingwerf (ChristenUnie), M. B. Vos (GroenLinks), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), Passtoors (VVD), Th. A. M. Meijer (CDA), Hermann (GroenLinks), Geluk (VVD), Schreijer-Pierik (CDA), Atsma (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Oplaat (VVD), Schoenmakers (PvdA), Udo (VVD), Herrebrugh (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD) en Bolhuis (PvdA).

Plv. leden: Van Vliet (D66), Depla (PvdA), Ravestein (D66), Zijlstra (PvdA), Albayrak (PvdA), Kant (SP), Mosterd (CDA), Van Middelkoop (ChristenUnie), Van der Steenhoven (GroenLinks), Scheltema-de Nie (D66), Verbugt (VVD), Cornielje (VVD), Rietkerk (CDA), Pitstra (GroenLinks), Kamp (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Van Wijmen (CDA), Buijs (CDA), Weekers (VVD), Dijksma (PvdA), O. P. G. Vos (VVD), Te Veldhuis (VVD), Dijsselbloem (PvdA) en Duivesteijn (PvdA).

Naar boven