Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201621501-07 nr. 1335

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1335 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 december 2015

Hierbij zend ik u het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 7 en 8 december te Brussel.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van 7 en 8 december te Brussel

Eurogroep

1. SSM hoorzitting

In de Eurogroep vond de halfjaarlijkse hoorzitting plaats met de voorzitter van de toezichtsraad van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism, SSM), mw. Danièle Nouy, over het vervullen van de toezichtstaken door het SSM. Dit ging specifiek over de recente Comprehensive Assessment en de Supervisory Review and Evaluation Process (SREP). Ook vertelde ze over de belangrijkste uitdagingen en prioriteiten voor de toekomst.

2. SSM audit

In de Eurogroep vond een eerste gedachtewisseling plaats over de vraag of het toezicht op de Europese Centrale Bank (de «ECB») adequaat is ingericht, of versterking gewenst is en zo ja op welke wijze. Er werd geconcludeerd dat de Commissie dit meeneemt in de evaluatie van het SSM.

3. Griekenland, stand van zaken

In de Eurogroep is gesproken over de stand van zaken van de implementatie van de tweede set milestones die als vereiste geldt om de laatste sub-tranche van 1 miljard uit te kunnen keren. Deze tweede set milestones is eind november door de Eurogroup Working Group (EWG) overeengekomen. Bijgevoegd vindt u de lijst met de milestones waar de Griekse regering aan moet voldoen1. De Griekse regering werd opgeroepen om deze set zo snel mogelijk te implementeren. Het doel is om de vereiste maatregelen voor half december af te ronden, zodat de instituties de voortgang kunnen beoordelen en de uitkering van de tranche nog voor het einde van het jaar kan plaatsvinden. Na implementatie van deze set milestones, zal de Griekse regering wederom een aantal belangrijke maatregelen moeten nemen op het gebied van begrotings- en pensioenhervormingen die nodig zijn om de eerste review begin volgend jaar af te ronden.

Daarnaast is gesproken over de herkapitalisatie van Griekse bankensector. Uit de AQR en stress test werd een kapitaaltekort van 4,4 miljard in het basisscenario en een tekort van 14,4 miljard in het adverse scenario voor de vier systeembanken geconstateerd. De Griekse banken hebben vervolgens bij het SSM kapitaalplannen ingediend waarin wordt uitgelegd hoe de banken dit kapitaaltekort weg zouden werken. De vier Griekse banken hebben de afgelopen weken privaat kapitaal opgehaald en herstructureringsplannen ingediend bij de Europese Commissie. Het is inmiddels bekend dat geen van de vier systeembanken in resolutie hoeft te gaan. Twee van de vier systeembanken, namelijk Alpha en Eurobank, hebben door private participatie hun tekorten in alle scenario’s kunnen wegwerken. Voor deze twee banken geldt dat er geen geld vanuit het ESM nodig is voor herkapitalisatie. De overige twee systeembanken, Piraeus en NBG hebben het tekort onder het basisscenario’s weten weg te werken, maar niet het tekort in het adverse scenario. Op 30 november heeft de Europese Commissie een staatssteunbeslissing genomen op basis van de kapitaalplannen van Piraeus en op 4 december heeft de Europese Commissie een staatssteunbeslissing genomen op basis van de kapitaalplannen voor NBG. Bij beide banken werd een tekort geconstateerd van circa 2,7 miljard euro. De Raad van Bewind van het ESM heeft op 1 december ingestemd met de uitkering van 2,7 miljard euro aan het HFSF ten behoeve van de herkapitalisatie van Piraeus en op 8 december heeft de Raad van Bewind van het ESM ingestemd met de uitkering van 2,7 miljard euro aan het HFSF voor NBG. Bij deze herkapitalisatie is dus een significante betrokkenheid van de private sector bewerkstelligd en zijn de kosten – met 5,4 miljard euro uit het ESM-programma – flink lager dan de verwachtingen.

4. Ierland

De Eurogroep werd geïnformeerd over de uitkomsten van de vierde post-programme surveillance missie van de Europese Commissie, ECB, IMF en het ESM naar Ierland die van 9 t/m 13 november jl. plaats vond. De Commissie gaf een presentatie en concludeerde dat het voorbeeld van Ierland laat zien dat een goede implementatie van een hervormingsprogramma een economie uit het slop kan trekken waar uiteindelijk de burgers van profiteren.

5. Thematische discussie: pensioenen

De Eurogroep heeft gesproken over pensioenen die cruciaal zijn voor de houdbaarheid van de begrotingen in landen van de eurozone. De Commissie gaf een presentatie over de verwachte pensioenuitgaven in de verschillende lidstaten. Er zijn veel lidstaten waar pensioenhervormingen hebben plaatsgevonden maar pensioenuitgaven zijn nog steeds één van de belangrijkste uitdagingen voor de duurzaamheid van overheidsuitgaven op de lange termijn in veel eurozone-landen. Verschillende lidstaten deelden hun eigen ervaringen met pensioenstelselhervormingen. Veel landen hebben in de afgelopen jaren de pensioenleeftijd en de uittreedleeftijd in stappen verhoogd om de houdbaarheid van het pensioenstelsel te verbeteren. Verder werd door verschillende landen genoemd dat voor de houdbaarheid op de lange termijn de relatie tot de kosten van de gezondheidszorg van belang zijn. Een enkele lidstaat bracht op dat hervormingen in de pensioenstelsels samen moeten gaan met hervormingen in de arbeidsmarkt. Deze thematische discussies stellen lidstaten in staat om ervaringen te delen en als best practices van elkaar te leren. Hier worden onderwerpen besproken die kunnen bijdrage aan het versterken van de eurozone. Volgend jaar zal het onderwerp pensioenen opnieuw als thematische discussie op de agenda staan om nog beter naar een aantal houdbaarheidsscenario’s te kijken.

6. Portugal

De nieuwe Portugese Minister van financiën, Mário Centeno, heeft de economische beleidsprioriteiten van de nieuwe regering toegelicht.

7. Werkprogramma Eurogroep

Het werkprogramma is toegelicht en aangenomen, en ter informatie bijgevoegd bij dit verslag2.

Ecofinraad

1. SRF Brugfinanciering

De Ecofinraad heeft een politiek akkoord over de vormgeving van brugfinanciering door middel van kredietlijnen van lidstaten voor het gemeenschappelijke afwikkelingsfonds (SRF) bereikt met de daarbij behorende concept leenovereenkomst en term sheet. Bijgevoegd vindt u de verklaring van de Ecofinministers3. In Nederland zal de kredietlijn aan de SRB via de geëigende begrotingsprocedures als een garantie ten behoeve van brugfinanciering in begroting IX worden opgenomen. Na parlementaire goedkeuring zal Nederland de leenovereenkomst met de SRB ondertekenen. De Kamer zal hierover nog nader worden geïnformeerd.

2. FTT

Op de Ecofinraad is gesproken over de voortgang van de versterkte samenwerking voor een financiële transactie belasting (FTT). Het bleek dat er van de elf lidstaten die hieraan meededen één lidstaat is afgevallen, Estland. De overgebleven tien deelnemende lidstaten zijn uitgangspunten voor de verdere uitwerking overeengekomen in een statement. Verschillende lidstaten die niet deelnemen deelden hun zorgen over een mogelijke extraterritoriale werking van een mogelijk voorstel voor een FTT. De voorzitter concludeerde dat er veel werk nodig is om het dossier verder te krijgen en dat het van belang is dat alle lidstaten worden meegenomen in de discussie hierover.

3. Directe belastingen

Op de Ecofinraad waren verschillende dossiers betreffende directe belastingen geagendeerd. De Ecofinraad heeft de stand van zaken van de CCCTB besproken. Deze uitwisseling van gedachten ging vooral over het voorstel voor een anti-BEPS-richtlijn die naar verwachting begin volgend jaar door de Commissie gepubliceerd zal worden. Nederland kijkt uit naar deze anti-BEPS-richtlijn die de Commissie begin-2016 zal indienen. Nederland sprak als aankomend voorzitter de ambitie uit om bij deze toekomstige richtlijn snel tot resultaten te komen om belastingontwijking door multinationals aan te kunnen pakken. Er was over het algemeen steun voor de richting van het nog te publiceren voorstel. Ook zijn er Raadsconclusies over BEPS (belastingontwijking door multinationals) aangenomen die betrekking hebben op de implementatie van de uitkomsten van het OESO/G20 BEPS-project binnen de EU, onder meer door middel van de anti-BEPS-richtlijn4.

Als derde is er over de toekomst van de Gedragscodegroep (Code of Conduct) gesproken. De Ecofinraad heeft Raadsconclusies vastgesteld over de toekomst van de Gedragscodegroep waarin staat dat nader moet worden gekeken naar mogelijkheden om het mandaat van de Groep uit te breiden5. Hierbij stelden enkele grotere lidstaten dat het belangrijk is dat er ook naar een minimum effectief belastingniveau wordt gekeken. Enkele kleinere lidstaten benadrukten dat belastingtarieven de bevoegdheid van de lidstaten zelf zijn en moeten blijven. Uiteindelijk is de tekst hierop aangepast en aangenomen.

4. EDIS

De Commissie heeft een presentatie gegeven van het voorstel voor een Europees depositogarantiestelsel (EDIS) en de bijbehorende mededeling. In die mededeling staat dat risicodeling gepaard moet gaan met verdergaande risicoverminderende maatregelen. De Commissie kondigde aan om met voorstellen te komen die het single rulebook versterken. In dit kader geeft zij aan werk te maken van de harmonisatie van verschillende opties en discreties in het Europese kapitaaleisenraamwerk (CRR, CRD-IV). Daarbij zal de Commissie ook mogelijke verbeteringen en maatregelen overwegen, waar nodig, in de context van de SSM review. De depositogarantiestelselrichtlijn bevat enkele opties, die de Commissie volledig wil harmoniseren wanneer stappen richting een gezamenlijk stelsel genomen worden. Deze opties beslaan bijvoorbeeld de beoogde omvang van het fonds en het alternatieve gebruik van DGS-gelden.

Ook kondigde de Commissie aan verschillende internationale standaarden te willen implementeren middels wetgeving en te komen met voorstellen om prudentiële regelgeving voor banken aan te scherpen. Zo wil zij de Total Loss Absorbing Capacity (TLAC) implementeren middels een wetgevend voorstel in 2016 en zal zij ook werk maken van de verdere implementatie van Bazelse standaarden zoals de leverage ratio. Verder stelde de Commissie het prudentiële raamwerk voor blootstellingen op overheden te willen herzien, en te komen met een voorstel op basis van discussies die zowel in internationaal als in Europees verband gevoerd worden.

Verder benoemde de Commissie enkele maatregelen die eerder zijn aangekondigd of reeds onderdeel zijn van huidig beleid. Zo herhaalde de Commissie haar intenties om te komen tot convergentie van faillissementswetgeving en -procedures, zoals zij ook reeds aangaf in het Capital Markets Union Action Plan.

Het EDIS voorstel bestaat uit drie fasen. De eerste fase bestaat uit een herverzekering. Hierbij wordt een klein deel van de bijdragen van banken aan het nationale depositogarantiestelsel overgeheveld naar het EDIS. De totale kosten voor de bancaire sector nemen hierbij niet toe. Het nationale depositogarantiestelsel kan slechts aanspraak maken op het EDIS wanneer het nationale depositogarantiefonds uitgeput is. Ook is de aanspraak op het EDIS begrensd.

In de tweede fase komt een stelsel van medeverzekering. De bijdragen aan het EDIS nemen toe en bijdragen aan het nationale depositogarantiestelsel nemen af. Aanspraken op het EDIS worden nu gedeeld met aanspraken op het nationale depositogarantiestelsel, al vanaf de eerste euro waar aanspraak op wordt gedaan. Ofwel, het nationale depositogarantiefonds hoeft niet «leeg» te zijn, voordat aanspraak op EDIS kan worden gedaan. Limieten op de EDIS aanspraak blijven van kracht. De derde fase, die in 2024 in werking moet treden, gaat uit van volledige mutualisatie. Hierbij vindt uitbetaling volledig via het EDIS plaats.

De Commissie legde uit dat in de communicatie een aantal concrete risicoverminderende maatregelen zijn benoemd die gelijktijdig met het oprichten van EDIS zullen worden opgepakt. Deze maatregelen zijn gericht op het verder harmoniseren van de regelgeving voor banken, het terugbrengen van de risico’s als gevolg van blootstelling op overheden en het verbeteren van het functioneren van de bankenunie.

De Ecofinraad hield hier een eerste gedachtewisseling over. In de tafelronde waarin lidstaten een eerste indruk gaven van het voorstel bleek dat er verschillend over het voorstel werd gedacht. Er was een groep lidstaten die het Commissievoorstel voor EDIS verwelkomen en spoedig willen overgaan tot implementatie. Andere lidstaten benadrukten het belang van het nader uitwerken van de risicoverminderende maatregelen uit de mededeling voordat naar EDIS zal worden gekeken. Verder werd er door verschillende lidstaten geïnformeerd naar de juridische onderbouwing van de geschiktheid van art. 114 van het Werkingsverdrag van de EU als rechtsbasis voor het voorstel.

Er zal een ad hoc Raadswerkgroep komen om beide delen (het voorstel en de communicatie) verder te bespreken, waarbij beide elementen in samenhang zullen worden bezien. In maart zal deze ad hoc Raadswerkgroep hierover in de Ecofinraad een tussenstand rapporteren. De Tweede Kamer is separaat geïnformeerd over de appreciatie van het kabinet.6

5. Implementatie bankenunie

De Commissie gaf bij dit agendapunt een overzicht van de voortgang van de implementatie van verschillende onderdelen van de bankenunie. Op 30 november 2015 waren er genoeg lidstaten die de Intergovernmental Agreement (IGA) voor het Single Resolution Fund (SRF) hadden ondertekend om deze van kracht te laten zijn vanaf 1 januari 2016 volgens plan. Op 4 december hadden 18 van de 19 lidstaten de IGA geratificeerd, 19 van de 28 de BRRD volledig geïmplementeerd en de 15 van de 28 de DGSD volledig geïmplementeerd. Nederland heeft alle drie genoemde instrumenten geratificeerd of geïmplementeerd in nationale wetgeving.

6. Terrorismefinanciering

Dit agendapunt is later op de agenda gezet van de Ecofinraad op verzoek van Frankrijk. De Commissie hield een presentatie over mogelijke volgende stappen om het Europese raamwerk voor de bestrijding van terrorismefinanciering te versterken.

7. Europees Semester

De Commissie presenteerde de «Annual Growth Survey» (AGS), het «Alert Mechanism Report» (AMR) en de aanbevelingen voor de eurozone als geheel. De stukken vormen het startsein van de jaarlijkse budgettaire en economische coördinatie tussen lidstaten in het kader van het Europees Semester. In januari zal de Ecofinraad conclusies over de AGS en de AMR aannemen. De aanbeveling voor de Eurozone zal dan ook besproken worden en in maart worden aangenomen. De presentatie van de Commissie leverde nog geen discussie op.

8. SGP flexibiliteit

De Ecofinraad bevestigde een gemeenschappelijk overeengekomen positie over de flexibiliteit in de begrotingsregels van de EU, het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). De positie is overeengekomen in het Economisch en Financieel Comité. De mededeling ziet op een aantal componenten: (1) de rol van investeringen in het SGP, (2) de rol van structurele hervormingen in het SGP en (3) de rol van de conjunctuur bij de bepaling van de begrotingsopdracht in de preventieve arm. De gemeenschappelijk overeengekomen positie moet de basis leggen voor een update van de code of conduct waarin de implementatie van het SGP is opgenomen.

Belangrijke onderdelen waarop overeenstemming is bereikt zijn de investeringsclausule en structurele hervormingsclausule in de preventieve arm. Hierbij was nog de vraag of een aanvraag voor beide clausules niet alleen in het voorjaar in het Stabiliteitsprogramma kan worden gedaan, maar ook in het najaar bij indiening van het Draft Budgetary Plan. In lijn met de Nederlandse inzet is afgesproken dat een aanvraag in het najaar ook mogelijk is. Hiermee kunnen lidstaten wanneer hun begrotingsplannen zijn uitgekristalliseerd inschatten of een aanvraag noodzakelijk is. Daarnaast is, in lijn met de Nederlandse inzet, afgesproken dat de toegestane afwijking op basis van de investeringsclausule wordt gemaximeerd. De Commissie had in haar mededeling over flexibiliteit reeds aangekondigd dat de toegestane afwijking van (het pad naar) de MTO op basis van de hervormingsclausule wordt gemaximeerd op 0,5% bbp7. Voor de investeringsclausule is nu ook een maximum van 0,5% bbp afgesproken. Indien lidstaten van beide clausules gebruikmaken, mag de cumulatieve afwijking niet groter zijn dan 0,75% bbp. Met het inbouwen van deze waarborgen past de gemeenschappelijke positie binnen de algemene lijn dat de geloofwaardigheid van het SGP een belangrijk anker is voor het vertrouwen in de economie van de eurozone en de EU als geheel.

9. EU statistiek

De Commissie (Commissaris Thyssen) bracht verslag uit over de voortgang van de ontwikkelingen op het gebied van EU statistieken. De Ecofinraad heeft zoals verwacht Raadsconclusies over statistiek aangenomen8. In deze conclusies wordt erkenning gegeven van de vooruitgang van de modernisatie van het Europees Statistische Systeem (ESS). ESS is een samenwerking van Eurostat (het statistische bureau van de EU) en de nationale statistische bureaus.

10. Europese Rekenkamer jaarverslag 2014

De president van de Europese Rekenkamer (ERK), Vítor Caldeira, presenteerde het jaarverslag over de EU-begroting. Het rapport roept op tot een nieuwe aanpak in het beheer van EU-investeringen en -uitgaven. Daarnaast roept het op tot betere aansluiting van de begroting met de strategische lange termijnprioriteiten van de EU. Ook zou de EU begroting volgens de ERK beter in staat moeten zijn om te reageren in het geval van een crisis.

Voor Nederland is het Jaarverslag van de Europese Rekenkamer een belangrijk element in de standpuntbepaling ten aanzien van Decharge van de EU begroting, meer specifiek de Raadsaanbevelingen die de Ecofinraad zal aannemen in februari.

11. Overige

Zoals verwacht heeft de Raad heeft het onderhandelingsmandaat voor de securitisatieverordeningen vastgesteld. Dit maakt het mogelijk om de onderhandeling hierover met het Europees Parlement te beginnen, zodra het Europees Parlement de eigen positie heeft vastgesteld. Op dit moment is nog niet duidelijk wanneer dit zal gebeuren.

Daarnaast is er een politiek akkoord bereikt tussen de Raad en het Europees Parlement over de Verordening financiële benchmarks. Deze verordening bevat maatregelen om het totstandkomingsproces en het gebruik van benchmarks te reguleren met als doel de integriteit, de betrouwbaarheid en de geschiktheid van financiële benchmarks te verbeteren. Het bereikte politieke akkoord doet recht aan de initiële zorgen van Nederland, zoals verwoord in het BNC-fiche van 1 november 2013 (Kamerstuk 22 112, nr. 1730) en zorgt voor een adequaat niveau van regulering, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de specifieke karakteristieken en risico’s van de verschillende soorten benchmarks.


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
5

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
6

Zie de Kabinetsreactie op voorstel van de Europese Commissie voor een Europees depositoverzekeringsstelsel en de mededeling «naar de voltooiing van de bankenunie» met Kamerstuk 21 501-07, nr. 1334.

X Noot
7

De Tweede Kamer is geïnformeerd over deze mededeling in de geannoteerde agenda van de Eurogroep en Ecofinraad van 26 en 27 januari 2015 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1230).

X Noot
8

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.