Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2012
Hierbij treft u de beantwoording aan van de resterende schriftelijke vragen die door
de vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieu op 6 juni jl. zijn gesteld over
de Conventie inzake Biologische Diversiteit en de Bijeenkomst van Partijen bij dit
verdrag,in het kader van de Milieuraad van 11 juni 2012. De staatssecretaris van Infrastructuur
en Milieu had dit bij beantwoording van de overige vragen ook vermeld, TK 21 501-08, nr. 429.
Vertegenwoordiging CBD-COP11
De fractie van de Partij voor de Dieren wijst op het belang van vertegenwoordiging
van Nederland bij de 11e Conferentie van Partijen bij de CBD in oktober, en vraagt of bevestigd kan worden
dat dit het geval zal zijn.
Ik kan inderdaad bevestigen dat Nederland met een delegatie vertegenwoordigd zal zijn
bij COP11.
Nationale implementatie biodiversiteitsdoelen
De Partij voor de Dieren vraagt naar de implementatie van de tijdens COP10 afgesproken
biodiversiteitsdoelen door Nederland, onder meer door nationale wetgeving, en naar
de voornemens met betrekking tot biodiversiteitsdoelen die tijdens COP11 overeengekomen
worden.
De biodiversiteitsdoelstellingen die tijdens de COP10 in Nagoya zijn vastgesteld,
zijn door de Europese Unie uitgewerkt in de EU 2020- Biodiversiteitsstrategie.
De lidstaten hebben de strategie in juni 2011 geaccordeerd door middel van raadsconclusies,
en werken nu gezamenlijk aan de implementatie. De Europese Commissie heeft hiervoor
een Gezamenlijk Implementatie Kader (Common Implementation Framework) vastgesteld. Daarmee wordt de Europese implementatie en dus ook de Nederlandse implementatie
van de biodiversiteitsdoelen voor 2020 gerealiseerd. Indien aanvullende regelgeving
nodig is, zal dit primair in Europees verband worden ontwikkeld.
In de Nagoya-doelen is een duidelijke trend ingezet om biodiversiteitsdoelen te realiseren
door verduurzaming van productie en consumptie en de ecosysteemdiensten zichtbaar
te maken en tot waarde te brengen. In de EU-Biodiversiteitsstrategie komt dat terug
in verduurzaming en vergroening van ondermeer het landbouw en visserijbeleid en de
aandacht voor kennisontwikkeling voor ecosysteemdiensten.
Het interdepartementale Beleidsprogramma Biodiversiteit (2008–2011) vormde tot voor
kort het nationale beleidskader. Gezien de demissionaire status van het huidige kabinet
is het aan een volgend kabinet om een strategische agenda biodiversiteit voor de komende
jaren te formuleren.
Het is niet de verwachting dat er tijdens COP11 nieuwe inhoudelijke biodiversiteitsdoelen
zullen worden vastgesteld. Wel zal worden gesproken over financieringsdoelen voor
2020. Ik onderschrijf de noodzaak van voldoende middelen voor beleidsuitvoering. De
regering zet er op in om eventueel noodzakelijke extra middelen voor het implementeren
van de 2020-biodiversiteitsdoelen primair te zoeken in de sfeer van private gelden
(innovatieve financieringsmethoden), efficiënter gebruik van bestaande fondsen, en
in meer algemene zin door biodiversiteitsverlies te beperken door vergroening van
produktie- en consumptiepatronen.
Nagoya Protocol inzake Access and Benefit sharing
De Partij voor de Dieren informeert naar de stappen die zijn gezet voor de implementatie
en ratificatie van het Nagoya-protocol, en vraagt de staatssecretaris het protocol
zo snel mogelijk te ratificeren en de overige EU-lidstaten aan te sporen ditzelfde
te doen.
Het Nagoya Protocol inzake Access and Benefit Sharing is vastgesteld op de CBD-COP10
in Nagoya in oktober 2010. Nederland heeft het Protocol inmiddels ondertekend, daarmee
haar intentie tot ratificatie onderstrepend. Ratificatie kan echter pas plaats vinden
nadat de noodzakelijke nationale implementatiewetgeving van kracht is geworden, omdat
Nederland anders internationale verplichtingen op zich zou nemen zonder daaraan te
kunnen voldoen. In de meeste landen duurt het ratificeren van een dergelijk protocol
daarom enkele jaren, hetgeen verklaart waarom tot dusver slechts vier partijen geratificeerd
hebben. Het zal naar verwachting nog enige jaren duren voordat het protocol de vereiste
50 ratificaties bij elkaar heeft om van kracht te worden.
Door Nederland wordt momenteel gewerkt aan de voorbereiding van de ratificatie. Omdat
het Protocol een onderwerp van gemengde competentie tussen de EU en de lidstaten is
zal de Europese Commissie een voorstel doen ter implementatie van het protocol. Dit
voorstel zal na goedkeuring door Raad en Parlement in de lidstaten worden ingevoerd.
Zowel de EU als Nederland ondernemen daartoe thans een impact assessment. Naar verwachting zullen de EU-lidstaten na afronding van alle procedures gelijktijdig
tot ratificatie overgaan.
De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
H. Bleker