Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201921501-07 nr. 1550

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1550 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 oktober 2018

Hierbij zend ik u het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 1 en 2 oktober 2018 te Luxemburg.

Tevens ga ik separaat in op transparantie bij het ESM (in het verslag van de Eurogroep in inclusieve samenstelling over het ESM), zoals verzocht door uw Kamer tijdens het Algemeen Overleg van 6 september jl. (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1548).

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Verslag van de Eurogroep en Ecofinraad 1 en 2 oktober 2018

Eurogroep

Thematische discussie werking automatische stabilisatoren

De Eurogroep heeft van gedachten gewisseld over de werking van automatische stabilisatoren. Automatische stabilisatoren zijn in de begroting ingebouwde mechanismes die de conjunctuurbeweging afvlakken zonder invoering van nieuwe maatregelen.

De Europese Commissie (Commissie) gaf in een presentatie aan dat ongeveer 35% van de economische schokken in de eurozone wordt geabsorbeerd door automatische stabilisatoren. Er is daarbij een verschil in effectiviteit tussen lidstaten, wat laat zien dat er nog ruimte is voor versterking bij sommige lidstaten. Hierbij is de opbouw van buffers essentieel. Volgens de Commissie kan het soms wel zijn dat nationale stabilisatoren niet afdoende zijn, waardoor een centrale begrotingscapaciteit nodig is.

Verschillende lidstaten gaven aan de analyse van de Commissie te delen, waarbij er brede overeenstemming was dat de opbouw van buffers in goede tijden en naleving van de regels van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) van belang is. Ook Nederland onderstreepte dat volledige naleving van de eisen van het SGP en voldoende marge tot de middellangetermijndoelstelling (Medium Term Objective, MTO) nodig is om automatische stabilisatoren volledig hun werk te laten doen. Daarnaast gaf Nederland aan dat de huidige economisch gunstige tijden moeten worden aangegrepen voor het opbouwen van buffers, zeker ook door lidstaten met hoge publieke schuldenniveaus. Verder bracht Nederland in dat het recent zelf de effectiviteit van automatische stabilisatoren heeft getracht te vergroten door de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen buiten het uitgavenkader te plaatsen.

Sommige lidstaten gaven daarnaast aan voorstander te zijn van een aparte stabilisatiefunctie voor de eurozone. Diverse andere lidstaten, waaronder Nederland, hebben herhaald dat ze een dergelijk voorstel niet steunen. Voorstanders stellen dat eurolanden geen eigen monetair beleid kunnen voeren en dat een gemeenschappelijk monetair beleid onvoldoende passend zou zijn voor landen die getroffen worden door een asymmetrische schok. Om dit te compenseren zou een stabilisatiefunctie nodig zijn. Nederland is het niet eens met de observatie dat een stabilisatiefunctie op EU-niveau nodig is om nationale automatische stabilisatoren te complementeren. Nederland vindt dat lidstaten binnen het SGP voldoende ruimte hebben voor schokabsorptie, indien zij op hun MTO zitten. Daarnaast is verdergaande private risicodeling via het afmaken van de bankenunie en versterking van de kapitaalmarktunie volgens Nederland een effectievere manier voor verbeterde schokabsorptie. Een aantal lidstaten was minder uitgesproken en gaf aan dat in principe nationale begrotingen economische schokken op zouden moeten vangen, maar dat in uitzonderlijke situaties een apart fonds mogelijk ter ondersteuning kan dienen. Daarnaast gaf een aantal lidstaten aan dat ze nadenken over een mogelijk fonds op nationaal niveau («rainy day fund») om schokken op te vangen.

Wisselkoersontwikkelingen

In de Eurogroep is gesproken over de recente ontwikkelingen van de wisselkoersen. De bespreking in de Eurogroep diende ter voorbereiding van internationale bijeenkomsten, zoals de jaarvergadering van het IMF op 12-14 oktober, waar tevens over de wisselkoersontwikkeling van de euro en andere valuta kan worden gesproken. De Commissie heeft een presentatie gegeven waarbij werd aangegeven de euro dit jaar met ongeveer twee procent is geapprecieerd. Deze appreciatie hangt vooral samen met de aanzienlijke depreciatie van de valuta van enkele opkomende economieën, zoals Turkije. Tevens werd stilgestaan bij de internationale rol van de euro. De Commissie gaf hierbij aan dat haar eerdere analyse over de rol van de euro in 2016 nog steeds opgaat. Dit rapport concludeerde onder andere dat een verdieping van kapitaalmarkten en gedegen macro-economisch beleid kan bijdragen aan het versterken van de rol van de euro.1

Miscellaneous (waaronder Italië)

Het stond niet op de agenda, maar ook is er in de Eurogroep stilgestaan bij de eerste indicaties van de Italiaanse begroting voor 2019. De Commissie en verschillende lidstaten, waaronder Nederland en Frankrijk, gaven aan zich zorgen te maken dat de Italiaanse begroting niet aan de regels van het SGP zal gaan voldoen. Italië gaf aan dat de definitieve begroting nog moet worden vastgesteld en dat extra uitgaven nodig zijn om economische groei te stimuleren. De volgende stap is dat Italië zijn complete en definitieve ontwerpbegroting uiterlijk 15 oktober indient bij de Commissie. Vervolgens zal de Commissie bepalen of de ontwerpbegrotingen van alle eurozone lidstaten, de zogeheten Draft Budgetary Plans (DBP), voldoen aan de eisen van het SGP. Tot slot heeft de nieuwe Sloveense Minister van Financiën, Andrej Bertoncelj, een korte toelichting gegeven over het beleid en de prioriteiten van de nieuwe Sloveense regering.

Eurogroep in inclusieve samenstelling

Toekomst EMU – Hervorming ESM

De Eurogroep heeft van gedachten gewisseld over de Economische en Monetaire Unie (EMU), ter opvolging van de Eurotop van 29 juni jl. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1354). Tijdens deze Eurotop is een verklaring opgesteld over de EMU2 waarin onder andere staat dat er consensus was onder de lidstaten om het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) de gemeenschappelijke achtervang (common backstop) te maken van het gemeenschappelijk resolutiefonds (Single Resolution Fund; SRF) en tegelijk versterkt zal worden, waarbij gewerkt zal worden op basis van alle elementen van een ESM-hervorming uit de brief van de voorzitter van de Eurogroep aan president Tusk.3 In de Eurotop van december 2018 zal weer gesproken worden over de toekomst van de EMU. Om in december besluiten te kunnen nemen over al deze elementen, wordt in de Eurogroep over deelonderwerpen gesproken.

Deze Eurogroep is er gesproken over het hervormen van het ESM en specifiek over mogelijke aanpassing van het instrumentarium van het ESM4, eventuele nieuwe instrumenten en de rol van het ESM binnen de totstandkoming van programma’s.

Ten aanzien van het instrumentarium ging de discussie vooral over bestaande preventieve kredietlijnen die het ESM aan economisch en financieel gezonde lidstaten kan verschaffen om markttoegang te behouden. Deze kredietlijnen zijn nog nooit gebruikt en verschillende lidstaten gaven aan dat de instrumenten effectiever zouden kunnen worden gemaakt door toegangscriteria te verduidelijken. Nederland heeft aangegeven dat het open staat voor het verduidelijken van toegangscriteria mits de huidige waarborgen blijven gelden, zoals passende toegangscriteria en beleidsvoorwaarden als lidstaten het instrument gebruiken. Nederland heeft daarnaast onderstreept niet de noodzaak te zien van uitbreiding van het instrumentarium van het ESM. Volgens Nederland heeft het ESM, met onder andere leningen met een bijbehorend aanpassingsprogramma en preventieve kredietlijnen, al voldoende instrumenten om lidstaten van noodsteun te voorzien. Het principe moet immers blijven dat het ESM enkel steun verleent als dit onontbeerlijk is voor de financiële stabiliteit van het eurogebied of zijn lidstaten. Er werd geconcludeerd dat verdere technische werkzaamheden nodig zijn, met name wat betreft de doeltreffendheid van preventieve kredietlijnen en in het bijzonder de toegangscriteria.

Ten aanzien van de rol van het ESM binnen de totstandkoming van programma’s was er brede consensus dat de rol van het ESM vergroot kan worden. Het ESM heeft zich inmiddels bewezen als nieuwe instelling en verschillende lidstaten hebben steunprogramma’s succesvol afgerond. In deze programma’s was het ESM formeel enkel verantwoordelijk voor de financiering van programma’s. Het onderhandelen en het monitoren van beleidsvoorwaarden is momenteel belegd bij de Commissie, die hierover in overleg treedt met de ECB, en waar mogelijk het IMF. Ook Nederland heeft aangegeven dat het proces omtrent steunprogramma’s in de toekomst nog slagvaardiger kan worden ingericht door het ESM een grotere rol te geven in het opzetten en monitoren van programma’s. Verschillende lidstaten en de Commissie gaven aan dat daarbij wel goed gekeken moet worden hoe een grotere rol van het ESM zich verhoudt tot de rol van de Europese Unie bij beleidscoördinatie zoals vastgelegd in het Werkingsverdrag (VwEU). Zo doet de Commissie bijvoorbeeld beleidsaanbevelingen in het kader van het Europees Semester en is de Commissie de handhaver van de regels van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Er werd geconcludeerd dat de discussie over het uitbreiden van de rol van het ESM wordt voortgezet, waarbij bijzondere aandacht uit zal gaan naar het voorkomen van overlapping met bestaande EU-procedures en de bevoegdheden van de Commissie op dit gebied.

Verzoek Kamer om informatie over transparantie bij het ESM (gedaan tijdens het Algemeen Overleg van 6 september jl.)

De CDA-fractie heeft eerder gevraagd naar de openheid en transparantie bij het ESM. Als intergouvernementele instelling valt het ESM niet onder de Europese regels met betrekking tot transparantie en verantwoording. Het kabinet hecht eraan te benadrukken dat zij transparantie en controle erg belangrijk vindt. Op Nederlandse instigatie zijn er de afgelopen jaren stappen gezet om de transparantie van de Eurogroep en het ESM te verbeteren. Daardoor worden sinds 2016 door het ESM een geannoteerde agenda en een samenvatting van de besluiten gepubliceerd van de vergaderingen van de Raad van gouverneurs en de Raad van bewind als deze besluitvorming over programma’s bevatten. Ook worden de documenten die ten grondslag liggen aan deze besluitvorming, zoals het rapport van de Europese Commissie over de voortgang met de implementatie van de beleidsvoorwaarden en het geactualiseerde voorstel voor een Memorandum van Overeenstemming voorafgaand aan deze besluitvorming gepubliceerd. In het informatieprotocol over de besluitvorming bij ESM-programma’s dat in 2014 met de Kamer is overeengekomen staan ook afspraken over het delen van relevante programmadocumenten en de appreciatie daarvan door het kabinet, voorafgaand aan besluitvorming over programma’s. Het ESM wordt gecontroleerd door een auditcomité, bestaande uit vijf onafhankelijke leden, waaronder een lid dat is voorgedragen door de Europese Rekenkamer en twee leden die voorgedragen worden door nationale rekenkamers. Het auditcomité maakt voor haar werk ook gebruik van de expertise van de nationale rekenkamers en de Europese Rekenkamer.

De toekomst van het ESM is momenteel onderwerp van gesprek. De afgelopen maanden is vooralsnog enkel gesproken over de contouren van het ESM. Het ligt voor de hand dat er – nadat de contouren van het toekomstige ESM zijn overeengekomen – ook kritisch wordt gekeken naar transparantie en accountability. De vormgeving van transparantie hangt immers samen met de governance van het ESM, bijvoorbeeld de werkverhouding tussen het ESM en de Commissie.

Ecofinraad

Aanname A-punten: btw e-publicaties

Er is een politiek akkoord bereikt over het richtlijnvoorstel e-publicaties.5 Het voorstel biedt de mogelijkheid om de btw-tarieven voor e-publicaties af te stemmen met de reeds geldende btw-tarieven voor gedrukte publicaties. Op basis van de btw-richtlijn is het namelijk momenteel niet mogelijk om elektronische diensten tegen het verlaagde btw-tarief te belasten. Met dit voorstel wordt een uitzondering gemaakt voor bepaalde elektronische diensten, zijnde: de levering, ook bij uitlening door bibliotheken, van boeken, kranten en tijdschriften, voor zover niet uitsluitend of hoofdzakelijk reclamemateriaal en voor zover niet uitsluitend of hoofdzakelijk bestaande uit muziek of video. Ook biedt het voorstel de mogelijkheid voor alle lidstaten om een sterk verlaagd btw-tarief of nultarief toe te passen op zowel fysieke als elektronische publicaties. Enkele lidstaten mogen reeds, op basis van vastgelegde derogaties, voor fysieke publicaties lagere btw-tarieven toepassen dan het in de btw-richtlijn bepaalde minimum btw-tarief van 5%. In Nederland vallen e-publicaties nu nog onder het hoge tarief van 21 procent. Voor traditioneel drukwerk geldt thans het lage tarief van 6 procent (per 1 januari 2019 geldt 9 procent). Nederland is al langer voorstander van de gelijke behandeling van digitale en fysieke publicaties en heeft het voorstel dan ook gesteund.

Btw quick fix

Tijdens de Ecofinraad is een akkoord (algemene oriëntatie) bereikt over het voorstel over de zogenoemde quick fixes (verbeterpunten) voor de btw.6 Het voorstel is gericht op een fraudebestendiger en eenvoudiger btw-systeem. In de betreffende richtlijn en de uitvoeringsverordening worden specifiek vier verbeterpunten ten aanzien van het bestaande systeem btw-systeem geregeld, namelijk: 1) vereenvoudiging en harmonisatie van de regels voor voorraad op afroep; 2) vermelding van het btw-identificatienummer van de klant op de listing als een materiële voorwaarde om een intra-EU levering van goederen van btw vrij te stellen; 3) vereenvoudiging van de regels om te zorgen voor rechtszekerheid bij ketentransacties; en 4) harmonisatie en vereenvoudiging van de regels voor het bewijs van intracommunautair vervoer van de goederen om een intracommunautaire levering van goederen van btw vrij te stellen.

Aan het voorstel is tevens een verklaring (Annex II) toegevoegd waarin wordt aangegeven dat de Commissie een studie start naar de zogenoemde koepelvrijstelling met het oog op voorstellen op dit punt. Hiermee wordt gereageerd op arresten van het Hof van Justitie waar de reikwijdte van de bestaande koepelvrijstelling werd ingeperkt tot activiteiten van algemeen belang.

Aanvankelijk was tijdens de onderhandelingen ook een vijfde quick fix toegevoegd inzake deze koepelvrijstelling. Vanwege deze toevoeging kon tijdens de Ecofinraad van juni 2018 geen akkoord worden bereikt. In het akkoord is deze vijfde quick fix dus vervallen en wordt de materie nader onderzocht. Verder bestond het voorstel oorspronkelijk, naast de genoemde verbeterpunten, ook uit de introductie van de figuur van de zogenoemde certified taxable person en de hoekstenen voor het definitieve btw-systeem. Gedurende de onderhandelingen is besloten deze onderdelen over te hevelen naar het richtlijnvoorstel met daarin de technische uitwerking van het definitieve btw-systeem.

Btw algemene verleggingsregeling

Tijdens de Ecofinraad is tevens een algemene oriëntatie bereikt over het voorstel voor een tijdelijke toepassing van een algemene verleggingsregeling voor leveringen van goederen en diensten boven een bepaalde drempel.7 Hiervoor is het voorstel reeds drie keer geagendeerd op de Ecofinraad (juni 2017 en mei en juli 2018 (Kamerstuk 21 501-07, nrs. 1443 en 1532)) maar is het steeds niet mogelijk gebleken een akkoord te bereiken. Het was dan ook niet zeker dat het deze Ecofinraad wel zou lukken tot een akkoord te komen. Nederland stond, net als een overgrote meerderheid van de lidstaten, positief ten opzichte van het voorstel. Het voorstel biedt lidstaten die zeer ernstige btw-carrouselfraude ondervinden en geen andere mogelijkheid hebben dit goed te beteugelen naar verwachting een effectieve maatregel.

In het kader van de strijd tegen btw-carrouselfraude wordt het voor lidstaten die aan bepaalde voorwaarden voldoen mogelijk gemaakt om tijdelijk een algemene verlegging van verschuldigde btw op binnenlandse diensten en leveringen tussen ondernemers (bij een transactie groter dan 17.500 euro) naar de afnemer van die prestatie toe te passen. Bij de toepassing van deze algemene verleggingsregeling zal, bij Business to Business (B2B)-leveringen en diensten geen sprake meer zijn van een gefractioneerde betaling waarbij de lidstaten de btw stapsgewijs innen. De btw-afdracht en inning vindt dan in zijn geheel plaats door de laatste schakel in de keten die levert aan de (particuliere) eindconsument. Door deze verlegging naar de laatste schakel wordt btw-carrouselfraude in de tussenliggende schakels voorkomen. Op dit moment is het al mogelijk de verleggingsregeling toe te passen in bepaalde fraudegevoelige sectoren. Met dit voorstel wordt deze verleggingsregeling uitgebreid naar alle binnenlandse leveringen van goederen en diensten waarbij de transactie een waarde heeft van meer dan 17.500 euro. Het gaat hier om een tijdelijke maatregel tot 30 juni 2022.

Nederland is vooralsnog zelf niet van plan in te zetten op deze vorm van fraudebestrijding maar is geïnteresseerd in de effecten daarvan in lidstaten die de maatregel wel willen inzetten. Nederland heeft sinds 2007 tot nu toe verzoeken om een pilot van lidstaten voor het invoeren van een algehele verlegging gesteund, onder de voorwaarde dat de pilot gepaard gaat met het vergaren van informatie over de verschuiving van de fraude en hoe het toezicht kan worden vormgegeven om afdracht van belastingen te verzekeren.

Europees semester 2018 – terugblik

In de Ecofinraad is gesproken over het Europees Semester, het kader waarbinnen de EU-landen hun economisch beleid coördineren.8 Middels het Europees Semester wordt gestreefd naar gezonde overheidsfinanciën, macro-economisch evenwicht in de EU en het implementeren van structurele hervormingen door lidstaten.

De Commissie gaf een introductie waarin zij aangaf dat de implementatie van de jaarlijkse landenspecifieke aanbevelingen langzamer gaat dan verwacht, zeker gezien de goede economische tijden. De Commissie gaf daarbij aan een meerwaarde in het voorgestelde Reform Support Programme (RSP) te zien waarbij vanuit de Europese begroting geld beschikbaar komt voor lidstaten die structurele hervormingen doorvoeren. Het Oostenrijkse voorzitterschap onderstreepte dat de implementatie van de landenspecifieke aanbevelingen verbeterd kan worden. Er was verder geen discussie tussen de lidstaten.

Anti-witwastoezicht

Tijdens de Ecofinraad heeft de Commissie haar voorstellen gepresenteerd voor het versterken van het anti-witwastoezicht (om het gebruik van de financiële sector voor witwassen en financieren van terrorisme te voorkomen).9 De voorstellen zijn bekendgemaakt tijdens de recente Staat van de Unie van de heer Juncker, voorzitter van de Commissie, en de Commissie wil hier op korte termijn concrete stappen op zetten. Het prudentieel toezicht op banken is Europees geregeld, maar het anti-witwastoezicht met betrekking tot de financiële sector is voornamelijk nationaal belegd. Volgens de Commissie zijn er verschillende ontwikkelpunten. Zo kan de samenwerking tussen prudentieel toezicht en anti-witwastoezicht verbeterd worden en dient er één aanspreekpunt te komen voor derde landen (buiten de EU). De Commissie wil het anti-witwas toezicht op Europees niveau verder versterken door het mandaat van de drie Europese toezichthouders10 op het gebied van anti-witwassen te centraliseren bij de Europese Bankautoriteit (EBA) en tegelijkertijd ook meer bevoegdheden verstrekken aan de EBA. Het Commissievoorstel bevat daarnaast ook voorstellen tot versterking van de informatiedeling en samenwerking tussen de verschillende toezichthouders.

Meerdere lidstaten waren positief over het in Europees verband versterken van het anti-witwastoezicht. Er was vooral veel steun voor het vergroten van informatiedeling en samenwerking tussen toezichthouders. Ook Nederland heeft steun uitgesproken voor het in Europees verband gezamenlijk optrekken om witwassen te bestrijden. Daarnaast heeft Nederland aangegeven voorstander te zijn van de versterking van informatiedeling en samenwerking tussen de verschillende toezichthouders. Daarbij is het volgens sommige lidstaten, inclusief Nederland, gezien recente witwasschandalen wenselijk om verder te analyseren welke herziening van het huidige stelsel en welke verdere stappen het meest effectief zijn. Ook is het volgens Nederland verstandig om in dat kader te onderzoeken of een centrale rol aan de EBA dient te worden gegeven en hoe die eruit zou kunnen zien.

Voorbereiding internationale vergaderingen (G20-vergadering en EU IMFC statement)

Op 11 en 12 oktober vindt onder Argentijns voorzitterschap in Bali de G20-vergadering voor ministers van Financiën en Centrale Bank presidenten plaats. De voorbereiding van de EU-inbreng wordt vooraf gecoördineerd middels een Terms of Reference (ToR). Deze ToR is in de Ecofin goedgekeurd.

In de G20-ToR roept de EU de G20 op om de positieve economische vooruitzichten te gebruiken om de economische risico’s voor de toekomst aan te pakken. Hierbij zou de aandacht moeten uitgaan naar het opnieuw opbouwen van financiële buffers en het waarborgen van langetermijngroei. De EU benadrukt het belang van een openwereldeconomie en rules based multilateralisme. Ook benadrukt de EU dat het van belang is om voortgang te boeken met de implementatie van financiële regelgeving. Daarnaast wordt opgeroepen tot voortgang van het werk van de Financial Stability Board op het gebied van cybersecurity en de uitdagingen die voortvloeien uit technologische veranderingen, zoals crypto-assets. De EU roept de G20 vervolgens op om de hoogste prioriteit te geven aan het vinden van oplossingen voor de belasting van de digitale economie. Op het gebied van internationale belastingen is het tevens van belang dat de G20 het werk ten aanzien van fiscale transparantie intensiveert en dat het onder het Turks voorzitterschap omarmde Base Erosion and Profit Shifting (BEPS)-raamwerk wordt geïmplementeerd en gemonitord. De EU verwelkomt de prioriteit van het Argentijnse G20-voorzitterschap ten aanzien van de financiering van infrastructuur.

Aansluitend vindt van 12 tot 14 oktober de IMF-jaarvergadering plaats met op 13 oktober de vergadering van de International Monetary and Financial Committee (IMFC). Voor deze vergadering wordt de EU inbreng afgestemd door middel van een EU IMFC-verklaring. De Ecofinraad heeft deze verklaring goedgekeurd.

De EU IMFC-verklaring benadrukt het belang van het opbouwen van budgettaire buffers en het verminderen van onevenwichtigheden nu het economisch momentum nog sterk is, terwijl onzekerheden en risico’s groeien. In de verklaring herbevestigen de EU-lidstaten hun inzet voor de 15e quotaherziening. Ze pleiten voor een ophoging van de quota’s omdat het IMF over voldoende middelen moet beschikken en een op quota gebaseerd instituut moet zijn. Het pleiten voor een quotaverhoging is geen positie over de gewenste omvang van het Fonds, omdat deze naast quota’s ook bestaat uit de New Arrangements to Borrow (NAB) en de Bilateral Borrowing Arrangments (BBA). Daarnaast zijn de EU-lidstaten voor behoud van de huidige quotaformule, waarin zowel BBP als openheid belangrijke variabelen zijn voor het bepalen van het quota-aandeel. De EU-lidstaten verwelkomen de herziening van het IMF schuldlimietenbeleid.