Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200921501-08 nr. 303

21 501-08
Milieuraad

nr. 303
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 maart 2009

Hierbij doe ik u mede namens de Staatssecretaris voor Europese Zaken, de heer Timmermans, de geannoteerde agenda toekomen van de Informele Milieuraad van 14 en 15 april a.s. Deze geannoteerde agenda is gebaseerd op de agenda van het Tsjechisch Voorzitterschap.

Tevens doe ik u het verslag van de Milieuraad van 2 maart jl. toekomen.

Tot slot wil ik u erop wijzen dat staatssecretaris Heemskerk u per brief heeft geïnformeerd over de anti-dumping van biobrandstoffen, en dat ik daarom mijn toezegging uit het AO-Milieuraad van 19 februari 2009 om u hierover te informeren als afgedaan beschouw.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer

Geannoteerde agenda

Het Tsjechische voorzitterschap is voornemens op 14 en 15 april een informele raad van de Ministers van Milieu te organiseren. Op de agenda staan twee punten; het Witboek Klimaatadaptatie en de voorbereiding op de COP-15 in Kopenhagen in december dit jaar.

Het Witboek «Adapting to Climate Change: towards a European Framework for Action» staat de eerste dag op de agenda. Het Witboek is een nadere uitwerking van het Groenboek over adaptatie dat de Europese Commissie in juli 2007 heeft opgesteld en waar het Kabinet in 2007 uitgebreid op heeft gereageerd. Het Witboek zal het kader gaan bieden voor de werkzaamheden van de Commissie op het gebied van adaptatie aan klimaatverandering voor de periode 2009–2012 en geeft een doorkijk voor de periode daarna. De Europese Commissie is voornemens adaptatie fasegewijs aan te pakken:

1. Fase 1: (2009–2012) Opstellen van een samenhangende adaptatiestrategie:

a. kennisopbouw

b. integratie van adaptatie in EU-beleid

c. aanwenden van instrumenten (markt, handreikingen, publiek private samenwerking)

d. versterken internationale samenwerking

2. Fase 2: (2012 e.v.) Implementatie.

Een zogenaamde «impact assessment» zal deel uit maken van het Witboek. Hierin wordt, preciezer dan tot nu toe is gedaan, beschreven welke sectoren en gebieden binnen de EU kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering.

Vooralsnog lijkt de inhoud van het nog te publiceren Witboek goed te passen bij de Nederlandse inzet in dit dossier, zoals die in de Kabinetreactie op het Groenboek is weergegeven. De centrale boodschap hierin luidt:

• Nederland vindt dat de EU in eerste instantie zou moeten inzetten op het integreren van adaptatie in de verschillende beleidsterreinen («mainstreamen»);

• De EU moet daarbij oog hebben voor het karakter van adaptatie, namelijk een ruimtelijke vraagstuk waar maatwerk en een integrale aanpak een belangrijke rol spelen;

• De EU moet zich richten op het entameren van de discussie rondom adaptatie. Daarmee zal ook de bewustwording binnen de Lidstaten worden vergroot;

• De EU heeft een belangrijke taak op het gebied van kennisontwikkeling en -uitwisseling («best practices», proefprojecten).

Op het programma van de informele Milieuraad staat eveneens een korte discussie over de voorbereidingen voor CoP-15 in Kopenhagen. Deze discussie zal naar verwachting voortbouwen op de conclusies van de Voorjaarsraad van 19/20 maart over de Mededeling van de Commissie (dd 28 januari 2009) inzake de Europese inzet richting een internationaal klimaatakkoord in Kopenhagen. Nederland zal in de discussie participeren conform de inzet voor de Voorjaarsraad.

De Commissiemededeling bevat concrete voorstellen, gericht op een succesvolle afronding van de onderhandelingen in Kopenhagen, en gaat onder andere in op de emissiereductiedoelstellingen voor ontwikkelde landen, mitigatie-acties in ontwikkelingslanden, adaptatie en de financiering van klimaatbeleid. Nederland steunt de mededeling in grote lijnen.

In de Milieuraad en de RAZEB zijn naar aanleiding van de mededeling conclusies aangenomen over de EU-inzet richting Kopenhagen. Nederland is tevreden met de uitkomsten van de vakraden, die de mogelijkheid bieden om stappen te zetten in de klimaatonderhandelingen. Er is een goede balans gevonden tussen de drie essentiële – en nauw verbonden – kwesties; 1) verplichtingen voor ontwikkelde landen om hun uitstoot te verminderen, 2) commitment van (vooral economisch gevorderde) ontwikkelingslanden om zich in te spannen de groei in hun uitstoot te beperken en 3) het inrichten van een efficiënte, effectieve en eerlijke internationale financiële architectuur, met concrete afspraken over financiering van adaptatie en mitigatie in ontwikkelingslanden.

In de Voorjaarsraad van 19/20 maart jl. is er ook op laatst genoemd onderwerp voortgang geboekt. De Raad heeft verklaard dat de EU zijn eerlijk aandeel in de financiering van klimaatacties in ontwikkelingslanden op zich neemt. Verdere (internationale) discussies over het genereren van financiële steun moeten zich richten op verschillende benaderingen, waaronder marktbenaderingen op basis van veilingen en/of bijdragen op basis van een afgesproken contributieschaal en andere opties. De Europese Raad bekijkt de financiering opnieuw in juni.

Verslag Milieuraad 2 Maart 2009 te Brussel

Op 2 maart 2009 vond de eerste Milieuraad onder Tsjechisch Voorzitterschap plaats. Bij het vaststellen van de agenda heb ik aandacht gevraagd voor de problematiek rondom het gassen van containers.

Vervolgens is als eerste agendapunt gesproken over de Raadsconclusies voor de Voorjaarsraad, waarin het standpunt van de EU over een brede klimaatovereenkomst voor de periode na 2012 is vastgelegd. Ook tijdens de lunch is in een besloten sessie hierover doorgesproken. Ik vind het van groot belang dat de hoofdboodschap van de Raadsconclusies fier overeind is blijven staan: Europa is bereid haar eerlijke aandeel in financiering van een klimaatakkoord in Kopenhagen te dragen en is bereid over concrete voorstellen te praten.

Ook de tweede set Raadsconclusies voor de Voorjaarsraad is vastgesteld. Deze gingen met name over duurzame productie en consumptie; milieutechnologieën; natuurlijke hulpbronnen; afval en «recycling»; biodiversiteit en «better regulation».

Verder zijn de drie voorstellen van de Commissie om de vrijwaringsmaatregelen van Oostenrijk en Hongarije voor de genetische gemodificeerde Maïslijnen MON 810 en T25 op te heffen met gekwalificeerde meerderheid afgewezen. Ik heb hierbij een verklaring afgelegd over de nieuwe Nederlandse inzet ten aanzien van de toelating van genetische gemodificeerde organismen (GGO’s).

Er is een oriënterend debat gehouden over de Richtlijn inzake industriële emissies (herziening «IPPC»). Hierbij zijn de verschillende lidstaten uitvoerig ingegaan op de vragen van het Voorzitterschap over de rol van de referentie documenten (BREFs) voor best beschikbare technieken (BATs), de minimum vereisten naast de BREFs, de uitbreiding van de reikwijdte van de Richtlijn, en de grote stookinstallaties.

Het Raadsbesluit over het standpunt van de Europese Gemeenschap over de voorstellen tot wijziging van het Internationaal Verdrag tot regeling van de walvisvangst (IWC) en haar reglement is aangenomen. Hiermee is de positie van de EU voor drie jaar vastgelegd.

De diversenpunten zijn snel behandeld, met uitzondering van het punt over de daling van de vraag naar gerecycleerde materialen. De inbreng van de lidstaten hierover is verwerkt in de hierboven genoemde Raadsconclusies voor de Voorjaarsraad.

Gassen van Containers

Bij het vaststellen van de agenda heb ik het Voorzitterschap gecomplimenteerd met de vorderingen in de onderhandelingen over de Verordening betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (ozonverordening) en dan met name met de snelle uitfasering (maart 2010) van het gebruik van methylbromide voorafgaand aan vervoer. Hierover is overigens na de Milieuraad informeel een eerste lezingsakkoord bereikt tussen Raad en parlement. Dit is een belangrijke stap richting vergelijkbare internationale afspraken en hier heb ik mij in de onderhandelingen ook steeds hard voor gemaakt.

Methylbromide is niet de enige stof die gebruikt wordt voor het behandelen van ladingen van containers, welke tot zorgen leidt. Daarom heb ik in de Milieuraad ook opgeroepen om na te denken over verder beleid om te zorgen dat de risico’s van deze gevaarlijke stoffen voor mens en milieu beperkt kunnen worden. Het Voorzitterschap heeft mij bedankt voor mijn steun en opmerkingen.

Bijdrage aan Voorjaarsraad – klimaat

In de Raad zijn conclusies aangenomen over de ontwikkeling van de Europese positie richting een ambitieus post-2012 klimaatakkoord in Kopenhagen. Deze Raadsconclusies zijn opgesteld als bijdrage aan de Voorjaarsraad en bouwen voort op Commissiemededeling over dit onderwerp. Voor aanvang van de Raad stonden er nog veel discussiepunten open. Nederland was reeds tevreden met de voorliggende tekst. Mijn inzet was erop gericht om zoveel mogelijk ambitie en concrete voorstellen voor de onderhandelingen in de tekst te behouden. Daarnaast is op mijn verzoek overeenkomstig het Bali Action Plan opgenomen dat er additionele financiering voor mitigatie en adaptatie nodig is. Ik ben dan ook zeer tevreden met het resultaat.

Het Tsjechisch Voorzitterschap spitste de discussie toe op: (1) de criteria voor inspanningenverdeling tussen de ontwikkelde landen en; (2) de opties waarmee financiering gegenereerd kan worden. Conclusie van de discussie over vergelijkbare inspanningen voor de ontwikkelde landen is dat de EU inzet op verdeling op basis criteria, met vermogen en verantwoordelijkheid als leidraad. De discussie over opties voor het genereren van financiële steun is in de Milieuraad beslecht, door de Voorjaarsraad uit te nodigen zich hierover uit te spreken. Op 20 maart heeft de Voorjaarsraad de door de Milieuraad voorgestelde financieringsopties omarmd als inzet voor de komende klimaatdiscussies.

Ik vind het van groot belang dat de hoofdboodschap van de Raadsconclusies fier overeind staat: Europa is bereid haar eerlijke aandeel in financiering van een klimaatakkoord in Kopenhagen te dragen en is bereid over concrete voorstellen te praten. Daarmee zet de EU een cruciale politieke stap in het mondiale onderhandelingsproces. Verder is het van belang dat de conclusies concreet zijn over de hoeveelheid financiering die wereldwijd nodig is (ongeveer 175 miljard per jaar in 2020). Ook ben ik tevreden met het feit dat het commitment van EU om 30% reductie op zich te nemen bij een gedegen internationaal akkoord is herhaald en dat het belang van de koolstofmarkt nog eens wordt benadrukt.

Bijdrage aan Voorjaarsraad – niet klimaat

Er lagen Raadsconclusies voor ten behoeve van de Europese Raad van 19/20 maart aanstaande. In de Raadsconclusies werd ingegaan op onderwerpen als het Europees Economisch herstelplan, Duurzame Consumptie en Productie, Milieutechnologie, Natuurlijke hulpbronnen, Afval en recycling, Biodiversiteit, «Beyond GDP» en «better regulation» Over de tekst was in het Coreper al grote mate van overeenstemming bereikt.

Naar aanleiding van de discussie bij het AOB punt over de ingezakte vraag naar gerecycleerde materialen is er een nieuwe tekst gekomen bij de paragraaf over «recycling». In de vernieuwde tekst wordt de Commissie gevraagd om de «recycling» industrie te ondersteunen en wordt aan commissie en lidstaten gevraagd om werk te maken van de «end-of-waste» criteria.

Ook is er een nieuwe toevoeging gekomen over de mogelijkheid om voor groene producten een lager BTW-tarief te hanteren. Deze toevoeging sloot nauw aan bij de Raadsconclusies van de Milieuraad van december 2008 over het Actieplan duurzaam produceren consumeren, waarin soortgelijke passages waren opgenomen.

GGO-vrijwaringen

Bij stemming zijn de voorstellen van de Commissie om de vrijwaringsmaatregelen voor genetisch gemodificeerde maïslijnen van Oostenrijk (vrijwaring MON 810 en T25) en Hongarije (vrijwaring MON 810) in te trekken verworpen. In de discussie voorafgaand aan de stemming benadrukten vrijwel alleen de tegenstanders van het Commissie-voorstel hun positie.

Ik heb voor Nederland als een van de weinige landen mijn «voor» stem wel gemotiveerd. Ik heb aangegeven dat de hoofdreden van Nederland om voor te stemmen was dat de naleving van EU-wetgeving een essentieel anker is in de Europese samenwerking en dat de concept besluiten van de Commissie geheel conform de hiervoor geldende Europese regelgeving tot stand waren gekomen.

Daarbij heb ik aangegeven dat de Nederlandse regering wel erkent dat, vanwege nieuwe ontwikkelingen, de Europese regelgeving ter zake niet langer op alle onderdelen voldoende tegemoetkomt aan de ontwikkelingen in de samenleving en de zorgen die in de EU leven.

Daarom heb ik de Commissie opgeroepen snel met voorstellen tot aanpassing van die regelgeving te komen, waarmee wordt voorzien in een nieuwe balans in het afwegingskader.

Wat Nederland betreft is een oplossingsrichting dat bij de import van producten, conform de huidige regelgeving, de interne-marktregels gelden, terwijl bij de teelt de lidstaten zelf zouden moeten kunnen beslissen. Daarnaast is het van belang voortvarend het proces op te pakken om de sociaal-economische dimensie bij de afweging te kunnen gaan betrekken.

Richtlijn industriële emissies

Over de Richtlijn industriële emissies is een oriënterend debat gehouden. Aan de hand van vragen van het Voorzitterschap is ingegaan op de rol van de referentie documenten (BREFs) voor best beschikbare technieken (BATs), de minimum vereisten naast de BREFs, de uitbreiding van de reikwijdte van de Richtlijn, en de grote stookinstallaties.

Ik heb mijn interventie in de Raad toegespitst op de voor Nederland belangrijkste punten. Ik heb aangegeven dat ik de versterking van de BREFs steun. Dit is van belang voor eco-innovatie en het creëren van een gelijk speelveld. Verder heb ik aangegeven dat ik de uitbreiding van de reikwijdte van de Richtlijn niet steun. Dit zorgt namelijk voor extra administratieve lasten en biedt geen extra milieuvoordelen. Ook heb ik aangegeven dat ik de eisen voor grote stookinstallaties per 2016 kan steunen. Een meerderheid van de lidstaten was vóór de versterking van de rol van de BREFs. Weinig lidstaten waren vóór de uitbreiding van de reikwijdte van de Richtlijn. De Commissie heeft aangegeven dat de BATs voor grote stookinstallaties in 2016 echt moeten worden aangepast aangezien deze al in 2006 werden opgesteld, veel landen hebben echter aangegeven hier moeite mee te hebben.

Tot slot hebben zowel Voorzitterschap als Commissie de hoop uitgesproken dat er een politiek akkoord kan komen in de Milieuraad van juni aanstaande.

Mandaat onderhandelingen Internationale Walvisvaart Commissie (IWC)

Met het Raadsbesluit over het standpunt van de Europese Gemeenschap over de voorstellen tot wijziging van IWC en haar reglement, is het mandaat van de EU voor de onderhandelingen in de IWC voor drie jaar vastgelegd.

In de Raad werd hoofdzakelijk gediscussieerd over hoe in het mandaat kon worden vastgelegd dat volgens de EU alle walvissen binnen het kader van het IWC zouden moeten worden gereguleerd – nu geldt dat namelijk alleen voor de twaalf grootste walvissen. Uiteindelijk is ervoor gekozen om dit in de overwegingen van het Raadsbesluit op te nemen.

Nederland wil graag dat alle walvissen onder de IWC beschermd zouden worden. Daarom en ook vanwege de overtuiging dat een gecoördineerde aanpak van de EU uiteindelijk het best een goed beschermingsniveau voor alle walvissen kan garanderen, ben ik tevreden met dit Raadsbesluit.

Diversen

Er was weinig tijd om de diversenpunten te bespreken. Hieronder puntsgewijs een samenvatting:

– De uitkomsten van de discussie over de daling in de vraag naar gerecycleerde materialen is verwerkt in de Raadsconclusies voor de Voorjaarsraad (zie hierboven).

– Het voorstel voor de herschikking van de Richtlijn over de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektr(on)ische apparatuur (RoHS) en het voorstel voor een Richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (WEEE) zijn door de Commissie samen gepresenteerd. Er waren geen interventies van de lidstaten.

– De Commissie heeft haar Mededeling over een tussentijdse beoordeling van de uitvoering van het Biodiversiteitsactieplan van de EG gepresenteerd. Commissaris Dimas zei dat er veel vooruitgang was geboekt, maar dat dit nog niet genoeg is. Op 27/28 april 2009 vindt er een stakeholders bijeenkomst plaats om de doelstellingen na 2010 te analyseren. Het Voorzitterschap gaf aan dat het onderwerp op de Milieuraad van juni aan bod zal komen.

– Het Voorzitterschap gaf een korte terugkoppeling van de 25e zitting van de beheersraad van UNEP, die van 16–20 februari 2009 plaatsvond in Nairobi. Het Voorzitterschap gaf aan blij te zijn met de uitkomsten.

– Italië informeerde de Raad over de bijeenkomst van milieuministers van de G8, die van 22–24 april 2009 plaats zal vinden in Syracuse. Naast klimaatverandering zal ook biodiversiteit op de agenda staan. Ook milieuministers uit enkele ander grote landen zijn uitgenodigd.

– Tot slot vroeg Frankrijk aandacht voor het belang van structurele aandacht voor de vermindering van methaanemissies vanwege het verband met de bestrijding van klimaatverandering.