21 501-08
Milieuraad

nr. 189
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 3 december 2004

De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer1 heeft op 6 oktober 2004 overleg gevoerd met staatssecretaris Van Geel van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over de Milieuraad van 14 oktober 2004 aan de hand van:

– de brief van de staatssecretaris van VROM van 2 juli 2004 inzake voortgang beleidsdossiers hout en de motie Huizinga-Heringa, TK, 2003 (29 200 XI, nr. 51), (29 200 XI, nr. 126);

– de brief van de staatssecretaris van VROM van 21 juli 2004 inzake ontwerpverordening (EG) inzake Gefluorideerde Broeikassen (21 501-08, nr. 183);

– de brief van de staatssecretaris van VROM van 10 augustus 2004 inzake vestiging Centrum voor Veiligheid en Milieu op zee in Den Helder (VROM-04-680);

– de brief van de staatssecretaris van VROM van 24 augustus 2004 inzake verslag Milieuraad 28 juni 2004 (21 501-08, nr. 184);

– de brief van de staatssecretaris van VROM van 30 september 2004 inzake afschrift brief aan provincies en gemeenten inzake interpretatie Besluit Luchtkwaliteit.

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Samsom (PvdA) spreekt zijn waardering uit voor de inzet van de staatssecretaris tijdens de informele Milieuraad. Tegenover diens opvattingen over de synergie tussen milieu en economie, met milieu als kans en als pijler van de groeistrategie van Europa, staat dat in de groeibrief van de minister van Economische Zaken de aandacht vooral uitgaat naar groei en economie. In hoeverre verschilt de staatssecretaris, gelet op zijn woorden bij de presentatie van de begroting van VROM, van mening met minister Brinkhorst over de synergie tussen milieu en economie? Hoe staat het met de concrete Europese kansen? Zal de staatssecretaris op Europees niveau ingrijpen via de Milieuraad om milieu als kans in Europa waar te maken?

Na de aankondiging door de minister van Verkeer en Waterstaat dat al het door de overheid aangekochte hout legaal moet zijn, is er niets meer vernomen over een aanpak. Wat is er gebeurd met het Europese verzoek om op nationaal niveau na te gaan wat met eigen wetgeving kan worden gedaan tegen illegaal hout? Waarom komt er niet zoals de beoordelingsrichtlijn duurzaam hout een beoordelingsrichtlijn legaal hout met bijbehorende certificering? Dat maakt een einde aan de vreemde situatie dat Rijkswaterstaat veel illegaal hout gebruikt voor waterwerken en andere werken.

De heer Samsom stemt in met de voornemens van de Commissie inzake duurzaam wegtransport. Hij is opgelucht dat er in de geannoteerde agenda van de Milieuraad niets staat over het voornemen om vanuit VROM te pleiten voor uitstel van de Europese normen voor NOx van 2010 naar 2015, zoals is aangekondigd door de minister van Verkeer en Waterstaat. In de brief aan provincies en gemeenten wordt geconstateerd dat ook in 2010 de normen voor de luchtkwaliteit niet overal zullen worden gehaald, maar worden geen maatregelen aangekondigd. Wel wordt de gemeenten een sluwe handreiking gedaan om herstructureringen niet onder nieuwe situaties te laten vallen. Het lijkt erop dat de staatssecretaris de vuist ontbeert om waar te maken wat voor het milieu nodig is in Europa en in Nederland.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie) komt tot de conclusie dat haar motie niet is uitgevoerd. De Kamer is pas op 2 juli 2004 geïnformeerd over de procedurele voorbereidingen voor een Europees invoerverbod van illegaal hout, terwijl de staatssecretaris zich niet heeft uitgesproken voor een dergelijk verbod. Zij roept hem op om eerst de politieke wil daartoe uit te spreken en daarna de technische uitwerking daarvan te bespreken, ook om een aantal landen te overtuigen van de noodzaak van een invoerverbod. Denkt de staatssecretaris aan een speciale actie van de kant van Nederland om Finland en Portugal achter FLEGT te krijgen? Zij vraagt hoe een invoerverbod van illegaal hout een onrechtmatige handelsbelemmering kan opleveren die in strijd is met de WTO.

Het is goed dat Nederland in overheidsaanbestedingen legaal hout en zo mogelijk duurzaam geproduceerd hout wil gebruiken en dat het druk wil houden op de Commissie om te komen met een conceptverordening voor de partnerovereenkomsten. Het lijkt erop dat de informatie in de brief van 2 juli jongstleden over contacten van de EU met houtproducerende landen toen al verouderd was. Met welke landen wordt op dit moment gewerkt aan een partnerovereenkomst? Dergelijke overeenkomsten kunnen contraproductief zijn, als landen illegaal hout en illegale praktijken legaliseren. Zij vraagt de staatssecretaris op korte termijn aan te geven welke inhoudelijke eisen Nederland stelt aan de definitie van «legaal hout». Is er al gewerkt aan een inventarisatie van de mogelijkheden tot strafbaarstelling indien sprake is van illegaal gekapt hout? Op welke termijn kan de Kamer hierover worden geïnformeerd?

Het bevreemdt mevrouw Huizinga dat de staatssecretaris expliciet afstand neemt van uitspraken van de Raad van State. Wat wordt bedoeld met het concept «gevoelige bestemming»? Betekent het dat de luchtkwaliteitseisen op locaties waar de gezondheid van mensen in het geding is wel als hard en bindend gelden, maar niet op locaties waar de grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen in het geding zijn?

Zij juicht de herstructurering van binnenstedelijke gebieden toe. In verband met de toetsingscriteria met het oog op het zoveel mogelijk beperken van bouw in gebieden met hoge concentraties van luchtverontreinigde stoffen vraagt zij of dit niet kan binnen de juridische context van de uitspraken van de Raad van State en binnen de Europese richtlijn. Hoe staat de staatssecretaris tegenover het invoeren van een maximumsnelheid van 80 km/u ter verbetering van de luchtkwaliteit?

De heer Duyvendak (GroenLinks) is van mening dat de luchtkwaliteit een van de grootste milieuproblemen in Nederland is. Hij is verbaasd over de manier waarop de staatssecretaris in diens brief aan de provincies en gemeenten afstand neemt van de uitspraken van de Raad van State. Verheugend is dat in de brief geen melding meer wordt gemaakt van het verschuiven van de norm van 2010 naar 2015. Hoe moet in dit verband de brief van de minister van Verkeer en Waterstaat worden gezien?

Hij stelt dat een loopje is genomen met de motie-Huizinga-Heringa en pleit nadrukkelijk voor een Europees invoerverbod van illegaal hout. Voorts spreekt hij zijn zorg uit over de te sluiten partnerovereenkomsten. Hij vraagt om nadere informatie, onder andere over de inzet van de staatssecretaris in dezen. Nadat in 2003 een onderzoek is beloofd naar de mogelijke strafrechtelijke vervolging in Nederland voor de import van illegaal hout, heeft de Kamer hierover niets meer vernomen. Het lijkt erop dat dit dossier geen prioriteit heeft.

De heer Duyvendak vraagt of de sloopschepen worden benoemd als afval en of een land eerstverantwoordelijk wordt gemaakt voor de notificatie.

Op de ICAO-conferentie in Montréal dreigt een resolutie van de VS te worden aangenomen die een marktgebaseerd klimaatbeleid in de luchtvaart ontraadt. Is de staatssecretaris bereid zich in de Milieuraad ervoor in te zetten dat Europa duidelijk maakt dat het hier niet in meegaat, maar in de richting gaat van een marktgebaseerd klimaatbeleid in de luchtvaart?

Er bestaat zorg dat de interne markt en niet het milieu wordt gekozen als wettelijke basis voor de aanpak van de gefluorideerde broeikasgassen. Hetzelfde geldt voor de partnerovereenkomsten en het illegaal hout.

Mevrouw Spies (CDA) spreekt haar complimenten uit voor de resultaten van de informele Milieuraad en steunt de inspanningen richting de voorjaarsraad van 2005 met het oog op duurzaamheid in het kader van de Lissabon-doelstellingen. Hoe waardeert de staatssecretaris de aankondiging dat Rusland het verdrag van Kyoto zal ondertekenen? Na 2012 zullen de inspanningen om negatieve gevolgen van klimaatveranderingen op te vangen intensiever moeten worden. Los van de kwantitatieve reductiedoelstellingen moet vooral het gevoel van urgentie groter worden en moet worden gewerkt aan draagvlak voor een effectieve mondiale aanpak. Hoe ziet de staatssecretaris zijn inzet voor de komende maanden en het traject tot de voorjaarstop van 2005? Zij heeft eerder gepleit voor aparte afspraken met de snelst groeiende landen. Worden dergelijke activiteiten ondernomen en zo ja, wat is de stand van zaken?

In hoeverre komt het punt van de hoogwaterbescherming overeen met de waterkwantiteitsdoelstellingen die in de Kaderrichtlijn water zijn opgenomen? Wat betekent de Richtlijn mijnafval voor de Nederlandse winning van olie, gas en zout?

Mevrouw Spies is niet overtuigd van de meerwaarde van een Europese thematische strategie voor het stedelijk milieu en pleit voor een scherpere opstelling van de staatssecretaris op dit punt. Ook zij mist in de brief van 2 juli het gevoel van urgentie van de aanpak van de houtkap, bijvoorbeeld in Indonesië. Wat kunnen Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking op dit punt doen? De politieke ambities en het gevoel van urgentie moeten scherper terugkomen.

Terecht wordt bij de bestrijding van luchtverontreiniging prioriteit gegeven aan die locaties waar de gezondheid van mensen het meest in het geding is. Doelstellingen op het gebied van luchtkwaliteit moeten daar zo snel mogelijk, dat wil zeggen in 2010, gerealiseerd zijn. De benodigde extra inspanningen kunnen worden besproken bij de nota Verkeersemissies en de nota Mobiliteit, waarin 1 mld is opgenomen voor de bestrijding van negatieve effecten op het gebied van geluid en lucht. Mevrouw Spies vraagt of de mogelijkheid tot prioriteitstelling van de hot spots in 2005 expliciet in de richtlijn wordt opgenomen.

De heer Van der Ham (D66) ziet veel kansen om de luchtkwaliteit te verbeteren, vooral op regionaal niveau, omdat vaak sprake is van regionale problemen. Hij vraagt met welke sancties rekening moet worden gehouden, als de normen voor de luchtkwaliteit niet kunnen worden gehaald in 2010 en uitstel tot 2015 niet mogelijk is. Heeft de staatssecretaris een exitstrategie om de dan benodigde maatregelen financieel te kunnen dekken? Is het denkbaar dat, als gevolg van Europese eisen en regels op het gebied van hoogwaterbescherming, de Kamer zelf geen besluiten meer kan nemen over water en waterhuisvesting? Hij vraagt of de staatssecretaris er vertrouwen in heeft dat de informele Milieuraad en het vervolg daarop leiden tot grote gezamenlijke projecten in Europees verband.

De heer De Krom (VVD) merkt op dat al langer duidelijk is dat de luchtkwaliteitsnormen niet zullen worden gehaald in 2010. Eerst moeten de problemen in kaart worden gebracht; vervolgens moet worden aangegeven welke maatregelen nodig zijn tegen welke kosten om wel tijdig aan de normen te voldoen. Vooralsnog gaat hij uit van het destijds door de heer Pronk genoemde bedrag van 30 à 40 mld. Als blijkt dat de doelstellingen van de richtlijn niet haalbaar zijn en er geen sluitende financiële dekking aanwezig is, zal de VVD tegen de uitvoeringswet stemmen.

Hij mist eveneens een gevoel van urgentie in de stukken van het kabinet over illegaal hout. Hij vraagt de staatssecretaris om zich er in de Milieuraad voor in te zetten dat het Centrum voor veiligheid en milieu op zee in Nederland wordt gevestigd.

Antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris licht toe dat het milieu een prominente plaats moet worden gegeven in het politieke debat en de politieke besluitvorming met het oog op de revitaliseringsvoorstellen in de voorjaarsraad van 2005 om economie en milieu duurzaam te kunnen koppelen.

Luchtkwaliteit is een zwaar onderschat probleem en de gevolgen voor de gezondheid, met name van kinderen, zijn ernstig terwijl het publieke bewustzijn ervan gering is, vooral als die gevolgen pas op latere leeftijd merkbaar worden. Nederland heeft aangegeven dat de normen voor fijnstof en stikstofdioxide in de Europese richtlijn alleen haalbaar zijn bij een zeer strak communautair emissie- en bronbeleid. Er is in het verleden echter onvoldoende gebeurd op dit punt. Een probleem bij het realiseren van de normen is dat fijnstof in grote achtergrondconcentraties voorkomt en tweederde uit het buitenland komt, waardoor het moeilijk is om daarop gebiedsgericht invloed uit te oefenen. Bovendien is in de normstelling geen onderscheid gemaakt tussen fijnstof en grovere stoffen, terwijl de fijnste stofdeeltjes een veel grotere probleem vormen. Niet alleen de te hanteren maat moet worden geëvalueerd, maar ook de haalbaarheid van de normstelling voor NO2. De staatssecretaris benadrukt dat eventueel uitstel van de norm alleen betrekking heeft op bestaande gevallen en dat nieuwe gevallen moeten voldoen aan de norm van 2010.

Ondanks de scherpere normstelling en de verbeteringen die in 2010 zullen zijn gerealiseerd, zal niet overal aan de normen kunnen worden voldaan, terwijl dit in een aantal gevallen ook in 2015 niet mogelijk zal zijn. In die situaties kan op korte termijn een verlaging van de maximumsnelheid wellicht een oplossing bieden. Hierover zal de Kamer nader worden geïnformeerd door de minister van Verkeer en Waterstaat. Ook is er geld gereserveerd voor een oplossing van deze knelpunten in 2015. De vraag is evenwel of er voor de periode tussen 2010 en 2015 reële oplossingen kunnen worden gevonden voor de problemen die zich dan nog voordoen. In ieder geval zullen dergelijke oplossingen hoge maatschappelijke kosten met zich brengen, waarschijnlijk enkele miljarden. Er is nadrukkelijk niet gevraagd om een verlaging van de normstelling, ook niet voor nieuwe situaties. Dat de staatssecretaris voornemens zou zijn om de verschuiving van de normen te agenderen voor de Milieuraad, berust op een misverstand. Bij het vaststellen van de luchtkwaliteitsnormen en het Besluit luchtkwaliteit is vooral rekening gehouden met de gezondheid van mensen. In het kader van de Europese richtlijn zullen in dit verband verduidelijkingsacties plaatsvinden. Tegen de achtergrond van recente uitspraken van de Raad van State heeft de staatssecretaris zijn politiek-bestuurlijke intenties aangegeven in het licht van een robuust luchtkwaliteitsbeleid en een handreiking gedaan aan gemeenten en provincies in een aantal interpretatiekwesties rond herstructurering. Zijn uitgangspunt is dat herstructureringsplannen aanvaardbaar zijn, wanneer in de toekomst aanzienlijk minder mensen worden blootgesteld aan hoge concentraties schadelijke stoffen dan in het verleden. Het uiteindelijke oordeel over gemeentelijke projecten blijft evenwel aan de Raad van State.

Het beleidsdossier hout wordt in de Landbouwraad en niet in de Milieuraad behandeld. De staatssecretaris heeft zichzelf hierin een coördinerende rol toegekend vanwege het belang dat hij aan dit dossier hecht. Hij is een voorstander van wettelijke regelingen om de import van illegaal hout tegen te gaan, waarbij voorop staat dat een regeling uitvoerbaar en handhaafbaar en tevens WTO-proof moet zijn. De resultaten van Europees onderzoek hiernaar zullen begin 2005 beschikbaar komen. Nederland wil het goede voorbeeld geven op het gebied van duurzaam bosbeheer. De staatssecretaris zal nagaan wat de stand van zaken is op het punt van het weren van illegaal hout bij Verkeer en Waterstaat. Een programma gericht op duurzaam geproduceerd hout wordt zo mogelijk nog voor de begrotingsbehandeling aan de Kamer toegezonden en zal worden besproken in het kader van het duurzaam inkoopbeleid van de overheid. Over het vrijwillige systeem zijn in Europees verband verkennende gesprekken gevoerd met een aantal houtproducerende landen, die over het algemeen positief staan tegenover FLEGT. Partnership heeft niet eenzijdig betrekking op het licentiesysteem, maar is ook gericht op verdere ondersteuning om het beleid vorm te geven. Het ministerie van Justitie is bezig met een onderzoek naar een wettelijk bindend importverbod. De staatssecretaris zal de Kamer nader informeren over de stand van zaken. Uiterlijk begin 2005 zal de Commissie informatie aanreiken over de WTO-aspecten. Hij zal het verzoek vanuit de Kamer doorgeven aan de minister van LNV om in de Landbouwraad een duidelijk standpunt inzake een importverbod in te nemen om ook andere landen op deze lijn te krijgen. Tevens zal hij schriftelijk reageren op de vraag welke eisen moeten worden gesteld aan een concept-partnerovereenkomst. De kwestie van de ontbossing heeft zijn aandacht.

Op het punt van hoogwaterbescherming wordt geen extra beleid gevoerd. Er is sprake van samenwerken en beleidsvrijheid voor lidstaten en er is geen wijziging in de verantwoordelijkheidsverdeling. Met de uitkomsten van een workshop over sloopschepen probeert de staatssecretaris een Europese verklaring op te stellen inzake een advies over een wettelijk verbindend systeem.

De staatssecretaris heeft begrip voor het standpunt rond de thematische strategie voor het stedelijk milieu, maar vraagt op zijn beurt begrip voor zijn rol als voorzitter. Het is positief dat de inwerkingtreding van het protocol van Kyoto dichterbij lijkt te komen. Om draagvlak te houden voor klimaatbeleid in Europa is het essentieel om bij COP 10 landen de Verenigde Staten en de grote ontwikkelingslanden in dat proces te betrekken.

Nadere gedachtewisseling

De heer Samsom (PvdA) ziet het debat met de staatssecretaris tijdens de begrotingsbehandeling verheugd tegemoet.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie) is blij met de politieke inzet van de staatssecretaris in het beleidsdossier hout.

De heer Duyvendak (GroenLinks) is blij met de woorden van de staatssecretaris over de sloopschepen en is meer gerustgesteld over diens inzet op het punt van illegaal hout. Hij heeft begrepen dat de plannen van een gemeente die de interpretatie van het besluit volgt zoals verwoord in de brief van de staatssecretaris, kunnen worden tegengehouden door de Raad van State.

Mevrouw Spies (CDA) vraagt een toelichting op de zinsnede over de spanning tussen subsidiariteit bij benutting van de fondsen en het waarborgen dat de fondsen bijdragen aan het realiseren van een ecologisch goed functionerend en samenhangend netwerk van natuurgebieden. Zij stemt niet in met de raadsconclusies op het gebied van de thematische strategie voor het stedelijk milieu.

De heer Van der Ham (D66) zegt dat het van belang is om mee te denken over het probleem van de luchtkwaliteit. Is er een exitstrategie voor het geval dat het beleid in 2005 niet verandert?

De staatssecretaris heeft in zijn brief aan de provincies en gemeenten aangegeven hoe hij het Besluit luchtkwaliteit interpreteert. Hij kan echter geen garanties bieden dat gemeenten die deze interpretatie volgen succes zullen hebben bij de Raad van State. Dat kan alleen als het besluit c.q. de Europese richtlijn is aangepast.

Hij neemt kennis van het standpunt van de CDA-fractie over de thematische strategie voor het stedelijk milieu. De aangehaalde zinsnede heeft te maken met het feit dat veel geld voor natuur wordt gevonden in structuurfondsen, maar dat daarmee het risico ontstaat dat de natuur in regionale of landelijke afwegingen het onderspit delft. Over dat spanningsveld zal worden gediscussieerd in de Milieuraad.

In reactie op de vraag over een exitstrategie spreekt de staatssecretaris het vertrouwen uit dat de ingezette lijn leidt tot de gewenste oplossing. Hij doet er alles aan om de luchtkwaliteitsnorm te halen, maar gaat ervan uit dat die op specifieke plekken wellicht niet wordt gehaald.

De voorzitter concludeert dat de staatssecretaris heeft toegezegd dat de Kamer wordt geïnformeerd over het duurzaam inkoopbeleid voor hout, de mogelijkheid van een wettelijk bindend importverbod en de eisen waaraan een partnerovereenkomst moet voldoen. Voorts constateert hij dat er met de staatssecretaris als coördinerend bewindspersoon afspraken zijn gemaakt over acties richting Verkeer en Waterstaat, Justitie en Buitenlandse Zaken c.q. Ontwikkelingssamenwerking.

De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Buijs

De griffier van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Van der Leeden


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Duivesteijn (PvdA), Hofstra (VVD), Buijs (CDA), voorzitter, Schreijer-Pierik (CDA), Van Gent (GroenLinks), Geluk (VVD), Veenendaal (VVD), Dijsselbloem (PvdA), ondervoorzitter, Snijder-Hazelhoff (VVD), Depla (PvdA), Van Oerle-van der Horst (CDA), Van As (LPF), Van den Brink (LPF), Van Bochove (CDA), De Ruiter (SP), Duyvendak (GroenLinks), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Koopmans (CDA), Spies (CDA), Van Lith (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Timmer (PvdA), De Krom (VVD), Verdaas (PvdA), Kruijsen (PvdA) en Samsom (PvdA).

Plv. leden: Crone (PvdA), Dezentjé Hamming (VVD), Mastwijk (CDA), Ormel (CDA), Halsema (GroenLinks), Luchtenveld (VVD), Oplaat (VVD), Boelhouwer (PvdA), Örgü (VVD), Dubbelboer (PvdA), Hessels (CDA), Kraneveldt (LPF), Varela (LPF), Ten Hoopen (CDA), Vergeer (SP), Vos (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Vietsch (CDA), Sterk (CDA), Haverkamp (CDA), Koser-Kaya (D66), Gerkens (SP), Verbeet (PvdA), Balemans (VVD), Waalkens (PvdA), Van Heteren (PvdA) en Wolfsen (PvdA).

Naar boven