Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 21501-08 nr. 1022 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 21501-08 nr. 1022 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 januari 2026
Hierbij sturen wij u, mede namens de Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp en de Minister en de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst van Milieuministers van 5 en 6 februari 2026 in Cyprus. Het kabinet neemt zich voor deel te nemen aan deze bijeenkomst. De inhoud van deze geannoteerde agenda geeft de meest recente stand van zaken weer, maar er zijn nog geen achtergrondstukken beschikbaar.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.A. Aartsen
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S.T.M. Hermans
Geannoteerde Agenda
Het Cypriotische voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie (hierna: het Voorzitterschap) heeft voor de informele bijeenkomst van de Milieuministers (hierna: de Informele Milieuraad) de volgende werksessies geagendeerd: een werksessie met een presentatie van het Europees Milieuagentschap over de samenhang tussen klimaat- en waterweerbaarheid (wetgeving en financiering), een werksessie over de Europese samenwerking in internationale klimaatprocessen, en een werksessie over het winterpakket circulaire economie. De achtergrondstukken zijn nog niet gedeeld door het Voorzitterschap. In lijn met de recente afspraken over de informatievoorziening aan de Kamer ontvangt de Kamer hierbij daarom deze geannoteerde agenda op hoofdlijnen.
Samenhang tussen Klimaat- en waterweerbaarheid
Inleiding
Tijdens de informele Milieuraad van 5 en 6 februari zal het Europees Milieuagentschap (hierna: EMA) een presentatie geven over het bouwen aan een weerbaar Europa. Tijdens de presentatie zal worden stilgestaan bij hoe EU-wetgeving en -financiering de samenhang tussen Europese klimaat- en waterweerbaarheid kunnen vergroten.
Momenteel werkt de Europese Commissie (hierna: Commissie) aan een EU-voorstel om de klimaatweerbaarheid van de EU en haar lidstaten te vergroten. Dit «Europees initiatief inzake klimaatveerkracht en het beheer van klimaatrisico’s» wordt verwacht in oktober 2026. De Commissie is in dit kader een publieke consultatie gestart, waar tot en met 23 februari 2026 inbreng voor kan worden aangeleverd. De inbreng van het kabinet voor deze consultatie wordt in het eerste kwartaal van 2026 aan de Kamer toegestuurd.
Op het gebied van waterweerbaarheid richt de Commissie zich via de Europese Waterweerbaarheidsstrategie in brede zin op herstel van de waterkringloop, het opbouwen van een economie die slim met water omgaat en het waarborgen van schoon en betaalbaar water, en sanitaire voorzieningen voor iedereen. Er zijn tientallen plannen en activiteiten gepland de komende jaren. Zo zijn voor 2026 onder andere het voeren van dialogen met de lidstaten over waterbeheer, en het opzetten van een onderzoeks- en innovatiestrategie voor waterweerbaarheid voorzien.
Inzet Nederland
Het kabinet zal met interesse de presentatie van het EMA aanhoren over de visie van het EMA op het inzetten van wetgeving en financiering om de samenhang tussen klimaat- en waterweerbaarheid te versterken, evenals de reactie van de Commissie hierop. Gezien de EUbrede uitdagingen op klimaatverandering en het vaak grensoverschrijdende karakter hiervan, evenals de mogelijk aanzienlijke gevolgen van klimaatrampen, acht het kabinet het noodzakelijk dat er op EU-niveau actie wordt ondernomen om onze weerbaarheid tegen klimaat- en waterrisico’s te vergroten. Het kabinet zet daarom in op een actieve bijdrage en ondersteuning van de EU-inspanningen op het gebied van klimaatadaptatie en waterweerbaarheid.1 Eventuele voorstellen voor EU-regelgeving toetst het kabinet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het kabinet is van mening dat het do-no-significant-harm-principe2 voor zover mogelijk en passend moet worden gehanteerd bij de uitvoering van op financiering gerichte EUprogramma’s.
Krachtenveld
Tijdens de Milieuraad van 16 december 2025 is in de aangenomen Raadsconclusies over het Europees milieu in 2030 brede steun uitgesproken voor het voornemen van de Commissie voor een «Europees initiatief inzake klimaatveerkracht en het beheer van klimaatrisico’s». De lidstaten verzoeken de EU daarbij om hen te ondersteunen bij het versnellen van de werkzaamheden aan klimaatbestendigheid.
Europese samenwerking in internationale klimaatprocessen
Inleiding
Tijdens de informele Milieuraad zal worden stilgestaan bij Europese samenwerking in internationale klimaatprocessen, mede in het licht van de lessen van COP30 in Belém en met het oog op de voorbereiding van COP31. In het verlengde van de reflectie op COP30, die in december 2025 onder het Deense Voorzitterschap heeft plaatsgevonden met betrokkenheid van de Commissie en de lidstaten, wordt bezien hoe de EU haar gezamenlijke inzet op het gebied van klimaatprocessen verder kan versterken.
Nederlandse inzet
Het kabinet verwelkomt de bespreking over Europese samenwerking in internationale klimaatprocessen vroeg in het jaar. Het kabinet zet daarbij in op tijdige en strategische EUcoördinatie, een consistente en ambitieuze gezamenlijke EU-positie, en een sterk Europees leiderschap in de mondiale klimaatonderhandelingen. Daarnaast zet het kabinet in op het versterken van internationale partnerschappen, onder meer met gelijkgezinde landen en strategische partners, om de impact van de Europese inzet in internationale klimaatprocessen te vergroten. Dit is van belang voor de jaarlijkse COP, maar ook voor andere internationale samenwerking op het terrein van klimaat, zoals het Net Zero Framework in de Internationale Maritieme Organisatie, waar de EU-eenheid onder druk kwam te staan. Klimaatverandering raakt alle landen, en vereist een gezamenlijke aanpak. Voor een effectieve en eerlijke klimaattransitie die ook economische groei brengt, is het van belang dat iedereen stappen zet. Multilaterale afspraken gaan daarbij hand-in-hand met coalities en vrijwillige initiatieven die opvolging geven aan gemaakte afspraken.
Krachtenveld
Er is over het algemeen brede steun binnen de EU voor sterk Europees leiderschap in internationale klimaatprocessen. Lidstaten verschillen vooral in accent en nadruk: sommige landen leggen de nadruk op doelen en mijlpalen, andere op uitvoering en nationale beleidsruimte. Het Cypriotische en inkomende Ierse Voorzitterschap streven ernaar deze perspectieven te bundelen richting COP31, eind dit jaar. Nederland werkt actief samen met gelijkgestemde lidstaten om een ambitieuze en coherente EU-inzet te bevorderen.
Mededeling circulaire economie winterpakket
Inleiding
Op 23 december 2025 publiceerde de Commissie een mededeling om de circulariteit van plastics te promoten met als doel een concrete stap te zetten om de nijpende situatie in de plasticindustrie te verbeteren, in het bijzonder de plasticrecyclingindustrie.3 De mededeling toont een aantal eerder aangekondigde en toekomstige acties van de Commissie en kondigt (wederom) de Circular Economy Act aan, die in de tweede helft van 2026 wordt verwacht. De mededeling geeft ook gehoor aan het Joint Statement dat Nederland met steun van België, Frankrijk, Spanje, Luxemburg en Oostenrijk aan de Commissie verstuurde om met een steunpakket te komen voor de Europese plastic(recycling)industrie.4 Gezien het pakket op vrijwel alle onderdelen nog verdere uitwerking behoeft, wordt de Kamer via deze geannoteerde agenda hierover geïnformeerd in plaats van via het reguliere BNC-fiche. Hieronder wordt ingegaan op de verschillende onderdelen van de mededeling.
Versterking van de interne markt voor plastic
Allereerst heeft de Commissie het concept einde-afval-criteria voor mechanisch plasticrecyclaat ter publieke consultatie gepubliceerd. Het tijdpad voor definitieve aanname na de consultatie-fase is nog niet bekend. De criteria bepalen op welk moment gerecycled plastic officieel geen afval meer is, maar een volwaardige grondstof. Doordat de criteria voor alle lidstaten gelden, versterkt dit de Europese interne markt voor plasticrecyclaat en draagt bij aan een gelijk speelveld. Wanneer deze criteria eenmaal geïmplementeerd zijn kan mechanisch plasticrecyclaat gemakkelijker worden verhandeld, omdat in de hele EU dan dezelfde regels gelden. Dit moet leiden tot een betere situatie voor plasticrecyclers, doordat ze hun recyclaat beter kunnen verhandelen met minder administratieve lasten.
Daarnaast heeft de Commissie een geactualiseerde versie van de concept massabalansregels5 voor chemisch recycling met de lidstaten gedeeld ten behoeve van de Richtlijn voor eenmalige verpakkingen. Wanneer lidstaten met deze massabalansregels instemmen, zal dit investeringen in, en de opschaling van, chemische recycling versterken aangezien het regelgevend kader dan duidelijk is.
Versterking van de dialoog tussen overheid en bedrijfsleven
De Commissie zal de bestaande Circular Plastic Alliance begin 2026 nieuw leven inblazen en versterken.6 Er zal in gezamenlijkheid met de sector een werkplan worden vastgesteld om acties te prioriteren.
Versterking van het gelijk speelveld
Plasticrecyclers hebben te maken met goedkoper geïmporteerd virgin plastic (uit fossiele brandstoffen), een overschot aan te recyclen materialen, stevige en deels oneerlijke concurrentie uit derde landen en hoge energieprijzen. De Commissie heeft al stappen gezet om deze factoren te adresseren. Zo zijn bijvoorbeeld al meerdere antidumpingmaatregelen op plastic gerelateerde producten van kracht, en zijn verschillende nieuwe antidumpingonderzoeken gestart. Daarnaast kondigt de Commissie aan om de import van plastic structureel te gaan monitoren binnen de recent opgerichte Import Surveillance Task Force. Hierbij is de Commissie van plan om aparte douanecodes te introduceren voor plasticrecyclaat, aangezien de huidige codes geen onderscheid maken tussen primair fossiel plastic en recyclaat. Daarnaast zal de Commissie ook de aankomende herziening van de verordening 2022/1616 inzake plasticrecyclaat voor voedselcontacttoepassingen aangrijpen om striktere nalevingsdocumentatie te verplichten. Ook wil de Commissie aparte douanecodes introduceren voor plastic dat in contact komt met voedsel. Door het uitvoeren van audits op recyclinginstallaties buiten de EU en het ondersteunen van controlelaboratoria versterkt de Commissie de handhaving op het naleven van de voedselcontactregelgeving.
Versterking van investeringen en innovatie
De Commissie is van plan om ook investeringen in de innovatie en opschaling van circulaire technologieën, waaronder recycling, te versterken. De Commissie zal daarom een pilot starten onder de Competitiveness Coordination Tool, gefocust op de Trans-Regional Circularity Hubs. Hoe dit precies vorm zal krijgen, is nog onduidelijk. Ook zal de Commissie een studie uitzetten om beter zicht te krijgen op investeringslacunes en -kansen van de circulaire economie.
Verder roept de Commissie lidstaten op om wel al gebruik te maken van de reeds bestaande mogelijkheden onder de CISAF7, CEEAG8 en de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) om investeringen te stimuleren.
Tot slot geeft de Commissie aan dat de recent publiceerde concept verordening voor het versnellen van milieubeoordelingen ook moet bijdragen aan een beter investeringsklimaat.9
Inzet Nederland
Het kabinet verwelkomt het pakket aan maatregelen, dat in lijn met het door Nederland geïnitieerde eerder genoemde Joint Statement een combinatie van korte- en langetermijnmaatregelen neemt om de situatie in de plastic(recycling)industrie te ondersteunen, en ziet het als een belangrijke eerste stap om de slechte economische omstandigheden in de
Europese recyclingsector aan te pakken. De inzet van het kabinet is er allereerst op gericht om dit pakket aan maatregelen zo snel mogelijk te implementeren, in het bijzonder de maatregelen ter versterking van het gelijkspeelveld, einde-afval-criteria voor plasticrecyclaat en de massabalansregels voor chemische recycling. Tegelijkertijd ziet het kabinet dat de Commissie meerdere aankondigingen doet waarvan het nog niet duidelijk is hoe deze precies vormgegeven zal worden. Het kabinet wacht deze voorstellen af en zal deze bij verdere uitwerking nader beoordelen, met daarbij onder andere aandacht voor de concurrentiepositie van Europese bedrijven, de impact op de handelsrelaties met derde landen en de verplichtingen in EUhandelsakkoorden. In deze nadere beoordeling zal ook rekening worden gehouden met de uitvoerbaarheid en regeldruk.
Daarnaast is het kabinet van mening dat deze maatregelen alleen niet genoeg zijn en dat meer nodig is om te voorkomen dat nog meer recyclingbedrijven failliet gaan. Naast structurele maatregelen om de recyclaatmarkt te verbeteren, zoals het verplicht toepassen van plasticrecyclaat in productregelgeving, zal het kabinet zich in Brussel ook inzetten voor het beschermen van de Europese recyclaatmarkt, onder andere door een spoedige implementatie van artikel 7 lid 10 van de Verpakkingenverordening.
Tot slot onderstreept het kabinet het belang van publiek private samenwerking en zal daarom ook aansluiten bij de dialoog tussen overheid en bedrijfsleven in de Circular Plastic Alliance, wanneer de Commissie deze nieuw leven heeft ingeblazen.
Krachtenveld
Zowel de Commissie als lidstaten zien de noodzaak om maatregelen te nemen, zowel op de korte als de lange termijn, om de plasticindustrie, in het bijzonder de plasticrecyclers, te ondersteunen. Tijdens de Informele Milieuraad zal het onderwerp voor het eerst op politiek niveau besproken worden, en wordt daarmee het krachtenveld verder duidelijk.
Kamerstukken II, 2023–2024, 22 112, nr. 3930; Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-08, nr. 1012.
Het do-no-significant-harm-principe is een EU-regel die stelt dat economische activiteiten, investeringen en projecten geen significante schade mogen toebrengen aan de milieu en klimaatdoelen, zelfs als deze activiteiten bijdragen aan een ander doel.
Massabalansregels in de context van plasticrecycling zijn in essentie rekenregels voor wat mag meetellen als recyclaat in de uitgaande stroom (monomeren) van een chemische recyclingproces, waarmee weer nieuwe plastics worden gemaakt.
Circular Plastic Alliance, https://single-market-economy.ec.europa.eu/industry/industrial-alliances/circularplastics-alliance_en
Proposal for a REGULATION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL on speeding-up environmental assessments
Kamerstukken II, 2023–2024, 22 112, nr. 3930; Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-08, nr. 1012.
Het do-no-significant-harm-principe is een EU-regel die stelt dat economische activiteiten, investeringen en projecten geen significante schade mogen toebrengen aan de milieu en klimaatdoelen, zelfs als deze activiteiten bijdragen aan een ander doel.
Massabalansregels in de context van plasticrecycling zijn in essentie rekenregels voor wat mag meetellen als recyclaat in de uitgaande stroom (monomeren) van een chemische recyclingproces, waarmee weer nieuwe plastics worden gemaakt.
Circular Plastic Alliance, https://single-market-economy.ec.europa.eu/industry/industrial-alliances/circularplastics-alliance_en
Proposal for a REGULATION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL on speeding-up environmental assessments
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-08-1022.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.