Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-07 nr. 765

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 765 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 november 2010

Hierbij zend ik u het verslag van de vergadering van de Ecofin Raad van 16 en 17 november 2010 te Brussel. De voorlopige agenda van de Eurogroep en de Ecofin Raad van 6 en 7 december te Brussel is nog niet bekend.

Kort voor het AO en de Ecofin Raad zal zoals gebruikelijk de geannoteerde agenda aan uw Kamer worden gezonden.

De minister van Financiën,

J.C. de Jager

Verslag van de Eurogroep van 16 november en de Ecofin Raad van 17 november 2010 te Brussel

Op dinsdag 16 november vond de Eurogroep plaats. Op woensdag 17 november kwam de Ecofin Raad bijeen. Minister de Jager was namens Nederland aanwezig.

De bijeenkomst van de ministers van Financiën stond hoofdzakelijk in het teken van de financiële stabiliteit in de Eurozone (op 17 november heeft de minister van Financiën uw Kamer in een aparte brief hierover ingelicht). Ook ging veel aandacht van de Raad uit naar de uitkomsten van de Europese Raad van 28 en 29 oktober met betrekking tot crisis resolutie. Hierbij is meer duidelijkheid gekomen over de rol van de Ecofin Raad in de verdere discussie. De Raad heeft tevens zijn goedkeuring gegeven voor de door het Voorzitterschap voorgestelde oriëntatie met betrekking tot BTW op financiële diensten. De Voorzitterschapconclusies met betrekking tot klimaatfinanciering werden breed gesteund door de Raad. Tot slot zijn de raadsconclusies over zowel het EPC/ESC rapport over pensioenen als ook het onderwerp statistiek zonder discussie aanvaard.

Het officiële verslag van het Voorzitterschap vindt u via onderstaande link:

http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/nl/ecofin/117869.pdf

1. Financiële stabiliteit

Over het onderwerp financiële stabiliteit is uw Kamer reeds ingelicht in brief 1372M van 17 november. Hierin staat dat Ierland tijdens de Eurogroep niet had verzocht om financiële steun. De Eurogroep benadrukte klaar te staan om te handelen, indien nodig, om de financiële stabiliteit in het eurogebied te waarborgen. In het geval van steun onder EFSF dient een programma unaniem goedgekeurd te worden door de eurolanden waarbij afgesproken is dat de condities en voorwaarden die op een eventueel programma van toepassing zouden zijn, vergelijkbaar moeten zijn met de leningen aan Griekenland. Afgesproken is ook dat steun altijd plaatsvindt in de context van een programma samen met het IMF.

2. BTW op verzekeraars en financiële diensten

De Raad heeft zijn goedkeuring gegeven aan de door het Voorzitterschap voorgestelde oriëntatie. In deze oriëntatie onderschrijft het Voorzitterschap het belang van een uniforme uitleg van de vrijstellingsbepalingen. Voorts doet het Voorzitterschap enkele voorstellen om tot een uniforme uitleg te komen, bijvoorbeeld door een onderzoek in te stellen naar uitbesteed vermogensbeheer en naar mogelijke verbeteringen van de bestaande optieregeling voor belastingheffing. Ook concludeert het Voorzitterschap dat een nadere regeling voor EU-samenwerkingsverbanden niet nodig is. Nederland onderschrijft het belang van een uniforme uitleg en begroet de goedkeuring van de oriëntatie van het Voorzitterschap door de Raad.

3. Administratieve samenwerkingsrichtlijn

Op het laatste moment is de administratieve samenwerkingsrichtlijn toegevoegd aan de agenda.

De Nederlandse bezwaren betreffende onevenwichtige informatiestromen tussen lidstaten zijn inmiddels weggenomen. De Minister heeft het Voorzitterschap dan ook gefeliciteerd met het voorliggende compromisvoorstel: er is een goed evenwicht gevonden tussen enerzijds de op dit beschikbare informatie en anderzijds de verplichte norm waarnaar we moeten streven. De overgrote meerderheid van de Raad deelt deze mening. Het Belgisch Voorzitterschap hoopt tijdens de Ecofin Raad van 7 december een akkoord over de richtlijn te bereiken.

4. Presentatie Jaarverslag Europese Rekenkamer begroting 2009

In haar jaarverslag bespreekt de Europese Rekenkamer (ERK) de uitvoering van de Europese begroting 2009 inclusief de rechtmatigheidsverklaring. De ERK verstrekt ook dit jaar geen goedkeurende verklaring voor de EU-begroting als geheel (het foutenpercentage is hoger dan 2%). Sinds 2006 is wel een duidelijke verbetering te zien: het gemiddelde foutenpercentage daalde van ruim 7% naar ruim 3%.  Dit jaar zijn bij de structuur- en cohesiefondsen aanzienlijk minder fouten aangetroffen dan vorige jaren. Bij landbouw is het foutenpercentage iets gestegen, tot net boven de 2%. Wel is het foutenpercentage bij het onderdeel plattelandsbeleid behoorlijk gedaald. De Raad nam kennis van de bevindingen van de ERK en heeft alle partijen die betrokken zijn bij het beheer van de EU-begroting opgeroepen hun inspanningen voort te zetten om het toezicht te verbeteren en de foutenmarge bij begrotingsbetalingen te reduceren. Het dechargeadvies is geagendeerd voor de Ecofin Raad van 15 februari. In het hieraan voorafgaande Algemeen Overleg zal uw Kamer worden geïnformeerd over de inzet van het kabinet.

5. Terugkoppeling Europese Raad 28–29 oktober

Met betrekking tot de terugkoppeling van de Europese Raad jl. gaf het Voorzitterschap aan dat binnenkort een Raadswerkgroep zal worden opgericht om de voorstellen betreffende economic governance verder te bespreken. Dit onderwerp zal tevens aan de orde worden gesteld in de aankomende Ecofin Raad op 7 December. Op die Raad zal sprake zijn van een tussenrapportage over de voortgang die inmiddels is geboekt met het invullen en uitwerken van de besluiten in het van Rompuy rapport dat op de Europese Raad van 28 en 29 oktober is vastgesteld.

Ook is gesproken over het permanent crisis mechanisme. De Europese Commissie benadrukte dat een door de Europese Raad ingestelde permanent crisismechanisme altijd drie elementen zou kennen: beleidscondities verankerd in een EU/IMF programma, een financieringsmechanisme en een bepaalde mate van betrokkenheid van de private sector. De Commissie bevestigde nog eens dat men – in nauwe samenwerking met de Voorzitter van de Europese Raad- alle lidstaten zal consulteren voordat een concreet voorstel hiertoe uitgevaardigd zal worden.

In de korte discussie die volgde op de uiteenzettingen van de Commissie gaf Minister de Jager aan wat de Nederlandse uitgangspunten voor een permanent crisismechanisme zijn. Hij benadrukte hierbij in eerste instantie het belang van «voorkomen boven genezen»: NL hecht zeer aan de versterking van het Stabiliteits- en Groei Pact. Een geloofwaardig crisismechanisme is het sluitstuk van een gedegen governance ter voorkoming van crises. Ten tweede noemde de Minister nauwe betrokkenheid van het IMF essentieel. Tenslotte steunde de Minister de betrokkenheid van de private sector waarbij hij de noodzaak van een case-by-case benadering onderstreepte.

Het onderwerp heffingen en belastingen in de financiële sector is niet meer echt aan de orde gekomen. Wel heeft het Voorzitterschap gesteld dat men van plan is om bij de volgende Ecofin Raad verder van gedachten te verwisselen over dit onderwerp.

6. Follow-up G20 top 11–12 november in Seoul

Na een korte reflectie op de belangrijkste uitkomsten van de G20 top, de hervormingen van het IMF en afspraken in het kader van het G20 Framework for Growth, richtte de discussie zich op de vraag van de toekomstige vertegenwoordiging van de EU bij de G20. De juridische dienst van de Raad verduidelijkte dat bij G20 onderwerpen sprake is van een exclusieve dan wel gedeelde bevoegdheid van lidstaten. Daarom is het volgens de juridische dienst aan de lidstaten om te kiezen door wie zij vertegenwoordigd willen worden bij de G20. In de verdere discussie werd vooral benadrukt dat de vraag naar de gepaste vertegenwoordiging van de EU in de G20 het streven om tot een krachtig en eensluidend EU standpunt te komen niet mag overschaduwen. Frankrijk is de nieuwe voorzitter van de G20. Volgens de Commissie biedt dit goede aanknopingspunten om de EU coördinatie van standpunten ook in Ecofin verband verder te versterken.

7. Klimaatfinanciering

De Voorzitterschapconclusies met betrekking tot klimaatfinanciering werden breed door de Raad gedragen. In de conclusies spreekt de Raad zijn steun uit voor het door het EPC en het EFC voorbereidde rapport over korte termijn klimaatfinanciering. Hieruit wordt duidelijk dat de EU goed op weg is om de door haar gedane toezeggingen op dit gebied na te komen. Tevens onderstreepte de Raad in de conclusies wederom dat bij het ontwerpen van een internationale financiële architectuur, overwegingen inzake coherentie, efficiëntie, doeltreffendheid, aanpassingsvermogen, evenwichtige vertegenwoordiging en institutionele economie centraal moeten staan. De rol die de particuliere sector speelt bij het genereren van financiering voor klimaatinvesteringen bevestigt de noodzaak om deze nauw bij het proces te betrekken. Tevens nam de Raad nota van het rapport van de door de VN-secretaris-generaal ingestelde adviesgroep over bronnen van lange termijn klimaatfinanciering (AGF). De Raad onderschreef de conclusie van het AGF, dat een combinatie van publieke en private financiering (onder meer financiering via de koolstofmarkt), betere toegang tot leningen en het aantrekken van kapitaal door de internationale financiële instellingen nodig is. De conclusies worden nu doorgeleid naar de Milieuraad, waar de EU inzet voor de Conference of the Parties van de UNFCCC in Cancun van 29 november tot 11 december vastgesteld zal worden.

8. Rapport EPC/SPC over pensioenen

Het EPC en SPC hebben gekeken naar de toereikendheid en houdbaarheid van de oudedagsvoorziening, in het licht van de gevolgen van de economische crisis en de uitdaging van de vergrijzing. Hun bevindingen zijn op hoofdlijnen in lijn met Nederlands beleid: pensioenbeleid en werkgelegenheidsbeleid moeten elkaar ondersteunen. Langer doorwerken bevordert zowel de toereikendheid als de houdbaarheid van pensioenen. Pensioenstelsels moeten ook proactief reageren op een stijgende levensverwachting en veranderende economische omstandigheden. Voorts is van belang dat publieke en private pensioenvoorzieningen elkaar optimaal aanvullen. De Raadsconclusies zijn zonder discussie aangenomen.

9. Statistieken van de overheidsfinanciën

Dit onderwerp, dat jaarlijks terugkeert op de Ecofin Raad is op het laatste moment nog toegevoegd aan de agenda. Het belangrijkste element van de conclusies is een forse tekst over Griekenland dat nog steeds grote tekortkomingen kent met betrekking tot de kwaliteit van zijn statistieken en zijn statistische governance. Voorts wordt in het kader van de voor 2012 geplande herziening van de verordeningen betreffende het Europees Systeem van Rekeningen gevraagd om een impact assessment van de gevolgen van de invoering van het nieuwe ESR (methode om het EMU-saldo te berekenen) op het EMU-saldo en de EMU-schuld. Voorts werd het rapport van de Europese Adviescommissie voor statistische governance (ESGAB) verwelkomd. De ESGAB benadrukt dat de huidige code of practice inzake de statistiek beter nagevolgd moet worden door de lidstaten. Hiervoor is een wettelijke basis wenselijk.

10. Diversen

De Raad heeft nota genomen van een presentatie door de president van de Europese

Investeringsbank over de bijdrage van de EIB aan de strategie van de EU voor het Oostzeegebied. Reeds voorafgaand aan de Ecofin Raad is de wijziging van de verordening inzake kredietbeoordelaars verwijdert van de agenda – in Coreper is het door het Voorzitterschap voorgestelde «general approach» met gekwalificeerde meerderheid vastgesteld. Op basis hiervan kan het Voorzitterschap met het Europese Parlement de triloogononderhandelingen starten. De behandeling van de peer review van Duitsland en Italië in de Eurogroep is uitgesteld.