Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201521501-07 nr. 1257

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1257 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 april 2015

Hierbij zend ik u het verslag van de Eurogroep en informele Ecofinraad van 24 en 25 april te Riga.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Verslag van de Eurogroep en informele Ecofinraad van 24 en 25 april te Riga

Eurogroep

1. Bankenunie

De ECB heeft haar verslag gepubliceerd over haar werkzaamheden als toezichthouder in 2014. Het verslag bevatte tevens een vooruitblik op 2015. Een belangrijke prioriteit voor de ECB is het terugbrengen van verschillen in kwaliteit van kapitaal tussen verschillende banken binnen het SSM-gebied. Deze verschillen kunnen ontstaan door de ruimte die Europese wet- en regelgeving – al dan niet tijdelijk – biedt aan nationale toezichthouders om regels over de kwaliteit van kapitaal niet uniform toe te passen. De ECB analyseert op dit moment de impact van alle nationale beslissingsbevoegdheden in het Europese kapitaaleisenraamwerk, met als doel te kijken waar meer convergentie zou kunnen/moeten plaatsvinden. De Eurogroep onderschreef het belang van dit onderwerp, met name wanneer nationale beslissingsbevoegdheden raken aan de kwaliteit van het kapitaal van banken. Afgesproken is de werking en impact van nationale beslissingsbevoegdheden nader in kaart te brengen, waarbij het werk van de ECB een belangrijke rol zal spelen. Uiterlijk in het najaar zal de Eurogroep hier opnieuw over komen te spreken.

2. Griekenland

De Eurogroep heeft met de instituties (ECB, IMF en Europese Commissie) de stand van zaken doorgenomen over het Griekse leningenprogramma. De discussie vond plaats binnen het kader van het akkoord van de Eurogroep van 20 februari jl., waarbij de Eurogroep overeenkwam dat de Griekse autoriteiten en de instituties een complete lijst met maatregelen uitwerken en in de vorm van een aangepaste overeenkomst aan de Eurogroep zullen voorleggen, voor eind april. De laatste weken is hierbij enige vooruitgang geboekt, al blijven er nog grote verschillen te overbruggen. De Eurogroep concludeerde dat er substantiële vooruitgang nodig is om snel een overeenkomst te bereiken, en dat de verantwoordelijkheid hiervoor vooral bij Griekenland ligt. Mogelijkheden om het proces te stroomlijnen en effectiever te maken zullen worden benut. De Eurogroep heeft opnieuw benadrukt dat de nog beschikbare tranche alleen uitgekeerd zal worden na een positief oordeel van de instituties over de implementatie van de vereiste maatregelen – op basis van een voortgangsmissie – en na finaal akkoord van de Eurogroep. Bij de volgende Eurogroep van 11 mei zal de situatie in Griekenland opnieuw worden besproken.

3. Derde Post-Programma-Surveillance Spanje

Tussen 12 en 18 maart jl. vond in het kader van de post-programma-surveillance de derde missie naar Spanje plaats. Deze missie werd uitgevoerd door de Europese Commissie, ECB en ESM. De conclusie van de missie is dat Spanje nu de vruchten plukt van structurele hervormingen, begrotingsconsolidatie en het ingrijpen in de financiële sector. Dit is zichtbaar in economische groeicijfers, een stabilisatie van de financiële sector en lagere risicopremies op Spaanse staatsobligaties. Desalniettemin blijven er onevenwichtigheden bestaan, met name op het gebied van (jeugd)werkloosheid en een te hoge staatsschuld. Daarom zijn verdere hervormingen noodzakelijk ten behoeve van verder economisch herstel.

4. Thematische discussie over groei en banen

De Eurogroep heeft een thematische discussie over groei en banen gehouden op basis van het rapport dat de Commissie op 26 februari jl. heeft gepubliceerd over de implementatie van de eurozoneaanbevelingen. De eurozoneaanbevelingen zijn op 8 juli 2014 op voorstel van de Commissie door de Raad vastgesteld in het kader van het Europees Semester. Per aanbeveling geeft het rapport een oordeel over de vooruitgang die de eurozone heeft geboekt. Deze aanbevelingen zien op de implementatie van structurele hervormingen (oordeel: some progress), budgettair beleid (some progress), de financiële sector (substantial progress) en de verdieping van de EMU (some progress). Thematische discussies zijn nuttig om op politiek niveau te praten over thema’s die op lange termijn bijdragen aan de economie van de eurozone. De volgende thematische discussie bij de Eurogroep in mei zal gaan over nationale begrotingsraamwerken.

5. Terugkoppeling G7

De Eurogroepvoorzitter gaf een korte terugkoppeling van de bijeenkomst van de G7-Ministers van Financiën, die op 16 april en marge van de Voorjaarsvergadering van het IMF plaatsvond. Bij deze bijeenkomst hebben de G7-Ministers recente globale economische ontwikkelingen doorgenomen. Daarnaast is een aantal specifieke onderwerpen aan bod gekomen: (1) de situatie in Griekenland, (2) de situatie in Oekraïne en (3) de oprichting van de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB).Verder is vooruitgekeken op de aankomende bijeenkomst van de G7-Ministers van Financiën en centralebankgouverneurs, die van 27 t/m 29 mei zal plaatsvinden in Dresden.

Informele Ecofinraad

1. EU-begroting

Na afloop van de Eurogroep heeft de Ecofinraad tijdens een informele werklunch van gedachten gewisseld over de tussentijdse evaluatie van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) in 2016. Nederland heeft hierbij opgemerkt dat de EU-afdrachten meer voorspelbaar zouden moeten worden. Ook heeft Nederland gepleit voor modernisering van de EU-begroting door deze meer te richten op groeibevorderende uitgaven. Het Lets voorzitterschap stelde de vraag aan de orde of de huidige EU-begroting voldoende ruimte laat om rekening te houden met onvoorziene omstandigheden. Wat Nederland betreft zou de flexibiliteit tussen verschillende begrotingscategorieën verbeterd kunnen worden (zo liggen uitgaven aan Cohesie- en landbouwfondsen op dit moment vast), maar biedt de huidige begrotingssystematiek voldoende flexibiliteit tussen verschillende jaren. Daarnaast heeft Nederland ingebracht dat de EU-begroting effectiever kan worden ingezet door deze te koppelen aan investeringen en structurele hervormingen. De EU-begroting is één van de prioriteiten van het aankomende Nederlandse EU-voorzitterschap.

2. Economische situatie

Voorzitter van het Economic and Financial Committee (EFC) Thomas Wieser gaf een presentatie over risico’s in het financiële system, die onlangs zijn geïdentificeerd in rapporten van de European Systemic Risk Board (ESRB) en de European Supervisory Authorities (ESAs). Zoals in de geannoteerde agenda gemeld, zijn de belangrijkste risico’s die geïdentificeerd worden in de publicaties: i) een correctie op financiële markten, ii) de invloed van lage rentes op de financiële sector, iii) toename van de rol van de niet-gereguleerde sector, en iv) de hoge schuldniveau’s welke economisch herstel kunnen belemmeren.

3. Groeipotentieel van de EU

De Ecofinraad heeft uitgebreid van gedachten gewisseld over het belang van structurele hervormingen voor het groeipotentieel van de Europese Unie. Lidstaten hebben hun ervaringen gedeeld over wat de uitdagingen zijn bij het doorvoeren van structurele hervormingen in eigen land. Nederland heeft hierbij gewezen op de positieve rol die een onafhankelijke instelling, zoals bijvoorbeeld het CPB, kan spelen bij het in kaart brengen van de effecten van structurele hervormingen op groei en werkgelegenheid. Dit draagt bij aan een objectiveerbare politieke discussie. Daarnaast heeft Nederland aangegeven dat het van groot belang is dat lidstaten niet onnodig wachten met het doorvoeren van hervormingen. Tijdig hervormen draagt bij aan het in stand houden van groei en het voorkomen van de opbouw van onevenwichtigheden in de economie. Dit punt werd door veel lidstaten onderschreven. Juist nu het economisch herstel aantrekt is het daarom van belang het hervormingsmomentum vast te houden. Een efficiënte en dynamische economie gecombineerd met gezonde overheidsfinanciën zijn noodzakelijk om toekomstige uitdagingen, zoals een vergrijzende samenleving, het hoofd te kunnen bieden.

4. Kapitaalmarktunie

De Ecofinraad heeft voor het eerst gesproken over het groenboek Kapitaalmarktunie van de Europese Commissie. Een kapitaalmarktunie kan bijdragen aan groei, werkgelegenheid en de weerbaarheid van het financiële systeem. Binnen de Ecofinraad was er brede steun voor de voorstellen van de Commissie. De initiatieven op de korte termijn, zoals een herziening van de prospectusrichtlijn en een voorstel voor de behandeling van simpele en transparante securitisaties zijn een eerste stap naar een volledige kapitaalmarktunie. Hierover zal de Commissie mogelijk al dit najaar met concrete voorstellen komen die mogelijk behandeld zullen worden onder het Nederlands voorzitterschap tijdens de eerste helft van 2016. Een aantal lidstaten gaf aan dat de initiatieven op de korte termijn nog niet zullen leiden tot een volledige kapitaalmarktunie. Op de lange termijn zullen lidstaten meer naar elkaar toe moeten groeien op bijvoorbeeld het terrein van faillisementswetgeving om daadwerkelijk tot één kapitaalmarkt te komen. Het Lets voorzitterschap zal Raadsconclusies voorbereiden die naar verwachting bij de Ecofinraad van 19 juni kunnen worden aangenomen.

5. Belastingontwijking door multinationals (BEPS)

Het laatste agendapunt op de informele Ecofinraad was de discussie over belastingontwijking door multinationals. Commissaris Moscovici gaf aan dat de strijd tegen belastingontwijking een nieuwe impuls nodig heeft. Dit is noodzakelijk voor een gelijk speelveld tussen lidstaten en bedrijven. Vanuit het perspectief van de overheidsfinanciën is het daarnaast van belang om uitholling van de grondslag te voorkomen. De Commissie heeft een richtlijnvoorstel gedaan voor de automatische uitwisseling van informatie over belastingrulings. Veel lidstaten – waaronder Nederland – gaven aan een snelle adoptie van deze richtlijn van groot belang te vinden om transparantie te vergroten. Ten aanzien van de Gedragscodegroep gaf een aantal grotere lidstaten (Duitsland, Frankrijk en Spanje) aan dat het mandaat herzien moet worden. Te denken valt aan het ontwikkelen van richtsnoeren voor best practices. Nederland bracht in de vergadering in dat nieuwe regelgeving om belastingontwijking tegen te gaan zoveel mogelijk in juridisch bindende instrumenten moet worden vastgelegd, omdat een gelijk speelveld gebaat is bij juridische afdwingbaarheid. Verder is kort gesproken over het wijzigingsvoorstel van de Rente- en royaltyrichtlijn. Nederland is er voorstander van om dit voorstel te splitsen, om zo in eerste instantie een akkoord te bereiken over het opnemen van een algemene antimisbruikbepaling in de richtlijn in lijn met de recente aanpassing van de Moeder-dochterrichtlijn en op een later moment te spreken over een onderworpenheidseis. Mogelijk zal tijdens de Ecofinraad van mei hierover een politiek akkoord worden bereikt.