Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201021501-07 nr. 677

21 501-07
Raad voor Economische en Financiële Zaken

nr. 677
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 20 oktober 2009

De vaste commissie voor Financiën1 en de vaste commissie voor Europese Zaken2 hebben op 24 september 2009 overleg gevoerd met staatssecretaris De Jager van Financiën over:

– de brief van de minister van Financiën d.d. 15 september 2009 over het verslag van de informele Ecofinraad van 2 september 2009 (21 501-07, nr. 670);

– de brief van de minister van Financiën d.d. 1 oktober 2009 over de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en informele Ecofin van 1 en 2 oktober 2009 (21 501-07, nr. 672);

– de brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken d.d. 31 augustus 2009 over het voorstel betreffende wet- en regelgeving kapitaalvereisten (22 112, nr. 911);

– de brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken d.d. 31 augustus 2009 over de mededeling inzake garanderen efficiënte, veilige en gezonde derivatenmarkten (22 112, nr. 908);

– de brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken d.d. 1 september 2009 over de mededeling inzake btw-groepoptie (22 112, nr. 907);

– de brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken d.d. 30 juni 2009 over de mededeling inzake bevordering van goed bestuur in belastingzaken (22 112, nr. 883).

Van het overleg brengen de commissies bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,

Blok

De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,

Waalkens

De griffier van de vaste commissie voor Financiën,

Berck

Voorzitter: De Nerée tot Babberich

Griffier: Berck

Aanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Irrgang, Koşer Kaya, De Nerée tot Babberich, Peters en Vos,

en staatssecretaris De Jager, die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn ministerie.

De voorzitter: Dit algemeen overleg wordt gevoerd met de staatssecretaris van Financiën, omdat de minister van Financiën in Pittsburgh is. Op de agenda staan onder andere het verslag van de Ecofinraad van 2 september jl., de agenda voor de informele Ecofin van 1 oktober en diverse fiches. Vanmorgen zijn de nieuwe voorstellen van de Commissie gepubliceerd over het financieel toezicht en andere zaken. Zij staan niet op de agenda, maar ik kan mij voorstellen dat de staatssecretaris daarop toch even wil reageren. Daarnaast weet ik niet of de leden erop in zullen gaan. Wat niet onmiddellijk tijdens dit overleg afgedaan kan worden, kan schriftelijk aan de Kamer worden gezonden.

Ik deel nog mee dat de heer Weekers verhinderd is wegens griep.

Mevrouw Vos (PvdA): Voorzitter. Ik kan kort zijn over de fiches over derivatenmarkten, de groepoptie en bevordering van goed bestuur en belastingzaken, omdat ik het wel eens ben met de inzet daarbij van het kabinet. Ik heb naar aanleiding van het fiche over wet- en regelgeving kapitaalvereisten een aantal algemene vragen, al heb ik het gehele EU-pakket wetgeving natuurlijk niet kunnen lezen. Ik weet niet in hoeverre de staatssecretaris daarop nu in kan gaan. Wat de gezamenlijke stroppenpot betreft; tot er iets gebeurt, zullen banken in tijden van nood langs de nationale lijnen uiteengescheurd worden. Is er al enig idee welke ontwikkelingen wij kunnen verwachten ten aanzien van de nationale stroppenpot?

Er komen drie nieuwe Europese autoriteiten voor microprudentieel toezicht. De vraag is hoe machtig zij zullen zijn. Kunnen bijvoorbeeld de Britten, als puntje bij paaltje komt, uiteindelijk toch alles zelf beslissen? Als dat niet zo is – hierover hebben wij vanmorgen ook gesproken met de heren Wellink en Hoogervorst – hoe voorkomen wij dan dat de toezichthouders de groei van hun eigen sector toch als doel zullen beschouwen? Wat betekent de komst van drie nieuwe toezichthouders voor microprudentieel toezicht voor ons Twin Peaks-model? Wij hadden vanmorgen de topics van het Twin Peaks-model op bezoek.

Naar aanleiding van het fiche over kapitaalvereisten: wij lazen deze week in de krant dat het IMF vindt dat je leningen moet kunnen securitiseren. Wij zijn het overigens eens met de inzet van het kabinet op dat punt. Als je nu weer een extra categorie toestaat voor resecuritisatie, dan creëer je weer een maas in de wet, en dan zijn wij even ver als vorig jaar. Wat dat betreft, steun ik de inzet van het kabinet. IMF en Wereldbank zeggen dat leningen gesecuritiseerd mogen worden, en dan niet zoals voorheen, toen niemand de risico’s zag en je die kon wegmoffelen, maar op een veilige manier. Wij zijn benieuwd hoe het kabinet aankijkt tegen deze oproep. Is het gevaar niet dat risico’s opnieuw, alhoewel gespreid, uiteindelijk in het systeem blijven?

Het IMF stelt dat de eis van 5% misschien te hoog is. Wij vinden van niet, omdat het aanhouden van 5% een goede manier is om zelf ook enig risico te dragen. Deelt de staatssecretaris onze mening dat de eis van 5% er juist voor zorgt dat er prikkels blijven? Mocht het IMF gelijk hebben, kan hij uitleggen waarom?

Een andere discussie die afgelopen week speelde, betreft het nieuwe monetaire beleid. De heer Wellink heeft daar ook een aantal dingen over gezegd. De Centrale Bank zou niet alleen naar de inflatie moeten kijken, maar bijvoorbeeld ook naar huizenprijzen en aandelenkoersen. Dit schijnt al een heel oude economische discussie te zijn. De keuze is: moet je af en toe een grote financiële crisis accepteren of moet je regelmatig, misschien onterecht, een bubbel of een ballon doorprikken? Is het kabinet al met die kwesties bezig? Wat zijn de economische kosten? Dat is van belang ook omdat de heer Wellink zich in deze discussie heeft gemengd. Ik ben benieuwd naar het standpunt van het kabinet.

Naar aanleiding van de informele agenda van 1 oktober het volgende. Er wordt ook weer over bonussen gesproken. Ook vanmorgen hebben wij daarover uitgebreid gesproken met DNB en AFM. Is het kabinet tevreden over de conclusies van de G20 in Pittsburgh? Het aanpakken van bonussen is niet het enige instrument om risicovol gedrag van banken en financiële instellingen in te dammen. Dit heeft ook wel te maken met de structuur van banken. Een andere discussie die vaak opkomt en die in de kabinetsvisie op het toezicht van financiële markten is behandeld, is bijvoorbeeld het scheiden van risicovolle consumentendelen van banken. De Glass-Steagall Act, die in de jaren dertig in de Verenigde Staten is ingevoerd na de enorme crisis, is in de jaren negentig opgeheven en dat heeft mede geleid tot de rampen waarmee wij nu zitten. Het kabinet vindt dat een interessant idee, maar heeft geconcludeerd dat dit alleen Europees kan. Wat zijn de gevolgen als Nederland zelf bepaalt dat er consumentenbanken zijn en dat daarnaast, met een dikke Chinese muur ertussen of anderszins gescheiden ...

De voorzitter: Ik vraag u om u te beperken tot de agenda van de Ecofin.

Mevrouw Vos (PvdA): Ik wil er toch iets over vragen.

De voorzitter: Ik heb u een tijd uw gang laten gaan, maar ik vraag u om weer terug te keren bij de agenda van de Ecofin.

Mevrouw Vos (PvdA): Ik vind dat dit punt ook op de agenda van de Ecofin moet staan! Daarom zeg ik het ook. Ik ben benieuwd naar wat er zou gebeuren als Nederland dat zou doen. In Schotland kunnen ze het wel. Daar is een fijne bank, die ook goed is gegroeid, de Airdrie Savings Bank, die alleen in simpele spaarrekeningen en dergelijke doet. Wil het kabinet deze discussie aangaan? Gaat het kabinet dit onderzoeken en, zo ja, wanneer? Het heeft dit wel aangegeven in de brief over het toezicht.

Als laatste punt kom ik op de top in Kopenhagen, waar minister-president Balkenende waarschijnlijk heengaat. Wat zal de insteek van minister Bos zijn volgende week? Kunnen wij een soort van Obama-achtige Gore-oproep verwachten met bedragen zoals 100 mld., om uiteindelijk de klimaatcrisis te lijf te gaan? Ik ben benieuwd naar de insteek van de minister.

De heer Irrgang (SP): Voorzitter. Er staat een groot aantal belangrijke onderwerpen op de agenda, maar ik probeer mij te beperken. De discussie over de inrichting van het Europees financieel toezicht zal zich natuurlijk voortzetten. Zoals bekend, is de SP-fractie daar geen voorstander van, maar wij vinden het wel heel belangrijk dat de bevoegdheden van lokale toezichthouders en van nationale toezichthouders worden versterkt. Dat is ook specifiek bij Icesave een groot probleem geweest. Het gaat dan om host country-bevoegdheden. Mijn eerste vraag aan de plaatsvervangend minister van Financiën is: hoe staat het daar nu mee? Volgens mij is er op dat punt weinig nieuws te melden. Het is belangrijk, want dat is ook gebleken bij Icesave.

Hoe staat het met de discussie in Europa over de precieze bevoegdheden van de Europese toezichthouders? Als ik het goed heb begrepen, is er nog wel verschil van mening, niet alleen met de Britten, maar ook de Fransen en een aantal andere Europese lidstaten. Is de plaatsvervangend minister van Financiën het met ons eens dat het onderscheid tussen bindende mediation en het nationale budget dat ter discussie komt te staan, in de praktijk moeilijk is te maken? Als uiteindelijk in Europa het finale oordeel kan worden geveld dat moet worden ingegrepen bij ABN AMRO, bijvoorbeeld om wel of niet te nationaliseren, dan gaat het uiteindelijk ook over de nationale begroting. Dat onderscheid is in de praktijk niet of uitermate moeilijk te maken. Graag een reactie daarop.

Mijn fractie roept het kabinet op om enige terughoudendheid te betrachten ten aanzien van de stresstesten, want meer openbaarheid is niet per definitie goed. Sterker nog, in tijden van financiële crises kan het erg onverstandig zijn om zeer transparant te zijn over wat er nog allemaal aan financiële rotzooi op de balansen van banken staat. Je kunt daar meer problemen mee veroorzaken dan je ermee oplost. Wij pleiten voor voorzichtigheid.

Vanmorgen zijn in het gesprek met de heer Wellink van DNB en de heer Hoogervorst van de Autoriteit Financiële Markten de bonussen aan de orde geweest. Graag een reactie op de stelling van de heer Wellink dat hij meer bevoegdheden nodig heeft om tot een verdergaande aanpak van bonussen te komen. Deelt het kabinet die analyse? Is het kabinet ook bereid om met meer wetgeving te komen?

De Europese en internationale discussie in de G20 over de aanpak van bonussen wekt de suggestie, afhankelijk van de krant die je leest, dat er wel of niet aan een plafond voor bonussen wordt gewerkt. De kop van het Financieele Dagblad was: EU stelt plafond aan bankiersbonus, en die van de Volkskrant: EU geen plafond aan bonus bankier. Volgens mij heeft in dit geval de Volkskrant gelijk. Ik zie aan de reactie van de journalist in de zaal dat dit klopt. Als je voor de prachtige formulering kiest dat sprake moet zijn van een passende verhouding tussen vast en variabel, dan is dat natuurlijk geen plafond, zeker niet als dit een pas toe- of leg uit-regel is. Nogmaals, de oproep van de SP aan de plaatsvervangend minister van Financiën is om hier keihard in te zijn. Er moet echt iets veranderen in de financiële sector. Alleen maar prachtige oproepen van president Obama zijn onvoldoende.

De term «exitstrategieën» suggereert dat wij al met exit bezig zijn. Dat is nu misschien het verkeerde signaal om veel energie in die discussie te steken. Het algemene inzicht nu is dat er volgend jaar in Nederland geen groei verwacht wordt. Voor het eerst sinds 25 jaar, met uitzondering van vorig jaar, toen wij het meest dramatische cijfer in 80 jaar hadden, is er geen economische groei. Is al die energie die nu in exitstrategieën wordt gestoken wel nodig?

De hedgefondsen zijn naar mijn mening een ontzettend belangrijk onderwerp. Vanmorgen is ook al even zijdelings aan bod gekomen dat je, als al die bankiers straks weer bij hedgefondsen of bij andere alternatieve beleggingsfondsen, private equity etc. gaan werken, daar al die beloningen opstrijken en daar de meest risicovolle dingen gebeuren – wat ook wel het schaduwbancaire systeem wordt genoemd – het risico loopt dat je nog niet echt verder komt. Daarom is regulering van deze hedgefondsen en private equity van groot belang. De discussie hierover in Europees verband zit behoorlijk vast, ook omdat het ontzettend gecompliceerd is. Van een hedgefonds bestaat niet eens een officiële definitie. Dat het allemaal niet zo gemakkelijk is, hoeft niet ontkend te worden, maar het moet wel gebeuren. Door het Zweeds voorzitterschap is een paper geschreven over de problemen en de verschillen van mening. De indruk die wordt gewekt is dat een groot deel – er stond zelfs een «overwhelming majority» – van de lidstaten vindt dat er maar niet te veel beperkingen moeten worden gesteld aan hedgefondsen van buiten de EU die in Europa willen investeren. Ik snap dat je daar ten tijde van een economische crisis voorzichtig mee wilt zijn. Het gevaar is echter wel dat, als je daar helemaal geen beperkingen aan stelt, alle hedgefondsen in Europa dan ook maar in het buitenland gaan zitten, als daaraan geen beperkingen worden gesteld. Wat is de positie van de Nederlandse regering? Ik hoop dat zij niet bij die overwhelming majority hoort. Er moet op dit punt wel iets veranderen. Een tweede saillant detail, maar wel belangrijk, is de leverage. In welke mate sta je toe dat hedgefondsen zelf ook nog weer een enorme leverage hebben? Er zijn dan ook weer verschillen tussen het ene en het andere alternatieve beleggingsfonds. Het kan toch niet zo zijn dat daar dan uiteindelijk maar helemaal niets over wordt opgenomen in de richtlijn? Het lijkt dat sommige lidstaten daarop willen uitkomen.

Tot slot het IMF. Ja, dat is natuurlijk helemaal gek geworden met precies de aanbeveling om te doen wat tot de crisis heeft geleid. Vindt de staatssecretaris dat ook? Kan hij ervoor pleiten dat 150% reserve moet worden gehouden als dat weer gebeurt, want dan weten wij tenminste zeker dat het niet gebeurt.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Voorzitter. Ik ga in op de klimaatfinanciering, de werkgelegenheid en het stabiliteits- en groeipact. Het is geen geheim dat D66 voorstander is van het gebruik van economische instrumenten voor klimaatbeleid. De mededeling van de Commissie biedt volgens ons een goede basis om in oktober te komen tot een EU-inzet op het gebied van klimaatfinanciering. De Commissie schat zelf in dat er in 2020 tussen de 22 en 50 mld. aan publieke bijdrage nodig zal zijn. Dit resulteert volgens de Commissie in een EU-bijdrage van naar schatting 2 tot 15 mld. per jaar in 2020. Hoe verhouden deze cijfers zich tot de verwachting van de minister van VROM, die uitgaat van 100 mld. dollar aan publieke en private geldstromen per jaar in 2020? Graag een reactie hierop. De bedragen lopen zeer ver uiteen. Kan de minister toelichten wat dit voor Nederland betekent? Voor de periode tot 2012 geldt een apart traject. Is er al een concreet bedrag bekend – daar is zeer veel onduidelijkheid over – van de EU-bijdrage in deze periode? Wat betekent dat voor Nederland? Ook daarover graag meer helderheid.

De minister geeft aan dat voor de bijdrage uit de EU-begroting herprioritering gewenst is. Het is vervolgens niet duidelijk ten koste van welke andere uitgaven dit moet gebeuren. Ook daar wil ik graag helderheid over hebben.

Werkgelegenheid. De Commissie is met een aantal maatregelen gekomen als onderdeel van een exitstrategie uit de crisis. Kan de minister meer helderheid en uitleg geven over de verschillende maatregelen waarover de Commissie spreekt? Wat houden deze maatregelen in? Op welke termijn moeten zij genomen worden? Hoe moeten de kortetermijncrisismaatregelen verschuiven naar een structurele aanpak om de flexibiliteit op de arbeidsmarkt te vergroten? Waren de kortetermijncrisismaatregelen niet van tijdelijke aard? Hoe moet de EU dit coördineren? Veel vragen, veel onduidelijkheid. Het is van belang dat de Kamer van de stand van zaken op de hoogte is, vandaar deze vragen.

Het stabiliteits- en groeipact. Ik zeg met nadruk dat D66 het belangrijk vindt dat lidstaten hun opdrachten in het kader van het opgelopen begrotingstekort en de staatsschuld oppakken met geloofwaardig beleid. Kan de minister duidelijk maken welke termijn bedoeld wordt met «tijdig»? Dat is mij niet geheel duidelijk. Hoe zal de differentiatie vorm krijgen? Wat betekent dat vervolgens voor Nederland? De Commissie ziet hier ook een coördinerende rol weggelegd voor de EU. Kan de staatssecretaris toelichten hoe de exitstrategieën gecoördineerd worden? De Commissie benadrukt dat het nemen van structurele maatregelen een belangrijk onderdeel is van de exitstrategie. Ik hoor dan graag van de staatssecretaris welke structurele maatregelen hier bedoeld worden. Ook dat is geheel onduidelijk. Volgens mij heb ik de staatssecretaris een aantal keren als minister aangeduid. Dat vindt hij geweldig, denk ik, maar ik spreek met de staatssecretaris.

Nog drie korte onderwerpen. De Lissabondoelen. Wij hebben hierover gisteren met de Algemene Rekenkamer gesproken. De Rekenkamer heeft een rapport gepresenteerd waarin eigenlijk wordt geconcludeerd dat de Tweede Kamer onvoldoende bruikbare informatie krijgt om de maatregelen in het kader van de Lissabondoelen te controleren. Dat is nogal wat. Ik wil graag van de staatssecretaris weten hoe hij aankijkt tegen de conclusies van de Algemene Rekenkamer.

De discussie over de inrichting van het financieel toezicht en de bonussen is, zeker in mijn hoedanigheid op dit moment, zou ik bijna zeggen, on going. De een zegt dit en de ander zegt dat, en dat verbaast ook mij. Ik ben dan ook wel nieuwsgierig hoe het zit. Uiteraard ben ik dat ook naar de reactie van de staatssecretaris op de uitlatingen van het IMF.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Voorzitter. Ik vervang mijn collega Jolande Sap. Om te beginnen het IMF. Steun van de GroenLinks-fractie voor de positie van de Nederlandse regering in de discussie over de stemverhoudingen. Dat de ontwikkelingslanden een relatief grotere stem moeten krijgen in dat overleg onderschrijven wij van harte. Ik ben wel benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris op de oproep van het IMF om weer tot securitiseren over te gaan. Wij vinden dat geen goed idee. Hoe denkt hij daar zelf over? De tweede oproep van het IMF om tot minder lage rente over te gaan, lijkt ons wel een goed idee. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris.

Het agendapunt werkgelegenheid. Een informele gedachtewisseling tijdens de Ecofin lijkt ons een goed idee. Wat ons betreft, is werkgelegenheid voor de komende jaren hét dossier voor de Ecofin. Aan welke sectoren wordt in EU-verband gedacht? Waar denkt Nederland aan in EU-verband? Wij bepleiten dat vooral wordt gekeken naar sectoren waarin groei in werkgelegenheid gecreëerd kan worden. Zoals men weet, doet GroenLinks in zijn tegenbegrotingen altijd voorstellen daartoe, onlangs ook weer tijdens de algemene politieke beschouwingen. Je kunt kijken naar openbaar vervoer, naar woningbouw, naar windenergie; allemaal mogelijkheden voor groene banen. Is dat ook de inzet van de regering als het om werkgelegenheid gaat?

Het is goed dat de klimaatfinanciering ook in deze informele setting uitgebreid aan de orde komt. De Europese Commissie noemt in haar stukken nog geen concreet bedrag waarmee de EU, waarover tijdens de EU-Raad beslist wordt, voor Kopenhagen op de proppen zal komen. Zij maakt wel een grove inschatting. Ik wil graag van de staatssecretaris horen of het bod van Europa dat er nu ligt, een dealmaker of een dealbreaker is voor Kopenhagen.

De voorstellen van de Europese Commissie voor klimaatmitigatie, voor het terugbrengen van de eigen CO2-uitstoot, zijn bijzonder mager. Daarmee worden de doelen van de EU om de opwarming van de aarde tot maximaal 2 graden Celsius te beperken, niet gehaald. Als je klimaatmitigatie niet haalt, wordt klimaatadaptatie steeds belangrijker. In die redenering is het vage bod van de Europese Commissie wat er nu ligt, bijzonder mager. Ik vind het risico op een dealbreaker gevaarlijk groot. Hoe ziet de Nederlandse regering dat? Hoe loopt overigens de discussie binnen de EU-partners hierover? Ik ben bekend met de Nederlandse inzet, maar is er veel draagvlak, bijvoorbeeld voor klimaatfinanciering en de inzet om zo veel mogelijk, niet eens 100%, nieuw en additioneel te laten zijn? Hoe groot is het draagvlak daarvoor onder de EU-partners? De stukken van de Europese Commissie stemmen mij zeer treurig. Daarin worden bijvoorbeeld ook de ODA-middelen als een belangrijke bron voor klimaatfinanciering genoemd. Dat wijst Nederland met klem af en dat moet het ook blijven doen.

De voorzitter: Namens de CDA-fractie wil ik toch wel het volgende zeggen. U zegt dat Nederland de inzet hiervoor van ODA-middelen met klem afwijst. Ik neem aan dat u voor uw eigen partij spreekt, want tijdens de vorige Ecofin heb ik in ieder geval namens het CDA naar voren gebracht dat het verschil tussen 0,8% en 0,7% daarvoor aangewend zou kunnen worden.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Voorzitter. Het nuanceverschil tussen 100% additioneel of zo veel mogelijk additioneel is, als u daarop doelt, ook mijn fractie opgevallen. Daar gaat mijn punt niet over. Een veel grotere kluif waarover Nederland moet onderhandelen, is überhaupt consensus zien te krijgen voor de positie dat het zo veel mogelijk additioneel moet zijn. Daar heb je nog een bijzondere kluif aan. Ik wil graag weten hoe Nederland staat in de onderhandelingen ten opzichte van andere partners.

Wat wordt er bedoeld met de suggestie om zo veel mogelijk de EU-begroting te gebruiken? Waar denkt de Nederlandse regering aan – D66 vroeg daar ook al naar – als dat niet via een verhoogde EU-bijdrage, maar via herprioritering op de EU-begroting moet gebeuren? Ik kan wel wat bedenken! Het afschaffen van de landbouwsubsidies zou een grote hap geld vrijmaken, dat in de richting van klimaatfinanciering geschoven kan worden. Is dat een redeneertrant waar de Nederlandse regering aan denkt?

Ik wil beter begrijpen hoe de klimaatfinancieringskalender er uitziet. Er wordt gestreefd naar een bod op Kopenhagen voor financiering vanaf 2020. Daarnaast wordt er gekeken naar de noodzaak om middelen vrij te maken voor voorbereiding op klimaatadaptatie en capaciteitsopbouw tot 2012, maar wat moet er gebeuren in de periode tussen 2012 en 2020? Ik ben daar even het zicht op kwijt.

Nog twee kleine puntjes. De G20 heeft geen akkoord bereikt, zo begrijp ik de nieuwsberichten, over het beloningsbeleid. Mogen wij de regering aan de uitspraken van minister Bos houden, dat Nederland het anders maar zelf zal doen? Wij hebben al eerder een oproep aan de regering gedaan om daarbij ook het loon en de bonussen van de handelaren te betrekken, waar de Nederlandse bankierscode nu niet op ziet. Graag een toezegging van de staatssecretaris op dat punt.

Helemaal ten slotte. Er is een fiche geagendeerd over de belastingparadijzen. Dat is een interessant fiche, waarin allerlei belastingparadijzen binnen de EU genoemd worden die aangepakt gaan worden, maar in dat lijstje komt Guernsey, waar Nederland speciale ervaringen mee heeft, niet voor. Is het niet een goed idee om Guernsey aan dat lijstje toe te voegen? Ik begrijp de reactie van de Nederlandse regering niet helemaal op het voorstel van de Europese Commissie om te coördineren bij het afhankelijk maken van ontwikkelingssteun aan goed bestuur in ontwikkelingslanden zelf op het gebied van belastingstelsels. Nederland zegt dat je daar niet aan moet beginnen, omdat belastingen een exclusieve bevoegdheid zijn van de lidstaten. Daar gaat het toch niet om, staatssecretaris? Het gaat hier niet om de eigen belastingstelsels, maar om de belastingstelsels in de ontwikkelingslanden zelf. Dat die aan goed bestuur moeten doen en dat de EU-landen eensgezind moeten optrekken, lijkt mij een heel logisch voorstel, dat ook de Nederlandse steun verdient.

Voorzitter: Irrgang

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Voorzitter. Ik zal het kort houden. De interimvoorspellingen van de Europese Commissie zien er wat vrolijker uit dan die van de afgelopen tijd, het consumenten- en producentenvertrouwen stijgt wat en de inflatie blijft aan de lage kant. Voor een aantrekkende vraag zijn deze factoren gunstig. Ik hoop dat dit goede tekenen zijn, want wij hopen dat als de zaak weer aantrekt, de werkloosheid minder oploopt dan nu nog wordt verwacht.

Er zal uitgebreid worden gesproken over het thema werkgelegenheid. Ik wil graag van de staatssecretaris weten of Nederland hierop nog een aparte inzet heeft. Zo ja, welke?

De inflatie. De Europese Commissie voorspelt voor 2009 voor Nederland een inflatie van 1,1%. Voor Duitsland is dat 0,3% en voor het eurogebied 0,4%. Waarom springt Nederland er uit met een aanzienlijk hoger percentage? Dat is ook van belang voor de loonvorming. Wij willen dat graag weten.

De IMF-inbreng is al besproken, zo staat in de geannoteerde agenda, bij het AO over IMF/Wereldbank. Er wordt aangegeven dat de VS vanwege de opkomende economieën pleiten voor een percentage stemoverdracht van het IMF van de ene groep landen naar de andere. Er wordt gepleit voor, net als bij de EU, een pakketbenadering bij de hervorming van het IMF. Dit hebben wij vorige keer tijdens de Ecofin gehoord. Ik wil toch nog graag even klip en klaar horen wat de inzet van dit kabinet is in de besprekingen. Er vloeien enerzijds namens Nederland fors meer middelen naar het IMF. Wij hebben daar juist een overzicht van gekregen. Anderzijds moet er wel op enigerlei wijze stemgewicht worden gegeven. In hoeverre garandeert de genoemde quotaformule dat er een voor Nederland bevredigende oplossing uitkomt? Zijn de opkomende economieën wel bereid om dezelfde quotaformule te gebruiken als twee jaar geleden? Hierbij gingen ze er immers maar beperkt op vooruit.

Over de stresstesten ben ik een geheel andere mening toegedaan dan de heer Irrgang. Het Europese comité van bankentoezichthouders heeft die stresstesten uitgevoerd. In de geannoteerde agenda staat dat de minister uitsluitend voorstander is van het communiceren van de methodiek van de stresstesten. Tegelijkertijd geeft hij in zijn geannoteerde agenda aan, tegen het communiceren van cijfers over de individuele instellingen of lidstaten te zijn. De CDA-fractie vindt dat dit een verstandige lijn zou kunnen zijn, want het bekendmaken van cijfers over een individuele instelling kan negatieve gevolgen hebben, maar geaggregeerde cijfers zeggen eigenlijk helemaal niks. Wij hebben gekeken naar de Verenigde Staten, waar wel resultaten van stresstesten bij individuele banken naar buiten zijn gekomen. Op zich is dat van positieve invloed geweest op het weer toenemen van het vertrouwen in de financiële sector. Als je in Europa niets naar buiten wilt brengen, kun je je afvragen of het iets te verbergen heeft.

Over klimaatfinanciering hebben wij vorige keer al uitvoerig in de Ecofin gesproken. Het is plezierig en goed dat de Europese Commissie met voorstellen is gekomen, want de EU heeft een reputatie hoog te houden. Wij moeten echt laten zien dat wij behoorlijk wat klappen willen maken op dat punt.

Nederland is voorstander van een verdeelsleutel die gebaseerd is op emissies en het bruto binnenlands product. Worden hierin ook de historische emissies meegenomen? Dat zou in lijn zijn met het erkennen van het feit dat de ontwikkelde wereld een belangrijke veroorzaker is van het klimaatprobleem nu. Het zou ook in lijn zijn met de afspraken die op Bali zijn gemaakt. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Over de financiering is al het nodige gezegd. Minister Cramer sprak eerder over een bedrag van 100 mld. Elders werden ook bedragen genoemd. Het is niet met zoveel woorden toegegeven, maar ik dacht dat de bedragen ongeveer op dat niveau zouden liggen.

Bij de exitstrategieën ligt de nadruk op het budgettair beleid. De meeste Europese landen hebben inmiddels een tekort op hun begroting. Nederland heeft aangegeven, met heroverwegingen te komen, om zich te beraden op de mogelijkheid van verbetering van de overheidsfinanciën op de middellange termijn. De CDA-fractie wil graag weten in hoeverre hier sprake is van Europese coördinatie. Tijdens de politieke beschouwingen kwam naar voren dat Nederland het enige land was dat nu al nadacht over een dergelijke grondige verbetering van de overheidsfinanciën. Met andere woorden: hoe worden andere landen zo ver gebracht dat ook zij op het moment dat het nodig is, dus niet als de economie nog niet aan het versnellen is, met betekenisvolle stappen komen?

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik wil nog even terugkomen op de opmerking van de heer De Nerée over klimaatfinanciering. Ik ben blij dat hij het belang benadrukt van het erkennen van de historische emissie. Wil je geloofwaardig overkomen in Kopenhagen, dan is het erg belangrijk voor ontwikkelingslanden om ook over de brug te komen. Als je die emissie meerekent, dan dragen wij nog een forsere verantwoordelijkheid. Wat vindt de heer De Nerée van de schattingen van de Europese Commissie van de bedragen waarmee de EU over de brug zou moeten komen? Vindt hij dat goede schattingen of deelt hij mijn angst voor het risico dat dit teleurstellend zal zijn voor de ontwikkelingslanden waarmee wij onderhandelen en dat het daarmee mogelijk een dealbreaker wordt?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Ik heb zojuist de omvang van de bedragen aangegeven. Wij hebben vorige keer gesproken over een bedrag van 100 mld. Wellicht dat dit bedrag voldoende kan zijn om tot overeenstemming te komen. De bedragen van de Europese Commissie liggen lager. Wij hopen dat men daarover in de aanloop en tijdens de onderhandelingen overeenstemming bereikt en dat er een behoorlijk bedrag wordt uitgetrokken om de doelen te bereiken.

Mevrouw Peters (GroenLinks): De voorstellen van de Commissie liggen behoorlijk lager. Dat bedrag is niet 100 mld., maar varieert tussen de 2 en de 15 mld., als serieus aanbod. Wil je als lid van de EU in Kopenhagen serieus overkomen, dan is dat een klap in het gezicht van de landen waarmee je onderhandelt. Wat moet Nederland daar naar de mening van het CDA aan doen? Dit ligt mijlenver uit elkaar.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): De EU-voorstellen lopen op tussen 2 en 15 mld. en daarna loopt het door. Ik heb aangegeven wat het CDA vindt dat er zou moeten gebeuren. Wij moeten een goede inzet hebben op de klimaatconferentie. Er moeten voldoende middelen zijn om ook tot een goed resultaat te kunnen komen. Ik heb het bedrag van 100 mld. genoemd en dat is geen 2 mld.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Voorzitter. Ik ben blij dat het CDA ook aan deze zijde staat, want wij hebben nog een forse onderhandelingsronde te gaan.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA): Op de agenda staan ook door de Commissie ingediende voorstellen dan wel mededelingen. Een mededeling betreft het functioneren van een efficiënte, veilige en gezonde derivatenmarkt. Dat is een belangrijk punt. De Nederlandsche Bank heeft dit onderwerp vorige week in een kwartaalbericht aan de orde gesteld. De bank merkt op dat niet alle derivaten in aanmerking komen om via een centrale tegenpartij te worden afgewikkeld. Met name de complexe derivaten zullen op een ongereguleerde markt blijven. Volgens De Nederlandsche Bank zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk, zoals aanscherping van intern risicomanagement en een verplichte centrale registratie van alle kredietderivaten. In de voorstellen van de Commissie zijn deze aanvullende maatregelen nog niet genomen. Ik wil graag weten wat het standpunt van het kabinet op dit punt is.

Eerdere sprekers hebben de wet- en regelgeving van de Europese Unie met betrekking tot de kapitaalvereisten al aan de orde gesteld. In het voorstel komen ook hogere kapitaaleisen aan de orde met betrekking tot resecuritisatie, de pakketjes. Het IMF lijkt een ander geluid te laten horen. In het halfjaarlijkse Global Financial Stability Report stelt het IMF, ik parafraseer, dat de banken zo snel mogelijk weer moeten doorgaan met de praktijken die de wereld in de kredietcrisis hebben gestort. Zij moeten de komende tijd hun hypotheken en andere leningen weer kunnen verpakken en doorverkopen, anders komt de kredietverlening te langzaam op gang. Dat kan toch niet waar zijn! Kan de staatssecretaris namens het kabinet aangeven welke duiding wij aan deze zaak moeten geven?

Het Europese financiële toezicht. Mijn fractie wil op korte termijn de voorgenomen inzet van het kabinet en de aandachtspunten weten. Graag ook een overzicht van de naar de mening van het kabinet voornaamste knel- en discussiepunten. Mijn fractie wil ook graag een oordeel van het kabinet over het tijdpad. De CDA-fractie zal hier zeker op korte termijn op terugkomen. Misschien kan het AO van 15 oktober onder andere hiertoe dienen.

België heeft besloten, het verbod op short selling te handhaven. Nederland, de heer Hoogervorst in zijn grootheid, heeft besloten, dit verbod voor Nederland af te schaffen. Vanwaar dit verschil in aanpak?

Voorzitter: De Nerée tot Babberich

Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Het monetair beleid. Mevrouw Vos heeft gevraagd of er ook andere cijfers zijn behalve die van de inflatie, waaraan de ECB in het monetair beleid aandacht besteedt. De ECB heeft een inflatiedoel, dat is algemeen bekend. De ECB is onafhankelijk en mag zelf het monetaire beleid bepalen. De ECB kan een breder beleid voeren. Sterker, in de praktijk kijkt de ECB breder dan alleen de inflatie, al ligt daar wel de nadruk op. Wij hebben bewust gekozen voor een onafhankelijke ECB, die zelf zijn monetaire beleid vaststelt.

Onder anderen de heer De Nerée heeft gevraagd naar de short selling. België heeft besloten, het verbod op short selling te handhaven. In Nederland is dat verbod al enige tijd geleden afgeschaft. Waarom is dat gebeurd? Daarbij moet het totaalplaatje worden bekeken. In heel Europa is gekeken naar de vraag, hoe om te gaan met short selling. In veel landen zijn er uiteenlopende maatregelen genomen. Wij moesten echter zeer snel reageren. Het is gewoon niet gelukt om met alle EU-landen op één lijn te komen ten aanzien van de tijdelijke maatregelen. Over de verschillende aanpak in de diverse landen hebben wij de Kamer per brief in juni geïnformeerd. De AFM heeft specifiek gekeken naar de eigen, Nederlandse markt, maar ook naar het besluit van de FSA, de toezichthouder van de grootste kapitaalmarkt in Europa, het VK, die ook eerder dit jaar het verbod op short selling heeft afgeschaft. De Engelse derivatenmarkt is het meest vergelijkbaar met die in Nederland. Het verbod dat tot juni in Nederland gold, was ook nog wat verdergaand dan dat in België. Nederland kende een totaalverbod, terwijl het Belgische verbod alleen op naked short selling ziet. Onder de huidige meldingsregeling moeten short posities in Nederland nu gewoon worden gemeld. Dat stelt de AFM in de gelegenheid om die short posities ook in de gaten te houden. Hiermee kan de AFM ook verbanden leggen tussen short posities en manipulatie, mocht die optreden. De meldingsplicht is van kracht tot 1 januari 2010.

De voorzitter: Als het ene land short selling verbiedt en het andere niet, dan zoekt men de markt op waar dit niet verboden is. Vandaar dat enige Europese coördinatie toch wel aangewezen zou zijn.

Staatssecretaris De Jager: Wij blijven er in Europa over in gesprek, maar het VK is voor ons iets relevanter dan België op dit punt, zo zeg ik in alle eerlijkheid.

De derivaten en de centrale clearing. Niet alle derivaten komen in aanmerking voor de afwikkeling via een centrale partij, een central counter party. Eigenlijk zijn alleen gestandaardiseerde producten hiervoor geschikt. In de communicatie met de Europese Commissie wordt dat ook onderkend. Een aantal voorbeelden wordt expliciet genoemd. Het is dus niet juist dat in de voorstellen van de Commissie geen aanvullende maatregelen zijn genomen. Wij zijn ook voorstander van nadere regulering van de derivatenmarkten om de stabiliteit van het financiële stelsel te waarborgen. Wij steunen dus de uitgangspunten van de Commissie op dat punt, zoals ook in het fiche staat.

Er is een aantal vragen over het klimaat gesteld. Het CDA heeft op dat punt waardering voor de Europese Commissie. Het is weer een beetje concreter, maar wij hebben nog wel veel stappen te zetten. Nederland is voorstander van een verdeelsleutel gebaseerd op emissies en bbp. Worden ook historische emissies meegenomen, zo is gevraagd? Verschillende opties zijn mogelijk. Door de Commissie is met verschillende opties gerekend, zoals 2005-emissies, maar ook cumulatieve emissies 1990 tot 2005. Voor adaptatiekosten is vanuit het principe dat de vervuiler betaalt, wel veel te zeggen voor het meenemen van historische emissies. Dat is dan wel weer moeilijk af te bakenen, want de discussie gaat dan onmiddellijk over de vraag hoe ver je teruggaat. Voor mitigatiekosten betekent het principe de vervuiler betaalt dat de huidige uitstoot wordt meegenomen. De verdeelsleutel moet dus wel dynamisch zijn, maar wat er uiteindelijk uit de onderhandelingen komt, moeten wij nog afwachten.

De heer Irrgang (SP): Als ik het goed begrijp, zegt de staatssecretaris dat Nederland er voorstander van is om ook historische emissies mee te nemen. Ik neem aan dat hij de analyse deelt dat je in concrete bedragen meer richting de 100 mld. moet denken, de 100 mld. van de heer De Nerée eigenlijk, dan aan de 2 tot maximaal 15 mld., de concrete voorstellen van de Commissie nu. Dat maakt natuurlijk nogal wat uit.

Mevrouw Peters (GroenLinks): De heer Irrgang neemt mij de woorden uit de mond. Dat is de vraag.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Ik heb precies dezelfde vraag.

Staatssecretaris De Jager: De vraag is eigenlijk wat de inzet van Nederland is en hoe het zit met de 100 mld. Er is 100 mld. euro en er is 100 mld. dollar genoemd, en dat scheelt met de huidige wisselkoersen op dit moment ook nog enigszins. Ik memoreer dat er in deze Kamer op 14 oktober een uitgebreid debat is met nota bene ook zelfs de minister-president, de minister van Financiën, de minister van VROM en de minister voor OS, ter voorbereiding van de raden, zowel de Ecofin als de Milieuraad, die plaatsvinden in de tweede helft van oktober. De Kamer zal dan nog uitgebreid met de verschillende bewindspersonen op dit terrein kunnen debatteren. Ik zal het kort houden, maar ga wel in op het misverstand over de 100 mld. en de inzet van Nederland. Gordon Brown heeft recent een bedrag van 100 mld. dollar genoemd. Daarvan heeft Nederland reeds gezegd dat dit een goede basis kan zijn voor het bepalen van de inzet. 100 mld. dollar is dan de totale stroom naar ontwikkelingslanden voor klimaatbeleid. Dat moet worden bekostigd door publieke en private financiering uit de ontwikkelde landen. De 100 mld. euro die de Commissie noemt, betreft de totale kosten van klimaatacties in ontwikkelingslanden. De Commissie gaat ervan uit dat de ontwikkelingslanden zelf ook een deel van de kosten kunnen dragen. Met het percentage dat ontwikkelingslanden zelf kunnen dragen, kom je prachtig uit op het verschil tussen 100 mld. dollar en 100 mld. euro. Vandaar het verschil; er is altijd een verklaring voor!

Gevraagd is naar het eerlijke aandeel van de Europese Unie in dat totale bedrag. Op zich denken wij dat het aandeel van de Europese Unie in het afgepelde bedrag dat het Westen zou moeten betalen voor het publieke deel, tussen de 20% en 30% moet kunnen liggen. Daar zal nog verder over worden gesproken. Daarvoor geldt ook weer bbp versus emissies en daarover is nog een misverstand, namelijk welke grondslag je neemt, emissies of bbp.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik neem aan dat het onderwerp niet voor niets al op de agenda van de informele Ecofin staat, dus voordat je er in de raden die besluiten nemen daadwerkelijk over kunt beslissen. Iets scherper graag. Is het totale plaatje van de EU-bijdrage, moet ik het zo begrijpen, volgens de Nederlandse regering 100 mld. dollar, waarvan de EU 20% tot 30% ....

Staatssecretaris De Jager: Nee.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Nee? Waarvan het publieke gedeelte 20% tot 30%? Graag een bevestiging. Het is in ieder geval hoger dan waar de Europese Commissie mee komt. Gaat u van dit informele rondje onderhandelen gebruikmaken om fel tegen het magere voorstel van de Europese Commissie in te gaan, en om dat op te krikken tot iets wat veel meer richting de 100 mld. komt?

Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Wij spreken beide over 100 mld. Gordon Brown heeft 100 mld. dollar genoemd als nettostroom naar de ontwikkelingslanden. 100 mld. euro is het totale bedrag, omdat de ontwikkelingslanden zelf ook een deel kunnen bijdragen. Dan is nog steeds de vraag wat de Europese Unie bijdraagt in de gehele wereld. Daar zal nog over gesproken moeten worden. Ik kan wel zeggen wat onze gedachte daarover is, om nog niet te spreken over inzet. Bedragen die wel worden genoemd, liggen tussen de 20% en 30% van de nettostroom. Dat is 100 mld. dollar. Voor zover dit het publieke deel, het publieke geld betreft, lijkt dit een fair share te zijn van de Europese Unie. De Europese Commissie zelf heeft niet 20% tot 30%, maar 10% tot 30% genoemd. Dat lijkt inderdaad magerder, maar dat heeft er ook mee te maken of je uitgaat van de verdeelsleutel emissie of bbp. Laten wij ons daar niet te veel op blindstaren, want de Commissie heeft niet de bedoeling om naar beneden te onderhandelen, naar 10%. Nederland vindt het een fair share dat 20% tot 30% van het publieke deel dat naar de ontwikkelingslanden toe moet stromen, door de EU wordt bijgedragen. Dat is denk ik heel redelijk. Op de informele Ecofin wordt daarover gesproken, maar wel heel erg algemeen. Er worden sowieso nooit besluiten genomen op een informele raad. Ook dit wordt wel heel erg globaal besproken. Er is nog voldoende ruimte voor de Kamer om met de regering te debatteren meer specifiek ten behoeve van de echte raden in de tweede helft van oktober. Dan is er een mooi rijtje bewindspersonen aanwezig op allerlei gebieden, van de minister van VROM, de minister-president tot de minister van Financiën.

Mevrouw Vos en de heer Irrgang hebben naar de nationale stroppenpot en de budgettaire autonomie gevraagd. In Europa zijn er helaas nog geen duidelijke afspraken over burden sharing te maken. Discussie daarover bleek moeilijk haalbaar mede doordat het Verenigd Koninkrijk heeft bedongen om budgettaire autonomie in Ecofinconclusies te laten bevestigen. Ik heb zelf onder andere het rapport-De Larosière destijds besproken. Je ziet dat er vanuit het VK enorm op de budgettaire autonomie wordt gehamerd. Het risico is dat er bij crisismanagement in Europa nog niet voldoende afspraken zijn. Nederland blijft dan ook aanjagen om die discussie wel op gang te krijgen en te houden. Er is afgesproken dat er een werkgroep zal komen op dat terrein, maar wij blijven dus aandringen.

De heer Irrgang (SP): U kiest voor de route van het Europees toezicht, maar mijn fractie geeft de voorkeur aan versterking van de bevoegdheden van de nationale toezichthouder. Ik heb gevraagd hoe het daar nu eigenlijk mee staat.

Staatssecretaris De Jager: Ik kom daar nog op.

De heer Irrgang (SP): Maar dat hangt wel hiermee samen. Als deze route doodloopt, is dat wellicht voor u reden om daar meer aandacht aan te besteden.

Mevrouw Vos (PvdA): Ik begrijp dat wij nog even ver zijn als eerst. Wij laten ons gijzelen door de Britten. Wordt überhaupt nog nagedacht over de optie om het zonder de Britten te doen? De Britten weigeren om mee te doen met de plannen waar de rest van de lidstaten wel achterstaat. Welke andere opties zijn er? Is het mogelijk dat de Britten erbuiten blijven, zoals ook met het pond is gebeurd?

De voorzitter: Ik stel voor dat de staatssecretaris zijn betoog afmaakt en dat de leden in tweede termijn op enkele zaken terugkomen.

Staatssecretaris De Jager: Ik zal wel direct ingaan op deze interrupties, want die liggen nog vers in het geheugen. Laat ik eerst zeggen dat het niet logisch en ook niet effectief is als wij in Europa nota bene de grootste financiële markt zouden uitsluiten van deze gezamenlijke afspraken. Wij moeten onszelf niet voor de gek houden. Als een klein eilandje in de Middellandse Zee niet mee zou doen, zou ik zeggen: whatever, maar wij moeten het VK wel mee krijgen, wil er sprake zijn van een effectief Europees toezicht.

Ik breng de heer Irrgang in herinnering waarom Nederland en de internationale gemeenschap juist zo hameren en hebben gehamerd op internationaal en op z’n minst Europees toezicht. De regering is het fundamenteel oneens met het standpunt van de heer Irrgang. Als het om toezicht gaat, komt dat niet zo vaak voor. Daarom is het goed om te benadrukken dat de afgelopen decennia bedrijven steeds meer internationaal zijn gaan ondernemen en dat de financiële instellingen die deze bedrijven ondersteunen, daardoor gedwongen waren om ook meer internationaal te opereren. Eén van de grote hiaten die er mede voor heeft gezorgd dat er een onvoldoende barrière was voor het ontstaan van deze financiële crisis, is dat er onvoldoende dekkend toezicht is. Bij een financiële instelling die wereldwijd opereert, moet je niet de illusie hebben dat het toezicht daarop vanuit één land effectief uitgeoefend kan worden, hoe strak dat toezicht ook geregeld is. Je moet dat echt op een hoger niveau brengen. Voor een goed functionerende financiële markt moet er in ieder geval een strak toezicht op Europees niveau zijn. Wij moeten ook goed samenwerken met andere landen. Zelfs toezicht op Europees niveau is nog niet voldoende. Daarin gaan wij heel ver. De drie nieuwe autoriteiten krijgen op een aantal gebieden supranationale bevoegdheden. Daarmee kunnen hiaten worden voorkomen in het toezicht op financiële instellingen die pan-Europees opereren. Dat is nog niet voldoende, want ook in Azië en de VS zijn financiële instellingen actief. Daarvoor hebben wij Colleges of Supervisors. Supervisors van de verschillende toezichthouders kunnen samen een bepaalde financiële instelling bekijken, waardoor zij ook het totaalplaatje hebben. Ik geef een voorbeeld. Per gebied waarop een financiële instelling opereert, kan deze aan alle normen voldoen. Op grond daarvan krijgt zij een groen stempeltje. Neem je alle gebieden bij elkaar en kijk je naar het risico dat zo’n instelling over de hele wereld loopt, dan kan je ineens tot een andere conclusie komen. Het geheel is meer dan de som der delen. Dan kunnen er zodanige risico’s zijn dat je in moet grijpen. Wij zijn zeker voorstander van financieel toezicht op een hoger niveau dan het nationale.

Mevrouw Vos vroeg naar het Twin Peaks-model. Dat kennen wij inderdaad in Nederland. De Nederlandsche Bank is verantwoordelijk voor het microfinanciële en het macrofinanciële toezicht. Daarnaast is er een gedragstoezichthouder, namelijk de AFM. De AFM houdt toezicht op het gedrag van verzekeraars en van banken. Wij vinden het heel goed dat gedragstoezicht gescheiden is van het prudentiële toezicht. In Europa zijn er al drie level three groups die sectoraal zijn ingericht. In het rapport van De Larosière staat dat voor de langere termijn zeker naar het Twin Peaks-model gekeken moet worden. Dat was ook de Nederlandse inzet in de discussie daarover. Wij moeten echter ook pragmatisch zijn en snel reageren. Daarop gelet, is het best verstandig om de huidige drie level three authorities voor banken, verzekeraars en effecteninstellingen om te vormen. De Europese autoriteit moet het microfinancieel en het gedragstoezicht uitoefen. Er komt een nieuwe organisatie – the European Systematic Risk Board (ESRB) – voor het macrofinanciële toezicht. Wij hebben een verdeling moeten maken voor de wijze waarop wij onze nationale instellingen daarin positioneren. Banken en verzekeraars vallen onder De Nederlandsche Bank. De effecteninstellingen vallen onder de AFM. Het macrofinancieel toezicht is uiteraard een zaak van De Nederlandsche Bank. Wij denken dat dit een goede stap is. Het is in ieder geval een enorme verbetering ten opzichte van wat er is, zeker omdat die drie autoriteiten stevige bevoegdheden krijgen. Daar zijn wij ook voorstander van. Wij zijn echter absoluut niet van het Twin Peaks-model afgestapt. Over een paar jaar vindt er in Europees verband een evaluatie plaats en dan moeten wij nog maar eens kijken. Als de timing goed is, kunnen wij zeker opnieuw het Twin Peaks-model inbrengen als een suggestie voor de toekomst.

Mevrouw Vos vroeg zich af of wij het VK kunnen dwingen. De genoemde Europese toezichtsautoriteiten krijgen bepaalde bindende bevoegdheden. Zij mogen technische standaarden opstellen en kunnen een bindende mediation uitvoeren op terreinen die voortvloeien uit bestaande Europese regelgeving. De budgettaire autonomie is een voorbehoud waarop een land zich kan beroepen. Een commissie moet vervolgens bezien of dat beroep terecht is. Wij kunnen het op twee manieren bekijken: het glas is half vol of half leeg. Er is sprake van een enorme verbetering. Wellicht had het beter gekund, maar het is wel een enorme en betekenisvolle stap voorwaarts.

Er is gevraagd naar de bonussen en de G20. De G20 is niet beëindigd, zoals zojuist leek te worden gesuggereerd, maar is vandaag in volle omvang bijeen om in alle wijsheid te beraadslagen. Wij steunen dit proces. Ik kan alvast een tipje van de sluier oplichten: het onderwerp «beloningen» is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse inbreng op de G20. Voor de rest wacht ik de resultaten van die top graag af. Ik vind het niet chique om hier, aan de andere kant van de plas, al commentaar te geven op een besluit dat nog niet eens genomen is.

Mevrouw Vos (PvdA): Ik vroeg alleen wanneer u tevreden bent. Ik weet ook wel dat die onderhandelingen nog gaande zijn.

Staatssecretaris De Jager: Ik wil echt eerst het proces van de G20 afwachten. Ik moet toegeven dat mevrouw Vos een handige vraag stelt, maar ik laat mij er niet toe verleiden.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Het spijt mij zeer, voorzitter, maar ik moet nu toch even reageren. Er dreigt een punt van orde. In het AO met de minister van Buitenlandse Zaken ter voorbereiding op de G20 heb ik de toezegging gekregen dat hij bij minister Bos te rade zou gaan of de Nederlandse inbreng op deze G20 zou kunnen zijn dat de handelaarsbonussen mee worden genomen in de afspraken over beloningen. Die toezegging is niet voor het ingaan van de G20 gematerialiseerd. Nu wil ik, terwijl de G20 gaande is, alsnog weten wat dat overleg heeft opgeleverd.

De voorzitter: De staatssecretaris zei zojuist dat het overleg nog niet is afgerond.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik heb het over de inbreng van Nederland in dat overleg.

Staatssecretaris De Jager: Ik kan mij voorstellen dat er op dat punt geen persoonlijk contact tussen minister Verhagen en minister Bos is geweest. Als ik het goed begrijp, was het uw verzoek om ook de handelaarsbonussen aan de orde te stellen. Is uw vraag of de Nederlandse delegatie dat doet of is uw vraag of die boodschap bij minister Bos is aangekomen?

Mevrouw Peters (GroenLinks): Tijdens de algemene politieke beschouwingen is dit ook gevraagd aan de minister-president en hij heeft in reactie daarop die toezegging onderschreven. Hij heeft gezegd: dat checken wij even bij de minister van Financiën zodat dit op de G20 aan de orde gesteld kan worden.

Staatssecretaris De Jager: U vraagt of het contact heeft plaatsgevonden. Eerlijk gezegd, kan ik dat niet zeggen. Ik weet niet of er contact is geweest. Ik kan nog wel iets meer zeggen over de Nederlandse inzet. In de FSB heeft een speciale commissie richtlijnen opgesteld voor een beloningsbeleid. Daar zit een aantal goede elementen in. Wij kijken daar nog naar. Wij missen overigens ook wel een paar goede elementen. In die guidelines is opgenomen dat de totale variabele beloning in lijn moet zijn met de toekomstige opbrengsten. Deze besprekingen moet je altijd op internationaal niveau doen. De G20 is tot nu toe op een aantal dossiers zeer effectief gebleken om een aanzet te doen op het niveau van de regeringsleiders. Ik noem de eerste G20 in Washington waarop het verstevigen van het toezicht is geagendeerd. Dat is nog geen jaar geleden, namelijk in november vorig jaar. Sindsdien is het rapport-De Larosière verschenen, is het Europees toezicht hervormd en heeft het IMF heel veel extra geld gekregen. De G20 is hét overleg om een dergelijk onderwerp stevig aan te zwengelen. Ik kan op dit moment niet zeggen wat er precies op de G20 door Nederland wordt ingebracht en helemaal niet wat er uit komt. Ik kan wel zeggen dat Nederland in algemene zin stevig inzet op het bonussenbeleid. Dat hebben wij vorig jaar al gedaan toen ik namens de Nederlandse regering aanwezig was in Washington. Wij doen dit omdat van een bonussenbeleid perverse prikkels uit kunnen gaan die bij bankiers tot risico-uitlokking kunnen leiden. De vraag of bankiers wel zulke hoge bonussen moeten krijgen, is een politiek punt. Daarbij gaat het vaak over de bestuurders. Een andere vraag is of bonusbeleid tot het uitlokken van hoge, extreme risico’s leidt. Die vraag geldt breder dan alleen de raad van bestuur. Dat punt zien wij duidelijk en dat wordt ook in algemene zin in de analyses meegenomen. Ik kan verder nog geen commentaar geven op de G20.

Mevrouw Koşer Kaya sprak over het tijdig terugdringen van begrotingstekorten. De heer Irrgang heeft gevraagd naar de exitstrategieën. De coördinatie van het begrotingsbeleid vindt formeel plaats via de procedure van het buitensporige tekort. Enerzijds zijn er de exitstrategieën die nu worden besproken en anderzijds is er de hardere benadering van de procedure van het buitensporige tekort met haar specifieke maatregelen die later dit jaar in de Ecofin aan de orde komt. Ik meen dat die procedure voor de decembervergadering is geagendeerd.

De exitstrategieën staan in de schijnwerpers vanwege de politieke relevantie. Europese lidstaten moeten een bepaalde beweging maken. Zij moeten een bepaalde algemene trend volgen. Toen wij heel hard in de financiële crisis en de daaropvolgende economische crisis kwamen, hebben wij een stimuleringsbeleid gevoerd. Dat heeft binnen geheel Europa een enorme slag toegebracht aan de schatkisten van de landen. Met dat beleid moet je ook een keer stoppen. In het aanvullend beleidsakkoord wordt ervan uitgegaan dat in 2011 het stimuleringsbeleid gestopt is. 2010 is het laatste jaar waarin er stimuleringsmaatregelen worden genomen. Onze exitstrategie wordt omstreeks die tijd geëffectueerd. Je kunt echter niet voor alle landen dezelfde datum nemen. In sommige landen moet het stimuleringsbeleid eerder worden beëindigd omdat die landen al veel eerder in een soort crisis terecht zijn gekomen of omdat de financiële problemen in die landen niet een direct gevolg waren van deze economische crisis. Een aantal lidstaten had een enorm tekort voordat de financiële crisis uitbrak. «One size fits all» is niet de beste strategie. Voor Nederland is het duidelijk. Dat hebben wij ook tijdens het debat over het aanvullend beleidsakkoord gezegd. Tijdens de komende financiële beschouwingen zal dit wellicht ook nog aan bod komen. Wij hebben een duidelijk standpunt. Wij zullen de Commissie vertellen dat ons model niet per se door iedereen gevolgd moet worden, maar dat dit wel ongeveer een beeld geeft. Voor Nederland is de verwachting dat 2010 nog een stimuleringsjaar kan zijn en dat 2011 het jaar van de financiële soliditeit wordt. Dan moeten wij er echt aan gaan werken om het tekort terug te dringen.

De juridische kant van het terugdringen van de tekorten via de procedure van het buitensporige tekort. Deze officiële procedure komt pas later op de Ecofin aan de orde. Bij de voorbereiding van die raad kan de Kamer daarover spreken.

Er zijn vragen gesteld over de stresstesten. De Amerikaanse autoriteiten hebben de stresstest gebruikt om de buitenwereld duidelijk te maken hoe de kapitaalpositie van de banken was. Anders dan in de VS worden de Europese instellingen niet langs één uniforme lat gelegd voor kapitaalratio’s. Stresstesten worden ook gezien als onderdeel van het spectrum aan toezichtinstrumenten, onder meer omdat de Europese sector veel homogener is dan de Amerikaanse. De CBS-test is bedoeld om meer inzicht te krijgen in de stabiliteit van de financiële sector op regionaal niveau en is er niet zozeer op gericht om de kapitaalbehoefte van individuele instellingen vast te stellen. De Amerikanen hadden een ander doel. Zij wilden nieuw kapitaal naar de instellingen krijgen ofwel via de markt of via de overheid. Daarop hebben ze de test aangepast.

Dan de methodiek en de uitkomsten. Tijdens vorige algemeen overleggen hebben wij regelmatig gesproken over de vraag wat nu verstandig is met betrekking tot het communiceren van de uitkomsten. Het leek er even op dat er een groot verschil van mening hierover ontstond, maar volgens mij valt dit wel mee. Zowel de heer Irrgang als de heer De Nerée heeft gewaarschuwd voor al te veel transparantie bij het bekend maken van resultaten, zeker bij die van individuele instellingen. Dat is ook het standpunt van de Europese Commissie, die op min of meer geaggregeerd niveau een aantal dingen bekend zal maken. Datzelfde geldt voor de uitkomsten van de Nederlandse stresstest.

Mevrouw Peters heeft gevraagd of de bonussen nu nationaal aangepakt moeten worden. Ik heb al gezegd dat wij eerst de uitkomsten van de G20 afwachten. Wij hopen dat wij op internationaal niveau afspraken kunnen maken, want dat is veruit het meest effectief.

Er is ook gevraagd naar de inflatiecijfers. In Duitsland is dat cijfer 0,3% en in de eurozone 0,4%. Waarom heeft Nederland dan volgens de Europese Commissie een inflatie van 1,1%? Voor een belangrijk deel heeft dat te maken met de vertraagde doorwerking van de hoge olieprijs in 2008. In Nederland zijn de gas- en de elektriciteitsprijzen pas per juni, dus aanzienlijk vertraagd, aangepast, terwijl dat in andere Europese landen vaak veel sneller gaat. Tegelijkertijd is de loonontwikkeling in 2009 in Nederland nog relatief hoog. De contractlonen in de marktsector stijgen nog met 3% en ook de overheid kent voor dit jaar nog een vrij hoge loonstijging. De cao’s zijn afgesloten in betere tijden zullen we maar zeggen.

De heer Irrgang en de heer De Nerée dachten dat het IMF helemaal gek geworden is. Ik heb goed nieuws.

De voorzitter: Het IMF is gek?

Staatssecretaris De Jager: Nee, bij deze grote hoeder van de internationale monetaire stabiliteit is men gelukkig niet gek geworden. Allereerst moet ik zeggen – en dat heeft de Nederlandse regering steeds gezegd – dat securitisatie enorme schaduwzijden heeft gehad de afgelopen 12, 18, 24 maanden. Terecht zijn wij zeer sceptisch over securitisatie, misschien wel cynisch. De situatie is echter niet helemaal zwart-wit. Het IMF heeft willen waarschuwen dat een goede toegang tot en een goede werking van de financiële markten van groot belang is. Om te bevorderen dat een financiële instelling opnieuw aan bedrijven kan lenen, kan het goed zijn dat er securitisatie plaatsvindt. Daarbij gelden wel beperkingen en zeer strenge randvoorwaarden. Door resecuritisatie zijn de echte problemen ontstaan. Het werd steeds weer opnieuw verpakt. Op een gegeven moment wist niemand meer wat hij nu precies had omdat er zo veel van de ene hand naar de andere hand was gegaan. Men wist niet meer wat er nog in de pakketjes zat. Men wist niet meer wat men aan het kopen of zelfs aan het verkopen was. Het is sowieso slecht dat die kennis ontbreekt. Daarom moet je zeker bij resecuritisatie heel erg streng zijn.

De Europese Unie heeft al een reeks nieuwe strenge eisen voor securitisatie gesteld die per 1 januari 2011 ingaan voor nieuwe gevallen en per 1 januari 2015, meen ik, voor de huidige securitisatieproductenreeks. Een goed criterium vind ik dat er minimaal 5% in de eigen boeken moet blijven staan. Daardoor komt men niet in de verleiding om zeer risicovolle dingen te doen en om die dan van de balans te gooien met de gedachte dat men er dan van af is. Een bepaald deel van de risico’s moet op de eigen balans blijven staan, zodat men donders goed kan weten wat men aan risico’s is aangegaan. Het IMF heeft ervoor gewaarschuwd dat het aanscherpen van de securitisatieregels een averechts effect kan hebben op de kredietverlening. Als banken hun risico’s niet meer kunnen doorverkopen, maar die voor de volle honderd procent op de balans moeten houden, is er minder geld voor kredietverlening. Ik zie nu enkele leden zeer emotioneel reageren. Ik denk dat wij het erover eens zijn dat er bizarre situaties zijn geweest. De Nederlandse regering is ook niet gek geworden. Zij ziet die schaduwkanten ook. Wij hebben niet voor niets zeer strenge regels opgesteld. Wat ons betreft, kan er nog een nieuwe ronde van aanscherpingen komen. In de VS heeft dat proces echter nog niet plaatsgevonden. De opmerking van het IMF moet dan ook meer gezien worden in het licht van de discussie in de VS dan van de situatie in Europa. Voor Europa komt die opmerking ook een beetje als mosterd na de maaltijd. Ik moet eerlijk zeggen dat de opmerking van het IMF ons in eerste instantie ook verbaasde. De aanscherping van de regels voor securitisatie heeft in Europa al plaatsgevonden. In de VS spreekt men daar nog over. Men heeft willen waarschuwen om niet door te schieten en het instrument securitisatie af te schaffen. Daar kun je het mee eens zijn of niet, maar ik begrijp wel dat men vanuit economische perspectief bang is dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Onder condities kan securitisatie in bepaalde gevallen behulpzaam zijn bij kredietverlening. Bij die waarschuwing kan ik mij wel iets voorstellen, maar het gaat te ver om van zo’n gerenommeerd instituut te zeggen dat het gek is geworden.

De heer Irrgang vroeg of het nog niet te vroeg was voor een exitstrategie. De Commissie stelt terecht dat het belangrijk is dat de EU-lidstaten nu al nadenken over consolidatie van de overheidsfinanciën. Nederland is het daarmee eens. Naast het stimuleren van de economie moeten wij ook nadenken over wat er daarna moet gebeuren. Nederland loopt op dit punt voorop vergeleken met veel andere Europese landen. In het beleidsakkoord zijn wij overeengekomen om de economie met miljarden te stimuleren, maar tegelijkertijd denken wij na over de vraag wat er daarna gedaan moet worden. De overheidsfinanciën verslechteren enorm en die moeten wel weer op orde worden gebracht. Dat is een enorme opgave. Je kunt dat niet allemaal vooruitschuiven naar toekomstige generaties. De politiek moet nu een begin maken met het verbeteren van de overheidsfinanciën. Wij vinden het heel goed dat er nu al wordt nagedacht over exitstrategieën.

Ik kom schriftelijk terug op de vragen van de heer Irrgang over de hedgefondsen. Dan rest mij tot slot de vraag van mevrouw Peters over belastingparadijzen. Nederland heeft een TIEA (tax information exchange agreement) met Guernsey gesloten. In het fiche wordt gedoeld op de non cooperative jurisdictions, dus de jurisdicties die tot voor kort niet bereid waren om een informatie-uitwisselingsovereenkomst te sluiten. Gelukkig is er op dat vlak ook beweging in de goede richting gekomen. Guernsey is wel een cooperative jurisdiction, overigens al voor de discussie hierover in de G20. Zwitserland, Luxemburg, België en Liechtenstein zijn pas daarna coöperatief geworden. Guernsey was een van de eerste voormalige belastingparadijzen waarmee wij een informatie-uitwisselingsverdrag op belastinggebied hebben gesloten.

Mevrouw Vos (PvdA): Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris. Als assistent-minister blijkt hij zeer goed te kunnen antwoorden.

Staatssecretaris De Jager: Waarnemend minister en staatssecretaris!

Mevrouw Vos (PvdA): Voorzitter. Ik wil het IMF niet knettergek noemen, maar het is wel een beetje gek dat het IMF het lastig vindt om die norm van 5% aan te houden. Dat lijkt mij juist een manier om beter om te gaan met securitisatie, maar ik neem aan dat wij het daar nog over zullen hebben.

De inzet van het kabinet op de klimaattop klinkt veelbelovend. Het bedrag van 100 mld. dollar lijkt ons wel goed. Mijn fractie wil dat in de Ecofin hoog wordt ingezet, want er moet nog over zeer veel onderhandeld worden. Op 14 oktober gaan wij het daar nog over hebben, maar het lijkt ons goed om alvast een waarschuwing te geven.

Ik constateer dat de Britten vervelend blijven. Mijn vraag over de Glass-Steagall Act is nog niet beantwoord. Wij kunnen het eindeloos hebben over bonussen en het beperken van risicovol gedag. De optie dat het voor banken geen zin heeft om hoge bonussen uit te keren, omdat zij dan suffe spaarbanken worden, is te snel verlaten. Ik krijg graag de toezegging dat daar toch wel serieus naar gekeken wordt. Ik weet niet zeker of dat op de Ecofinraad moet gebeuren. Er is veel beweging op dit terrein, ook bij ABN AMRO. Veel mensen denken dat dit een goed model is om naar terug te gaan. Daarom wil ik daar graag serieus met het kabinet over spreken.

De heer Irrgang (SP): Voorzitter. Dit laatste staat niet op de agenda, maar ik vind het wel een ontzettend goed punt. Bij het debat over de inrichting van het financieel stelsel heb ik hier ook naar gevraagd. Toen heb ik niet echt een concrete reactie van het kabinet daarop gekregen.

De staatssecretaris heeft gezegd dat de 100 mld. dollar van Gordon Brown de totale nettostroom naar ontwikkelingslanden is. Bij de EU moet je daarbij aan een aandeel van 20% tot 30% denken, dus 20 tot 30 mld. dollar. Dat spoort niet met bedrag van 2 tot 15 mld. euro van de Commissie in de geannoteerde agenda. Kan de staatssecretaris dat nog een keer uitleggen? Volgens mij is het koersverschil tussen de dollar en de euro niet zo groot geworden dat dit verschil daaruit kan worden verklaard.

Ik vraag mij af wat er maatschappelijk nuttig is aan het verpakken en doorverkopen van leningen; ik zal dat nare woord niet meer gebruiken. Onder economen wordt stevig gediscussieerd over de vraag of dit überhaupt wel een zinnige activiteit is. De staatssecretaris heeft gezegd dat het stellen van grenzen daaraan de kredietverlening negatief kan beïnvloeden. Als wij dat als maatstaf gaan gebruiken, kan je ook zeggen dat de reservevereisten voor banken niet aangescherpt hoeven te worden. Dat belemmert ook de kredietverlening. Dat kan nooit een argument zijn. Ik blijf het een merkwaardige actie van het IMF vinden. Volgens mij heeft men daar nog wel wat meer aan ideologische herbezinning te doen.

Ik heb op zichzelf geen bezwaar tegen een schriftelijke reactie op de richtlijn inzake hedgefondsen. Daarbij zijn twee politieke geschilpunten aan de orde. Het eerste is wat je doet met niet-EU-hedgefondsen die in de EU actief zijn. Als je daar geen scherpe eisen aan stelt, zoals het paper van het Zweedse voorzitterschap lijkt te suggereren en dat de voorkeur heeft van een overwhelming majority van de lidstaten, loop je het risico dat de EU-hedgefondsen naar elders vertrekken. Waar staat Nederland hierin? De staatssecretaris moet die vraag toch nu kunnen beantwoorden. Ik hoop niet dat hij bij die overwhelming majority behoort, want dat lijkt mij weinig effectief.

Het tweede punt betreft de vraag naar de leverage voor beleggingsfondsen. Er wordt gesteld dat het wel zeer mechanisch is om daar een maximale leverage voor in te stellen. Daar kan ik mij wel iets bij voorstellen. Er is een grote diversiteit van fondsen. Private equity is heel iets anders dan een hedgefonds. Eén van de opties uit het paper van het Zweedse voorzitterschap is om daar helemaal niet meer naar te kijken. Dan haal je de kern uit het beleid weg. Wat is op dat punt de positie van Nederland? Ik hoop dat de regering ook ziet dat er op dat punt iets moet gebeuren.

De voorzitter: Kunnen we mevrouw Koşer Kaya overslaan omdat zij lid is van de parlementaire onderzoekscommissie?

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Voorzitter. Het is wel moeilijk om mij in te houden als het over bepaalde onderwerpen gaat. Ik zal het dan maar over andere onderwerpen hebben.

Ik heb niet voor niets de bedragen voor de financiering van de klimaatmaatregelen in mijn bijdrage genoemd. Die 20 tot 30 mld. dollar is niet terug te rekenen tot 2 tot 15 mld. euro. Graag helderheid daarover.

Ik heb nog een vraag over het in de hand houden van de staatsschuld en het aanpakken van het begrotingstekort. De staatssecretaris heeft daar iets over gezegd maar mij is niet duidelijk wat «tijdig» precies inhoudt. Hoe staat het met de coördinatie van de exitstrategieën? De Commissie ziet daarin een rol voor zichzelf weggelegd. Hoe kijkt de staatssecretaris daar tegenaan?

De Algemene Rekenkamer heeft een pittige conclusie over de Lissabondoelen getrokken. Ik heb de staatssecretaris daar niets over horen zeggen.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Voorzitter. Wat de klimaatfinanciering betreft, heeft dit debat twee duidelijke winstpunten. In de eerste plaats is de regering eindelijk bereid om eens te concretiseren hoe hoog de bijdrage van de EU voor het financieren van klimaatadaptatie moet zijn. Ik kan het bedrag van 20 tot 30 mld. dollar wel plaatsen. In de tweede plaats is duidelijk dat dit niet het bedrag is waar de Commissie mee komt, daar hoeven wij niet omheen te draaien. De inzet van de regering bij het informele rondje Ecofin – de aanloop naar al die grote raden die nog uitgebreid besproken worden – moet zijn om zeer indringend op de Commissie in te praten en steun voor de eigen positie te zoeken bij de andere lidstaten. Kan de staatssecretaris mij op dit punt geruststellen?

Ik had nog een vraag gesteld over de werkgelegenheid, ook een informele discussie. Waar denkt Nederland in dat verband aan? Ik wijs op de suggestie van groene sectoren.

Het bedrag van 20 tot 30 mld. dollar voor klimaatadaptatie betreft alleen de periode na 2020. Er is echter ook geld nodig voor de periode 2010–2012 en voor de periode 2012–2020. Waar worden die gaten mee gefinancierd?

De voorzitter: Namens mijn fractie heb ik een vraag over de werkgelegenheid. Heeft Nederland daarbij een aparte inzet en, zo ja, welke? Ik sluit mij aan bij de vragen van de heer Irrgang over de hedgefondsen. In het verleden heb ik die fondsen sprinkhanen genoemd. Die gedachte zit nog steeds in mijn hoofd.

Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Mevrouw Vos vroeg mij om hoog in te zetten en om een waarschuwing te geven voor 14 oktober. Moet ik de ambtenaren van Financiën waarschuwen dat het ons mogelijk heel veel gaat kosten of de collega’s in de Ecofin dat het hun veel geld gaat kosten?

Mevrouw Vos (PvdA): Ik doelde op de Ecofin.

Staatssecretaris De Jager: Ik zal ook waarschuwen dat het ons eveneens geld gaat kosten.

Die 2 mld. in de stukken van de Commissie betreft de periode 2010–2012. De 100 mld. in totaal gaat over 2020.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Nu is de verwarring compleet. In de brief van de regering staat letterlijk: «... resulteert dit volgens de Commissie in een EU bijdrage van naar schatting € 2–15 mld. per jaar in 2020.»

Staatssecretaris De Jager: Per jaar?

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ja.

Staatssecretaris De Jager: Ik zal dit zorgvuldig nagaan en dan kom ik er schriftelijk op terug.

De voorzitter: Voor 14 oktober aanstaande.

Staatssecretaris De Jager: Ja, voor het debat van 14 oktober. Ik schets nog even het beeld, waarbij ik de opmerking in de brief even buiten beschouwing laat. Een deel van de 100 mld. betreft private middelen, een deel wordt opgebracht door de ontwikkelingslanden en een deel door de rest van de wereld. Dat bedrag is niet direct te herleiden tot de genoemde 20% tot 30% bijdrage van de EU. De private middelen zijn afkomstig van carbonachtige belastingen of van de emissiehandel. De Commissie maakt zeer voorzichtige schattingen. Zolang het systeem er niet is, weet niemand hoeveel procent straks privaat en hoeveel procent publiek wordt gefinancierd. Alles bij elkaar denken wij dat er 100 mld. nodig is. Nederland acht het een faire inzet dat 20% tot 30% van het publieke deel door de EU wordt opgebracht. Dat is het verhaal. Voor 14 oktober kom ik in een brief terug op de verwarring die nu is ontstaan over die zin in de brief die mevrouw Peters heeft geciteerd.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik neem de informele Ecofinraad serieus en daarom wil ik die brief graag op een zodanig moment voor de informele Ecofin ontvangen dat wij er eventueel nog moties over kunnen indienen.

Staatssecretaris De Jager: Even voor de duidelijkheid: er valt geen beslissing op de informele Ecofinraad. Dat gebeurt nooit.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Die informele raad is wel heel belangrijk. Het gaat ons om de inzet van de Nederlandse regering bij de informele onderhandelingen die wij zeer serieus nemen.

Staatssecretaris De Jager: De bijeenkomst in de Kamer die op 14 oktober is geagendeerd gaat over de Nederlandse inzet bij de Milieuraad en de Ecofin. Er is een apart debat georganiseerd over de Nederlandse inzet op dit gebied richting Europa.

De voorzitter: De staatssecretaris heeft de verzoeken van de leden gehoord. Ik neem aan dat hij die goed in zijn oren heeft geknoopt en dat hij probeert om dat voor elkaar te krijgen. Dat wil zeggen: zo snel mogelijk een brief om opheldering te verschaffen over misverstanden die mogelijk gerezen zijn.

De heer Irrgang (SP): Dan hoop ik dat die brief er ruim voor 1 oktober is. Anders vraag ik een VAO aan. Het onderwerp staat op de agenda. Op de agenda staat ook wat de Nederlandse inzet is. De staatssecretaris moet dan ook alsnog per brief snel duidelijkheid kunnen geven over de Nederlandse inzet op de informele Ecofinraad. Het staat niet voor niets op de agenda.

De voorzitter: De boodschap is duidelijk. Ik neem aan dat de staatssecretaris goed geluisterd heeft.

Staatssecretaris De Jager: Ik heb goed geluisterd. Dat doe ik trouwens altijd als ik in de Kamer ben.

Mevrouw Vos sprak over saaie banken en banken die meer risico nemen. Dit punt is uitgebreid aan de orde geweest tijdens het algemeen overleg over de kabinetsvisie ter zake. Ik vat heel kort samen wat toen is besproken. Die scheiding heeft wellicht een bepaald aantrekkelijk perspectief, maar er zijn ook veel bezwaren, onder andere van juridische aard. Een buitenlandse bank kunnen wij moeilijk onder een dergelijk regime brengen. Er zijn ook praktische bezwaren, want het is mogelijk dat een staat niet bereid is om een durfbank met veel systeemelementen – wellicht is de durfbank zelfs een systeembank – te laten omvallen. Als je dan toch besluit om die bank te redden, dan ben je uiteindelijk niets opgeschoten. De regering heeft tijdens het vorige algemeen overleg toegezegd om te kijken naar een scheiding binnen een instelling en de verplichting om een soort «living will» op te stellen. Dat wil zeggen dat wordt aangegeven hoe een bank gesplitst zou kunnen worden. Over die toezegging wordt de Kamer nader geïnformeerd.

Ten aanzien van de hedgefondsen heeft de richtlijn van de EU een bredere werking dan de afspraak van de G20. De richtlijn heeft niet alleen betrekking op hedgefondsen, maar ook op andere vormen van bepaalde alternatieve fondsen. Er worden ook meer zaken in de richtlijn van de EU geregeld. Zo is er bijvoorbeeld aandacht voor beleggersbelangen. De EU heeft er echt voor gekozen om betere en bredere regels te maken. In Europees verband wordt nog gediscussieerd over de vraag hoe wij met derde landen moeten omgaan waarin hedgefondsen actief zijn. Daar moeten wij nog goed naar kijken. De SP is over het algemeen niet tegen regelgeving in Europa als andere landen dit niet ook doen, maar dat was waarschijnlijk niet de achtergrond van de vraag van de heer Irrgang. In ieder geval lopen wij op dit punt enigszins voorop.

De heer Irrgang (SP): De staatssecretaris herhaalt het probleem dat ik zelf al geschetst heb. Als hij nu niet in staat is om duidelijk te maken wat de Nederlandse inzet is op de twee punten die ik in eerste en tweede termijn genoemd heb, kan hij dat wellicht doen in de brief die voor 1 oktober is toegezegd. Ik wil graag weten of Nederland aan de goede kant van het touw trekt. Als dat zo is, juich ik dat natuurlijk toe.

Staatssecretaris De Jager: Wij staan altijd aan de goede kant van het touw. Ik zal de heer Irrgang namens de regering laten zien welke kant van het touw dat is.

Dan de timing van de exitstrategie. Ik heb tegen mevrouw Koşer Kaya gezegd dat wij in december in de Ecofin komen te spreken over de buitensporigtekortprocedure. De exitstrategieën worden politiek gezien vanuit een iets breder perspectief benaderd. De juridisch kant van de zaak is de procedure voor het buitensporig tekort; de benadering in engere zin om het zo te zeggen. Verder wordt er natuurlijk in Nederland een eigen discussie gevoerd over stimulering versus tekortreductie en staatsschuld. Ik durf nu al te voorspellen dat dit punt terugkomt bij de algemene financiële beschouwingen. Die lenen zich daar ook heel goed voor, in tegenstelling tot de Lissabondoelen. Dat is een heel ander onderwerp. Die vragen zouden moeten worden doorgeleid naar de ministers van EZ en OCW.

De voorzitter: Wij wachten nog met grote spanning op het antwoord op de vraag over de werkgelegenheid. Er is gevraagd naar de inzet op de Ecofinagenda.

Staatssecretaris De Jager: Daarop kom ik ook terug in de toegezegde brief.

De voorzitter: Daarmee zijn wij gekomen aan het eind van dit algemeen overleg. Ik dank de staatssecretaris voor zijn antwoorden, ook als vervanger van de minister van Financiën. Ik dank ook de ambtenaren en de mensen op de publieke tribune.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Blok (VVD), voorzitter, Ten Hoopen (CDA), ondervoorzitter, Weekers (VVD), Van Haersma Buma (CDA), De Nerée tot Babberich (CDA), Haverkamp (CDA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Omtzigt (CDA), Koşer Kaya (D66), Irrgang (SP), Luijben (SP), Kalma (PvdA), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Cramer (ChristenUnie), Van der Burg (VVD), Tony van Dijck (PVV), Spekman (PvdA), Gesthuizen (SP), Ouwehand (PvdD), Tang (PvdA), Vos (PvdA), Bashir (SP), Sap (GroenLinks) en Linhard (PvdA).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Remkes (VVD), Pieper (CDA), Aptroot (VVD), Jan de Vries (CDA), Van Hijum (CDA), Mastwijk (CDA), Elias (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Pechtold (D66), Kant (SP), Ulenbelt (SP), Van der Veen (PvdA), Smilde (CDA), Anker (ChristenUnie), Nicolaï (VVD), De Roon (PVV), Heerts (PvdA), Karabulut (SP), Thieme (PvdD), Heijnen (PvdA), Roefs (PvdA), Van Gerven (SP), Vendrik (GroenLinks) en Smeets (PvdA).

XNoot
2

Samenstelling:

Leden: Atsma (CDA), Van Bommel (SP), ondervoorzitter, Van der Staaij (SGP), Waalkens (PvdA), voorzitter, Ormel (CDA), Van Velzen (SP), De Nerée tot Babberich (CDA), Haverkamp (CDA), Jan Jacob van Dijk (CDA), Blom (PvdA), Eijsink (PvdA), Van Dam (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Jonker (CDA), Irrgang (SP), De Roon (PVV), Boekestijn (VVD), Pechtold (D66), Ten Broeke (VVD), Gill’ard (PvdA), Jasper van Dijk (SP), Thieme (PvdD), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie) en Peters (GroenLinks).

Plv. leden: Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Jager (CDA), De Wit (SP), Van der Vlies (SGP), Vos (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Van Heugten (CDA), Lempens (SP), Schermers (CDA), Knops (CDA), Jacobi (PvdA), Samsom (PvdA), Kuiken (PvdA), Teeven (VVD), Spies (CDA), Roemer (SP), Wilders (PVV), Nicolaï (VVD), Van der Ham (D66), Van der Burg (VVD), Besselink (PvdA), Van Leeuwen (SP), Ouwehand (PvdD), Voordewind (ChristenUnie) en Vendrik (GroenLinks).