Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201221501-07 nr. 857

21 501 -07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 857 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 november 2011

Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en de Ecofin Raad van 7 en 8 november 2011 te Brussel.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot de volgende vergadering.

De minister van Financiën,

J. C. de Jager

Geannoteerde Agenda van de Eurogroep en Ecofin Raad van 7 en 8 november te Brussel

1. Follow-up Europese Raad van 23/26 oktober 2011 te Brussel

De Eurogroep zal uiteraard stilstaan bij de uitkomsten van de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van het eurogebied van 26 oktober en bij maatregelen die daar zijn aangekondigd. Het verslag van deze bijeenkomst evenals de conclusies van de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van het eurogebied zijn reeds naar de Tweede Kamer verstuurd.

De Eurogroep zal over een aantal concrete onderdelen van de besluiten van de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van het eurogebied spreken, waaronder het aanvullende programma voor Griekenland, waaraan ook de private sector een zeer substantiële bijdrage levert. Tijdens de Eurotop is bepaald dat Griekenland met zijn private crediteuren en andere betrokken partijen om tafel zal gaan om te komen tot een vrijwillige obligatieomruil op basis van een nominale afslag van 50%. De Eurogroep zal spreken over de planning van dit proces en de voortgang die hier reeds is gemaakt. De obligatieomruil zal onderdeel zijn van een aanvullend programma, dat voor eind 2011 definitief overeengekomen zal worden.

Tevens zal de Eurogroep de modaliteiten van de twee hefboom opties voor EFSF die in de conclusie van de Eurotop worden genoemd verder uitwerken (de EFSF credit enhancements en de Special Purpose Vehicles om met het bijeenbrengen van private en publieke middelen de capaciteit van EFSF te vergroten).

Verder zal de Eurogroep waarschijnlijk spreken over het proces rond en de voorbereidingen ten behoeve van het interim-rapport dat de Voorzitter van de Europese Raad Van Rompuy zal opstellen met economische en budgettaire voorstellen om het functioneren van het eurogebied te verbeteren. Dit rapport zal Van Rompuy presenteren tijdens de Eurotop van december.

2. Stand van zaken ESM Verdrag

Tijdens de Eurogroep zal naar verwachting ook gesproken worden over de stand van zaken met betrekking tot het ESM verdrag. Naar aanleiding van de 21 juli besluitvorming wordt het verdrag tot oprichting van het ESM aangepast. Het gaat dan onder andere om het aanpassen van het ESM verdrag ten behoeve van de nieuwe instrumenten van preventieve kredietlijnen, secundaire opkopen, en herkapitalisaties van banken. Zie ook de brief die ik u vorige heb doen toekomen inzake een publieke externe audit board ter controle op het ESM (BZ/2011/723M). Over de uitwerking van de aanpassingen in het ESM verdrag wordt op dit moment tussen lidstaten overleg gevoerd. Om deze reden zijn de nationale ratificatieprocedures binnen de lidstaten tijdelijk opgeschort. Ondertekening van het aangepaste verdrag was aanvankelijk voorzien voor 7 november. Het is nog niet duidelijk of dit gehaald wordt of dat de ondertekening later deze maand gebeurd. Wanneer de wijzigingen van het ESM verdrag volledig zijn uitgevoerd zullen deze procedures worden hervat.

3. Economic governance – Scorebord

Document: n.v.t.

Aard bespreking: Aanname Raadsconclusies

Besluitvormingsprocedure: Consensus

Toelichting: Er zullen Raadsconclusies over het scorebord voorliggen ter aanname. Deze Raadsconclusies zullen in algemene termen ingaan op het scorebord en betreffen de indicatoren die onderdeel uitmaken van het scorebord. Daarnaast zal tijdens deze Ecofin Raad het definitieve scorebord worden vastgesteld, dat wil zeggen inclusief de grenswaarden. De laatste stand van zaken is dat het scorebord er als volgt uitziet:

Indicator

Drempelwaarde

Lopende Rekening

nog niet bekend

Netto Internationale Investeringspositie

– 35% van BBP

Exportmarktaandeel

– 6% mutatie bemeten over 5 jaar

Arbeidskosten per eenheid product

+ 9% mutatie bemeten over 3 jaar

Reële Effectieve Wisselkoers

+/– 5% bemeten over 3 jaar

Schuld private sector

+ 160% van BBP

Schuld overheid

+ 60% van BBP

Werkloosheid

+ 10% gemiddelde over 3 voorgaande jaren

Private Kredietgroei

+ 15% mutatie

Huizenprijzen

+ 6% mutatie t.o.v. inflatie

De invulling van asymmetrie in het scorebord is het laatste openstaande punt. Deze discussie draait voornamelijk om het vaststellen van de juiste grenswaarden voor de lopende rekeningindicator. Het aanvankelijke voorstel van de Commissie was een symmetrische lopende rekeningindicator met grenswaarden van -4% en +4%. Dit is een belangrijke discussie, aangezien in Nederlandse ogen vooral lidstaten met een lopende rekeningtekort kwetsbaar zijn. Zij kunnen immers te maken krijgen met een plotseling verlies van vertrouwen, gevolgd door een zeer schadelijke uitstroom van kapitaal. Verder worden landen met een slechte concurrentiepositie doorgaans gekenmerkt door een lopende rekeningtekort. Een asymmetrisch scorebord waarin de nadruk ligt op de tekortlanden ligt dus voor de hand.

4. Richtlijnvoorstel voor een Financiële transactiebelasting

Document: Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijk stelsel van belasting op financiële transacties en tot wijziging van Richtlijn 2008/7/EG. COM(2011) 594.

Aard bespreking: Presentatie van de Commissie van het voorstel

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting: De Commissie heeft een voorstel gedaan om een financiële transactiebelasting te introduceren voor de EU. In grote lijnen worden hierdoor financiële transacties belast met 0,1% mits uitgevoerd door financiële instellingen. Derivaten worden belast tegen 0,01%. De Commissie schat de opbrengst op € 57 miljard. Tegelijkertijd blijkt uit de effectbeoordeling die de Commissie heeft opgesteld, dat de belasting een negatief effect van tussen 0,5% en 1,8% BBP teweegbrengt op de economische groei. De Commissie zal tijdens deze Raad een presentatie houden over het onlangs gepubliceerde richtlijnvoorstel om een financiële transactiebelasting in te voeren.

5. Follow-up G20 3 en 4 november 2011 te Cannes

Document: n.v.t.

Aard bespreking: gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting: Op 3 en 4 november zal in Cannes een G20 top voor regeringsleiders worden gehouden. Nederland zal zelf niet bij deze G20 top aanwezig zijn, maar wordt vertegenwoordigd door de Europese commissie en raad. Tijdens de G20 top in Cannes zal gesproken worden over verschillende financiële maar ook niet financiële onderwerpen. Ten eerste zal de eurocrisis een prominente rol innemen. Daarnaast zal er gesproken worden over het Framework for Growth. Nederland steunt de Europese inzet op concrete en actiegerichte toezeggingen van G-20 leden teneinde een duurzame economische groei te bewerkstelligen. Nederland steunt tevens de Europese wens om progressie te boeken bij de hervorming van het internationaal monetair systeem, in het bijzonder door versterkte surveillance en coördinatie van monetair beleid, en bij het versterken van toezicht en regulering binnen de financiële sector. Ook zal er gesproken worden over de financiële transactiebelasting. Nederland verwelkomt daarnaast de ontwikkelingsagenda zoals die tijdens de aanstaande G20 top zal worden besproken, in het bijzonder de aandacht voor prijsvolatiliteit op de grondstoffenmarkt, het thema voedselzekerheid en de financiering van maatregelen tegen klimaatverandering.

6. Richtlijn Energiebelastingen

Document: n.v.t.

Aard bespreking: Oriënterend debat

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting: Het Poolse voorzitterschap overweegt een oriënterend debat dat richting kan geven aan de lopende onderhandelingen over het voorstel van de Europese Commissie tot herziening van de Energiebelastingrichtlijn. Reden hiervoor is dat lidstaten verdeeld zijn over het voorstel, ook over de kernelementen daarvan. Het voorzitterschap stelt één van de belangrijkste elementen van het Commissievoorstel ter discussie: het deels baseren van de grondslag van de minimumbelastingtarieven op de CO2-uitstoot van energieproducten. Daarnaast stelt het voorzitterschap dat de voorgestelde verplichting voor lidstaten om ook boven de Europese minima de belastingtarieven voor energieproducten in een vaste verhouding tot elkaar te laten staan, niet acceptabel is voor lidstaten en verwijderd zou moeten worden. Tot slot meent het voorzitterschap dat de impliciete verhoging van de minimumbelastingtarieven op de meeste energieproducten voor veel lidstaten voor problemen zorgt en dat hierover verder nagedacht zou moeten worden.

Gezien de meningsverschillen is het niet de verwachting dat een dergelijk debat duidelijkheid voor de verdere onderhandelingen zal geven. Nederland vindt het in dit stadium van de onderhandelingen te vroeg om de suggesties van het voorzitterschap over te nemen. De voorstellen van het voorzitterschap brengen het risico met zich mee dat de onderhandelingen direct zullen vastlopen. Nederland heeft weliswaar twijfels bij verschillende elementen van het richtlijnvoorstel, maar vindt dat er aanleiding is tot modernisering van de Energiebelastingrichtlijn, met name indien dit het functioneren van de interne markt kan verbeteren. Ook biedt het de mogelijkheid om een discussie te voeren over de huidige belastingen op energieproducten en elektriciteit en te pleiten voor het verhogen van minimumbelastingtarieven, hetgeen zou leiden tot een door Nederland gewenst gelijker speelveld t.a.v. de belastingen op energieproducten in de EU.

7. Internationale klimaatfinanciering

Document: Concept raadsconclusies. Niet openbaar.

Aard bespreking: aanname raadsconclusies

Besluitvormingsprocedure: gekwalificeerde meerderheid

Toelichting: Ter voorbereiding van de internationale klimaattop in Durban (november 2011) liggen er, ter aanname, raadsconclusies voor over de financiering van het internationale klimaatbeleid. Deze raadconclusies zijn een aanvulling op de in oktober aangenomen ECOFIN conclusies. De raadsconclusies bevestigen dat, ondanks de fiscaal krappe tijden, de EU haar financiële verplichtingen inzake korte termijn klimaatfinanciering nakomt. Daarnaast wordt het G20 rapport over bronnen van lange termijn klimaatfinanciering als een nuttige bijdrage aan de discussie over lange termijn klimaatfinanciering verwelkomd. Tenslotte wordt het nuttige werk van het Transitional Committee inzake het ontwerp van het Groene Klimaatfonds erkent. Er wordt geen discussie verwacht. Nederland kan instemmen met de voorliggende raadsconclusies.

8. Begrotingsraad van 18 November te Brussel

Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om de Kamer te informeren dat onlangs is bevestigd dat de begrotingsraad van 18 november a.s. doorgang zal vinden. De precieze agenda voor deze Raad is nog niet bekend. Het Europees Parlement heeft op 26 oktober haar positie bepaald ten aanzien van de Europese ontwerpbegroting voor 2012. Het Parlement is van mening dat de EU-begroting in 2012 met 4,0% in verplichtingen en 5,2% in betalingen zou moeten stijgen ten opzichte van 2011. Dit gaat nog verder dan het oorspronkelijke Commissievoorstel (3,7% stijging in verplichtingen en 4,9% in betalingen). Als de Raad hier niet mee akkoord gaat, zal op 8 november de conciliatieprocedure van start gaan. In juli heeft de Raad haar positie ingenomen; een stijging 2,9% in vastleggingen en 2,0% in betalingen. Nederland heeft hier met gelijkgestemde lidstaten tegengestemd, maar vond hiervoor geen blokkerende minderheid. De door het EP voorgestelde stijging is voor Nederland onacceptabel. Daarom zal Nederland vasthouden aan de Raadspositie zoals deze in juli is overeengekomen. Voor Nederland is een stijging met de inflatie het maximale.

9. Update Icesave

Op 28 oktober heeft  het IJslandse Supreme Court uitspraak gedaan over de afwikkeling van de failliete boedel van Landsbanki (Icesave) en de vraag of depositohouders hierbij voorrang krijgen. De Supreme Court heeft in de uitspraak de preferente behandeling van alle depositohouders bevestigd. Door de uitspraak kan een begin worden gemaakt met de terugbetaling. Naar verwachting zal nog dit jaar ongeveer een derde van de preferente vorderingen worden voldaan. De vorderingen van onder andere de Nederlandse staat, de banken, de provincies en de gemeenten en de 100+ groep komen voor deze uitbetaling in aanmerking. De details van de uitspraak worden momenteel bestudeerd.