21 501-08 Milieuraad

AG VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 6 mei 2025

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu over de geannoteerde agenda van de Milieuraad van 17 december 2024. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 8 april 2025.

  • De antwoordbrief van 30 april 2025.

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Dragstra

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT / VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING

Aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu

Den Haag, 8 april 2025

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft kennisgenomen van uw brief van 4 maart 20252 waarbij u eerder naar aanleiding van de geannoteerde agenda van de Milieuraad van 17 december 20243 gestelde vragen beantwoordt. De leden van de fractie van de BBB wensen de regering naar aanleiding hiervan nog enkele aanvullende vragen te stellen.

De leden van de fractie van de BBB spreken allereerst hun genoegen uit over de verwachting dat Nederland de komende jaren zal voldoen aan de herziene EU-richtlijn betreffende de reductie van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen (NEC-richtlijn). Deze leden stellen het zeer op prijs wanneer Europese richtlijnen geen nationale problemen in de wetgeving en/of de uitvoering opleveren. De leden van de fractie van de BBB geloven namelijk in het mantra ««meten=weten»«. De leden van de fractie van de BBB hebben gelet hierop nog enkele aanvullende vragen aan de regering betreffende het gebruik van satellietdata in de vaststelling van emissiewaardes in de atmosfeer en de inzet van Nederland hierop.

  • 1. De regering onderschrijft in haar consultatiereactie het belang van uniforme meet-methodiek en kaders voor het onderling vergelijken van lidstaten. Kan de regering toezeggen bij de herziening van de NEC-richtlijn expliciet toe te zien op het gebruik van satellietdata als meetinstrument in de gehele Europese Unie?

  • 2. Kan de regering toelichten waarom enerzijds de toegevoegde waarde van satellietdata in haar consultatiereactie onderschreven wordt, maar anderzijds satellietdata nog geen centraal onderdeel uitmaken van de meetsystematiek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) als het op ammoniakuitstoot aankomt?

  • 3. Is de regering bereid zo snel mogelijk beschikbare satellietdata ─ bijvoorbeeld maar niet beperkt tot het TROPOspheric Monitoring Instrument (TROPOMI), het Infrared Atmospheric Sounding Interferometer (IASI) of het Cross-track Infrared Sounder (CrIS) instrument ─ te gebruiken om ammoniakemissie daadwerkelijk te meten met het doel om bestaande modellen te verbeteren?

  • 4. Is de regering het met de leden van de fractie van de BBB eens dat de privacy en veiligheid van uitstoters net zo belangrijk zijn als die van elke burger in Nederland? Is de regering derhalve bereid toe te zeggen dat emmissiedata omtrent ammoniak en stikstofoxiden (NOx) bij publicatie altijd gegroepeerd dienen te worden, ten minste op het analyseniveau «per gemeente»?

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening ziet met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangt deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

Voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Kemperman MBA

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT – OPENBAAR VERVOER EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 april 2025

Hierbij bied ik u de beantwoording aan op de aanvullende schriftelijke vragen die op 8 april 2025 zijn gesteld door leden van de Eerste Kamer over de geannoteerde agenda van de Milieuraad van 17 december 2024.4

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, Ch.A. Jansen

Gebruik satellietdata in meten ammoniakuitstoot

1. De regering onderschrijft in haar consultatiereactie het belang van uniforme meet-methodiek en kaders voor het onderling vergelijken van lidstaten. Kan de regering toezeggen bij de herziening van de NEC-richtlijn expliciet toe te zien op het gebruik van satellietdata als meetinstrument in de gehele Europese Unie?

Antwoord

Zoals aangegeven in de reactie op de consultatie wordt het belang van satellietdata als aanvullende databron onderstreept. Het kabinet zal daarom bij een eventuele herziening het belang van het gebruiken van aardobservatie in de NEC-richtlijn benadrukken. Of dit daadwerkelijk wordt opgenomen in een eventuele toekomstige herziening van de NEC-richtlijn zal uiteraard afhangen van de steun van andere lidstaten.

2. Kan de regering toelichten waarom enerzijds de toegevoegde waarde van satellietdata in haar consultatiereactie onderschreven wordt, maar anderzijds satellietdata nog geen centraal onderdeel uitmaken van de meetsystematiek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) als het op ammoniakuitstoot aankomt?

3. Is de regering bereid zo snel mogelijk beschikbare satellietdata ─ bijvoorbeeld, maar niet beperkt tot het TROPOspheric Monitoring Instrument (TROPOMI), het Infrared Atmospheric Sounding Interferometer (IASI) of het Cross-track Infrared Sounder (CrIS) instrument ─ te gebruiken om ammoniakemissie daadwerkelijk te meten met het doel om bestaande modellen te verbeteren?

Antwoord vraag 2 & 3

Het kabinet erkent de toegevoegde waarde van satellietdata voor het monitoren van atmosferische stoffen, zoals ammoniak en stikstofdioxide. Satellieten meten de totale hoeveelheid in de atmosfeer in plaats van de concentratie aan de grond. Dit geeft extra informatie over de verspreiding van de vervuiling in de atmosfeer en bijvoorbeeld de import/export van/naar het buitenland. Met satellieten is het mogelijk om de uitstoot te schatten op basis van metingen. Daarmee is er een unieke mogelijkheid om emissies, zoals gerapporteerd door de Emissieregistratie onder regie van het RIVM, te toetsen met waarnemingen. Momenteel vereist de vertaling van ruwe satellietwaarnemingen naar betrouwbare emissie- en concentratieschattingen op leefniveau echter nog validatie en verdere ontwikkeling, voordat deze data onderdeel kunnen zijn van de meetsystematiek van het RIVM.

Het kabinet is bereid beschikbare satellietdata in te zetten waar dat verantwoord en waardevol is. Momenteel wordt door de verschillende wetenschappelijke instituten gewerkt aan het inzetten van satellietdata voor het meten van ammoniakemissies. Bijvoorbeeld, binnen het Nationaal Kennisprogramma Stikstof (NKS) wordt onder leiding van TNO, KNMI en RIVM onderzoek gedaan naar de kwaliteit, bruikbaarheid en praktische inzetbaarheid van satellietwaarnemingen in de stikstofmonitoring.5 De voortgang en eerste bevindingen hiervan zijn recent door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur gedeeld met de Tweede Kamer via de voortgangsbrief NKS.6 Daarnaast wordt door het RIVM in samenwerking met KNMI en TNO onder het CAMS-NCP7 programma gewerkt aan een vergelijking tussen de ammoniakuitstoot zoals gerapporteerd in de Emissieregistratie en de uitstoot zoals afgeleid uit satellietdata. De eerste resultaten van deze vergelijking zijn als bijlage gerapporteerd in het Informative Inventory Report 2025. 8

4. Is de regering het met de leden van de fractie van de BBB eens dat de privacy en veiligheid van uitstoters net zo belangrijk zijn als die van elke burger in Nederland? Is de regering derhalve bereid toe te zeggen dat emmissiedata omtrent ammoniak en stikstofoxiden (NOx) bij publicatie altijd gegroepeerd dienen te worden, ten minste op het analyseniveau «per gemeente»?

Antwoord

Het kabinet vindt het van belang om te benadrukken dat zij de privacy en veiligheid van alle burgers in Nederland even belangrijk vindt. Op grond van de Europese Verordening Portaal Industriële Emissies is Nederland verplicht om conform een voorgeschreven format de ammoniak en stikstofdioxide emissies op bedrijfsniveau te rapporteren aan het Europese Milieu Agentschap (European Environment Agency, EEA), waarna deze via de EEA website ontsloten worden aan het publiek. Dit gebeurt enkel voor die bedrijven die voldoen aan de vereisten uit bijlage 1 (activiteit) en 2 (drempelwaarde) van de verordening.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Wijk (BBB), Kemperman (BBB) (voorzitter), Van Langen-Visbeek (BBB), Jaspers (BBB), Lievense (BBB), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Kluit (GroenLinks-PvdA), Crone (GroenLinks-PvdA), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Van de Linden (VVD), Klip-Martin (VVD), Meijer (VVD), Kaljouw (VVD), Rietkerk (CDA) (ondervoorzitter), Prins (CDA), Van Meenen (D66), Aerdts (D66), Van Kesteren (PVV), Nicolaï (PvdD), Nanninga (JA21), Van Aelst-Den Uijl (SP), Holterhues (CU), Dessing (FVD), De Vries (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
2

Kamerstukken I 2024/25, 21 501-08, AE.

X Noot
3

Kamerstukken I 2024/25, 21 501-08, AB.

X Noot
4

Kamerstukken I 2024/25, 21 501-08, AB.

X Noot
5

Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 35 334 nr. 354

X Noot
6

Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 35 334 nr. 354

X Noot
7

CAMS-NCP staat voor Copernicus Athmosphere Monitoring Service – National Collaboration Programme

Naar boven