21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 2188 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 mei 2026

Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda van de vergaderingen van de Eurogroep en informele Ecofinraad van 22 en 23 mei a.s. Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot de volgende vergadering.

Daarnaast wordt u geïnformeerd over het toekennen van de benodigde vrijstellingen aan Griekenland in verband met de voorgenomen vervroegde aflossing van de bilaterale leningen door Griekenland.

De Minister van Financiën, E. Heinen

Geannoteerde agenda Eurogroep en informele Ecofinraad 22 en 23 mei 2026

Eurogroep

Agendaonderwerp Macro-economische ontwikkelingen in de Eurozone

Document: N.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal van gedachten wisselen over recente macro-economische ontwikkelingen. Ter achtergrond zal de Europese Commissie naar verwachting een presentatie geven op basis van de nog te publiceren lenteraming. Deze wordt naar verwachting op 21 mei gepubliceerd.

De ECB heeft afgelopen maart haar prognoses voor de Europese economie geactualiseerd.1 In deze raming is de economische groei voor 2026 met 0,3 procentpunt neerwaarts bijgesteld tot 0,9% bbp, voornamelijk door de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten voor de energieprijzen. Ook is door het conflict de onzekerheid verder toegenomen met negatieve impact op investeringen en consumentenbestedingen. De ECB voorziet opwaartse inflatiedruk. De ECB-raming werd gepubliceerd kort na de start van het conflict. De lenteraming van de Europese Commissie zal nieuwe inzichten geven in de impact van het conflict op de Europese economie.

Het kabinet is van mening dat eventuele maatregelen om kwetsbare bedrijven en huishouden te beschermen tegen prijsschokken tijdelijk, gericht en zoveel mogelijk gecoördineerd moeten zijn. Randvoorwaardelijk is dat deze binnen de regels van het Stabiliteits- en Groeipact worden ingepast, zodat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën geborgd blijft. Voor de middellange termijn blijft het van belang om publieke schulden terug te brengen, terwijl publieke investeringen die productiviteitverhogend zijn worden beschermd.

Agendaonderwerp: Woningmarkt in relatie tot concurrentievermogen, met een gedachtewisseling over de uitdaging en beleidsrespons om tot betaalbare woningen te komen

Document: Nog niet beschikbaar

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal van gedachten wisselen over de Europese woningmarkt in relatie tot het concurrentievermogen. De huizenprijzen op de Europese markt zijn sinds 2014 gestegen als gevolg van de groeiende vraag en het beperkte aanbod. De krapte op de markt heeft macro-economische gevolgen, zoals een verminderde binnenlandse consumptie en een lagere arbeidsmobiliteit en -productiviteit. Mogelijk heeft het tevens een effect op demografische ontwikkelingen en lange termijn economische groei.

Het kabinet herkent de uitdagingen. Het terugdringen van het woningtekort is een nationale prioriteit.

Op 16 december publiceerde de Europese Commissie het Europees Plan voor betaalbaar wonen. Het kabinet constateert dat de Europese Unie geen (exclusieve) bevoegdheid heeft op het gebied van woningmarktbeleid. Het terugdringen van het woningtekort is voor het kabinet een nationale topprioriteit, waarvoor onder voorzitterschap van de Minister-President een aparte taskforce is opgericht. Kernpunten van de inzet zijn beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit.

Agendaonderwerp: State-of-play digitale euro met Commissaris Albuquerque

Document: N.v.t.

Aard bespreking: Bespreking zonder besluitvorming

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep spreekt over de laatste ontwikkelingen rond de digitale euro in het bijzijn van Eurocommissaris Albuquerque voor Financiële Diensten en de Spaar- en Investeringsunie. Mogelijk wordt hierbij ingegaan op de stand van zaken in het Europees Parlement ten aanzien van ontwikkelingen vanuit het Eurosysteem; dit is echter nog niet bekend. Het kabinet kan de bespreking van de stand van zaken aanhoren.

Onder het Deense EU-voorzitterschap is in december 2025 een Raadspositie vastgesteld over de wetsvoorstellen die deel uitmaken van het pakket voor de gemeenschappelijke munt, waaronder de juridische basis voor de digitale euro. Het kabinet heeft ingestemd met deze raadspositie, omdat deze voor Nederland en Europa van toegevoegde waarde is op het gebied van weerbaarheid en strategische autonomie door het bieden van een pan-Europees, publiek betaalmiddel. Daarnaast waarborgt de digitale euro de rol van publiek geld in de samenleving, ook in het digitale domein. Verder bevat de Raadspositie waarborgen die voor Nederland essentieel zijn: niet-programmeerbaarheid, een hoog niveau van privacy en de digitale euro als betaalmiddel, niet als spaarproduct.

Een Raadspositie is geen definitief akkoord dat maakt dat de verordening in werking kan treden. Eerst moet het Europees Parlement tot een eigen positie komen, waarna in triloogonderhandelingen moet worden toegewerkt naar een definitief akkoord. Pas na dit akkoord kan de ECB de digitale euro uitgeven.

Het Europees Parlement heeft nog geen positie vastgesteld en het is nog niet duidelijk wanneer het hierover zal stemmen. Zodra het Europees Parlement een positie heeft bepaald, zullen de triloogonderhandelingen tussen de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement van start gaan. Ik zal uw Kamer informeren zodra deze fase start.

Informele Ecofin

Agendaonderwerp: Werklunch: Hoe kan de concurrentiekracht van Europa worden verbeterd?

Document: Nog niet beschikbaar

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t

Toelichting:

De Ecofinraad zal tijdens de informele bijeenkomst van gedachten wisselen over de vraag hoe het Europese concurrentievermogen te versterken. De discussie zal zich deels baseren op bijdragen aan de discussie van het Europees Stabiliteitsmechanisme en de academische wereld. Het kabinet is van mening dat een concurrerende Europese economie belangrijk is voor onze brede welvaart, voor veiligheid en duurzaamheid, weerbaarheid tegen economische schokken en veranderende geopolitieke omstandigheden. Dit vereist onder andere maatregelen om barrières op de interne markt weg te nemen, verdere integratie van Europese energiemarkten, en ontwikkeling van de kapitaalmarktunie.

Agendaonderwerp: Werksessie II: Het gebruik van stablecoins

Document: N.v.t.

Aard bespreking: Informele discussie

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

In de Eurogroup Working Group van 13 januari jl. is naar aanleiding van de discussies over stablecoins besloten om een EFC/EWG «Digital Finance Workstream» op te zetten om een gezamenlijke Europese positie te bepalen ten aanzien van digital finance. Deze werksessie zal op een informelere en minder technische manier vooruitkijken naar de rol van stablecoins en op strategische wijze het gesprek aangaan met de leden over het gebruik ervan.

De overkoepelende inzet van Nederland ten aanzien van het betalingsverkeer is gericht op het waarborgen van een veilig, betrouwbaar, efficiënt en toegankelijk betalingsverkeer, zowel nationaal als internationaal. Dit geldt ook voor betalingen met digitale tokens zoals stablecoins. Het Nederlandse beleid is er daarnaast op gericht om innovatie in de sector te stimuleren, waarbij consumentenbescherming en het mitigeren van risico’s ten aanzien van de financiële stabiliteit prioriteit heeft.

Het kabinet vindt het van belang dat er Europees aandacht is voor de strategische positie t.a.v. stablecoins, en steunt derhalve bespreking van dit onderwerp in deze EFC/EWG-werkstroom. Hierbij is het van belang dat er aandacht is voor zowel kansen als risico’s. Stablecoins kunnen bijdragen aan het goedkoper en efficiënter maken van internationale betalingen. Tegelijkertijd zijn er risico’s ten aanzien van de financiële stabiliteit. Zo is Nederland kritisch ten aanzien van zogeheten multi-issuance stablecoins vanwege de risico’s ten aanzien van de financiële stabiliteit. De Nederlandse inzet is om mitigerende maatregelen te verkennen.

Agendaonderwerp: Werksessie III: Hoe kan Europa uitgaven financieren die het zich moeilijk kan veroorloven?

Document: How can Europe Pay for Things that it Cannot Afford? (IMF publicatie)

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Raad zal van gedachten wisselen over de manier waarop Europa structurele uitgavenstijgingen, onder meer op het gebied van defensie, vergrijzing, energie/klimaat en rentelasten, kan financieren. Dit gebeurt aan de hand van een IMF-paper dat waarschuwt voor toenemende houdbaarheidsrisico’s en het belang van structurele hervormingen en begrotingsdiscipline benadrukt.

Het IMF-paper benadrukt dat de overheidsuitgaven in Europa blijven stijgen terwijl de economische groei structureel te zwak is om deze lasten te dragen. Zonder stevige maatregelen ontstaat een groeiende kloof tussen ambities en financiële draagkracht. Investeringen in onder andere defensie, energie/klimaat en vergrijzing verhogen de druk op de overheidsfinanciën, terwijl traditionele groeiaanjagers zoals export minder betrouwbaar zijn geworden. Beleidsmaatregelen zoals ruim monetair beleid en hogere uitgaven hebben de groei de afgelopen jaren niet weten aan te jagen, wat wijst op dieperliggende problemen zoals een gebrek aan productiviteitsgroei, versnipperde markten en beperkte innovatie. Als deze trends aanhouden zullen schulden oplopen en neemt de kwetsbaarheid toe. De oplossing is volgens het IMF een combinatie van structurele hervormingen, begrotingsconsolidatie, open handel en scherpere prioritering van uitgaven, met het uiteindelijke doel de economische basis te versterken.

Het kabinet onderschrijft het IMF-paper en benadrukt het belang van houdbare overheidsfinanciën en strikte handhaving van de Europese begrotingsregels. Alleen met solide begrotingsbeleid kunnen financiële stabiliteit, een investeringsklimaat dat de noodzakelijke transities ondersteunt, en het betalen van toekomstige voorzieningen worden gegarandeerd, zonder lasten door te schuiven naar volgende generaties.

Overig

Gedeeltelijke vervroegde aflossing door Griekenland van bilaterale leningen van de eurolanden en vrijstelling pro-rata aflossing EFSF en ESM

Griekenland heeft verzocht om EUR 6,94 mld. aan bilaterale leningen onder de Greek Loan Facility (GLF) vervroegd af te lossen op 15 juni 2026. De GLF is het eerste financiële steunprogramma voor Griekenland, overeengekomen in mei 2010, en bestaat uit bilaterale leningen van eurolanden aan Griekenland. Het bedrag van EUR 6,94 mld. betreft 26,4% van de nog uitstaande GLF leningen en komt overeen met een gedeeltelijke aflossing die was voorzien voor de jaren 2029 en 2033–2035. Voor Nederland gaat het om een vervroegde aflossing van ca. EUR 420 miljoen aan bilaterale leningen. Dit zou het vijfde jaar op rij zijn dat Griekenland vervroegd aflost.

Bij een vervroegde aflossing aan de GLF bestaat de verplichting om een proportioneel bedrag ook af te lossen aan het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) en de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF). Griekenland heeft aangegeven dat een evenredige vervroegde aflossing aan het EFSF en het ESM, gezien de grote bedragen, niet haalbaar is zonder negatieve gevolgen voor de financieringsvoorwaarden van Griekenland.

Griekenland heeft daarom, net als bij eerdere vervroegde aflossingen aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en van de GLF, een vrijstelling gevraagd.2 Besluitvorming hierover door de aandeelhouders van het ESM en EFSF vindt naar verwachting begin juni plaats. Bij eerdere vervroegde aflossingen van de GLF in 2022, 2023, 2024 en 2025, en daarvoor van het IMF, is deze vrijstelling verstrekt door het ESM en het EFSF.

Daarnaast geldt de verplichting dat Griekenland bij een vervroegde aflossing op de GLF deze aflossing evenredig toepast op alle toekomstige GLF-aflossingen. Dit betekent dat het bedrag dat vervroegd wordt afgelost evenredig in mindering moet worden gebracht op de openstaande bedragen van het gehele terugbetalingstermijn. Griekenland verzoekt echter om de vervroegde aflossing niet evenredig toe te passen op de toekomstige GLF-aflossingen, maar om de aflossing toe te passen op een deel van de aflossingsjaren. Griekenland heeft ook hiervoor, net als in voorgaande jaren, een vrijstelling gevraagd. Besluitvorming hierover vindt in een schriftelijke procedure plaats door de verstrekkers van de leningen onder de GLF, waaronder Nederland.

De Commissie geeft in haar beoordeling van het verzoek aan positief tegenover dit voorstel te staan. De vervroegde aflossing zou de gemiddelde looptijd van de overheidsschuld van Griekenland verlengen en daardoor de risico's van schuldherfinanciering verminderen en het schuldbeheer vergemakkelijken. Volgens de Commissie zou de vervroegde aflossing ook een positief signaal afgeven aan de financiële markten met betrekking tot de financiële positie van Griekenland.

Het kabinet staat net als de Commissie positief tegenover het verzoek van Griekenland voor vervroegde aflossing. De aflossing zal de Nederlandse staatsschuld verlagen, hetgeen bij de Suppletoire begroting September 2026 zal worden verwerkt. Daarnaast worden de renteontvangsten op deze lening naar beneden bijgesteld. Het effect zal per saldo beperkt zijn, doordat de lagere renteontvangsten van de GLF deels worden gecompenseerd door de lagere rentebetalingen over de Nederlandse staatsschuld. De renteontvangsten worden meerjarig bijgesteld bij de Ontwerpbegroting 2027.

Het kabinet heeft begrip voor het verzoek van Griekenland om geen proportionele vervroegde aflossing te hoeven doen op de uitstaande schuld bij het ESM en het EFSF en is voornemens om binnen deze instellingen in te stemmen met het verlenen van de benodigde vrijstelling hiervoor. Het kabinet heeft ook begrip voor het verzoek van Griekenland om de vervroegde aflossing niet evenredig toe te passen op alle toekomstige GLF-aflossingen en is voornemens om hiervoor in de schriftelijke procedure goedkeuring te verlenen. Het kabinet zal derhalve instemmen met deze verzoeken.


X Noot
2

De leningen vanuit het EFSF en het ESM kennen een langere looptijd dan leningen die Griekenland nu vervroegd wil aflossen. Griekenland vraagt daarom, net als bij eerdere vervroegde aflossing van de bilaterale leningen, om een vrijstelling. Met die vrijstelling kan Griekenland de kortlopende bilaterale leningen vervangen door marktleningen met een langere looptijd.


X Noot
2

De leningen vanuit het EFSF en het ESM kennen een langere looptijd dan leningen die Griekenland nu vervroegd wil aflossen. Griekenland vraagt daarom, net als bij eerdere vervroegde aflossing van de bilaterale leningen, om een vrijstelling. Met die vrijstelling kan Griekenland de kortlopende bilaterale leningen vervangen door marktleningen met een langere looptijd.

Naar boven