Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201521501-08 nr. 545

21 501-08 Milieuraad

Nr. 545 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 januari 2015

Tijdens het VAO Milieuraad van 16 december 2014 (Handelingen II 2014/15, nr. 37, item 8) heeft het lid Remco Dijkstra (VVD) mij gevraagd welke actie de Europese Commissie gaat ondernemen tegen Frankrijk naar aanleiding van het door de Franse regering per 1 januari 2015 ingevoerde verbod op het gebruik van Bisfenol A in verpakkingsmateriaal dat in contact komt met voedsel.

De Europese Commissie heeft mij desgevraagd bericht dat zij nog in dialoog is met de Franse regering en dat ze in deze zaak alle opties openhoudt, inclusief de mogelijke opening van een inbreukprocedure, indien de zorgen die de Commissie heeft niet weggenomen worden.

Uw Kamer heeft de motie Van Veldhoven aangenomen1 die de regering opriep om in Raadsverband te pleiten voor interventie door de Raad in de rechtszaak die Zweden gestart is tegen de Europese Commissie vanwege het uitblijven van criteria voor hormoonverstorende stoffen2. Mocht de Raad niet tot interventie overgaan, werd om een interventie door Nederland gevraagd.

Nederland heeft inmiddels aan de juridische dienst van de Raad doorgegeven interventie door de Raad te steunen. Om zeker te stellen dat aan de motie voldaan wordt, is tegelijkertijd ook een zelfstandige interventie door Nederland aangevraagd bij het Gerecht. De motie beschouw ik daarmee als afgedaan.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld


X Noot
1

Kamerstuk 21 501-08, nr. 539.

X Noot
2

Zaak T-521/14, Zweden/Commissie, PbEU C 431 van 1.12.2014, blz. 28.