Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201021501-07 nr. 751

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 751 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 september 2010

Hierbij zend ik u het verslag van de vergadering van de Ecofin Raad van 7 september en de Van Rompuy werkgroep van 6 september 2010 te Brussel. De voorlopige agenda van de Van Rompuy werkgroep, Eurogroep en Ecofin Raad van 30 september en 1 oktober 2010 te Brussel is nog niet bekend. Kort voor de Ecofin Raad zal zoals gebruikelijk, de geannoteerde agenda aan uw Kamer worden gezonden.

De minister van Financiën,

J. C. de Jager

Verslag Eurogroep, Ecofin Raad en Van Rompuy Taskforce 6 en 7 juli te Brussel

Algemeen

Op dinsdag 7 september vonden de vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofin Raad plaats te Brussel. Op maandag 6 september kwam de Van Rompuy Taskforce bijeen. Minister De Jager was namens Nederland aanwezig bij de Ecofin Raad.

Er is met name van gedachten gewisseld over mogelijkheden voor een bankenbelasting/heffing en voor een transactiebelasting. De Raad heeft daarnaast ingestemd met het pakket voor financieel toezicht dat uit de onderhandelingen met het Europees parlement en de Commissie was gekomen. Het Europees Parlement zal het compromis in een plenaire stemming eind september bekrachtigen zodat de nieuwe financiële toezichtstructuur voor de EU vanaf 1 januari 2011 in werking kan treden. De Raad heeft ook ingestemd met het opzetten van het Europees semester, dit zal per 2011 ingevoerd worden.

Het officiële verslag van het Voorzitterschap vindt u via onderstaande link:

http://consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/ecofin/116306.pdf

Het Europese semester

De ministers hebben de code of conduct, waarin de vereisten voor de Stabiliteits- en Convergentieprogramma’s zijn opgenomen, aangepast ten behoeve van het Europese semester. Er is besloten dat landen hun programma’s in april indienen in Brussel. In de programma’s moeten lidstaten, zoals reeds de bestaande praktijk is, inzicht geven in de budgettaire plannen voor de komende jaren. Het verschil met het verleden is dat lidstaten geacht worden op hoofdlijnen meer in te gaan op de plannen voor het komende begrotingsjaar. In het verleden gingen lidstaten in de programma’s met name in op het lopende begrotingsjaar, waardoor het in praktijk vaak niet meer mogelijk was om de aanbevelingen van de Commissie en de Raad te verwerken in de begroting. Het Europese semester beoogt dus meer ex ante coördinatie.

Aangezien Nederland een meerjarenbegrotingsystematiek kent, kan Nederland voldoen aan de nieuwe vereisten voor het Stabiliteitsprogramma zonder het nationale begrotingsproces aan te passen. Op verzoek van Nederland is in de code of conduct ook opgenomen dat programma’s in vervolg duidelijk moeten aangeven of en waarom er wordt afgeweken van de budgettaire plannen uit eerdere programma’s, zodat er ook meer aandacht komt voor ex post monitoring.

Bankenbelasting

Tijdens de Ecofin Raad is er gesproken over de bankenbelasting. Het doel van een bankenbelasting is het beprijzen van impliciete garanties voor de financiële sector. Hierdoor wordt het systeemrisico van de financiële instellingen verkleind en grijpt de belasting aan bij de oorzaak van de huidige financiële crisis. Er vond een open discussie plaats en er lijkt zich een breed draagvlak te ontwikkelen voor de invoering van een bankenbelasting. Over de precieze vormgeving lopen de meningen uiteen. Eind september zal er tijdens de Informele Ecofin Raad verder over dit onderwerp gesproken worden.

Minister de Jager heeft, zoals al eerder is aangegeven tijdens het AO over de Ecofin Raad in de Tweede Kamer, zich een voorstander getoond van de bankenbelasting, zij het onder de voorwaarden dat de heffing gecoördineerd in Europa wordt ingevoerd, er rekening wordt gehouden met stapeling van maatregelen voor banken en dat de kredietverlening door banken niet in gevaar komt. Daarnaast heeft de Minister aangegeven er een voorstander van te zijn dat de opbrengsten naar de algemene middelen zullen vloeien. Het is voor Nederland belangrijk dat de nationale parlementen bepalen wat er met de opbrengsten gebeurt en niet dat de gelden worden opgepot in een fonds. Met name de punten over de coördinatie van de belasting en het voorkomen van het stapelen van maatregelen vond algemene steun van andere lidstaten. Er is wel verdeeldheid over de aanwending van de opbrengsten. Deze punten worden meegenomen in de verdere uitwerking door de Commissie.

Transactiebelasting

Naast de bankenbelasting stond transactiebelasting als apart punt op de agenda. Het doel van een transactie belasting is om het aantal speculatieve transacties op de financiële markten terug te dringen. Het was de eerste keer dat deze belasting besproken werd in de Ecofin Raad. Minister de Jager heeft zich uitgesproken tegen de invoering van een transactie belasting. De Minister heeft benadrukt dat banken deze belasting zeer gemakkelijk kunnen ontwijken door hun transacties te verplaatsen naar een land waar geen transactiebelasting wordt geheven. Hij refereerde hierbij tevens aan de slechte ervaringen in een ander Europees land, waar de invoering van een transactiebelasting desastreuze gevolgen had door het wegtrekken van financiële instellingen. Het is uitgesloten een transactiebelasting in te voeren als dat niet internationaal – en ook buiten Europa – gecoördineerd wordt. Verder heeft hij naar voren gebracht dat Nederland van mening is dat een dergelijke belasting geen goed instrument is om het systeemrisico van de financiële instellingen te bestrijden en technisch en praktisch moeilij vorm te geven is. Dit standpunt werd gedeeld door een grote meerderheid van de lidstaten.

Omdat een paar lidstaten een is van een dergelijke belasting, is er geconcludeerd dat de Commissie verder onderzoek zal doen naar een mogelijk alternatief op de transactiebelasting. Hierbij richt de Commissie zich op de financiële activiteiten belasting die bijvoorbeeld de winsten van banken of lonen die zijn uitbetaald door de banken belast. Ook over dit onderwerp zal tijdens de informele Ecofin Raad eind september verder worden besproken.

IMF quota en governance

Dit onderwerp werd in een laat stadium aan de agenda van de Ecofin Raad toegevoegd. De G20 hebben afgesproken dat de hervorming van de IMF governance en quota, waar in Pittsburgh toe besloten werd, in november 2010 afgerond dient te zijn. De onderhandelingen zullen naar verwachting intensiever worden de komende weken, in het bijzonder in de aanloop naar de IMF jaarvergadering begin oktober 2010 en de G20 top in Seoul in november. De Verenigde Staten hebben extra druk op de onderhandelingen gezet door de voor dit najaar geplande reguliere verkiezing van Bewindvoerders, waarbij ook de omvang van de Raad van Bewind wordt vastgesteld, in de discussie te betrekken. De agendering was bedoeld om de stand van zaken te bediscussiëren, maar dit kwam er door de volle agenda nauwelijks van. Verwacht wordt daarom dat dit onderwerp ook op de agenda van de informele Ecofin eind september gezet zal worden.

Griekenland: implementatie van het Economic Adjustment Programme en non-participatie Slowakije

Tijdens de eurogroep van 7 september jl. is kort teruggeblikt op de eerste formele review van het Griekse steunprogramma die plaatsvond tussen 26 juli en 5 augustus 2010. Het IMF, de Europese Commissie en de ECB rapporteren vierjaarlijks over de implementatie van de beleidsaanpassing waaraan Griekenland zich in het kader van het leningenprogramma heeft gecommitteerd.

Uit de analyse blijkt dat belangrijke structurele hervormingen zijn doorgevoerd, bijvoorbeeld op het terrein van de arbeidsmarkt, het pensioenstelsel en het openbaar bestuur. Alle fiscale maatregelen die voor 2010 gevraagd werden, zijn inmiddels door het parlement aangenomen. Griekenland is goed op weg voor wat betreft de naleving van de afspraken en voldoet dan ook in ruime mate aan de eisen die waren gesteld aan vrijgave van de tweede leningtranche. Op 31 augustus jl. is dan ook besloten tot uitkering van de tweede tranche.

Nederland betreurt het feit dat Slowakije niet deelneemt aan het leningenpakket voor Griekenland. De Eurogroep heeft Slowakije hier reeds meermaals op aangesproken. Het besluit van Slowakije heeft geen gevolgen gehad voor de uitkering van de tweede leningtranche. Echter heeft het besluit evenmin consequenties voor de totale bijdrage van Nederland aan het Griekse steunprogramma. De totale omvang van de Nederlandse bijdrage bedraagt 4,7 miljard euro.

Financieel toezicht

De Ecofin Raad heeft ingestemd met de uitkomsten van de onderhandelingen die het Belgische voorzitterschap heeft gevoerd met het Europees Parlement en de Europese Commissie over het financieel toezicht pakket. De instemming van de Raad betekent een grote stap vooruit in de coördinatie van het toezicht op financiële instellingen in de Europese Unie. Het Europees Parlement zal in de tweede plenaire stemming in september definitief stemmen over de teksten. Als het Europees Parlement dan akkoord gaat, zal de nieuwe structuur voor Europees toezicht per 1 januari 2011 actief zijn.

Het nieuwe pakket voor financieel toezicht houdt in dat er drie autoriteiten komen die het toezicht op banken, verzekeraars en effectenmarkten zullen versterken. Daarnaast komt er een European Systemic Risk Board die macro risico's zal moeten signaleren en deze via waarschuwingen en aanbevelingen zal moeten tegengaan.

Werkgroep Van Rompuy

Voor de zomer heeft de werkgroep Van Rompuy met name op hoofdlijnen gesproken over wat er verbeterd moet worden aan de budgettaire en economische coördinatie in de EU. Zo is er tijdens de vergadering van de werkgroep in juli onder andere besloten dat er beter toezicht moet komen op macro-economische onevenwichtigheden, dat het makkelijker moet worden om sancties in te zetten, dat er minimumeisen gesteld dienen te worden aan nationale raamwerken voor de begrotingsprocessen, en dat er meer aandacht moet komen voor schuld.

Tijdens de zomer hebben de juridische dienst van de Raad en de Commissie een analyse gemaakt van wat er juridisch gezien haalbaar is binnen het Verdrag van Lissabon. Enkele hoofdpunten uit deze analyse zijn:

  • Het is mogelijk om een onevenwichtighedenprocedure op te zetten om daarmee macro-economische onevenwichtigheden in de EU te monitoren. Qua afdwingmechanisme is het niet mogelijk om financiële sancties te geven aan niet-eurolanden, maar is het wel mogelijk om financiële sancties te geven aan eurolanden.

  • Voor sommige EU-fondsen, zoals cohesie- en structuurfondsen, is het mogelijk om als voorwaarde te stellen dat een lidstaat de overheidsfinanciën op orde heeft. Het is dus mogelijk om EU-subsidies in te zetten als sanctiemechanisme. Bovendien is het voor eurolanden mogelijk om nieuwe sanctiemogelijkheden te ontwikkelen, waarbij het in sommige gevallen ook kan om de stemprocedure om te keren (dan is een gekwalificeerde minderheid nodig in plaats van een gekwalificeerde meerderheid om een sanctie te geven aan een lidstaat). Dit laatste zal leiden meer automatisme bij het inzetten van sancties.

  • Het is mogelijk om minimumkwaliteitseisen te stellen aan nationale budgettaire raamwerken, aangezien het protocol van het Verdrag van Lissabon aangeeft dat lidstaten hun begrotingssystematiek zo ingericht moeten hebben dat het mogelijk is om aan de Europese begrotingsregels te kunnen voldoen.

  • Het schuldcriterium staat in principe op gelijke voet als het tekortcriterium en het is daarom mogelijk om een buitensporigtekortprocedure op te starten als de schuld van een lidstaat boven de 60%-grens ligt en die niet in voldoende mate afneemt.

De werkgroep heeft tijdens de vergadering op 6 september met name gesproken over sancties in het kader van het SGP en de onevenwichtighedenprocedure, mede op basis van de analyse van de juridische dienst.

De komende weken zal verder gewerkt worden aan de verdergaande concretisering van de afspraken zodat deze kunnen worden vervat in het eindrapport van de werkgroep dat aan de Europese Raad van oktober zal worden aangeboden.

Tijdens de Europese Raad van 16 september zal ER-voorzitter Van Rompuy mondeling verslag doen van de voortgang van de werkzaamheden van de werkgroep.