Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201921501-07 nr. 1587

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1587 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 maart 2019

Hierbij zend ik u het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 11 en 12 maart 2019 te Brussel.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Verslag Eurogroep en Ecofinraad, 11 en 12 maart 2019

Eurogroep 11 maart

Thematische discussie – Huizenmarkt

De Eurogroep heeft een discussie gevoerd over de huizenmarkt. Lars Svensson, hoogleraar economie aan de Stockholm School of Economics en voormalig plaatsvervangend President van de Zweedse Centrale Bank, opende de discussie met een presentatie over de risico’s van hypotheekschulden voor financiële en economische stabiliteit.1 Ook had de Europese Commissie een technische nota verspreid als basis voor de discussie.2

Verschillende lidstaten gaven een beeld van de ontwikkelingen en uitdagingen van de huizenmarkt in hun land en welke maatregelen zij hebben getroffen op dit gebied. Voor de meeste eurozonelanden geldt dat de huizenprijzen de afgelopen jaren zijn hersteld en in sommige landen blijven de huizenprijzen verder stijgen. Nederland heeft aangegeven dat het belangrijk is om ontwikkelingen op de huizenmarkt goed te blijven volgen, gegeven de sterke link tussen vastgoed en macro-economische ontwikkelingen. Daarnaast heeft Nederland gewezen op het belang van het beperken van onnodige fiscale stimulering van hypotheekschulden, maatregelen om huishoudens te beschermen zoals loan-to-value en de loan-to-income ratio’s en maatregelen om het aanbod van huizen te vergroten.

Updated draft budgetary plans – Letland

De Eurogroep heeft een korte toelichting gekregen op de geactualiseerde ontwerpbegroting van Letland voor het jaar 2019. Letland heeft sinds eind januari dit jaar een nieuwe regering en heeft zodoende een nieuwe begroting ingediend. De Commissie is met een opinie gekomen die aangeeft dat de begroting van Letland grotendeels voldoet aan de eisen van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP).3 De Eurogroep heeft een verklaring aangenomen waarin het de opinie van de Commissie onderschrijft.4

Griekenland

De Eurogroep heeft een terugkoppeling ontvangen over het tweede Enhanced Surveillance (verscherpt toezicht) rapport.5 De missie in het kader van Enhanced Surveillance, waaraan de Commissie, de ECB en het ESM deelnamen, heeft plaatsgevonden van 21 tot 25 januari jl. Het doel is het verkleinen van het risico dat Griekenland terugvalt op «oud beleid». Dit zou risico’s voor de financiële stabiliteit met zich mee kunnen brengen en mogelijk de terugbetaalcapaciteit van een land in gevaar kunnen brengen. Daarnaast worden middels Enhanced Surveillance de nog lopende hervormingen gemonitord.

Uit het rapport komt een gemengd beeld naar voren. Ondanks dat er voortgang is geboekt zijn er nog steeds vertragingen op hervormingen die eind 2018 hadden moeten zijn doorgevoerd. Griekenland zal verder blijven werken aan de implementatie van de hervormingen zoals overeengekomen in de Eurogroep verklaring van juni 2018.6 Indien bij de Eurogroep van april kan worden geconstateerd dat Griekenland voldoende voortgang heeft geboekt op de nog openstaande hervormingen kunnen de reeds afgesproken schuldmaatregelen worden toegepast (uitkering van SMP/ANFA-inkomsten en afschaffing van de renteopslag op een deel van EFSF leningen).

Eurogroep (in inclusieve samenstelling7) 11 maart

Verdieping EMU – eurozone-instrument voor convergentie en concurrentievermogen

Op de Eurotop van 14 december jl. (Kamerstuk 21 501–20, nr. 1412) zijn regeringsleiders een verklaring overeengekomen aangaande de versterking van de Economische en Monetaire Unie (EMU).8 Daarin hebben regeringsleiders onder andere de Eurogroep gemandateerd om, in de context van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) te werken aan de vormgeving, implementatie en timing van een budgettair instrument voor convergentie en concurrentievermogen voor de eurolanden. Dit instrument zal volgens de verklaring onderdeel uitmaken van de EU-begroting, complementair zijn aan andere instrumenten en onderhevig zijn aan voorwaarden en strategische aansturing vanuit de lidstaten. Het instrument zal tot stand komen op basis van de normale, communautaire wetgevingsprocedure, op basis van het relevante Commissievoorstel, wat indien nodig kan worden aangepast. De omvang van het instrument zal worden bepaald in de context van het MFK. Uiterlijk in juni 2019 zal tot overeenstemming moeten worden gekomen over de kenmerken van het instrument.

De Eurogroep heeft van gedachten gewisseld over de uitgavenkant van het instrument. Daaruit bleek dat er brede steun is om het instrument in te zetten voor investeringen en hervormingen, in lijn met de prioriteiten en uitdagingen die worden gedefinieerd in het kader van het Europees Semester.

Sommige lidstaten gaven daarnaast aan dat zij ook open stonden om het instrument te gebruiken om financiering van private projecten te faciliteren. Zij stellen een constructie voor waarbij het instrument ook gebruikt kan worden als garantie om publieke en private investeringen te katalyseren.

Nederland heeft aangegeven dat het instrument gebaseerd dient te zijn op het reeds bestaande Commissievoorstel voor het hervormingsondersteuningsprogramma en in het bijzonder de zogenoemde reform delivery tool (RDT). Dit voorstel kan invulling geven aan de gewenste koppeling tussen de EU-begroting en hervormingen die nationale economieën toekomstbestendig maken, zoals uiteengezet in het regeerakkoord. Nederland heeft onderstreept dat een stabilisatiefunctie onwenselijk is en gesprekken erover ook niet meer aan de orde zijn. Verder heeft Nederland aangegeven dat lidstaten alleen toegang tot het instrument krijgen als ze aan bepaalde strenge voorwaarden voldoen. Gedacht kan o.a. worden aan een koppeling tussen de voortgang van de hervormingen en uitkeringen vanuit het instrument. Ook kan een bepaalde mate van co-financiering het eigenaarschap vergroten. Nederland heeft aangegeven het idee om het instrument in te zetten voor het bevorderen van private investeringen interessant te vinden om zo bijvoorbeeld de kapitaalmarktunie te versterken. Een sterke kapitaalmarktunie is een effectiever mechanisme voor het grensoverschrijdend opvangen van economische schokken dan via een stabilisatiefunctie met publieke middelen.

De discussies over een eurozone-instrument zullen de komende maanden, in de aanloop naar de Eurotop van juni, worden voortgezet.

Transparantie – SGP

Tot slot heeft Nederland het belang van transparantie aangekaart, met name in het kader van SGP-beslissingen.

Zoals eerder aan uw Kamer gecommuniceerd, heb ik aan de Commissie gevraagd om een toelichting op haar besluit van 19 december 2018 om geen buitensporigtekortprocedure (excessive deficit procedure – EDP) voor Italië te openen naar aanleiding van de Italiaanse begroting voor 2019.9 Op aandringen van Nederland heeft de Commissie zodoende een schriftelijke toelichting opgesteld en op 14 februari 2019 naar de lidstaten toegestuurd. Deze nota is niet openbaar. Gezien het belang dat het kabinet generiek hecht aan transparantie rondom Europese besluitvorming heeft Nederland meerdere keren bij de Commissie erop aangedrongen om de toelichting openbaar te maken. De Commissie was echter niet bereid de toelichting openbaar te maken.

Zoals ook aangekondigd in mijn brief aan uw Kamer van 7 maart jl. heeft Nederland in deze Eurogroep nogmaals het belang van transparantie in Europese besluitvorming en het publiek maken van deze toelichting onderstreept. 10 Deze oproep werd gesteund door meerdere lidstaten. De Commissie gaf niet aan voornemens te zijn de toelichting te publiceren en werd daarbij ook gesteund door verschillende andere lidstaten. De Commissie gaf aan dat de nota is rondgestuurd naar de leden van de voorportalen van de Eurogroep en Ecofinraad (de Eurogroup Working Group, EWG en de Economic and Financial Committee, EFC), waar de nota ook eerder is besproken. De voorzitter concludeerde dat transparantie ten aanzien van SGP-gerelateerde documenten ambtelijk verder zal worden besproken.

Ecofinraad 12 maart

Ecofin-ontbijt

Tijdens het Ecofin-ontbijt kregen de Ministers een terugkoppeling uit de Eurogroep en een update over de economische situatie in de EU. Ook is reeds vooruitlopend op de discussie in de Ecofinraad gesproken over de locatie van het Secretariaat van het Investeringscomité van InvestEU, waar nog geen besluit over genomen is.

BTW E-commerce (A-punt)

Tijdens de Ecofinraad is onder de A-punten een algemene oriëntatie bereikt over de voorstellen met daarin (uitvoerings)bepalingen over e-commerce. Het gaat hierbij om bepalingen in aanvulling op het e-commercepakket waarover we in december 2017 een akkoord hebben bereikt en dat per 2021 in werking moet treden.

Accijns gerelateerde onderwerpen

In de Ecofinraad lagen een tweetal compromisvoorstellen voor. Het ging om een aanpassing van de Horizontale accijnsrichtlijn naar aanleiding van het Douanewetboek van de Unie die per 1 mei 2016 in werking is getreden, waardoor oude verwijzingen naar het vervallen Communautair Douanewetboek worden aangepast. Daarnaast wordt in het compromisvoorstel mogelijk gemaakt dat veraccijnsde goederen onder het Excise Movement and Control System («EMCS») gebracht kunnen worden, daar waar het nu nog alleen met papieren documenten mogelijk is. In het compromisvoorstel van de Alcoholaccijnsrichtlijn wordt het meetmoment van het aantal graden Plato dat wordt gebruikt om het accijnstarief te bepalen verduidelijkt. Daarnaast wordt een certificeringssysteem geïntroduceerd voor kleine producenten van verschillende alcoholische dranken.

Een aantal lidstaten vond de compromisvoorstellen zoals die nu op tafel lagen voor de Ecofinraad nog niet rijp voor akkoord en vond dat deze verder besproken moeten worden in Raadswerkgroepen. Het Voorzitterschap had bij het voorstel van de Horizontale accijnsrichtlijn ook de ruimte gegeven om hierover een debat te hebben. De kritiek zag met name op een wijziging die eerder niet besproken is geweest tijdens Raadswerkgroepen, en ziet op het mogelijk maken van het heffen van accijns als optie voor lidstaten bij grensoverschrijdende aankopen als deze een bepaalde limiet hebben overtreden.

Ook bij het compromis over de Alcoholaccijnsrichtlijn waren er discussies over technische kwesties, met name bij onderwerpen die nauwelijks besproken zijn geweest tijdens Raadswerkgroepen.

Beide compromisvoorstellen zullen opnieuw besproken worden in de Raadswerkgroepen. Het voornemen van het Voorzitterschap is dat de compromisvoorstellen geagendeerd gaan worden op de Ecofinraad van mei 2019.

Digitaledienstenbelasting

Het Roemeense voorzitterschap had het richtlijnvoorstel voor een digitaledienstenbelasting, dat inmiddels door de Raad was omgedoopt tot de digitale-advertentiebelasting naar aanleiding van de Frans-Duitse verklaring11, geagendeerd voor akkoord. Voorafgaand aan de vergadering hadden enkele lidstaten al aangegeven niet te zullen instemmen met het richtlijnvoorstel. Dat het richtlijnvoorstel niet werd aangenomen tijdens deze Ecofinraad was daarom ook geen verrassing. De lidstaten die niet konden instemmen met het richtlijnvoorstel hadden uiteenlopende bezwaren. Sommige lidstaten gaven aan het niet wenselijk te vinden in EU-verband maatregelen te nemen vooruitlopend op eventuele afspraken in OESO-verband voor een mondiale benadering voor belastingheffing in de digitaliserende economie. Andere lidstaten vinden het principieel onjuist om een omzetbelasting in te voeren. Weer andere lidstaten hebben opgemerkt dat zij de huidige compromistekst van de digitale-advertentiebelasting niet doelmatig genoeg vinden, omdat de kosten voor het invoeren van een digitale-advertentiebelasting voor hen niet opwegen tegen de verwachte opbrengst.

Het merendeel van de lidstaten, waaronder Nederland gaf echter aan wel te kunnen instemmen met het compromisvoorstel zoals dat op tafel lag, ondanks dat het voorstel naar aanleiding van de Frans-Duitse verklaring minder ambitieus is geworden. Een belangrijk argument van de voorstanders is dat een EU-benadering versnippering van de interne markt tegengaat. Een groeiende groep lidstaten heeft immers plannen voor unilaterale maatregelen voor een digitaledienstenbelasting of heeft deze reeds ingevoerd. Een EU-benadering zou voorkomen dat allerlei verschillende unilaterale maatregelen worden ingevoerd.

De Commissie en het voorzitterschap benadrukten het jammer te vinden dat er geen akkoord kon worden bereikt over dit richtlijnvoorstel. De Commissie gaf aan het richtlijnvoorstel niet te zullen intrekken. De Commissie gaf ook aan dat het niet bereiken van een akkoord geen mislukking is: de EU-discussie is immers een belangrijke aanjager geweest voor de mondiale discussies die in OESO-verband worden gevoerd. De ogen zijn daarom nu gericht op het OESO-traject. De OESO heeft aangegeven te streven naar consensus over een mondiale benadering uiterlijk in 2020. Het voorzitterschap gaf aan dat indien in de OESO geen consensus kan worden gevonden over een mondiale benadering, de Raad dan eind 2020 alsnog opnieuw kan kijken naar een EU-benadering.

InvestEU – Locatie Secretariaat van het Investeringscomité

In de Ecofinraad is gesproken over InvestEU. InvestEU heeft als doel om de bestaande financiële instrumenten die onder de EU-begroting vallen voor investeringsprojecten onder te brengen in één instrument. Hieronder vallen ook een aantal mandaten die op dit moment bij de Europese Investeringsbank (EIB) belegd zijn, zoals EFSI. Met behulp van dit centrale mechanisme moeten investeringen in EU-lidstaten worden bevorderd. Nederland vindt het positief dat met InvestEU verschillende instrumenten samen worden gebracht in één instrument. Hiermee kan overlap tussen verschillende instrumenten worden vermeden. Dit kan leiden tot efficiëntere uitvoering.

In de Ecofinraad is specifiek gesproken over de locatie van het Secretariaat van het Investeringscomité. Dat is het enige onderwerp ten aanzien van InvestEU waar nog geen overeenstemming is bereikt in de Raad en ook in deze Ecofinraad is daarover geen besluit genomen. Sommige lidstaten willen voortbouwen op de goede ervaringen van EFSI en hebben een voorkeur voor een secretariaat bij de EIB. Andere lidstaten stellen dat zij het liefst het secretariaat bij de Commissie zien omdat daarmee de onafhankelijkheid van het secretariaat en de toegang tot InvestEU voor andere banken dan de EIB het meest gewaarborgd zou zijn. De Commissie en de EIB hebben aangegeven dat zij geprobeerd hebben om er samen uit te komen, maar dat ze tot dusver nog geen compromis hebben bereikt.

Nederland heeft aangegeven te hechten aan een duidelijke scheiding tussen uitvoering van beleid door de Commissie en de bancaire taken door de EIB. Nederland acht het daarom van belang dat het Secretariaat van het Investeringscomité op een manier wordt ingericht waarbij de onafhankelijkheid zoveel mogelijk geborgd wordt, bij voorkeur bij de EIB.

De voorzitter spoorde de Commissie en de EIB aan om zo snel mogelijk tot een gezamenlijke oplossing te komen ten aanzien van dit punt.

Europees Semester

De Commissie heeft in de Ecofinraad een presentatie gegeven over de landenrapporten 2019 die binnen het Europees Semester worden gepubliceerd.12 Deze rapporten geven een overzicht van de implementatie van landenspecifieke aanbevelingen van individuele lidstaten. De Commissie stelt vast dat er in beperkte mate invulling wordt gegeven aan de landenspecifieke aanbevelingen, zowel op het gebied van structurele hervormingen als begrotingsbeleid. Daarnaast bevatten de landenrapporten ook een verdiepingsonderzoek van lidstaten waarbij in het Alert Mechanism Report macro-economische onevenwichtigheden zijn vastgesteld.

Voor Nederland stelt de Commissie vast dat Nederland progressie heeft geboekt in het stimuleren van publieke en private investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie waarbij tegelijkertijd de Europese begrotingseisen worden gerespecteerd. Wel merkt de Commissie op dat de hypotheekrenteaftrek nog steeds een drijver is voor het relatief hoge private schuldenniveau en wijst zij in het landenrapport op het relatief hoge overschot op de lopende rekening.

Ook heeft in de Ecofinraad een gedachtewisseling plaatsgevonden over de ontwikkeling van investeringen in de diverse lidstaten. De Commissie introduceerde het onderwerp en gaf aan dat het niveau van investeringen, dat na de crisis was ingezakt, weer in de buurt ligt van het historisch gemiddelde. Tegelijkertijd is het herstel ongelijk verdeeld tussen landen en zijn er nog diverse beleidsuitdagingen. Diverse landen hebben nog mogelijkheden om het investeringsklimaat te verbeteren. Om deze reden heeft de Commissie in 2018 reeds voor veel landen landenspecifieke aanbevelingen gericht op het verbeteren van investeringen. De implementatie hiervan laat nog te wensen over. Ook heeft de Commissie in de landenrapporten van 2019 extra aandacht gegeven aan de investeringsbehoeftes waarin de structuur- en cohesiefondsen zouden kunnen faciliteren. Duitsland en België hebben tijdens de Ecofinraad een korte presentatie gegeven over de uitdagingen in hun landen om publieke en private investeringen op peil te houden.

Lijst van niet coöperatieve jurisdicties op het gebied van belastingen

Gedurende de Ecofinraad zijn er Raadsconclusies vastgesteld over de lijst van niet coöperatieve jurisdicties op het gebied van belastingen (hierna «zwarte lijst») en over de lijst van gecommitteerde jurisdicties op het gebied van belastingen (hierna «grijze lijst»). Tijdens de Ecofinraad van 5 december 2017 zijn de eerste zwarte en grijze lijst vastgesteld. De landen op de grijze lijst voldeden niet aan de minimum fiscale standaard maar hadden op hoog politiek niveau aangegeven dat zij uiterlijk eind 2018 alsnog zouden voldoen. De huidige Raadsconclusies beoordelen in hoeverre landen daadwerkelijk binnen deze gestelde deadline hebben voldaan aan hun toezeggingen.

Alle lidstaten stemden ermee in dat 10 landen op de zwarte lijst moesten worden gezet, bovenop de 5 landen die al op de lijst stonden. Dit betekent dat nu in totaal 15 landen op de zwarte lijst staan. Verder is besloten dat (in totaal) 34 landen op de grijze lijst komen te staan. De voornaamste redenen waarom landen op de grijze lijst staan, hebben te maken met het feit dat ontwikkelingslanden zonder financieel centrum tot eind 2019 de tijd hebben gekregen om te voldoen aan de fiscale transparantie criteria. Verder heeft deze lijst een dynamisch karakter wat betekent dat landen die schadelijke preferentiële regimes in 2018 hebben ingevoerd tot eind 2019 hebben om deze regimes aan te passen.

Verder is, op verzoek van de lidstaten, in de raadsconclusies verduidelijkt dat in het jaar 2019 aanpassingen van de lijst (in de vorm van toezeggingen of voldoen aan de fiscale standaard) tijdens de eerstvolgende reguliere Ecofinraad opgenomen kunnen worden. Hiermee hopen de lidstaten de landen die nu op de zwarte lijst staan een stimulans te geven om hun wetgeving aan te passen. Vanaf 2020 is het idee dat de lijsten wat meer gestabiliseerd zullen zijn en kan nog maar maximaal twee keer per jaar in de Ecofinraad de lijst worden aangepast.

Any Other Business – Coalitie voor klimaatactie

De Finse Minister van Financiën heeft een korte introductie gegeven van het voorbereidende werk ten aanzien van het initiatief van Finland om samen met Chili, onder de hoede van de Wereldbank, een coalitie op te richten van Ministers van Financiën voor klimaatactie. Het doel van deze coalitie, die op dit moment gevormd wordt, is om een verklaring te presenteren tijdens de voorjaarsvergadering van het IMF en de Wereldbank in Washington op 13 april aanstaande die ziet op duurzame financiering, belastingen en begrotingen. Nederland is geïnteresseerd in dit initiatief en staat positief tegenover initiatieven die proberen bij te dragen aan een beter klimaat.