Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201621501-07 nr. 1341

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1341 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 januari 2016

Naar aanleiding van de voortgangsmissie van het IMF, de Europese Commissie en de ECB (de Trojka) naar Cyprus van 3 november tot en met 13 november 2015 heeft de Europese Commissie het achtste formele voortgangsrapport opgesteld. De Trojka heeft beoordeeld hoe het staat met de uitvoering van de maatregelen waaraan Cyprus zich in het kader van het leningenprogramma van het ESM en het IMF heeft gecommitteerd. Het voortgangsrapport vormt de basis voor het besluit door de Raad van Bewind van het ESM en de IMF Board over de uitkering van de bijbehorende tranche. De negende tranche van het ESM bedraagt 275 miljoen euro. De bijbehorende tranche van het IMF bedraagt circa 124 miljoen euro.

Cyprus heeft op dit moment, vóór uitkeren van een eventuele negende tranche, ca. 7,1 mld. euro ontvangen van de oorspronkelijke 10 miljard euro die in het programma was voorzien. Hiervan komt 6,3 mld. van het ESM en 833 mln. van het IMF.

Door middel van deze brief wil ik uw Kamer informeren over de belangrijkste conclusies uit het voortgangsrapport. Na formele goedkeuring van de uitkering van de negende tranche door de ESM Raad van Bewind zullen het voortgangsrapport en het aangepaste Memorandum of Understanding (MoU) publiekelijk beschikbaar komen; deze zijn op het moment van schrijven nog niet openbaar. Op 16 november 2015 gaf de Trojka een gezamenlijke publieke verklaring af over de conclusies van de voortgangsmissie; deze verklaring treft u in de bijlage1.

Conclusies uit het achtste voortgangsrapport

Het rapport van de Commissie beschrijft de macro-economische ontwikkelingen en de maatregelen die Cyprus genomen heeft om te voldoen aan de conditionaliteit uit het MoU op budgettair, financieel en structureel economisch gebied.

Alvorens er tot afronding en eventuele uitkering van de negende tranche kan worden overgegaan, dient Cyprus aan de door de Trojka opgestelde prior actions te voldoen. Er zijn drie prior actions vastgesteld waaraan op moment van schrijven nog niet is voldaan. De eerste prior action betreft de aanname door het Cypriotische parlement en een positieve beoordeling door de Trojka van wetgeving waardoor leningen verhandeld kunnen worden. Tevens zal de Cypriotische Centrale Bank hier richtlijnen voor de te volgen procedures voor dienen uit te vaardigen. De tweede prior action betreft de voltooiing van wettelijke en praktische maatregelen waardoor, in het privatiseringsproces van telecombedrijf CyTA, in januari externe partijen hun interesse kunnen uiten. De derde prior action betreft een besluit van de Cypriotische Raad van Ministers over de geprefereerde vorm van ontvlechting van de Electricity Authority of Cyprus.

Economische situatie

De economische groei in Cyprus zet door. Voor heel 2015 wordt een groei verwacht van 1,4% bbp, 0,9 procentpunt meer dan in de vorige voortgangsrapportage.2 Deze groei is voornamelijk gestoeld op private consumptie, en lager dan verwachte besparingen in de overheidsuitgaven. Voor 2016 en 2017 wordt er vrijwel ongewijzigd een economische groei voorspeld van respectievelijk 1,5% bbp en 2,0% bbp.

De werkloosheid wordt voor 2015 geraamd op circa 15,5% en voor 2016 op 14,5%, in beide jaren een half procentpunt lager dan in de zevende voortgangsrapportage. In november was de inflatie – 1,6% ten opzichte van een jaar eerder (dit was – 2,1% in juni). Dit heeft onder meer te maken met de economische crisis, lagere energieprijzen en lagere prijzen in de toerisme-industrie om aantrekkelijker te worden voor vakantiegangers.

Budgettaire situatie

Het EMU-saldo voor 2015 wordt geschat op – 0,8% bbp, een lichte verbetering ten opzichte van de zevende voortgangsrapportage.3 Het primair begrotingsoverschot wordt voor 2015 geschat op 2,5% bbp, een verbetering van 0,6 procentpunt. De verbeteringen worden vooral verklaard door lager dan verwachte uitgaven aan sociale lasten zoals werkloosheidsuitkeringen. In 2013, toen het steunprogramma startte, was het EMU-saldo – 5,9%.

De vooruitzichten voor de staatsschuld zijn wat verslechterd ten opzichte van de zevende voortgangsrapportage. Voor 2015 wordt er een bijstelling naar verwacht naar 109% van het bbp, een stijging van 2,6% t.o.v. de vorige voortgangsrapportage. Voor 2016 wordt een schuld verwacht van 99% bbp, een stijging met 0,6%. De stijging in 2015 komt door technische wijzigingen waarbij de piek in de schuld is verschoven van 2014 naar 2015. Dit verandert de verwachting niet dat de staatsschuld in 2020 neerkomt op 79% van het bbp.

Financiële sector

Hervormingen in de financiële sector zijn voortgezet en de financiële situatie van de banken verbetert geleidelijk.

De Bank of Cyprus, de Hellenic Bank en de Cooperative Group hebben in het kader van de geharmoniseerde SREP methode (Supervisory Review and Evaluation Process) door het SSM, aanvullende instellingsspecifieke Pilaar-2 kapitaalseisen opgelegd gekregen. De banken hebben noodzakelijke stappen genomen om aan de kapitaaleisen te voldoen, een normaal gevolg van het continue toezichtsproces.

De aangenomen wetgeving waardoor de achterstand in het overdragen van eigendomsbewijzen bij de aankoop van vastgoed kan worden weggewerkt (een prior action uit de vorige voortgangsrapportage) is efficiënt geïmplementeerd.

De grootste uitdaging voor de financiële sector blijft het terugdringen van de leningen waarop een betalingsachterstand berust (non-performing loans, NPL). De aanpak van NPLs blijft een prioriteit en is noodzakelijk voor verdere stabilisering van de bankensector op lange termijn. Hoewel de mate van schuldherstructurering verbetert, zijn verdere stappen nog nodig. Zo dient de aangenomen wetgeving op het gebied van insolventiewetgeving en de executoire verkoop van vastgoed nu geïmplementeerd te worden, zoals aangepaste regels van rechtbanken omtrent de praktische uitwerking van de insolventiewetgeving. Desalniettemin wordt de wetgeving op het gebied van executoire verkoop toegepast, resulterend in ca. 40 zaken waarin banken over willen gaan tot gedwongen verkoop. Het gaat hier om vastgoed ter waarde van ca. 100 mln. euro. Deze eerste tekenen lijken er op te wijzen dat deze wetgeving in eerste instantie gebruikt wordt als signaalwerking om de betalingsdiscipline te verbeteren.

De maatregelen uit het opgestelde actieplan tegen witwassen worden in het algemeen volgens plan geïmplementeerd: het toezicht op de financiële sector, waaronder ook de advocatuur en de accountancy, is versterkt.

Structurele hervormingen

Bij de implementatie van structurele hervormingen blijft er een gemengd beeld, waarbij op sommige gebieden wel en op andere gebieden geen vooruitgang wordt geboekt. De hervorming van de gezondheidszorg heeft (verdere) vertraging opgelopen, evenals invoering van een wet die de governance van staatsbedrijven moet verbeteren. Om het nationale telecombedrijf en elektriciteitsbedrijf efficiënter te laten functioneren zijn eerdergenoemde prior actions geformuleerd. De hervorming van de belastingdienst laat daarentegen een positiever beeld zien, evenals de invoering van het Guaranteed Minimum Income (GMI, zie hieronder).

Naar aanleiding van de motie van de leden Nijboer/Klaver4 bespreek ik ook de hervormingen met invloed op de sociaaleconomische situatie in Cyprus. Het minimaliseren van de gevolgen van bezuinigingen voor kwetsbare groepen en progressieve budgettaire consolidatie blijven centraal staan in het programma. De herziening van de sociale zekerheid voorziet in betere bescherming van kwetsbare groepen en richt uitkeringen op diegenen die deze het meest nodig hebben. Het GMI dat in 2014 is ingevoerd is nu volledig geïmplementeerd. Het GMI is gericht op kwetsbare groepen in de Cypriotische samenleving. Bij de invoering van het GMI is een systeem ingevoerd waardoor verschillende uitkeringen worden vergeleken en informatie uit verschillende bronnen wordt vergeleken. De versoepelde toegankelijkheidscriteria die in juli 2015 zijn aangenomen door het Cypriotische parlement hebben niet geleid tot een overschrijding van het oorspronkelijk voorziene budget. De kosten zijn zelfs iets lager dan gepland.

Conclusie

De voortgangsrapportage beschrijft goede economische en budgettaire cijfers. De Trojka benadrukt het belang door te gaan met het doorvoeren van structurele hervormingen. De Trojka heeft aangegeven dat Cyprus nog niet aan de vastgestelde prior actions heeft voldaan en dat Cyprus daardoor nog niet voldoet aan de conditionaliteit behorende bij de negende tranche. Nederland onderschrijft het oordeel van de Trojka. Slechts indien Cyprus voldoet aan de prior actions zal Nederland instemmen met vrijgave van de 275 miljoen euro afkomstig van het ESM, in samenhang met de instemming van de IMF Board met uitkering van circa 124 miljoen euro van het IMF aan Cyprus.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

juli 2015

X Noot
3

Dit is exclusief een herkapitalisatie van de Coöperatieve bankensector t.w.v. 8,6% bbp (one-off)

X Noot
4

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1039