Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 februari 2026
Op 26 februari vindt de Raad Algemene Zaken Cohesiebeleid (RAZ-Cohesie) plaats in Brussel. Tijdens deze Raad zullen naar verwachting Raadsconclusies
worden aangenomen over de EU Agenda voor Steden en zal worden gesproken over de geleerde
lessen van de tussentijdse herziening van het cohesiebeleid.
De Minister van Economische Zaken,
V.P.G. Karremans
EU Agenda voor Steden – Aanname Raadsconclusies
Het kabinet acht het positief dat de Commissie in de Agenda de stedelijke dimensie
van EU-beleid erkent en een toekomstvisie uitdraagt over de rol van steden en stedelijke
gebieden. Het kabinet onderschrijft dat steden essentieel zijn voor de uitvoering
van de grote transities en bijdragen aan het concurrentievermogen van Nederland.
Het kabinet vindt het positief dat het belang van samenwerking tussen alle bestuurslagen
en belanghebbende partijen (multi-level governance) wordt benadrukt. Voor het kabinet is het van belang dat de Commissie bij de invulling
van de Agenda ook de lidstaten goed betrekt. Het kabinet hecht daarbij tevens aan
een goede samenhang en samenwerking tussen de Agenda voor Steden en de reeds bestaande
Europese Agenda Stad (Urban Agenda for the EU).
Op het gebied van Betere Regelgeving benoemt de Agenda het belang van het betrekken
van steden en hun belangen bij het ontwerp en de implementatie van EU-regels. De Agenda
verwijst naar de ambitie van de Commissie om in te zetten op eenvoudigere regels en
minder administratieve lasten. Dit is in lijn met de inzet van het kabinet om knellende
regelgeving en implementatiedruk vanuit Europa te verminderen. Nederland heeft hier
tijdens het schrijven van deze conclusies dan ook aandacht voor gevraagd.
Tot slot wenst het kabinet met deze Raadsconclusies niet vooruit te lopen op de uitkomsten
van de onderhandelingen over het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK).
In de laatste versie van de Raadsconclusies is bovenstaande inzet goed opgenomen.
Nederland kan daarom instemmen met deze Raadsconclusies.
De tussentijdse herziening van het cohesiebeleid 2021–2027: geleerde lessen voor de
toekomst – Gedachtewisseling
Het voorzitterschap is voornemens een gedachtewisseling te organiseren over de geleerde
lessen van de tussentijdse herziening van het cohesiebeleid. Op het moment van schrijven
zijn er nog geen stukken voor dit agendapunt verspreid.
De tussentijdse herziening had als doel om de investeringen uit de fondsen onder het
cohesiebeleid binnen het huidige MFK beter af te stemmen op de nieuwe Europese prioriteiten,
zoals versterking van het EU-concurrentievermogen en defensie. Het kabinet heeft uw
Kamer op 9 mei 2025 geïnformeerd over de kabinetsinzet ten aanzien van het Commissievoorstel.1 Nederland heeft hiermee ingestemd, waaronder meer aandacht voor nieuwe uitdagingen
op het gebied van defensie en veiligheid in lijn met de motie Kahraman en Van Campen2, omdat de kabinetsinzet in de compromistekst voldoende werd gereflecteerd.
Het kabinet pleit ervoor om de geleerde lessen uit de herziening van het lopende cohesiebeleid,
voor zover nu al mogelijk, mee te nemen in de onderhandelingen over het volgende MFK.
Het kabinet wil dat het cohesiebeleid zich ook in de toekomst meer focust op het versterken
van het concurrentievermogen van de EU. Het kabinet zet zich in voor meer focus op
onderzoek en innovatie en de drie transities (digitaal, groen en sociaal) binnen de
voorgestelde Nationale en Regionale Partnerschapsplannen, zodat middelen worden ingezet
waar deze de meeste toegevoegde waarde hebben voor de EU.3