21 501-08 Milieuraad

M VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 9 november 2023

De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving1 hadden kennisgenomen van de brief van de Minister voor Klimaat en Energie en van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 7 juli 20232, waarbij de beide bewindslieden de Kamer een afschrift aanboden van de beantwoording van vragen in het schriftelijk overleg met de Tweede Kamer naar aanleiding van de informele Milieuraad van 10 en 11 juli te Valladolid, Spanje3. De leden van de fractie van de BBB wensten de regering naar aanleiding hiervan een aantal vragen te stellen.

Naar aanleiding hiervan is op 19 september 2023 een brief gestuurd aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Een gelijkluidende brief is verzonden aan de Minister voor Klimaat en Energie.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 1 november 2023 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, Dragstra

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR INFRASTRUCTUUR, WATERSTAAT EN OMGEVING

Aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat

Den Haag, 19 september 2023

De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van de Minister voor Klimaat en Energie en van uzelf van 7 juli 20234, waarbij u de Kamer een afschrift aanbiedt van de beantwoording van vragen in het schriftelijk overleg met de Tweede Kamer naar aanleiding van de informele Milieuraad van 10 en 11 juli te Valladolid, Spanje5. De leden van de fractie van de BBB wensen de regering naar aanleiding hiervan de volgende vragen te stellen.

  • 1. Hoe zorgt de regering ervoor dat er de nodige flexibiliteit wordt ingebouwd in de regelgeving en ons land niet nog verder op slot komt te zitten?

  • 2. De leden van de fractie van de BBB wijzen erop dat het adagium luidt: meten = weten. Gelet hierop vragen deze leden of de regering wederom gebruik gaat maken van modellen of daadwerkelijk zal gaan meten.

  • 3. Op welke wijze gaat de regering zorgen voor een integrale benadering waarbij alle stakeholders al aan de voorkant worden betrokken? Kan de regering de leden van de fractie van de BBB meenemen in de methodiek die gebruikt zal gaan worden?

De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief. Een gelijkluidende brief is heden verzonden aan de Minister voor Klimaat en Energie.

Voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, E. Kemperman

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 november 2023

Hierbij doe ik u, mede namens de Minister voor Natuur en Stikstof, de beantwoording toekomen van schriftelijke vragen gesteld op 19 september 2023 over het schriftelijk overleg met de Tweede Kamer naar aanleiding van de informele bijeenkomst van milieuministers op 10 en 11 juli 2023.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen

Beantwoording schriftelijke vragen

1. Hoe zorgt de regering ervoor dat er de nodige flexibiliteit wordt ingebouwd in de regelgeving en ons land niet nog verder op slot komt te zitten?

Antwoord

Het kabinet zet zich in voor ambitieuze Europese wetgeving op het gebied van klimaat en milieu, waarbij ook goed wordt gekeken naar haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Wanneer de Europese Commissie (hierna: Commissie) een voorstel publiceert, maakt het kabinet een evenwichtige, integrale afweging van datgene dat voorgesteld wordt. Dit wordt opgenomen in een BNC-fiche met de kabinetsinzet. In het BNC-fiche kijkt het kabinet onder andere naar de bevoegdheid van de EU en de subsidiariteit en proportionaliteit van het voorstel. Hierin worden ook de effecten die deze wetgeving heeft op Nederland meegenomen. Daar waar nodig pleit het kabinet voor meer flexibiliteit.

Nederland steunt bijvoorbeeld de ambities van de ontwerp-Natuurherstelverordening, maar het demissionaire kabinet is kritisch over het voorgestelde verslechteringsverbod. Voor het benodigde draagvlak voor het natuurbeleid is het van belang dat er meer ruimte en flexibiliteit komt bij de uitvoering van de Natuurherstelverordening. Nederland zet zich sinds de start van de onderhandelingen in voor een flexibele verordening die in dit dichtbevolkte land uitvoerbaar is. Deze inzet wordt ook nu in de triloogfase voortgezet. Om verdere juridificering van het natuurbeleid bij de implementatie te voorkomen, zet het demissionaire kabinet zich bij het verslechteringsverbod in Brussel in voor een inspanningsverplichting, in plaats van een resultaatverplichting. Verder zet het kabinet in op niet bindende doelen voor 2040 en 2050 omdat op dit moment nog niet kan worden bepaald of deze haalbaar zijn.

2. De leden van de fractie van de BBB wijzen erop dat het adagium luidt: meten = weten. Gelet hierop vragen deze leden of de regering wederom gebruik gaat maken van modellen of daadwerkelijk zal gaan meten.

Antwoord

Het Kabinet zet zich via diverse programma’s in om zowel randvoorwaarden te scheppen voor goed beheer van het milieu in Nederland, als om de keuzes te maken op basis van de meest recente inzichten. In de voortgangsbrief van het Nationaal MilieuProgramma (NMP)6 onderstreepte het kabinet dat om een goede leefomgevingskwaliteit te kunnen bereiken en houden, meten en weten essentieel is. Het NMP wordt op dit moment uitgewerkt. Daarnaast zet het kabinet zich in om met structurerende keuzes die richting geven voor de komende decennia, de randvoorwaarden voor goed milieubeheer te creëren. Zo heeft het kabinet vorig jaar in de Kamerbrief Water en Bodem sturend7 structurerende keuzes voor de ruimtelijke inrichting van Nederland geformuleerd. Deze Water en Bodem sturend keuzes maken onderdeel uit van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)8. Aan provincies is via de handreiking gebiedsprogramma’s gevraagd deze uit te werken in de provinciale programma’s. In deze brief worden naast diverse keuzes ook handvatten voor borging en monitoring beschreven.

In samenwerking met het RIVM, het Planbureau voor de Leefomgeving, Wageningen University Research en Deltares wordt gewerkt aan een werkprogramma voor structurele monitoring en evaluatie van het doelbereik van het NPLG. Daarbij gelden de bestaande monitoring- en evaluatiesystemen, zoals voor de Kaderrichtlijn Water, het Programma stikstofreductie en natuurverbetering en de Klimaat- en Energieverkenning, als uitgangspunt. Specifiek voor het stikstofdossier vormen metingen de basis voor de monitoring- en evaluatiesystemen. Met de ruim 300 meetpunten in natuurgebieden worden de modelberekeningen gekalibreerd, en waar nodig gecorrigeerd. Het is praktisch onmogelijk om overal continu te meten. Daarom blijft het gebruik van modellen noodzakelijk. Deze modellen kunnen tevens worden gebruikt voor scenarioberekeningen en voor het maken van een doorkijk naar de toekomst. De modellen worden regelmatig nationaal en internationaal geëvalueerd.

Aanvullend zet het NPLG ook in op systeemanalyses. Provincies voeren natuurdoelanalyses uit om de belangrijkste problemen per Natura 2000-gebied in kaart te brengen. Deze natuurdoelanalyses worden vervolgens getoetst door de Ecologische Autoriteit. Aanvullend op de natuurdoelanalyses is in de handreiking gebiedsprogramma’s opgenomen dat provincies analyses uitvoeren voor onder meer het water- en bodemsysteem, sociaaleconomische impactanalyses, en landschapsecologische en systeemanalyses. De provinciale gebiedsprogramma’s en maatregelen daarin worden ook getoetst door de Ecologische Autoriteit.

3. Op welke wijze gaat de regering zorgen voor een integrale benadering waarbij alle stakeholders al aan de voorkant worden betrokken? Kan de regering de leden van de fractie van de BBB meenemen in de methodiek die gebruikt zal gaan worden?

Antwoord

Een integrale benadering van de landelijke opgaven op het gebied van milieubeleid wordt op diverse manieren geborgd, bijvoorbeeld via het NMP, Water en Bodem Sturend en het NPLG. Deze en andere programma’s komen samen in de nieuwe Nota Ruimte9, die ook een eigenstandig participatieproces met stakeholders kent.

Met het NMP werkt het kabinet aan een langetermijnvisie op milieubeleid. Lopende en nieuwe programma’s, zoals het Nationaal Programma Circulaire Economie, de aanpak van chemische stoffen en de aanpak van het VTH-stelsel worden hierin meegenomen. Het NMP zal ook ingaan op de verbinding tussen de verschillende Rijksprogramma’s en andere opgaven van het kabinet. Denk aan de energietransitie, de woningbouw, Water en Bodem Sturend en de Mobiliteitsvisie.

De integrale benadering wordt, zoals hierboven genoemd, ook toegepast in Water en Bodem Sturend, wat veelomvattend is en in vele beleidsvelden, sectoren en op verschillende niveaus van invloed zal zijn. Het kabinet wil dit samen met regionale partners oppakken en afstemmen hoe de structurerende keuzes uitpakken. Hierbij gaat het specifiek om de monitoring en verslaglegging van de voortgang van de structurerende keuzes. Hierbij sluiten we aan bij de toetsing- en monitoringsopzet van programma’s zoals het NPLG. Om samenhang, overzicht en doorwerking te borgen zal het Ministerie van IenW elk jaar een rapportage naar de Kamer sturen over Water en Bodem Sturend. Daarin worden de nieuwste inzichten meegenomen alsmede de resultaten van de monitoring, het actuele instrumentarium en eventueel voorstellen tot aanvulling en verbetering daarvan. De uitwerking en implementatie van keuzes die gemaakt worden en maatregelen die genomen worden vergen inzet en inspanning van alle betrokken partijen.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Wijk (BBB), Kemperman (BBB) (voorzitter), Van Langen (BBB), Jaspers (BBB), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Kluit (GroenLinks-PvdA), Crone (GroenLinks-PvdA), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Klip-Martin (VVD), Meijer (VVD), Kaljouw (VVD), Rietkerk (CDA) (ondervoorzitter), Prins (CDA), Van Meenen (D66), Aerdts (D66), Bezaan (PVV), Nicolaï (PvdD), Nanninga (JA21), Janssen (SP), Holterhues (CU), Dessing (FVD), Van Dijk (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
2

Kamerstukken I 2021/22, 21 501-08, K.

X Noot
3

Kamerstukken I 2021/22, 21 501-08, L.

X Noot
4

Kamerstukken I 2021/22, 21 501-08, K.

X Noot
5

Kamerstukken I 2021/22, 21 501-08, L.

X Noot
6

Kamerstukken 2022–2023, 28 089 Nr. 264

X Noot
7

Kamerstukken 2022–2023, 27 625 Nr. 592

X Noot
8

Kamerstukken 2022–2023, 34 683, Nr. 105

X Noot
9

Deze nota is in voorbereiding, en daardoor nog niet verschenen.

Naar boven