Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201521501-08 nr. 537

21 501-08 Milieuraad

Nr. 537 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 december 2014

Hierbij doe ik u, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de geannoteerde agenda toekomen van de Milieuraad die op 17 december 2014 plaatsvindt in Brussel. Ook stuur ik u het overzicht van actuele Europese wetgevingsinitiatieven op IenM-terrein1. Daarnaast ga ik in op uw verzoek om een appreciatie van de brief van voorzitter Juncker en ondervoorzitter Timmermans van de Europese Commissie.

Geannoteerde agenda

Deze geannoteerde agenda is later dan gebruikelijk aan uw Kamer verzonden omdat ik graag de laatste ontwikkelingen uit Brussel mee wil nemen. De inhoud is gebaseerd op de voorlopige agenda die is uitgebracht door het Italiaanse Voorzitterschap en de laatste informatie over lopende zaken. Mocht de agenda van de Milieuraad in belangrijke mate wijzigen, dan zal ik u hierover informeren.

Appreciatie brief Juncker/Timmermans

U heeft mij verzocht om een appreciatie van de brief van voorzitter Juncker en eerste ondervoorzitter Timmermans van de Europese Commissie aan alle Eurocommissarissen (d.d. 7 november 2014) inzake het heroverwegen van bestaande en nog in onderhandeling zijnde dossiers van een aantal door de Kamer als prioritair aangemerkte Europese voorstellen, waaronder circulaire economie.

De Europese Commissie heeft het voornemen om 16 december te besluiten over het Commissie Werkprogramma voor 2015 «Jobs, Growth, Fairness and Democratic Change». De voorbereidingen hiervoor zijn in volle gang. Bekend is geworden dat de voorzitter Juncker en vicevoorzitter Timmermans hun collega’s hebben gevraagd voor alle lopende dossiers na te gaan of deze bijdragen aan werkgelegenheid en economische groei, stroken met de uitgangspunten van «better regulation» en of een akkoord tussen de Europese instellingen haalbaar is. Lopende dossiers die hierop slecht scoren zouden ingetrokken kunnen worden of kunnen worden heroverwogen. In de bijlagen bij de brief werden ook de onderwerpen circulaire economie (met name het wetgevende voorstel om de afvalrecyclingspercentages aan te scherpen) en luchtkwaliteit (hier gaat het om de richtlijn nationale emissiereducties en de richtlijn middelgrote stookinstallaties) genoemd. U heeft mij gevraagd aan te geven hoe ik hier tegen aankijk en welke actie ik onderneem.

Met enkele buitenlandse collega’s heb ik contact gehad over de brief die op 1 december aan de Commissie is gestuurd, en waarin verschillende lidstaten steun hebben uitgesproken voor de voorstellen over circulaire economie en luchtkwaliteit. Met hen ben ik het eens dat dit belangrijke onderwerpen zijn. Maar de toon van de brief vind ik te ongenuanceerd en er wordt mijns inziens op de zaken vooruit gelopen. Het is op dit moment vooral zaak om duidelijkheid te krijgen over de plannen van de nieuwe Commissie. En marge van de Transportraad op 3 december zal ik daarover met Commissaris Timmermans en met Commissaris Vella spreken. Daarbij zal ik vanzelfsprekend mijn standpunt op deze dossiers onder hun aandacht brengen.

Dat de Europese Commissie de voorstellen tegen het licht houdt om deze te toetsen op aansluiting bij de strategische agenda, haalbaarheid voor consensus en elementen voor «better regulation» vind ik prima. Maar dat mag wat mij betreft niet leiden tot een vermindering van het ambitieniveau. Mijn inzet zal er dan ook op gericht blijven om de voorstellen voor afval en luchtkwaliteit zo ambitieus en zo effectief mogelijk te maken.

In de review van de Commissie zal moeten worden meegewogen dat voor de transitie naar een circulaire economie het aanscherpen van de recyclingsdoelstellingen een noodzakelijke hoeksteen van het Europese beleid kan zijn. Daarnaast biedt het afvalpakket kansen voor groei en banen, wat dé prioriteit is van deze Commissie. In Nederland alleen al gaat het de komende jaren om 54.000 extra banen.

Vanwege het grensoverschrijdende karakter van luchtverontreiniging is een Europese aanpak het meest geëigend om effectief beleid te voeren. Dit geldt bij uitstek voor het terugdringen van luchtverontreiniging bij de bron. De richtlijn voor middelgrote installaties richt zich hierop. Belangrijk onderdeel uit het luchtkwaliteitspakket is voorts dat voor de totale uitstoot van luchtvervuilende stoffen de al bestaande nationale plafonds worden aangescherpt. Als dit wegvalt is er voor de lidstaten geen kompas meer om zelf beleid te voeren om de uitstoot te verminderen en de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit is onwenselijk en brengt grote maatschappelijke kosten met zich mee vanwege de effecten van luchtkwaliteit op de menselijke gezondheid, landbouwgewassen en de natuur. In economische en ecologische termen vertaalt zich dit bijvoorbeeld in ziektedagen van werknemers, lagere landbouwopbrengsten en minder biodiversiteit.

Beide onderwerpen zijn in behandeling in de Raad. De besprekingen verlopen moeizaam omdat het milieubeleid van de lidstaten onderling in fase verschilt, maar van een patstelling is nog geen sprake. In de Raad vindt juist discussie plaats over de essentie van het voorstel. Het gaat om de vraag of er met de voorgestelde wetgeving aan de juiste knoppen wordt gedraaid en er wordt gesproken over haalbaarheid, uitvoerbaarheid, mogelijke alternatieven, fasering en flexibiliteit. Intrekken van de voorstellen leidt er toe dat deze discussie wordt afgebroken, terwijl het juist noodzakelijk is dat deze wordt voortgezet.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

Geannoteerde agenda Milieuraad 17 december 2014

Samenvatting

Op 17 december 2014 vergadert de Milieuraad in Brussel. Het Italiaanse Voorzitterschap streeft naar een politiek akkoord over plastic tasjes en monitoring, rapportage en verificatie (MRV) van maritieme CO2-emissies. Daarnaast staat luchtkwaliteit op de agenda. Over emissies van middelgrote stookinstallaties staat een algemene oriëntatie geagendeerd. Ook ligt het raadsbesluit tot ratificatie van de tweede verplichtingenperiode van het Kyoto Protocol en de besluiten van de Raad tot ondertekening en sluiting van de overeenkomst met IJsland over het gezamenlijk nakomen voor. Verder zullen raadsconclusies voorliggen over de inzet van de EU voor de lopende Post 2015 framework discussies in New York. Tenslotte zal Oostenrijk microplastics onder de diversenpunten onder de aandacht brengen en Denemarken REACH-UP, een initiatief wat er op is gericht om bij de Europese Commissie er op aan te dringen om meer haast te maken met een aantal dossiers op het gebied van chemische stoffen. Ook zal het Voorzitterschap een terugkoppeling geven van een aantal internationale bijeenkomsten en informeren over de stand van zaken wat betreft ETS en het Rome Charter over natuurlijk kapitaal.

Monitoring, rapportage en verificatie van maritieme CO2-emissies (MRV)

Politiek akkoord

Inhoud

Op 28 juni 2013 publiceerde de Commissie het voorstel voor een verordening voor de monitoring, rapportage en verificatie (MRV) van CO2-emissies door maritiem vervoer (raadsdocument 11851/13). Het voorstel ziet op de verplichte monitoring, rapportage en verificatie van de CO2-emissies van alle schepen groter dan 5000 bruto ton die naar, in en van EU havens varen. Dit betreft iets meer dan de helft van de schepen die EU havens aandoen, maar die wel 90% van de emissies voor hun rekening nemen. Enkele categorieën schepen zijn uitgezonderd, vooral schepen die niet gericht zijn op vervoer tussen havens, zoals baggerschepen, en de visserij. Omdat de Europese Commissie wenst dat MRV rechtstreeks bijdraagt aan de reductie van de CO2-emissies voorziet het voorstel in de verplichte publicatie van de energie-efficiëntie, op basis van op jaarbasis geaggregeerde informatie over o.a. het brandstofverbruik, de afgelegde afstand en de vervoerprestatie. Dit dient ervoor te zorgen dat klanten voor energie-efficiënte schepen kiezen en dat de eigenaar van een schip wordt beloond voor groene investeringen. De Commissie beoogt het voorstel zo veel mogelijk te laten aansluiten bij en bijdragen aan de actuele discussie in de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) over een mondiaal MRV systeem.

Stand van zaken

Het Voorzitterschap heeft de MRV verordening voor Maritieme CO2-emissies op de agenda van de Milieuraad geagendeerd voor politieke besluitvorming. Begin oktober heeft het Voorzitterschap mandaat gekregen voor onderhandelingen met het EP. De verwachting van het Voorzitterschap is dat de Raad snel een akkoord met het EP zal bereiken.

Nederlandse positie en krachtenveld

De meerderheid van de lidstaten, waaronder de grote lidstaten, lijkt het voorstel van de Commissie zoals het voorligt te kunnen accepteren. Net als andere lidstaten is Nederland tevreden dat met het voorstel geprobeerd wordt zoveel mogelijk aan te sluiten bij de discussie binnen IMO en de administratieve lasten beperkt te houden. Nederland heeft echter nog enkele zorgen over onderdelen van de tekst. De zorgen betreffen o.a. de jaarlijkse publicatie van vrachtgegevens (i.v.m. privacy gevoeligheid) en energie-efficiëntie (i.v.m. het ontbreken van goed uitgewerkte definities en berekeningsmethodes) en de handhaafbaarheid van het instrument. Daarnaast vindt Nederland het belangrijk dat de lidstaten voldoende flexibiliteit behouden voor de onderhandelingen in IMO en dat EU MRV in lijn wordt gebracht met een mondiaal systeem zodra daarover in IMO afspraken zijn gemaakt. Nederland zal voor deze zaken tijdens de Milieuraad en in verdere onderhandelingen aandacht blijven vragen.

Plastic tasjes

Politiek Akkoord

Inhoud

In november vorig jaar heeft de Europese Commissie (EC) een voorstel gedaan met maatregelen om het gebruik van lichte plastic tassen te reduceren. Het EP heeft een rapport uitgebracht na de eerste lezing. Het voorzitterschap (VZ) heeft op basis van dit rapport een compromisvoorstel gedaan. Op vrijdag 21 november is hier een akkoord over bereikt tussen de Raad, het EP en de EC. Er wordt tijdens de Milieuraad van 17 december a.s. gestreefd naar een politiek akkoord.

Het voorstel houdt op hoofdlijnen in dat:

  • De lidstaten maatregelen moeten nemen om reductie van plastic tassen onder de 50 micron te bereiken. De lidstaten hebben ook de vrijheid om ook voor plastic tassen die buiten deze scope vallen maatregelen te nemen.

  • De lidstaten kunnen kiezen uit twee manieren om de gewenste reductie te bereiken:

    • vanaf 2018 verbieden dat er gratis plastic tassen onder de 50 micron bij de kassa weg worden gegeven

    • en/of andere maatregelen nemen om de reductie te bereiken. In geval van het laatste zijn de lidstaten gebonden aan een doelstelling (90 tasjes in 2019 per persoon per jaar en 40 tasjes in 2025).

  • Lidstaten kunnen ervoor kiezen om hele dunne tasjes die om hygiënische redenen als primaire verpakking worden gebruikt, uit te zonderen.

Stand van zaken

Er is in de trilogen tussen de VZ, het EP en de EC een akkoord bereikt over het compromisvoorstel van VZ. Het streven van de Raad is een politiek akkoord bij de Milieuraad van 17 december.

Nederlandse positie en krachtenveld

In Nederland zijn we al eerder begonnen met de aanpak van plastic tassen en zetten we in op een verbod op gratis plastic tassen. In Nederland zijn er met de supermarkten afspraken gemaakt en worden er sinds begin dit jaar geen gratis plastic tassen weggegeven bij de kassa. Daarnaast is er in het Besluit beheer verpakkingen dat per 1 januari 2015 in werking zal treden, een grondslag opgenomen om bij een ministeriële regeling gratis tassen te verbieden. Nederland streeft er naar om binnen een jaar een verbod in werking te laten treden. Momenteel wordt er gekeken naar de strekking van het verbod: alle gratis plastic tassen of alleen tassen onder de 50 micron. Hierover worden gesprekken gevoerd met de branches. De Tweede Kamer zal na het Kerstreces geïnformeerd worden over de route van regelgeving en de aanpak.

Ten aanzien van compromisvoorstel: voor sommige lidstaten ging het voorstel niet ver genoeg en voor andere lidstaten juist te ver, uiteindelijk is er een oplossing gevonden dat zowel voor de lidstaten als voor het EP en de EC acceptabel is. Nederland behoort hierbij tot de lidstaten die voor een ambitieuzer voorstel zijn. Toch kan Nederland instemmen met het compromisvoorstel omdat het ruimte laat om voor andere tassen, dan onder de 50 micron, maatregelen te nemen.

Het EP had wel liever gehad dat het voorstel meer dwingende maatregelen zou bevatten. De EC wilde juist ruimte laten voor invulling aan de lidstaten, omdat er ondermeer grote verschillen zijn tussen de lidstaten qua hoeveelheden van gebruik van plastic tassen en de fase waarin de lidstaten zitten met hun aanpak.

Luchtkwaliteit: emissies van middelgrote stookinstallaties

Algemene oriëntatie

Inhoud

Het op 18 december 2013 gepubliceerde beleidspakket voor schonere lucht in Europa betreft voorstellen van de Commissie tot herziening van het luchtbeleid en de luchtregelgeving. Het pakket bestaat uit de Mededeling «Schone lucht voor Europa» (raadsdocument 18155/13), het Commissievoorstel voor herziening van de NEC-richtlijn (raadsdocument 18167/13) en het Commissievoorstel voor een richtlijn voor middelgrote stookinstallaties (MCPD, Medium Combustion Plants Directive, raadsdocument 18170/13). De betreffende BNC-fiches zijn op 7 februari 2014 aan uw Kamer aangeboden (Kamerstukken 22 112, nummers 1790–1792). Voor de Milieuraad staat op dit moment, onder voorbehoud, een algemene oriëntatie over MCPD geagendeerd. Dit voorstel maakt onderdeel uit van het luchtkwaliteitpakket dat op dit moment door de Commissie wordt heroverwogen.

Het voorstel voor de MCPD bevat regels voor de luchtemissies van zwaveldioxide, stikstofoxiden en stof door middelgrote stationaire stookinstallaties. Deze installaties worden gebruikt voor het opwekken van warmte, elektriciteit en kracht. Tot op heden is er, anders dan voor grote

stookinstallaties, geen EU wetgeving voor de emissies van middelgrote stookinstallaties. Voor kleine stookinstallaties loopt een traject om deze onder de Ecodesign-richtlijn te reguleren.

Stand van zaken

Nederland kent al nationale wetgeving voor de emissies van middelgrote stookinstallaties, met grenswaarden die strenger zijn dan die in het Commissievoorstel. In de raadswerkgroepen is het oorspronkelijke Commissievoorstel echter afgezwakt, omdat veel lidstaten de voorgestelde emissiegrenswaarden te ambitieus vinden. De administratieve lastendruk in het thans op tafel liggende voorstel van het voorzitterschap is wel beduidend verminderd. Volgens ramingen van Infomil gaat het om een vermindering van € 7 mln naar circa € 2,5 mln jaarlijkse kosten voor de meetverplichtingen en van € 1 mln naar € 0,5 mln eenmalige kosten voor het registratiesysteem.

Nederlandse positie en krachtenveld

Nederland is voorstander van een sterk Europees bronbeleid. Nederland is gebaat bij een hoog, liefst met Nederland overeenkomend Europees ambitieniveau omdat dit de grensoverschrijdende toevoer van luchtverontreiniging uit buurlanden zal beperken en bijdraagt aan een gelijk(er) Europees speelveld, hetgeen goed is voor het Nederlandse bedrijfsleven. Nederland wil dus graag strengere grenswaarden zien, terwijl de ambitie van het voorstel in de loop van de onderhandelingen steeds lager wordt. Met like-minded lidstaten is gepoogd hier een tegenwicht tegen te bieden, maar tot nu toe met beperkt resultaat. Tijdens de Milieuraad zal lidstaten worden gevraagd of zij kunnen instemmen met de Raadspositie op dit dossier als uitgangspunt voor de triloog met het Europees parlement. Ik zal mij onverminderd blijven inzetten voor een ambitieus voorstel. Het is op dit moment moeilijk in te schatten hoe andere lidstaten zich zullen opstellen ten aanzien van het voorstel. Ik zal blijven streven naar een zo hoog mogelijk ambitieniveau. Dit, in combinatie met het krachtenveld, zal leidend zijn voor mijn positie in de Raad.

Voorbereiding van Post 2015 Framework

Raadsconclusies

Inhoud

Tijdens de Milieuraad zullen de milieuministers de raadsconclusies over de Post-2015 ontwikkelingsagenda onderschrijven. De post-2015 ontwikkelingsagenda is de opvolging van de huidige Millennium Ontwikkelingsdoelen die in 2000 zijn vastgesteld en volgend jaar aflopen. De nieuwe ontwikkelingsagenda zal vier dimensies krijgen: sociaal, economisch, milieu en veiligheid en rechtsorde. Hiervoor worden mondiale Duurzame Ontwikkelingsdoelen vastgesteld. De geagendeerde raadsconclusies dienen de EU-delegatie onderhandelingsmandaat te geven bij de mondiale onderhandelingen. Daarnaast dienen de conclusies ook als handreiking richting derde landen, de private sector en het maatschappelijk middenveld. De conclusies worden op hoofdlijnen geformuleerd en aangenomen met unanimiteit. Een eerste deel van de concept Raadsconclusies is in juni 2013 aangenomen door middel van de mededeling «Een Waardig Leven voor Iedereen.»

Stand van zaken

In internationaal verband zijn de eerste onderhandelingen over de toekomstige agenda gestart. Alle lidstaten van de VN moeten in september 2015 de nieuwe ontwikkelingsagenda aannemen. De intergouvernementele onderhandelingen zullen in januari 2015 in New York van start gaan.

Veel lidstaten, waaronder Nederland, vinden dat de voorgestelde Raadsconclusies een gedegen reactie moeten vormen op het nog te verschijnen synthese rapport van de VN Secretaris-Generaal. De publicatie van dit rapport lijkt echter vertraagd tot begin december. De laatste bespreking van de Raadsconclusies in de Raadswerkgroep hiervoor staat geagendeerd voor 4 december. Daarmee wordt het uitgestippeld tijdspad van het Voorzitterschap voor aanname van de Raadsconclusies krap.

Nederlandse positie en krachtenveld

Nederland is positief over de tekst van de concept raadsconclusies. Prioritaire punten zoals armoedebestrijding, vrouwenrechten, vermindering van economische ongelijkheid, water, voedselzekerheid, duurzame productie en consumptie, oceanen, biodiversiteit en partnerschappen voor internationale samenwerking komen goed terug in de opgestelde lijst van 17 voorgestelde doelen. Daarnaast is Nederland van mening dat de doelen van de post-2015 agenda alleen kunnen worden gehaald als overheden en intergouvernementele organisaties nauw samenwerken met andere actoren, waaronder de private sector en maatschappelijke organisaties. De Raadsconclusies moeten ook partners stimuleren verdere invulling te geven aan de post-2015 agenda. Nederland benadrukt daarmee het belang van multi-stakeholder partnerschappen bij de implementatie van de nieuwe post-2015 agenda.

Ratificatie tweede verbintenisperiode Kyoto Protocol

Principe akkoord

Inhoud

Op 8 december 2012, tijdens de VN klimaatconferentie van Doha, zijn de 192 partijen bij het Kyoto Protocol een wijziging van het Protocol en de bijlagen overeengekomen. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • Er is een tweede verplichtingenperiode is afgesproken, die ingaat op 1 januari 2013 en afloopt op 31 december 2020. Voor deze tweede verplichtingenperiode zijn voor partijen in bijlage B nieuwe mitigatieverplichtingen inzake emissiereductie opgenomen. De EU en de lidstaten hebben een reductie van 20%2 afgesproken.

  • Aan de lijst broeikasgassen die onder het protocol vallen in NF3 (stikstoftrifluoride) toegevoegd. De emissies van dit broeikasgas tellen mee voor totale uitstoot.

  • Er is een vereenvoudigde procedure afgesproken voor partijen die hun ambitie van emissiereductie willen verhogen.

Voor deze ratificering van de tweede verplichtingenperiode van het Kyoto Protocol heeft de Europese Commissie op 6 november 2013 een voorstel uitgebracht. Tevens heeft de Europese Commissie voorstellen gepresenteerd voor besluiten van de raad tot ondertekening en sluiting van de overeenkomst met IJsland over het gezamenlijk nakomen van de tweede verplichtingenperiode.

Stand van zaken

Na de bekrachtiging door de Europese Unie moeten de lidstaten en IJsland ook hun eigen bekrachtigingsprocedure tot een goed einde brengen. Er wordt ernaar gestreefd zoveel mogelijk gelijktijdig de akte van aanvaarding bij de VN te deponeren. Dit moet ruime tijd voor de klimaatconferentie van Parijs eind 2015 gebeuren. In Nederland loopt het proces om te ratificeren.

Nederlandse positie en krachtenveld:

Nederland ondersteunt de ratificatie van de tweede verplichtingenperiode van het Kyoto protocol. Nederland vindt dat de Europese Commissie haar best heeft gedaan om het huidige EU systeem (Effort Sharing Decision + EU emissiehandelssysteem) in lijn te brengen met het Kyoto protocol. In de technische uitvoering was dit niet makkelijk.

Alle lidstaten, behalve Polen kunnen het voorliggende voorstel steunen. Polen heeft een alternatief voorstel gedaan, dat geen steun van Nederland en de andere lidstaten ontvangt, aangezien daarmee de zekerheid dat de EU als geheel aan de verplichting van het Kyoto Protocol kan blijven voldoen niet wordt gegarandeerd en tevens andere landen, met name Zuid-Europa, opzadelt met onvoldoende rechten om aan hun verplichtingen voor 2020 te voldoen. Naar verwachting zal het Commissievoorstel met een gekwalificeerde meerderheid worden aangenomen.

Diversenpunten

ETS

Het Italiaanse Voorzitterschap zal tijdens de Milieuraad onder diversenpunten informatie geven over de stand van zaken omtrent het voorstel voor een stabiliteitsreserve in het ETS.

U ontvangt op korte termijn een brief over het ETS en de Nederlandse inzet inzake dit voorstel.

REACH-UP

Tijdens de Milieuraad van 28 oktober gaf Denemarken aan voor de raad van 17 december REACH-UP te willen agenderen. REACH-UP is een initiatief van de Deense Minister van milieu dat inmiddels door zeven collega’s uit andere lidstaten (waaronder Nederland) wordt ondersteund. Het doel is om er bij de Europese Commissie op aan te dringen om meer haast te maken met een aantal dossiers op het gebied van chemische stoffen. Het gaat daarbij met name om acties die zijn aangekondigd in bijvoorbeeld de regelgeving voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden, de regulatory review betreffende nanomaterialen of het 7e milieuactieprogramma, maar waarvan de uitvoering door de Europese Commissie veel vertraging oploopt. Nederland heeft zich bij het initiatief aangesloten vanuit de voorkeur voor een oplossing op Europees niveau en omdat ook Nederland bezorgd is dat de uitvoering te traag verloopt.

Microplastics

Oostenrijk zal aandacht vragen voor emissies van microplastics vanuit producten. Hiertoe is een notitie gecirculeerd. In de notitie wordt opgeroepen tot wetenschappelijk onderzoek door Europa naar bronnen van microplastics aangezien er nog veel onduidelijkheden zijn over de verschillende bronnen van microplastics en hun aandeel in emissies. Tevens wordt opgeroepen tot een Europees verbod op microplastics in cosmetica en detergenten vanuit het idee van een level playing field, het bijdragen aan groene groei en het versterken van de rol van de Europese Unie in het ontwikkelen van innovatieve producten. Nederland steunt dit initiatief en is voorstander van nader onderzoek naar bronnen van microplastics.

Charter van Rome voor Natuurlijk en Cultureel Kapitaal

Het Italiaans Voorzitterschap heeft het Charter van Rome voor Natuurlijk en Cultureel Kapitaal geagendeerd voor de Milieuraad als informatiepunt. Het Charter dient de relevantie van natuur- en biodiversiteit voor het sociaal economisch beleid te versterken door dit expliciet te koppelen aan de EU2020 strategie. Het roept lidstaten op te investeren in het vergroten van kennis van het Natuurlijk Kapitaal; het ontwikkelen en implementeren van economische stimulansen voor de toepassing van het Natuurlijk Kapitaal; en het veiligstellen van de functionaliteit van ecosystemen, onder andere door implementatie van bestaande EU natuurregelgeving.

Het handvest is tot op heden nog niet in de Raad besproken. Het Voorzitterschap bereidt voor dit agendapunt een notitie voor om het belang van Natuurlijk Kapitaal in relatie tot de Europa 2020 doelstellingen onder de aandacht te brengen. Nederland staat positief tegenover het Charter en kan het op hoofdlijnen steunen. Om er voor te zorgen dat het charter zo goed mogelijk aansluit bij staand nationaal beleid zal Nederland benadrukken dat het bij Natuurlijk Kapitaal niet alleen gaat om het beschermen van natuur en biodiversiteit, maar dat duurzaam gebruik van het Natuurlijk Kapitaal in bedrijfseconomische processen en ruimtelijke ontwikkelingen een cruciaal element is.


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

De meeste lidstaten gebruiken als basisjaar 1990.