21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 2205 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 augustus 2026

Hierbij ontvangt u het verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad, die op 9 en 10 juli te Brussel plaatsvonden.

De Minister van Financiën, E. Heinen

Verslag van de Eurogroep en Ecofinraad 9 en 10 juli 2026

Eurogroep regulier

Begrotingsbeleid in de eurozone

De Eurogroep sprak over de macro-economische ontwikkelingen en het geaggregeerde begrotingsbeleid, de zogenaamde fiscal stance, in de eurozone. De European Fiscal Board (EFB) presenteerde hun jaarlijkse rapport over het geaggregeerde begrotingsbeleid in de eurozone.1 Zoals gebruikelijk nam de Eurogroep hierover een verklaring aan.2

De voorzitter van de EFB, CPB-directeur Pieter Hasekamp, lichtte toe dat in 2026 en 2027 het begrotingsbeleid in de eurozone in het teken staat van aanzienlijke economische onzekerheid, vooral veroorzaakt door het conflict in het Midden-Oosten en de impact hiervan op energieprijzen, inflatie en economische groei. In 2026 is het begrotingsbeleid licht restrictief, in de zin dat de begrotingspositie licht verbetert ten opzichte van 2025, mede door terughoudend beleid in een context van hoge overheidsschulden en oplopende rente-uitgaven. In 2027 verwacht de EFB een omslag naar een vrijwel neutrale tot licht expansieve begrotingskoers op eurozoneniveau. Daarnaast uitte de EFB zich kritisch over uitbreiding van de reikwijdte van de nationale ontsnappingsclausule naar steunmaatregelen voor energie.

Lidstaten bedankten de EFB voor het rapport en bevindingen. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, gaven aan de zorgen te delen over uitbreiding van de reikwijdte van de nationale ontsnappingsclausule en waarschuwde dat te ruime toepassing ervan risico's oplevert voor de geloofwaardigheid van het begrotingsraamwerk. Een aantal lidstaten gaf daarbij aan wel begrip te hebben voor de bijzondere behoeften aan extra uitgaven, bijvoorbeeld op het gebied van defensie en energie.

Internationale rol van de euro

De Eurogroep wisselde van gedachten over de internationale rol van de euro. Daarbij vormden twee recente rapporten de basis: het jaarlijkse rapport van de Europese Centrale Bank (ECB) over de internationale rol van de euro3 en een paper van de Commissie over de relatie tussen het internationaal gebruik van een munt en de koers ten opzichte van andere valuta4.

De Commissie lichtte toe dat uit haar analyse blijkt dat er geen bewijs is voor een langetermijnverband tussen de internationale status van een munt en de wisselkoers. Een sterkere internationale rol van de euro kent zowel voordelen (zoals lagere financieringskosten en lagere blootstelling aan wisselkoersrisico) als nadelen (waaronder het verschaffen van liquiditeit in crisistijden). Er is echter geen aanleiding tot zorg over wisselkoersappreciatie. Om de internationale positie van de euro te versterken is het vooral van belang om de economische fundamenten verder te versterken: sterke economieën, robuuste betalingssystemen, een goede concurrentiepositie, de Spaar- en Investeringsunie (SIU), de digitale euro en uitbreiding van handelsakkoorden.

Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten dat de sterke economische fundamenten waar de Commissie naar verwijst, essentieel zijn voor het versterken van de internationale positie van de euro. Nederland deed daarbij suggesties, waaronder het stimuleren van het gebruik van de euro via handelsakkoorden, een betere toegang tot eurofinanciering voor handelspartners, prikkels binnen exportkredietregelingen, euroclausules in EU-programma’s zoals Global Gateway en een grotere inzet van de Europese Investeringsbank (EIB) bij het verstrekken van leningen in euro’s buiten de EU.

Enkele lidstaten benoemden dat meer gemeenschappelijk uitgegeven Europese schuld kan bijdragen aan het vergroten van het internationale gebruik van de euro. Andere lidstaten, waaronder Nederland, waren daar zeer kritisch op en benadrukten dat sterke economische fundamenten en structurele hervormingen juist van belang zijn.

Werkprogramma van de Eurogroep

De voorzitter van de Eurogroep, Kyriakos Pierrakakis, presenteerde het werkprogramma van de Eurogroep voor de rest van dit jaar en de eerste helft van volgend jaar.5 De Eurogroep wisselde vervolgens van gedachten over het werkprogramma, waarna dit werd goedgekeurd. In de voorbereidende fase heeft Nederland input geleverd op het werkprogramma. Daarbij heeft Nederland onder meer aandacht gevraagd voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, het opnemen van voldoende concrete doelstellingen en resultaten in de verschillende werkstromen en een goede aansluiting bij de discussies in de Ecofinraad. Deze aandachtspunten zijn vervolgens in het werkprogramma verwerkt, waardoor Nederland met het werkprogramma kon instemmen.

Diversen

De Eurogroep sprak over de ontwerpbegroting van Oostenrijk voor 2027 en 2028, die Oostenrijk op 10 juni 2026 bij de Commissie en de Eurogroep heeft ingediend.

De Commissie concludeerde in haar beoordeling dat Oostenrijk in 2027 voldoet aan de maximale groei van de netto-uitgaven zoals aanbevolen door de Raad in het kader van de buitensporigtekortprocedure. Volgens de Commissie blijft de geraamde groei van de netto-uitgaven in zowel 2026 als 2027, evenals cumulatief ten opzichte van 2024, binnen de aanbevolen maximale uitgavengroei. Tegelijkertijd wijst de Commissie erop dat Oostenrijk nog altijd kampt met een hoog overheidstekort en een verder oplopende overheidsschuld. De Commissie benadrukt dat zij de naleving van de relevante Raadsaanbevelingen, waaronder de hervormingen en investeringen die ten grondslag liggen aan de verlenging van de aanpassingsperiode, zal blijven monitoren in het kader van het Europees Semester.

De ontwerpbegroting bevat ook ramingen voor 2028. De Commissie merkte hierover op dat een volledige beoordeling van de begrotingsplannen voor 2028 op dit moment nog niet mogelijk is, onder meer omdat de Commissieprognoses nog niet tot 2028 lopen. De Commissie zal de begroting voor het jaar 2028 beoordelen in het najaar van 2027. Oostenrijk wordt uitgenodigd een aangepaste ontwerpbegroting in te dienen in het geval er substantiële wijzigingen zijn in het verwachte begrotingsbeleid ten opzichte van de huidige ontwerpbegroting.

De Eurogroep nam, zoals gebruikelijk bij ontwerpbegrotingen, een verklaring aan, waarin de Commissiebeoordeling werd onderschreven en Oostenrijk wordt verzocht het begrotingsbeleid vorm te geven in lijn met de vereisten uit het Stabiliteits- en Groeipact.6

Eurogroep inclusief

AI en financiële stabiliteit

De Eurogroep besprak de ontwikkelingen en kansen van kunstmatige intelligentie (AI), evenals de risico’s ervan voor de financiële stabiliteit. Aan de bespreking nam ook Arthur Mensch deel, CEO van Mistral AI. Tijdens de discussie werd het belang van een leidende Europese positie op het gebied van AI benadrukt. Europa beschikt over veel talent en uitstekende onderzoekers, wat een sterke basis biedt voor de verdere ontwikkeling van de Europese AI-sector. Tegelijkertijd wees de Europese Commissie op belangrijke knelpunten, waaronder de beperkte beschikbaarheid van kapitaal, versnipperde markten en de noodzaak om sneller op te schalen. Het voorgestelde 28ste regime werd genoemd als een mogelijke oplossing om de versnippering van regelgeving tegen te gaan. Daarnaast onderstreepte de Commissie het belang van concurrerende Europese AI-bedrijven en wees zij op het bestaande Europese regelgevingskader, waaronder de AI Act en de Cybersecurity Act. Lidstaten benadrukten daarbij het strategische belang van een sterke Europese AI-sector, onder meer voor defensie, cyberveiligheid en andere kritieke technologieën.

De ECB waarschuwde dat cyberaanvallen op banken steeds frequenter en geavanceerder worden. In dit kader werkt de ECB aan een actieplan dat oktober dit jaar verschijnt en zal de ECB bestuurders nadrukkelijk wijzen op het belang van cyberweerbaarheid. Daarnaast waarschuwde de ECB voor de sterke afhankelijkheid van aanbieders uit derde landen, met name de Verenigde Staten, op het gebied van zowel betalingsverkeer als AI-modellen. Tot slot wees de ECB op de risico’s van de omvangrijke schuldfinanciering van AI-investeringen, die via banken en internationale kapitaalmarkten kunnen doorwerken naar Europa. Meer transparantie over deze financieringsstromen is volgens de ECB essentieel en kan onder meer binnen de Financial Stability Board (FSB) worden geagendeerd.

Digitale financiën

De Eurogroep nam een verklaring aan over digitale financiën, waarin de Ministers hun visie en ambities uiteenzetten voor het ondersteunen van de verdere ontwikkeling van digitale financiën binnen de Europese Unie.7

Ecofinraad

Spaar- en investeringsunie: kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket

Het Ierse voorzitterschap riep de Ministers op om samen toe te werken naar een ambitieus akkoord over het kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket in oktober gezien het belang hiervan. Dit pakket omhelst voorstellen om de barrières voor grensoverschrijdende kapitaalmarktactiviteiten weg te nemen, de handel in financiële instrumenten efficiënter te maken en toezicht op grote marktpartijen op Europees niveau te beleggen.8 Deze ambitie sluit aan bij de intenties die de regeringsleiders eerder afspraken met het Europees Parlement en de Commissie in de One Europe, One Market roadmap. De Commissie onderschreef deze oproep tot snelheid én ambitie volledig. De Ministers hebben unaniem toegezegd om zich komende maanden zowel op technisch als politiek niveau constructief op te stellen om binnen deze uitdagende tijdslijn een stevig en ambitieus compromis te bereiken, zodat de triloogonderhandelingen dit jaar nog kunnen starten mits het Europees Parlement ook dit najaar haar onderhandelingspositie overeenkomt.

Lidstaten uitten zich veelal in vergelijkbare bewoording als tijdens de afgelopen Ecofinraden.9 Zowel de Commissie als ECB benadrukten dat bij het vinden van compromissen de doelstellingen van de ontwikkeling van de spaar- en investeringsunie niet uit het oog verloren moeten worden. Het voorzitterschap had in een nota uiteengezet wat nog de openstaande discussiepunten waren10. Over het algemeen werden deze punten door lidstaten onderschreven. De finaliteitsverordening werd als additioneel openstaand punt voorgesteld door enkele lidstaten.11 Verschillende landen benadrukten dat objectieve criteria vastgesteld moeten worden wanneer een entiteit als significant wordt beschouwd en onder Europees toezicht gaat vallen. Over de bestuursstructuur van de Europese markttoezichthouder (ESMA) en samenwerking met nationale toezichthouders wezen veel lidstaten wederom op een aantal voor hen belangrijke uitgangspunten: een goede balans tussen het uitvoerend bestuur en de raad van toezichthouders, toepassing van lokale expertise die bij nationale toezichthouders aanwezig is, en herziening van de verdeelsleutel van bijdragen van nationale toezichthouders aan het budget van ESMA. Nederland benadrukte evenals een aantal andere landen het belang van een besluitvaardig en onafhankelijk uitvoerend bestuur van ESMA en het voorkomen van dubbel en daarmee duur toezicht. Het Ierse voorzitterschap concludeerde dat er brede steun is om in oktober tot een ambitieuze raadspositie te komen.

Presentatie prioriteiten Iers voorzitterschap

Ierland is in de tweede helft van 2026 voorzitter van de Raad van de Europese Unie. In de Ecofinraad lichtte Ierland de drie prioriteiten toe aan de hand van hun werkprogramma: concurrentievermogen, waarden en veiligheid. Deze prioriteiten zijn in lijn met de EU Strategische Agenda 2024–2029.12

Op economisch en financieel gebied wil Ierland zich inzetten voor het versterken van het concurrentievermogen, het vergroten van de veerkracht en het verbeteren van het vermogen van de EU om adequaat te reageren op de steeds uitdagender geopolitieke en economische omstandigheden. Binnen het terrein van de Ecofinraad zal de focus liggen op het kapitaalmarktintegratie- en toezichtscentralisatiepakket. Daarnaast zal worden gewerkt aan het afronden van de Pan-Europees Pensioen Product-richtlijn (PEPP) en de Instellingen voor Bedrijfspensioenvoorziening-richtlijn (IORP). Bij de informele Ecofinraad in september zal worden gesproken over het concurrentievermogen van de Europese bankensector.

Ontwikkelingen financiële diensten

De Europese Commissie sprak haar waardering uit voor het werk van het Cypriotische voorzitterschap en benadrukte dat het nu zaak is om politieke overeenstemming te bereiken over de lopende dossiers op het gebied van financiële diensten. Zij wees op de consultatie over de cryptoregulering MiCAR, die tot eind september loopt en als basis zal dienen voor de evaluatie van het kader in 2026. Daarnaast onderstreepte de Commissie het belang van verdere voortgang op de pensioendossiers, waarbij zij zich kritisch uitliet over de huidige Raadspositie ten aanzien van de pensioenvoorstellen IORP-richtlijn en PEPP, omdat deze minder ambitieus zouden zijn dan het Commissievoorstel. Verder gaf de Commissie aan dat de evaluatie van het bankenraamwerk, de herziening van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR), de onderhandelingen over securitisatie en de digitale euro goed op schema liggen. Tot slot betreurde de Commissie het uitblijven van vooruitgang op het FIDA-voorstel (Framework for Financial Data Acces), dat belangrijk is voor de verdere integratie van de Europese financiële markt en het verminderen van afhankelijkheden van derde landen.

Stabiliteits- en Groeipact

De Raad stemde in met een aanbeveling voor het openen van een buitensporigtekortprocedure voor Bulgarije. Ook nam de Raad een aanbeveling aan voor een correctief uitgavenpad en een tijdslijn om het buitensporig tekort in 2029 te beëindigen. In de aanbeveling wordt beschreven dat Bulgarije effectieve actie moet ondernemen om het tekort terug te dringen en uiterlijk 15 oktober 2026 de maatregelen hiertoe aan de Raad moet presenteren.

Europees Semester

De Raad stemde in met aanbevelingen over het economisch en sociaal beleid, werkgelegenheidsbeleid, het structureel beleid en begrotingsbeleid van elke lidstaat, als onderdeel van het Europees Semester 2026. De landspecifieke aanbevelingen (LSA’s) leggen dit jaar vooral de nadruk op het versterken van het concurrentievermogen, energiezekerheid, economische veiligheid, defensiegereedheid en sociale rechtvaardigheid. Daarnaast heeft de Raad conclusies goedgekeurd over de diepgaande onderzoeken voor 2026 in het kader van de macro-economische onevenwichtigheden procedure. Deze procedure heeft als doel potentiële macro-economische onevenwichtigheden tijdig te signaleren, te voorkomen en aan te pakken, zodat de economische stabiliteit van afzonderlijke lidstaten, de eurozone en de Europese Unie als geheel wordt gewaarborgd.

Meerdere lidstaten benoemden de krappe tijdslijnen tussen de publicatie van het Commissievoorstel voor de LSA’s en de daaropvolgende goedkeuring door de Raad. Daarnaast waren een aantal lidstaten kritisch op een mogelijke koppeling tussen de LSA’s en het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK). Zij gaven aan dat de aanbevelingen een beleidsmatig richtinggevend karakter hebben en niet als bindende voorwaarden mogen worden gehanteerd.

Herstel- en Veerkrachtfaciliteit

De Raad stemde in met een nieuw herstel- en veerkrachtplan (Recovery and Resilience Plan, RRP) voor Hongarije. Daarnaast stemde de Raad in met gerichte wijzigingen van de nationale herstel- en veerkrachtplannen van Nederland, Cyprus, Finland, Duitsland, Letland, Litouwen, Luxemburg en Slovenië.

Implementatie Europees begrotingsraamwerk

De Raad stemde in met de aanbeveling voor het uitgavenpad voor Nederland, zoals door Nederland voorgesteld in het herziene budgettair-structureel plan voor de middellange termijn. Nederland had een herzien plan ingediend vanwege het aantreden van een nieuw kabinet eerder dit jaar. De Commissie oordeelde dat het uitgavenpad dat Nederland heeft voorgesteld voldoet aan de vereisten onder het Europees begrotingsraamwerk. Daarbij dankte de Commissie Nederland voor de goede samenwerking in de totstandkoming van het herziene plan.

Economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne

De Commissie lichtte toe dat de EU op schema ligt met de uitkering van de financiële steun aan Oekraïne. De eerste tranche van € 3,2 miljard uit de steunlening aan Oekraïne (Ukraine Support Loan, USL) is uitgekeerd nadat Oekraïne aan de gestelde voorwaarden had voldaan, waaronder de vereiste stappen op het gebied van de douane. Daarnaast zijn binnen de MFA-afspraken inmiddels 160 overeenkomsten gesloten, goed voor € 1,1 miljard, waarbij tijdens een donorbijeenkomst verdere voortgang is besproken. Voor de tweede tranche van € 3,7 miljard heeft inmiddels een monitoringmissie plaatsgevonden. De implementatie van de afgesproken hervormingen verloopt over het algemeen goed, al moeten sommige onderdelen nog door de Oekraïense Rada worden behandeld. De voortgang zal daarom de komende periode zorgvuldig worden beoordeeld. De verwachting is dat dit proces begin september kan worden afgerond. Hierbij wordt nauw samengewerkt met het IMF. Het implementatieplan (Oekraïne Plan) onderliggend aan de Oekraïnefaciliteit zal worden aangepast, mogelijk in juli 2026. Als dat lukt, kan de achtste betaling uit de Oekraïne faciliteit in september plaatsvinden. Ook op defensiegebied zijn belangrijke stappen gezet. De eerste betaling onder de USL voor defensiesteun van € 3,9 miljard is inmiddels gedaan, onder meer voor de aanschaf van drones. Daarnaast wordt verwacht dat in de komende weken nog eens € 1,1 miljard kan worden uitgekeerd. In totaal zal dit jaar ongeveer € 28 miljard aan defensiesteun beschikbaar komen.

Wat betreft de ERA-leningen hebben de Verenigde Staten inmiddels hun volledige bijdrage gestort. Alleen Japan moet nog € 1,2 miljard overmaken voordat zij hun deel volledig hebben geleverd. Binnen het IMF-programma is een belangrijk knelpunt opgelost rond de regeling voor simplified taxpayers. Daarmee kan ook de volgende IMF-uitbetaling plaatsvinden. In totaal bedraagt de nu uitgekeerde steun vanuit het IMF-programma € 2,2 miljard. Tegelijkertijd wordt ingezet op het betrekken van meer landen bij de financiering van Oekraïne, omdat nog een significant financieringstekort resteert in 2027.

Ten aanzien van de sancties tegen Rusland constateerde de Commissie dat de daling van de olieprijzen na het staakt-het-vuren in het Midden-Oosten een negatieve ontwikkeling is voor de Russische economie. Daarnaast lijken er tekorten aan brandstof te ontstaan. De sancties hebben duidelijk een aanzienlijke impact, met name op de energiesector, de financiële sector, crypto en de handel. Het blijft van groot belang dat het nieuwe sanctiepakket zo snel mogelijk wordt aangenomen. Een snelle besluitvorming blijft daarom essentieel.

Meerdere lidstaten waren positief over de uitgekeerde steun. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland, vroegen aandacht voor een tijdige inschatting van de financieringsbehoefte voor 2027 en het betrekken van derde landen. Ook gaven enkele lidstaten, waaronder Nederland, aan dat daarbij gekeken kan worden naar de inzet van de geïmmobiliseerde tegoeden van de Russische Centrale Bank.

Naar boven