Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201521501-08 nr. 563

21 501-08 Milieuraad

Nr. 563 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 mei 2015

Op 15 juni 2015 zal de Milieuraad plaatsvinden in Luxemburg. Ten behoeve van het AO Milieuraad dat met uw kamer is gepland op woensdag 3 juni, ontvangt u hierbij, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de geannoteerde agenda van de Milieuraad.

Deze geannoteerde agenda geeft de meest recente stand van zaken weer en is gebaseerd op de voorlopige agenda die is uitgebracht door het Lets Voorzitterschap en de laatste informatie uit Brussel. Mocht de agenda van de Milieuraad zich in belangrijke mate wijzigen, dan wordt u hierover nader geïnformeerd.

Tenslotte treft u in de bijlage een voortgangsoverzicht aan van actuele Europese wetgevinginitiatieven op het terrein van Infrastructuur en Milieu1.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

Geannoteerde Agenda Milieuraad 15 juni 2015

Op 15 juni vindt de Milieuraad plaats in Luxemburg. In aanloop naar de VN COP21 in Parijs zal het Lets Voorzitterschap een debat agenderen over de mogelijke elementen van raadsconclusies. Ook zal de Milieuraad zich buigen over de stand van zaken wat betreft de NEC-richtlijn.

Mondiale klimaatonderhandelingen (st6588/15)

Oriënterend debat

Inhoud

Het aankomende Luxemburgse EU-voorzitterschap streeft er naar ter voorbereiding van de klimaatconferentie in Parijs, COP21, al op 18 september 2015 Raadsconclusies vast te stellen in de Milieuraad. Ter voorbereiding daarvan zal de Milieuraad van 15 juni onder Lets voorzitterschap een oriënterende discussie houden over de elementen van deze conclusies. De raad zal dit doen op basis van een aantal vragen en de mededeling van de Europese Commissie «The Paris Protocol – A blueprint for tackling global climate change beyond 2020».

Stand van Zaken

Om gedurende de laatste maanden voor COP21 zo krachtig en eensgezind mogelijk op te treden in de mondiale klimaatonderhandelingen zijn de lidstaten en de Europese Commissie het er over eens dat het nuttig is om eerder dan gebruikelijk in de vorm van Raadsconclusies een algemeen mandaat voor de onderhandelaars vast te stellen.

In die mondiale onderhandelingen is inmiddels de definitieve onderhandelingstekst vastgesteld die conform de VN afspraken zes maanden voor het begin van de COP in Parijs aan de partijen bij het klimaatverdrag is gestuurd. De onderhandelingen spitsen zich toe op het tegengaan van emissies (mitigatie) en van de gevolgen van klimaatverandering (adaptatie) en klimaatfinanciering. De ontwikkelingslanden vragen in de onderhandelingen vooral om financiering, maar ook om aandacht en steun voor adaptatie.

Er zal in drie formele ambtelijke rondes (1–11 juni, 31 augustus–4 september en 19–23 oktober) verder worden onderhandeld waarbij er naar gestreefd wordt aan het begin van de COP in Parijs een compacte tekst met alleen de voornaamste openstaande punten te hebben. Daar moeten ook de informele bijeenkomsten aan bijdragen die door het huidige Peruaanse en het inkomende Franse COP voorzitterschap worden georganiseerd. Enkele van deze bijeenkomsten zullen mogelijk op ministerieel niveau zijn. De planning daarvan in de rest van het jaar is nog niet bekend.

Nederlandse positie

Nederland steunt het streven naar vroegtijdige Raadsconclusies en de mededeling van de Europese Commissie vormt daarvoor een goede basis. In de mededeling schetst de Commissie een «blauwdruk» voor een transparant en dynamisch, juridisch bindend akkoord met redelijke en ambitieuze toezeggingen van alle partijen. Zoals de regering in het BNC fiche over de mededeling heeft aangegeven verschilt de geschetste blauwdruk niet wezenlijk van de visie van Nederland op het akkoord van Parijs. Nederland zal in de Milieuraad de nadruk leggen op het belang van het aan boord krijgen van alle grote uitstoters. Ook zal Nederland aandacht vragen voor de mogelijkheden voor lange termijn doelstellingen die moeten bijdragen aan het binnen bereik houden van de 2-graden doelstelling en het vergroten van weerbaarheid. Daarnaast zal Nederland het belang van de rol van niet-statelijke actoren in het akkoord en klimaatbeleid in het algemeen benadrukken.

NEC-richtlijn (st18167/13)

Oriënterend debat

Inhoud

De herziening van de NEC-richtlijn heeft tot doel de hoeveelheid verontreiniging die binnen de EU in de lucht wordt gebracht te verminderen en legt lidstaten individuele doelstellingen op voor reductie van emissie naar de lucht van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), vluchtige organische stoffen niet zijnde methaan (NMVOS), ammoniak (NH3), fijn stof (PM2,5) en methaan (CH4). Voor 2020 komen deze doelstellingen overeen met die uit het in 2012 herziene Gotenburg-protocol, behorende bij de UNECE Convention on Long Range Transboundary Air Pollution (CLRTAP). Voor 2030 zijn verdergaande reductieverplichtingen opgenomen. Voor 2025 bevat de richtlijn de verplichting een reductie te realiseren die midden tussen de resultaten van 2020 en doelstellingen van 2030 ligt. In lijn met het gewijzigde Gotenburg-protocol bevat de richtlijn eveneens een eerste aanzet om te komen tot vermindering van de emissie van roetachtig fijn stof (black-carbon).

Stand van Zaken

Nadat Commissaris Timmermans zijn voorstel om dit richtlijnvoorstel in te trekken omzette in een «vinger-aan-de-pols» benadering, zijn onder Lets voorzitterschap de onderhandelingen voortgezet. Hierbij is met name gesproken over de impact assessment, flexibiliteitmechanismen, het al dan niet opnemen van methaan en het ambitieniveau in algemene zin. De meeste lidstaten hebben nog altijd een studievoorbehoud ten aanzien van de landenspecifieke doelstellingen. Het Voorzitterschap is voornemens om tijdens de Raad een oriënterend debat te voeren. De insteek hiervan is nog niet bekend. Het Europees parlement zal naar verwachting een dezer dagen haar rapport vaststellen, en heeft waarschijnlijk een hoger ambitieniveau dan de Raad.

Nederlandse positie

Nederland steunt de Commissie in haar streven tot een verdergaande reductie van de luchtverontreiniging, teneinde de gezondheid en milieukwaliteit te verbeteren. Nederland is gebaat bij een hoog Europees ambitieniveau omdat dit de grensoverschrijdende toevoer van verontreiniging uit buurlanden zal beperken. Voor wat betreft de specifiek voor Nederland voorgestelde doelstellingen, verwijs ik naar de brief van 25 februari 2015 (kamerstuk 22 112, nr. 1942), waarin hierover een gedetailleerde positie is opgenomen, onderbouwd door een kosten-batenanalyse van het PBL.


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.