Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202021501-07 nr. 1655

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1655 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 februari 2020

Hierbij zend ik u het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 17 en 18 februari 2020 te Brussel.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Verslag Eurogroep en Ecofinraad 17 en 18 februari 2020

Eurogroep

Presentatie van de Europese Commissie over haar prioriteiten voor de EMU

De Europese Commissie heeft haar prioriteiten voor de Economische en Monetaire Unie (EMU) gepresenteerd in lijn met het op 29 januari jl. gepresenteerde werkprogramma van de Europese Commissie.1 De Europese Commissie geeft aan belang te hechten aan versterking van de EMU, met specifieke aandacht voor het oprichten van het Begrotingsinstrument voor Convergentie en Concurrentievermogen (BICC), versterking van de bankenunie en de kapitaalmarktunie en de hervorming van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM).

Evaluatie van de Commissie van het «six-pack» en «two-pack» van het Stabiliteits- en Groeipact

Op 5 februari jl. heeft de Europese Commissie haar evaluatie van de «six-pack» en «two-pack» wetgeving van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) gepubliceerd.2 De evaluatie vloeit voort uit een bepaling die is opgenomen in deze wetgeving, die stelt dat de Europese Commissie elke vijf jaar een verslag uitbrengt over de toepassing ervan. De Kamer heeft op 11 februari een de kabinetsappreciatie van deze evaluatie ontvangen.3

Tijdens de Eurogroep heeft de Europese Commissie de evaluatie gepresenteerd. Zoals reeds in de kabinetsappreciatie opgenomen benadrukt de Europese Commissie dat het SGP gericht is op het corrigeren van buitensporige begrotingstekorten en schuldenniveaus van de overheid en niet op het voorschrijven van specifiek begrotingsbeleid. Ook onderstreept de Europese Commissie het belang van het opbouwen van voldoende buffers in economisch goede tijden zodat in slechte tijden beleid kan worden gevoerd ter ondersteuning van de economische groei (anticyclisch beleid). De Europese Commissie geeft daarnaast aan dat de buitensporigtekortprocedure (excessive deficit procedure – EDP) heeft bijgedragen aan het corrigeren van begrotingstekorten groter dan 3% van het bruto binnenlands product (bbp). Verder is de geaggregeerde begrotingspositie van de eurozone, de zogeheten fiscal stance, volgens de Commissie steeds belangrijker geworden. In dat kader wijst de Commissie erop dat het gebrek aan een stabilisatiefunctie voor de eurozone ertoe leidt dat de mogelijkheden voor macro-stabilisatie beperkt zijn. Hierdoor is de eurozone in de ogen van de Commissie voor stabilisatie met name afhankelijk van het monetair beleid.

Meerdere lidstaten spraken hun steun uit voor de bevindingen van de Commissie, met name dat de huidige begrotingsregels complex zijn en transparantie omtrent de implementatie verbeterd kan worden. Een aantal lidstaten benadrukte dat het SGP vooral tot houdbare overheidsfinanciën moet leiden en benadrukt dat het van belang is om in goede tijden voldoende buffers op te bouwen. Daarnaast geven deze lidstaten aan dat het belangrijk is dat lidstaten structurele hervormingen doorvoeren voor het bevorderen van duurzame economische groei. Andere lidstaten benoemden dat het vooral van belang is om binnen het begrotingsraamwerk voldoende flexibiliteit te hebben om te kunnen inspelen op veranderingen in economische omstandigheden en de nieuwe uitdagingen van de Europese Unie.

De Europese Commissie gaf aan dat het in hun ogen nuttig is om het komende half jaar te benutten om de discussie aan te gaan over het SGP-raamwerk. Daartoe heeft de Europese Commissie consultaties aangekondigd4 waarbij door iedereen input geleverd kan worden op het raamwerk middels een online tool5. Na de zomer zal de Europese Commissie bezien of het nodig is om aanpassingen voor te stellen.

Thematische discussie over groei en banen; belasting op arbeid – een verschuiving van inkomensbelasting naar andere vormen van belasten

In de Eurogroep heeft een thematische discussie plaatsgevonden over de belastingmix van lidstaten. De Europese Commissie had hiervoor een notitie opgesteld6 en de discussie richtte zich met name op het verlagen van belasting op arbeidsinkomen en tegelijkertijd het verhogen van milieubelastingen. De discussie werd ingeleid door professor Ottmar Edenhofer, directeur van het Mercator Research Institute on Global Commons and Climate Change (MCC) en van het Potsdam Institute for Climate Impact Research (PIK). Hij gaf een presentatie met als titel Making carbon pricing work for citizens.7

Enkele lidstaten gaven aan het idee van hogere milieubelastingen in combinatie met lagere belasting op arbeid te steunen. Zij geven daarbij aan dat het wel van belang is om goed te analyseren hoe structureel de inkomsten zijn en wat het effect is op de inkomensverdeling. Lidstaten benoemden ook de meerwaarde van het voeren van discussies over deze onderwerpen op Europees niveau, om zodoende van elkaar te leren.

Ierland post-programmasurveillance – 12de review

De Eurogroep heeft een terugkoppeling ontvangen van de twaalfde post programma-surveillance (PPS) missie naar Ierland.8 De missie in het kader van PPS, waaraan de Europese Commissie, de ECB, het ESM en het IMF deelnamen, heeft plaatsgevonden van 19 tot 21 november jl. Het doel van PPS is om de economische, budgettaire en financiële ontwikkelingen van een land dat financiële steun heeft ontvangen te monitoren, om zodoende de terugbetaalcapaciteit te beoordelen.

De bevindingen van de missie waren over het algemeen positief. Ierland kent een stabiele economische groei, heeft de overheidsfinanciën versterkt en maakt voorderingen ten aanzien van het terugdringen van niet-presterende leningen (NPLs). Wel blijven er risico’s bestaan zoals de toekomstige relatie met het Verenigd Koninkrijk en internationale handelsspanningen, waar de Ierse economie relatief gevoelig voor is. De volgende PPS-missie naar Ierland zal plaatsvinden in de lente van 2020.

Winterraming Commissie

De Europese Commissie heeft de belangrijkste uitkomsten van haar winterraming toegelicht die op 13 februari jl. is gepubliceerd.9 De winterraming bevat alleen cijfers over economische groei en inflatie, en niet over de overheidsfinanciën. De winterraming stelt dat de EU op een pad van stabiele maar gematigde economische groei blijft. De vooruitzichten voor de EU als geheel zijn onveranderd ten opzichte van de herfstraming van 7 november 2019. De inflatieverwachting is licht opwaarts bijgesteld. De Europese Commissie wijst erop dat neerwaartse risico’s blijven bestaan. De oorzaken hiervoor zijn onzekerheid rond het Amerikaanse handelsbeleid, politieke en sociale onrust in Latijns-Amerika, geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten, onzekerheid over de relatie met het Verenigd Koninkrijk op de lange termijn en de zorgen over het Coronavirus.

Aanbevelingen voor de Eurozone 2020

De Europese Commissie heeft op dinsdag 17 december jl. haar voorstel voor de jaarlijkse aanbeveling van de Raad over het economisch beleid van de eurozone (eurozone-aanbevelingen) gepubliceerd.10 Uw Kamer is op 15 januari jl. geïnformeerd over de kabinetspositie t.a.v. het herfstpakket, waar de eurozone-aanbevelingen deel van uitmaken11. De Eurogroep besprak de in de voorportalen van de Raad aangepaste aanbeveling.

De aanbevelingen van de Raad voor het economisch beleid van de eurozone worden dit jaar gedaan op het gebied van (1) het bevorderen van de economische groei, veerkracht en het tegengaan van onevenwichtigheden, 2) het afbouwen van publieke schulden, verbeteren van de samenstelling van overheidsfinanciën, een ondersteunend begrotingsbeleid in geval van een verslechtering van de vooruitzichten voor de economische groei en het bestrijden van agressieve belastingplanning, 3) het verlagen van lasten op arbeid, versterken van onderwijssystemen en doorvoeren van arbeidsmarkthervormingen, 4) de financiële sector, risicoreductie en het voltooien van de bankenunie en 5) het vervolmaken van de Economische en Monetaire Unie (EMU) en de internationale rol van de euro.

Na deze bespreking in de Eurogroep heeft de Ecofinraad de eurozone-aanbevelingen goedgekeurd (zie hieronder in het verslag). De Europese Raad zal de eurozone-aanbevelingen bekrachtigen, waarna de Ecofinraad deze formeel aanneemt.

Overige zaken

In de Eurogroep is Tuomas Saarenheimo (Finland) benoemd tot voorzitter van de Eurogroepwerkgroep (EWG)12 vanaf 1 april 2020 voor een termijn van twee jaar. Hij volgt daarmee Hans Vijlbrief op die deze functie van februari 2018 tot januari 2020 heeft bekleed. Nederland acht de heer Saarenheimo een geschikte kandidaat.

Inclusieve samenstelling

BICC – rapport over een mogelijke IGA

Tijdens de Eurogroep van 9 oktober jl. hebben lidstaten de afspraak bevestigd dat de financiering van het Begrotingsinstrument voor Convergentie en Concurrentievermogen (BICC) zal worden bepaald in de context van het Meerjarig Financieel Kader (MFK).13 Nederland is van mening dat het BICC gefinancierd dient te worden uit de reguliere middelen van de EU-begroting, onder het MFK-plafond, om de eenheid van de EU-begroting te bewaken. Een aantal landen wil dat eurolanden additionele bijdragen leveren aan het instrument, bovenop de financiering uit de reguliere middelen van de EU-begroting. Tegen deze achtergrond heeft de Eurogroep van 9 oktober jl. aan de ambtelijke werkgroep van de Eurogroep de opdracht gegeven om een rapport op te stellen over de noodzaak, inhoud, modaliteiten en omvang van een intergouvernementele overeenkomst (IGA), waarmee aanvullende middelen voor het BICC zouden kunnen worden vastgelegd. Naar aanleiding van die afspraak heeft de Eurotop van 13 december jl. de Eurogroep verzocht om spoedig te rapporteren over geschikte financieringsopties voor het BICC.14

De Eurogroep heeft het rapport over een IGA aangenomen (zie als bijlage bijgevoegd)15 en ten behoeve van de besluitvorming over het MFK doorgestuurd naar de Europese Raad.16 In lijn met de Nederlandse wens is in het rapport opgenomen dat deelname aan een IGA niet verplicht is, maar een soevereine beslissing van iedere lidstaat. Daarnaast geeft het rapport in lijn met de Nederlandse visie aan dat een IGA niet noodzakelijk is, maar nuttig kan zijn in het geval dat lidstaten besluiten een additionele bijdrage te willen leveren. Tijdens de bespreking in de Eurogroep onderstreepten sommige lidstaten, waaronder Nederland, dat deelname aan een IGA vrijwillig is en dat een IGA ook tot stand kan komen met een beperkt aantal deelnemers. Door andere lidstaten werd aangegeven dat een IGA alleen zinvol is als alle eurolanden deelnemen.

Overige zaken

Denemarken17 en Zweden18 gaven een korte toelichting op een recent door die landen uitgebracht rapport over de verkenning van mogelijke deelname aan de bankenunie.

Transparantie

En marge van de Eurogroep heeft de Minister van Financiën met de voorzitter van de Eurogroep, de heer Mário Centeno, gesproken over het belang van transparantie in Europese besluitvorming. Daarbij heeft hij ook het belang benadrukt dat het Nederlandse parlement hecht aan transparantie, zoals onder andere reeds naar voren is gekomen in het COSAC-paper Opening up closed doors, en aangegeven dat het goed zou zijn om transparantie-initiatieven te blijven bespreken. Eveneens zet de Minister van Financiën erop in om het onderwerp transparantie in het werkprogramma van de Eurogroep voor de tweede helft van 2020 te krijgen, om de implementatie en de werking van de in september 2019 door de Eurogroep aangekondigde transparantiemaatregelen te bevorderen.

Ecofinraad

Ecofin-ontbijt

Tijdens het ontbijt kregen de Ministers een korte terugkoppeling uit de Eurogroep. Ook is gesproken over het selectieproces voor de volgende president van de European Bank for Restructuring and Development (EBRD), die in mei 2020 zal worden benoemd door de Raad van Gouverneurs van de EBRD.

A-punt – Raadsconclusies lijst van fiscaal niet-coöperatieve landen

De lijst van non-coöperatieve jurisdicties, beter bekend als de Europese «zwarte lijst» is in de Ecofinraad behandeld als A-punt.19 Vier jurisdicties (de Kaaimaneilanden, Panama, Palau en de Seychellen) zijn toegevoegd aan de «zwarte lijst», waardoor deze lijst nu uit 12 jurisdicties bestaat.20

Overige zaken – Stand van zaken financiële diensten dossiers

Het voorzitterschap van de Raad heeft zoals gebruikelijk de Ecofinraad van informatie over de huidige wetgevingsvoorstellen voor financiële diensten voorzien.21

Europees Semester: Herfstpakket

De Europese Commissie heeft op 17 december 2019 de start van het Europees Semester 2020 ingeluid met de publicatie van drie documenten in het zogenoemde Herfstpakket22: de jaarlijkse analyse van groeiprioriteiten van de Europese Unie voor 2020 (Annual Sustainable Growth Strategy; ASGS), het jaarlijkse rapport over het waarschuwingsmechanisme (Alert Mechanism Report; AMR) in het kader van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP) en het voorstel voor de aanbeveling van de Raad over het economisch beleid van de eurozone (eurozone-aanbevelingen). Uw Kamer heeft op 15 januari jl. een brief ontvangen met een kabinetsappreciatie van het herfstpakket.23

In de ASGS blikt de Europese Commissie vooruit op de belangrijkste economische beleidsuitdagingen voor het komende jaar. In vergelijking met vorig jaar ligt de nadruk op duurzame groei en maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. De volgende prioriteiten zijn door de Europese Commissie geïdentificeerd: 1) duurzaamheid; 2) productiviteit; 3) rechtvaardigheid en 4) stabiliteit.

In het AMR worden aan de hand van een scorebord met indicatoren mogelijke macro-economische onevenwichtigheden opgespoord en bepaald welke lidstaten onderworpen worden aan nader onderzoek. Deze onderzoeken moeten uitwijzen of en in welke mate de betreffende lidstaten te kampen hebben met macro-economische onevenwichtigheden en in hoeverre deze een risico vormen voor de lidstaten zelf, de Economische en Monetaire Unie, of de Europese Unie als geheel. De Europese Commissie is voornemens om dit jaar 13 lidstaten nader te onderzoeken om vast te stellen in welke mate zij kampen met onevenwichtigheden. Dit zijn Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Ierland, Italië, Portugal, Roemenië, Spanje, Zweden en Nederland. Dit zijn dezelfde landen als vorig jaar. De resultaten van de diepteonderzoeken worden in het voorjaar van 2020 verwacht.

De Raad doet dit jaar aanbevelingen voor het economisch beleid van de eurozone op het gebied van (1) het bevorderen van de economische groei, veerkracht en het tegengaan van onevenwichtigheden, 2) het afbouwen van publieke schulden, verbeteren van de samenstelling van overheidsfinanciën, een ondersteunend begrotingsbeleid in geval van een verslechtering van de vooruitzichten voor de economische groei en het bestrijden van agressieve belastingplanning, 3) het verlagen van lasten op arbeid, versterken van onderwijssystemen en doorvoeren van arbeidsmarkthervormingen, 4) de financiële sector, risicoreductie en het voltooien van de bankenunie en 5) het vervolmaken van de Economische en Monetaire Unie (EMU) en de internationale rol van de euro.

In de Ecofinraad zijn Raadsconclusies aangenomen over de ASGS24 en het AMR25 en zijn de eurozone-aanbevelingen, die de dag ervoor zijn besproken in de Eurogroep (zie dit deel van het verslag) goedgekeurd26. De Europese Raad zal de eurozone-aanbevelingen bekrachtigen, waarna de Ecofinraad deze formeel aanneemt.

Evaluatie van de Commissie van het «six-pack» en «two-pack» van het Stabiliteits- en Groeipact

Op 5 februari jl. heeft de Europese Commissie haar evaluatie van de «six-pack» en «two-pack» wetgeving van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) gepubliceerd.27 De evaluatie vloeit voort uit een bepaling die is opgenomen in deze wetgeving, die stelt dat de Europese Commissie elke vijf jaar een verslag uitbrengt over de toepassing ervan. De Kamer heeft op 11 februari een de kabinetsappreciatie van deze evaluatie ontvangen.28

Net als bij de Eurogroep heeft de Europese Commissie ook in de Ecofinraad de evaluatie gepresenteerd. En net als in de Eurogroep spraken meerdere lidstaten hun steun uit voor de bevindingen van de Commissie, met name dat de huidige begrotingsregels complex zijn en transparantie omtrent de implementatie verbeterd kan worden. Enkele lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten dat het SGP primair tot houdbare overheidsfinanciën moet leiden en benadrukken de bevinding van de Commissie dat het van belang is om in goede tijden voldoende buffers op te bouwen. Daarnaast geven deze lidstaten aan dat het vooral van belang is dat lidstaten structurele hervormingen doorvoeren voor het bespoedigen van duurzame economische groei. Andere lidstaten benoemden dat het vooral van belang is om binnen het begrotingsraamwerk voldoende flexibiliteit te hebben om te kunnen inspelen op veranderingen in economische omstandigheden en de nieuwe uitdagingen van de Europese Unie.

De Europese Commissie gaf aan dat het in hun ogen nuttig is om het komende half jaar te benutten om de discussie aan te gaan over het SGP-raamwerk. Daartoe heeft de Europese Commissie consultaties aangekondigd29 waarbij door iedereen input geleverd kan worden op het raamwerk middels een online tool30. Na de zomer zal de Europese Commissie bezien of het nodig is om aanpassingen voor te stellen.

Voorbereiding G20 vergadering februari

Op 20-23 februari vindt de G20 vergadering voor Ministers van Financiën en Centrale Bank presidenten (FMCBG) plaats in Riyadh. Deze bijeenkomst is de eerste FMCBG-meeting onder het Saoedische voorzitterschap. Belangrijke onderwerpen zijn: (i) de mondiale economie, (ii) infrastructuur investeringen, (iii) internationale belastingen en (iv) financiële sector. De EU-inzet voor de Europese Commissie en het EU-voorzitterschap voor deze vergadering wordt uitgedrukt in de EU Terms of Reference (ToR), welke in deze Ecofinraad is aangenomen.

In de ToR wordt benadrukt dat het van groot belang is de huidige handelsspanningen op te lossen. Het werk op mondiale onevenwichtigheden moet daarnaast worden voortgezet en de EU roept landen met hoge schulden op om budgettaire buffers op te bouwen. De EU blijft gecommitteerd aan het op regels gebaseerde multilaterale handelssysteem en aan de implementatie en evaluatie van de overeengekomen G20 hervormingen van de financiële sector. De EU verwelkomt de infrastructuurprioriteiten van het G20 voorzitterschap en ziet uit naar de implementatie van de G20 principes voor kwalitatieve infrastructuur en hecht grote waarde aan het vinden van internationale oplossingen voor belastingen in de digitale economie.

Decharge over de EU-begroting 2018

Op basis van het jaarverslag van de Europese Rekenkamer (ERK) stelt de Ecofinraad ieder jaar aanbevelingen op als onderdeel van de dechargeprocedure van de EU-begroting. De Europese Rekenkamer geeft over het jaar 2018 een «verklaring met beperking» over de uitgaven van de EU-begroting. Het foutenpercentage berekent de ERK voor 2018 op 2,6%, een lichte verslechtering ten opzichte van voorgaand jaar (2017: 2,4%), en nog steeds boven de materialiteitsgrens van 2%.

Hoofdoorzaak van het te hoge foutenpercentage is het subsidiëren van kosten en projecten die daarvoor niet in aanmerking hadden mogen komen omdat niet is voldaan aan de subsidievoorwaarden (eligibility). De volgende beleidsvelden blijven persistent foutengevoelig: economische, sociale en territoriale cohesie (5%), natuurlijke hulpbronnen (2,4%) en concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid (2%).

Daarnaast concludeerde de ERK dat de kwaliteit van het werk van de nationale auditautoriteiten verbetering vergt en dat de foutenpercentages per fonds substantieel lager zouden zijn geweest als de Europese Commissie en de lidstaten alle beschikbare informatie hadden gebruikt om fouten tijdig te signaleren en te corrigeren. Verder legde de ERK uit dat het type financiering ten grondslag ligt aan de foutgevoeligheid:

  • «Entitlements» zijn op rechten gebaseerde vergoedingen zoals het aantal hectares. Er zijn geen materiële fouten bij dit type betalingen aangetroffen (betreft vooral landbouw, circa een derde van de EU begroting).

  • «Declaraties» zijn afrekeningen op basis van werkelijke kosten of standaard kosten («bonnetjes»). Deze bekostiging wordt toegepast bij de Europese structuur- en investeringsfondsen, concurrentievermogen en innovatie en bij plattelandsontwikkeling. Hier doen zich structureel hoge foutenpercentages voor.

In deze Ecofinraad is een positief dechargeadvies voor de EU-begroting 2018 aangenomen.31 Nederland heeft tegen het positieve dechargeadvies van de Raad gestemd. Samen met lidstaat Zweden (stem onthouden) heeft Nederland een gezamenlijke verklaring opgestuurd, bestemd voor het Europees Parlement. Daarmee geven Zweden en Nederland de boodschap af dat urgente verbetering belangrijk is, met name op de beleidsvelden met persistente fouten. De verklaring wordt gepubliceerd op de website van het Europees Parlement.32 Uiteindelijk beslist het Europees Parlement of zij overgaat tot het verlenen van kwijting aan de Europese Commissie.

Begrotingsrichtsnoeren 2021

In de Ecofinraad zijn begrotingsrichtsnoeren aangenomen voor de EU-begroting voor het jaar 2021.33 Lidstaten kunnen de Europese Commissie – via deze richtsnoeren – sturing geven bij het opstellen van de (concept) begroting over 2021. De begrotingsrichtsnoeren zijn niet juridisch bindend. De begroting voor het jaar 2021 is de eerste begroting van het volgende Meerjarig Financieel Kader voor de periode 2021–2027.

In de richtsnoeren wordt allereerst het belang van een prudente begroting benadrukt, waarbij tegelijkertijd wordt aangegeven dat er voldoende middelen beschikbaar dienen te zijn om de prioriteiten in de EU te ondersteunen. Daarnaast benadrukt de Raad in de richtsnoeren, evenals in voorgaande jaren, het belang van budgettaire discipline in de EU: de plafonds binnen het MFK-raamwerk moeten gerespecteerd worden en er dienen voldoende marges onder de plafonds te resteren om te kunnen reageren op onvoorziene omstandigheden. Verder wordt het belang genoemd van betrouwbare en precieze ramingen om de voorspelbaarheid van de afdrachten van lidstaten aan de EU te vergroten. Tevens roept de Raad alle EU-instituties op om zich te houden aan de afspraken omtrent personeelsformatie.

Overige zaken – Artikel 126(3) rapport voor Roemenië

De Europese Commissie heeft de Ecofinraad geïnformeerd dat het een zogenaamd 126(3) rapport heeft opgesteld over Roemenië. De Commissie stelt een dergelijk rapport op indien een lidstaat ex-ante of ex-post, de begrotingsdoelstellingen uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie overschrijdt of dreigt te overschrijden. In een dergelijk rapport beoordeelt de Commissie of een buitensporigtekortprocedure (excessive deficit procedure – EDP) gerechtvaardigd is.34 Het begrotingstekort van Roemenië ligt op basis van cijfers uit de winterraming van de Europese Commissie vorig jaar, dit jaar en komend jaar ruim boven de grens van 3% van het bruto binnenlands product (bbp).35 Daarnaast stelt de Europese Commissie vast dat de overschrijding niet exceptioneel en niet tijdelijk is. Daarom concludeert de Europese Commissie in haar rapport dat een buitensporigtekortprocedure gerechtvaardigd is. Een hoog-ambtelijk comité dat de Ecofinraad voorbereidt (Economic and Financial Committee – EFC) zal in de aankomende weken een zogenaamd EFC-opinie opstellen (conform artikel 126 VWEU lid 4) over het 126(3) rapport van de Commissie.


X Noot
3

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1510.

X Noot
11

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1509.

X Noot
20

Amerikaanse Maagdeneilanden, Amerikaans Samoa, Fiji-eilanden, Guam, de Kaaimaneilanden, Oman, Palau, Panama, Samoa, Seychellen, Trinidad&Tobago en Vanuatu.

X Noot
23

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1509.

X Noot
28

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1510.

X Noot
35

De winterraming van de Commissie is een zogeheten «interim-» raming en bevat daarom normaliter alleen cijfers over economische groei en inflatie, en niet over publieke financiën. Voor Roemenië heeft de Commissie dit keer een uitzondering gemaakt door de reikwijdte van de winterraming voor Roemenië uit te breiden en te kijken naar de ontwikkeling van de publieke financiën.