Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 december 2014
Door middel van uw brief van 18 november jl. (Handelingen II 2014/15, nr. 25, item 9) bracht u mij het verzoek over van enkele leden van Uw Kamer om nadere informatie
over de scenario’s die door de Nederlandse regering zijn gemaakt ten tijde van het
dieptepunt van de eurocrisis.
Ik kan bevestigen dat de regering zich eind 2011/begin 2012 inderdaad heeft voorbereid
op een range van eventualiteiten die uit de crisis van dat moment zouden kunnen voortkomen,
waaronder het uiteenvallen van de Europese muntunie en een herinvoering van een Nederlandse
munt. Dat lijkt mij ook verstandig gegeven de ernst van de crisis op dat moment. Tegelijk
wil ik daarbij benadrukken dat tijdens de hele crisis de Nederlandse regering altijd
heeft beoogd en zich maximaal heeft ingezet om de eurozone bijeen te houden en de
euro te behouden.
Anders dan in sommige media is gesuggereerd, lag er geen concreet stappenplan om weer
een eigen Nederlandse munt in te voeren. Er is een brede verkenning uitgevoerd, waarbij
is gekeken naar de mogelijke extreme scenario’s. Daarbij werd de vraag gesteld met
welke zaken allemaal rekening moest worden gehouden (continuering betalingsverkeer,
gevolgen voor financiële instellingen, financiering staatsschuld etc.) en hoe daar
in een noodsituatie het best mee om zou kunnen worden gegaan. De voorbereidingen hadden
echter niet een dusdanige vorm dat er een kant-en-klaar plan lag met een concrete
planning om weer een nationale munt in te voeren, laat staan dat er bijvoorbeeld al
nieuwe bankbiljetten gedrukt zouden zijn. Het herinvoeren van een nationale munt is
ook op geen enkel moment als gewenst gezien.
Verder bleek bij de verkenning dat herinvoering van een eigen Nederlandse munt erg
complex zou zijn en dat het uiteenvallen van de eurozone met zeer hoge kosten gepaard
zou gaan, zonder dat dit precies kwantificeerbaar is. Dit laatste komt mede doordat
de scenario’s met grote onzekerheden zijn omgegeven. »Er moeten dan noodzakelijkerwijs
aannames worden gemaakt over wat andere overheden en financiële instellingen zouden
doen. Deze zijn, gegeven de aard van de zaak, te allen tijde speculatief, zeer onzeker
en raken direct aan de buitenlandse betrekkingen.
Tijdens de bespreking van het nadere verzoek om informatie van Uw Kamer merkten enkele
leden reeds op dat het niet wenselijk is dat scenarioschetsen zoals die zijn gemaakt
tijdens de eurocrisis, mede door voorgenoemde aspecten, in detail openbaar gemaakt
worden. Ik kan wel het volgende toelichten. Er is niet zozeer één scenario gemaakt,
maar een spectrum van mogelijkheden met als uiterste het uiteenvallen van de muntunie.
Hierbij werd duidelijk, zoals ook meerdere wetenschappers en analisten uiteen hebben
gezet, dat problemen in nationale bankensectoren waarschijnlijk de aanleiding zouden
vormen voor of in elk geval een belangrijke rol zouden spelen bij een eventueel uiteenvallen
van de eurozone.
Dat komt door de gebleken link tussen banken en overheden. Immers bij banken in zware
financiële problemen moesten gedurende de crisis overheden vaak garant staan. Dit
geldt ook omgekeerd: als de overheid in financiële problemen komt, zijn nationale
banken vaak als eerste getroffen door hun blootstelling op staatsobligaties van hun
eigen overheid. Niet alle overheden zijn echter in staat voor hun banken garant te
staan, waardoor het gevaar zou dreigen dat zij zich gedwongen zien de muntunie te
verlaten.
Mede tegen de achtergrond van dit probleem is er de afgelopen twee jaar hard gewerkt
aan de totstandkoming van een Europese bankenunie, met op 4 november jl. het van start
gaan van het Europese toezicht door de ECB, voorafgegaan door een grondige doorlichting
van de Europese bankbalansen (de «comprehensive assessment»).1 Door de bankenunie wordt de hiervoor genoemde link tussen banken en overheden aanmerkelijk
beperkt. Implementatie van de richtlijn voor herstel- en afwikkeling van banken (Bank Recovery and Resolution Directive, BRRD) en de start van het Europees Afwikkelmechanisme (Single Resolution Mechanism, SRM)2 zorgen ervoor dat banken zoveel mogelijk op private wijze worden afgewikkeld, indien
nodig in uitzonderlijke situaties deels met behulp van middelen uit het privaat gefinancierde
Europese afwikkelfonds (Single Resolution Fund, SRF).
Door de oprichting van de bankenunie – en andere versterkingen van de muntunie die
parallel hebben plaatsgevonden – wordt de kans dat de eurozone ooit weer in dergelijk
grote problemen zal komen als ten tijde van het dieptepunt van de eurocrisis duidelijk
verkleind.
Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
De Minister van Financiën,
J.R.V.A. Dijsselbloem