21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1317 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 oktober 2015

Op dinsdag 20 oktober heb ik uw Kamer geïnformeerd1 over de achtste aanvullende begroting, met daarin onder andere de jaarlijkse nacalculatie van de grondslagen voor de btw- en bni-afdrachten door de Europese Commissie. Ook meldde ik uw Kamer daarbij reeds dat het bni-comité op 21 en 22 oktober bijeen zou komen om de bni-gegevens vast te stellen, waarna Eurostat en het Centraal Bureau voor de Statistiek deze gegevens zullen publiceren. Op basis van de gepubliceerde gegevens concludeer ik dat in de achtste aanvullende begroting opgenomen bruto nacalculatie voor Nederland niet is gewijzigd. Ik informeer uw Kamer in deze brief over de gepubliceerde gegevens.

Het bni-comité

Het bruto nationaal inkomen (bni) is een van de grondslagen voor het bepalen van de omvang van de nationale afdrachten aan de Europese Unie. Dit is vastgelegd in de zogenoemde bni-verordening.2 Conform deze verordening zijn lidstaten verplicht de bni-gegevens te verstrekken aan de Europese Commissie (Eurostat). De lidstaten leveren de bni-gegevens in september aan Eurostat – in Nederland is het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor verantwoordelijk.

Het bevestigen en formeel vaststellen van de bni-gegevens als grondslag voor de bepaling van de afdracht vindt plaats in het bni-comité, dat wordt voorgezeten door Eurostat en waarin de lidstaten zijn vertegenwoordigd door de nationale statistiekbureaus. De procedure leidt er toe dat bni-gegevens in kwaliteit vergelijkbaar zijn, de omvang van het bni door alle landen volledig en uitputtend wordt bepaald, waardoor deze voldoende betrouwbaar zijn als grondslag voor het bepalen van de nationale afdrachten.

Hiertoe controleert het bni-comité of de bni-gegevens zijn vastgesteld in overeenstemming met de hiervoor gehanteerde definities (tot ratificatie van het nieuwe Eigen Middelenbesluit gelden voor het samenstellen van het bni voor de afdracht de internationale voorschriften voor het opstellen van de nationale rekeningen zoals vastgelegd in het ESR95; na de ratificatie van het Eigen Middelenbesluit worden de voorschriften conform het ESR2010 ingevoerd). Het comité speelt tevens een rol bij het controleren van de gebruikte bronnen en methodologie voor het verzamelen van de data en streeft daardoor naar continue verbetering van de kwaliteit van de bni-gegevens.

Het zwaartepunt ligt bij het beoordelen van de uitgebreide bni-methodebeschrijvingen die elk lidstaat bij aanvang van een verificatieperiode moet samenstellen. Op basis hiervan worden landspecifieke, dan wel generieke (voor alle landen geldende) voorbehouden opgelegd. Deze voorbehouden moeten leiden tot betere kwaliteit en vergelijkbaarheid. Jaren waarvoor voorbehouden van kracht zijn staan nog open en zullen nog wijzigen als gevolg van de vereiste verbeteringen in de bni-vaststelling. Het bni-comité heeft een belangrijke adviserende rol in dit verificatieproces. Het accent hierbij ligt bij het adequaat onderbouwen van de bijstellingen in bni-cijfers ten opzichte van de rapportages in het voorafgaande jaar.

Het bni-comité publiceert over de bijstellingen van de bni-gegevens in een Summary Quality Report – dit rapport is bijgevoegd3. In dit rapport zijn de bni-gegevens tot en met 2014 opgenomen; bijstellingen ten opzichte van eerdere vaststellingen van het bni hebben betrekkingen op 2013 en eerdere jaren. Hierin wordt tevens gerapporteerd over de verbeteringen die zijn doorgevoerd naar aanleiding van opgelegde voorbehouden. Het bni-comité concludeert in dit rapport dat de bni-gegevens geschikt zijn als grondslag voor het bepalen van de omvang van de nationale afdrachten.

De bni-gegevens

Het Summary Quality Report van Eurostat – de Europese cijfers

In het eerder benoemde Summary Quality Report zijn de gevalideerde bni-gegevens van de lidstaten opgenomen. Tabel 1 geeft een overzicht van de bijstellingen van de bni-gegevens ten opzichte van de validatie vorig jaar. Uit de door het bni-comité gevalideerde cijfers blijkt dat voor een aantal lidstaten de opwaartse bijstellingen van het bni substantieel zijn. Naast Nederland geldt dat voor ondermeer Luxemburg, Ierland en Bulgarije. Als percentage van het bni zijn de bijstellingen het omvangrijkst voor Luxemburg. Voor Nederland geldt dat het bni opwaarts is bijgesteld met gemiddeld 2,1% over de periode 2011–2013. Over de achtergrond van deze bijstelling heeft het CBS op 29 april 2015 bericht. Ook de Tweede Kamer is hierover middels een brief geïnformeerd. De gemiddelde bijstelling van de lidstaten over dezelfde periode bedraagt 0,4%.

Tabel 1. bni-bijstellingen (in percentage van het bni van de lidstaat)

lidstaat

2011

2012

2013

België

– 0,2%

0,5%

2,0%

Denemarken

0,0%

– 0,2%

0,0%

Duitsland

0,6%

– 0,1%

– 0,1%

Griekenland

– 0,4%

– 1,6%

– 1,3%

Spanje

– 0,5%

– 1,1%

– 1,6%

Frankrijk

0,0%

– 0,4%

0,0%

Ierland

2,5%

0,8%

2,6%

Italië

– 0,1%

– 0,8%

– 0,9%

Luxemburg

6,0%

6,9%

6,2%

Nederland

1,8%

1,5%

3,0%

Oostenrijk

0,0%

– 0,9%

0,4%

Portugal

0,2%

– 0,3%

0,4%

Finland

0,0%

0,4%

0,5%

Zweden

0,3%

0,2%

– 0,6%

Verenigd Koninkrijk

0,2%

0,8%

0,9%

Bulgarije

2,0%

1,7%

2,0%

Tsjechië

0,1%

0,0%

0,8%

Estland

1,9%

2,3%

2,0%

Cyprus

– 0,6%

0,0%

– 0,7%

Letland

– 0,3%

– 1,1%

– 2,1%

Litouwen

0,0%

0,1%

0,1%

Hongarije

0,3%

0,3%

0,6%

Malta

0,0%

0,1%

– 0,6%

Polen

1,0%

0,7%

0,1%

Roemenië

– 0,8%

– 0,5%

– 0,2%

Slovenië

0,1%

0,0%

– 0,4%

Slowakije

– 1,6%

0,1%

0,4%

Kroatië

0,0%

0,0%

– 0,1%

De bijstellingen in tabel 1 bepalen mede de omvang van de bruto nacalculatie, die de Europese Commissie heeft opgenomen in de achtste aanvullende begroting voor 2015.4 De werkwijze van de nacalculatie is toegelicht in de bijlage van de Kamerbrief van 20 oktober. In diezelfde Kamerbrief werden de omvangrijke nacalculaties in Nederland, Luxemburg, Bulgarije en Ierland reeds benoemd; de omvangrijke bijstellingen in het bni van deze lidstaten bevestigen de omvang en teken van hun bruto nacalculaties.

Voor verdere specifieke informatie verwijs ik u naar het bijgevoegde Summary Quality Report van Eurostat, waarin Eurostat nadere toelichting geeft over de bijstelling van de bni-cijfers van de lidstaten5.

Quality Report van het CBS – de Nederlandse cijfers

Het Summary Quality Report geeft een overzicht van de bijstellingen in de bni-gegevens van de lidstaten. Bijstellingen in Nederlandse bni-cijfers zijn toegelicht in het Nederlandse Quality Report – het Quality Report is bijgevoegd6. Tabel 2 geeft een overzicht van de bijstellingen in het Nederlandse bni over de jaren 2011–2013.

Tabel 2: bijstellingen in het Nederlands bni (ESA95; percentage bni)

Bijstellingen

2011

2012

2013

Voorbehouden

0,1%

0,3%

0,2%

Bronnen en methodologie

1,7%

0,0%

0,0%

Routinematige bijstellingen

0,0%

1,1%

2,8%

Aansluiting ESA95

0,0%

0,1%

0,1%

Totale bijstelling

1,8%

1,5%

3,0%

Bron: Quality Report van het CBS.

De eerste regel in tabel 2 toont de bijstellingen die het gevolg zijn van verbeteringen in het kader van voor Nederland geldende voorbehouden. De bijstellingen gepresenteerd in de tweede en de derde regel van tabel 2, komen grotendeels voort uit het eerder benoemde gezamenlijke onderzoek van het CBS met De Nederlandsche Bank (DNB) naar een betere aansluiting van de nationale rekeningen op de betalingsbalans. In de Kamerbrief van 20 oktober 2015 is dit onderzoek reeds benoemd. De vierde regel verwijst naar een kleine bijstelling in de wijze waarop ESR2010-uitkomsten worden teruggerekend naar bni-gegevens conform het ESR95, op basis waarvan momenteel nog de EU-afdrachten worden vastgesteld.

De bni-bijstellingen uit het Quality Report van het CBS komen overeen met de bijstellingen uit het Summary Quality Report van Eurostat. Voor Nederland komen deze gegevens eveneens overeen met de door de Europese Commissie gehanteerde bni-gegevens voor vaststelling van de nacalculatie. Hiermee is de bruto omvang van de Nederlandse nacalculatie bevestigd.

Conclusie

Zoals ik reeds meerdere malen heb opgemerkt twijfelt Nederland niet aan de werkwijze van Eurostat of aan de kwaliteit van de door Eurostat geverifieerde statistieken. Daarnaast heb ik kunnen vaststellen dat de bruto omvang van de Nederlandse nacalculatie niet is gewijzigd naar aanleiding van de validatie van de bni-gegevens. Derhalve kan ik, op basis van de informatie die door Eurostat en het CBS zijn verstrekt, concluderen dat de bijstellingen van het bni door de Europese Commissie op de juiste wijze in de bruto nacalculatie zijn meegenomen. De bruto betaling van deze nacalculatie (512,4 mln) zal worden voldaan in de maandelijkse betaling aan de Commissie van december.

Vervolgproces 8e aanvullende begroting

De 8e aanvullende begroting wordt momenteel behandeld door Raad en Europees parlement. Zoals gemeld in de brief van 20 oktober, is betaling van de restitutie van de nacalculatie afhankelijk van aanname van deze aanvullende begroting (in Raad en EP). Het gaat hierbij om de restituties voor de nacalculatie 2015, de tweede restitutie van de nacalculatie 2014, alsmede de meevallers als gevolg van de aanpassing van de raming van invoerrechten en boete-inkomsten. De restitutie wordt verwerkt in de eerste maandelijkse betaling (de zogenoemde call for funds) volgend op aanname van de aanvullende begroting. Aanname van deze aanvullende begroting voorafgaand aan de call of funds van december is onzeker. In de Raad loopt een versnelde procedure die aanname voor de vereiste datum (16 november) mogelijk moet maken.

Tijdige aanname is ook afhankelijk van de snelheid van het proces in het Europees parlement. In het geval dat aanname niet op tijd voor de call for funds van december lukt, schuift de betaling van de restitutie door naar begin volgend jaar.

De bruto betaling van de nacalculatie wordt – conform de uitvoeringsverordening van het Eigen Middelenbesluit – meegenomen in de call for funds van december. Dit geldt ook voor de aanpassing van de raming van de invoerrechten.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem


X Noot
1

Zie: Achtste aanvullende EU-begroting voor 2015, 20 oktober 2015, Kamerstuk 21 501-03, nr. 91.

X Noot
2

COUNCIL REGULATION (EC, EURATOM) No 1287/2003 of 15 July 2003 on the harmonisation of gross national income at market prices (GNI Regulation).

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
4

Het bni voor 2014 is dit jaar voor het eerst gevalideerd waardoor een bijstelling ten opzichte van een vorige validatie ontbreekt.

X Noot
5

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
6

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

Naar boven